| Academiejaar: | 2008-2009 |
| Code opleidingsonderdeel: | 2MBMW-V-003 |
| Semester: | 2e semester |
| Studiepunten: | 30 |
| Uren Studietijd: | 840 |
| Uren theorie: | |
| Uren praktijk: | |
| Uren andere: | 120,00 |
| Deeltijds programma: | 2 |
| Titularis(sen) | Eva Geuens
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | examen in het 2de semester |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
De Masterproef is een verplicht opleidingsonderdeel voor alle studenten en vormt het sluitstuk van de opleiding. De Masterproef wordt ingediend op het eind van het tweede Masterjaar.
*Volgtijdelijkheid
Bachelordiploma is vereist.
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Met de Masterproef toont de student aan dat hij/zij voldoende kennis en vaardigheden heeft verworven om, onder begeleiding, wetenschappelijk onderzoek uit te voeren waarbij hij/zij (i) blijk geeft van de nodige wetenschappelijke bagage; (ii) in staat is om primaire literatuur op een kritische manier te verwerken en (iii) de bevindingen op een correcte en adequate manier in een bondig document kan verwoorden. Het onderzoek moet een voldoende wetenschappelijk gehalte hebben maar dient niet absoluut vernieuwend te zijn.
3. Inhoud
Alle studenten kiezen het laboratorium waar ze hun Masterproef willen uitvoeren uiterlijk in het 2de semester van het eerste Masterjaar. De lijst van potentiele laboratoria wordt bekendgemaakt in het begin van het 2de semester van het 1ste masterjaar. De procedures voor de keuze, uitvoering en evaluatie van de Masterproef vormen het onderwerp van een specifieke richtlijn die op de webpagina’s van de faculteit en op blackboard terug te vinden zijn.
De evaluatie is gebaseerd op het schriftelijke verslag van de Masterproef en op een openbare verdediging onder de vorm van een postersessie.
De Masterproef wordt in het Nederlands geschreven. Een uitzondering is enkel mogelijk indien de Masterproef grotendeels of geheel aan een anderstalige instelling wordt voorbereid.
Elke Masterproef wordt beoordeeld door de promotor (hierin eventueel bijgestaan door copromotoren of begeleiders) en twee assessoren.
Bij de evaluatie wordt rekening gehouden met de kwaliteit van de schriftelijke verhandeling. Er wordt gekeken naar het gehalte van het wetenschappelijke werk, de verwerking van de gegevens, de bespreking en de conclusies die worden getrokken, de bondigheid en de algemene presentatie en schrijfstijl. Bij de evaluatie wordt tevens rekening gehouden met de kwaliteit van presentatie en de discussie tijdens de posterverdediging
4. Werkvormen
5. Evaluatievormen
6. Noodzakelijk studiemateriaal
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding
De Masterproef is een zelfgeschreven tekst op basis van eigen onderzoek dat verricht wordt onder begeleiding van de promotor (eventueel co-promotor of medewerkers). De begeleiding houdt o.a. in :
• overleg met de student over de doelstellingen, de aanpak en de methodologie van het onderzoek
• ter beschikking stellen van de noodzakelijke apparatuur, onderzoeksmateriaal etc.
• geven van richtlijnen of hulp bij het opzoeken en verwerken van literatuur
• opvolging van de onderzoeksvorderingen via regelmatig overleg
• geven van richtlijnen of suggesties voor het schrijven van de tekst, inclusief het becommentariëren van een ontwerptekst of -teksten
De tekst van de Masterproef moet toelaten het werk van de individuele student te beoordelen. Het moet daarom duidelijk zijn welke delen van het werk eventueel door anderen zijn gedaan, of welke gegevens door de promotor verstrekt werden.