Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen  
    
Toelatingsvoorwaarden
een diploma van het secundair onderwijs, van het hoger onderwijs, van het hoger onderwijs voor sociale promotie, met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid,  of van een diploma of getuigschrift dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met één van de voorgaande diploma’s wordt erkend.
Doelstellingen - eindtermen
Algemeen
 
1. Beschikt over voldoende wetenschappelijke basiskennis van natuurwetenschappen (biologie, biochemie, scheikunde, fysica, informatica,genetische wetmatigheden en overervingswijzen en biostatistiek).Deze kennis vormt de basis om de chemische en fysische principes van het functioneren van het dier of het infectieuze agens te begrijpen;
 
2. Kan een vraag of probleem kritisch analyseren, omschrijven, beoordelen en binnen een brede maatschappelijke context plaatsen en oplossen. Daartoe kan de bachelor formeel denken, logisch deductief redeneren, heeft hij/zij een kritische zin, is hij/zij creatief en heeft een ontwikkeld probleemoplossend vermogen;
 
3. Heeft een kennis en kunde om alleen of in teamverband verdere kennis te zoeken, te interpreteren, samen te vatten, en verder te verspreiden. Daartoe beschikt de bachelor over een basis in wetenschappelijke communicatie, van het coördineren en ordenen van werk en van het gebruik van de wetenschappelijke (i.c. Engels) en medische voertaal. Een attitude van levenslang leren en reflectie worden gestimuleerd;
 
4. Beschikt over de nodige methodologische en experimentele vaardigheden en kritische ingesteldheid om zelf wetenschappelijke waarnemingen te doen en die te interpreteren op basis van bestaande wetenschappelijke paradigmata;
 
5. Is in staat een selectie te maken uit de geleverde informatie die de bachelor wenst door te geven op een specifiek of vulgariserend niveau, daartoe gegevens op een correcte manier te presenteren en zich hierbij mondeling en schriftelijk vaardig uit te drukken. Hij/zij is in staat een redenering toe te lichten of te verdedigen mee gebaseerd op wetenschappelijke, ethische, culturele en sociaal-maatschappelijke aspecten.
 
Specifiek Diergeneeskundige
 
A. Heeft kennis en inzicht in de ontwikkeling, macro- en microscopische bouw, functie en relatie tussen weefsels en organen binnen een dierlijk organisme en kan deze kennis gebruiken om het normale functioneren, de uitwendige karakteristieken en de gedragingen van gezelschaps- en nutsdieren te verklaren. De bachelor kan de juiste benaderingswijzen, methoden en apparatuur selecteren en gebruiken om deze structuren aan te duiden;
 
B. Heeft kennis en inzicht in enerzijds de morfologische, functionele, biochemische en fysiologische abnormaliteiten en anderzijds in de infectieuze natuur van bepaalde microbiële en parasitaire agentia die een aantal ziekten kunnen veroorzaken. Deze kennis kan de bachelor gebruiken om problemen uit te leggen waarmee een ziek organisme wordt geconfronteerd en de strategieën die het heeft ontwikkeld om hieraan het hoofd te bieden.  De bachelor kan de juiste benaderingswijzen, methoden en apparatuur selecteren en gebruiken om deze infectieuze agentia te beschrijven en te herkennen;
 C. Heeft kennis en inzicht in de complexe rol die huisdieren spelen in de moderne maatschappij, meer specifiek de rol als gezelschapsdier, de rol als voedselproducerend dier en de rol van het dier in de voedselketen en volksgezondheid.
Toegang tot verdere studies
Een bachelor diploma geeft rechtstreeks toegang tot ten minste één masteropleiding.