Projectvoorstel
|
|
|
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
De student dient over voldoende kennis van de Engelse taal te beschikken om de vakliteratuur (met betrekking tot zijn Masterthesis) nodig voor dit projectwerk te kunnen begrijpen. Tevens moet de student de inhoud van deze literatuur kunnen verwoorden in het Nederlands of in het Engels (voor Erasmus studenten).
De student is in staat wetenschappelijke literatuur op te zoeken (gebruik makend van de daartoe vereiste zoekmachines zoals PubMed), kritisch door te lezen en de essentie ervan schriftelijk en mondeling te kunnen weergeven. Dit zijn competenties die ondermeer tijdens de scriptie van Ba3 verworven werden.
De student dient Powerpoint te kunnen gebruiken.
*Volgtijdelijkheid
Bachelordiploma is vereist.
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Het allerbelangrijkste is dat je na het projectvoorstel een duidelijk beeld hebt van hoe je je Masterthesis project zult aanpakken en tot een goed einde brengen.
Je weet wat de huidige kennis is inzake je Masterthesis onderwerp. Je hebt op een kritische manier de literatuur doorgenomen en je kan je onderzoek plaatsen in de ruimere context van het thesisonderwerp. Je weet wat de specifieke bijdrage van je Masterthesis hierin zal zijn.
Je weet exact wat je gaat onderzoeken, je formuleerde een concrete hypothese hieromtrent, je weet exact hoe je dat gaat doen, tot welke resultaten dit kan leiden (aan de hand van je hypothese) en hoe je deze data zult analyseren en kan interpreteren.
Je kunt dit alles in een powerpoint voorstelling duidelijk maken aan een groep medestudenten en beoordelaars.
Je kan dit alles ook schriftelijk weergeven in een tekst van 6 pagina's
3. Inhoud
Het projectvoorstel is een apart opleidingsonderdeel dat volledig gelinkt is aan de eindverhandeling. Het bestaat uit 2 luiken: Een schriftelijk onderdeel en een mondelinge presentatie. Het schriftelijk deel omvat de ‘eindverhandeling inleiding' en omvat (1) vraagstelling van de eindverhandeling, preferentieel als hypothese gesteld (2) methodes met inbegrip van het aantal experimenten en de te gebruiken statistische analyses (3) potentiële alternatieve onderzoeksstrategieën (4) state-of-the-art literatuur rond het wetenschappelijk onderwerp. Dit geheel omvat 6 pagina’s met dezelfde vormvereisten als de eindverhandeling (zie verder). Deze tekst wordt elektronisch ingediend in pdf formaat via het digitaal postbakje op blackboard, Maandag van de 12de lesweek. De mondelinge presentatie, georganiseerd per afstudeerrichting, omvat een powerpoint presentatie van 10 min. gevolgd door een vraagstelling door de medebeoordelaars. De mondelinge presentatie gaat door in de 13de of 14de lesweek. Uit praktische overwegingen kunnen de presentaties van verschillende afstudeerrichtingen tezamen georganiseerd worden. Voor Erasmusstudenten wordt het projectvoorstel in principe in het gastlabo georganiseerd, inclusief de mondelinge presentatie. De beoordeling van het mondelinge onderdeel gebeurt in het gastlabo, het schriftelijk onderdeel wordt beoordeeld door de UA co-promotor en medelezers. Per uitzondering kan in samenspraak met de UA co-promotor het projectvoorstel plaatsvinden aan de UA. Deze afspraken worden gemaakt in het begin van het 2de masterjaar. De regels voor het taalgebruik zijn identiek als voor de eindverhandeling.
4. Werkvormen Eigen werk: Opdrachten:IndividueelScriptie: Individueel Portfolio
5. Evaluatievormen Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting Presentatie
6. Noodzakelijk studiemateriaal Literatuur rond het thesisonderwerp, opgegegeven door de promotor en door de student zelf verzameld
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding
Studenten kunnen terecht bij hun thesispromotor en bij de verantwoordelijken voor het projectvoorstel
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 10/12/2008 13:13 guy.vancamp
|
|
|