Start | Personen | Google | Route | Contact | AfdrukkenLogin 
Opleidingsonderdelen  
    

Dierhygiëne en huisvesting
 
Academiejaar:2008-2009
Code opleidingsonderdeel:3BDIE-30
Semester:1e semester
Studiepunten:3
Uren Studietijd:84
Uren theorie:24,00
Uren praktijk:
Uren andere:6,00
Deeltijds programma:1
Titularis(sen)Louis Maes
Jo Leroy
Taal waarin de cursus wordt gedoceerd:Nederlands
Info semesterexamen:examen in het 1ste semester
Info contractrestrictie:



1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties


De student zal, alvorens het opleidingsonderdeel "Dierhygiëne en Huisvesting" te kunnen starten, kennis en inzicht moeten verworven hebben van een aantal fundamentele fysische, fysiologische en microbiële basismechanismen. Dit maakt het begrijpen van en het actief meedenken in de leerstof een heel stuk gemakkelijker. Verder vergt het vak geen specifieke voorkennis en staat het open voor alle studenten die het willen opnemen in hun traject van 3e bachelor in de Diergeneeskunde.


volgtijdelijkheid
- Veterinaire Fysiologie II of C (vanaf 2008-2008)(2BDIE-052)
- Microbiologie en Immunologie (3BDIE-061)
aan de volgtijdelijkheid wordt voldaan als voor de voornoemde vakken minimum een 8/20 werd behaald (EN geslaagd voor het practicum) of indien de vereiste vakken samen met Dierhygiëne en Huisvesting worden opgenomen in hetzelfde programma.

 



*Volgtijdelijkheid
Fysiologie van de huisdieren II (3BDIE-03) OF Veterinaire fysiologie C (2BDIE-052)




2. Eindcompetenties (eindtermen)

Partim I: Dierhygiëne
Het onderdeel “algemene hygiëne” zet volgende competenties voorop:
1.      De student kan de verschillende klimaatsparameters in de stal (temperatuur, vocht, tocht, stofgehalte, stalgassen, etc) omschrijven en hun invloed op de algemene ziektebeheersing en dierproductiviteit inschatten.
2.      De student kan de belangrijkste hygiëne factoren inpassen in de algemene bedrijfsvoering met betrekking tot de gezondheidstoestand van het pasgeboren dier, insleep van ziekten en algemene inperking.
3.      De student kent de principes van sterilisatie en disinfectie en kan gepaste maatregelen voorstellen met betrekking tot de keuze van geschikte ontsmettingsmiddelen alsook de toepassing ervan onder praktijkomstandigheden.
4.      De student heeft inzicht en kennis in de bestrijding van ongedierte (knaagdieren en vliegen) en is in staat of preventieve en curatieve maatregelen voor te stellen.
 
Het onderdeel “specifieke hygiëne” zet volgende competenties voorop:
1.      de student heeft kennis van de verschillende bedrijfsvoering in de commerciële/intensieve dierhouderij (pluimvee, varkens, rundveesector, konijnen en laboratoriumdieren)
2.      de student is in staat de algemene bedrijfshygiëne principes gericht toe te passen in de verschillende vermelde bedrijfssectoren
3.      de student heeft notie van de verschillende biologische inperkingniveaus op laboratoria, incl. de maatregelen voor persoonlijke bescherming tegen infecties.
 
Partim II: Huisvesting

Deel 1: Klimaatbeheersing
De student moet het belang van een goede huisvesting met zijn eigen woorden kunnen duiden en weten de plaatsen in een breder economisch, ethologisch, ecologisch en ergonomisch kader. Na het volgen van de lessen moet de student een goed inzicht hebben in de fysische eigenschappen van stallucht en stalwanden om op die manier:
1.      luchtvochtigheid te kunnen definiëren en te kunnen verklaren hoe en waarom condens optreedt.
2.      de isolerende en warmtedoorlatende eigenschappen van wanden en materialen evenals de energiebalans van een stal te kunnen inschatten waardoor eigenhandig kleine voorbeeldvraagstukjes kunnen worden opgelost.
De student moet de verschillende klimaatparameters kunnen opnoemen en moet met eigen woorden het belang van temperatuur, relatieve vochtigheid en de luchtsnelheid kunnen toelichten.
Op basis van deze verworven kennis moet de student in staat zijn de verschillende ventilatieniveau's in een stal toe te lichten en dit te verduidelijken aan de hand van eenvoudige grafieken en/of figuren. Het belang van de minimum en maximumventilatie staat hierbij centraal. Daarnaast moet het principe van natuurlijke ventilatie met eigen woorden en schema's kunnen worden uitgelegd evenals de mogelijke voor- en nadelen worden toegelicht. Het verschil met natuurlijke ventilatie moet punt voor punt kunnen worden ingevuld. Dit alles brengt ons tot de luchtverdeling en luchtstromen in de stal, die met behulp van tekeningen moeten kunnen worden uitgelegd. De verschillende factoren die het ventilatiepatroon beïnvloeden moeten kunnen worden opgesomd en met eigen woorden kunnen toegelicht. Tenslotte moet de studenten met een passende uitleg en bijhorende schema's kunnen aantonen dat hij het principe en het regelmechanisme van actieve klimaatregeling begrijpt.

Deel II: bouw en inrichting van de stal
De student moet in staat zijn de wettelijke bepaling inzake milieu- en bouwvergunning te kunnen duiden en weet hierover de juiste informatie terug te vinden op het internet. Hij weet het belang van een functionele inrichting van de stal te beschrijven en kent de verschillende onderdelen bij naam en kan de specifieke functionele vereisten ervan opnoemen.
De student kent de basisrichtlijnen voor de wettelijk vastgelegde ruimtelijke behoeften van de landbouwhuisdieren en weet hoe en waar hij hierover extra informatie op het internet kan inwinnen. Hij kan het verschil tussen de vereisten voor individuele of groepshuisvesting met eigen woorden verklaren. Als toekomstig dierenarts is het belangrijk dat de student het begrip technopathieën op foto kan herkennen en de oorzaken ervan weet op te sommen.
De student moet in staat zijn om het aantal benodigde dierplaatsen voor een varkens- of melkveebedrijf zelf te berekenen aan de hand van opgegeven data. Hij moet stap voor stap kunnen beschrijven welke factoren hierbij belangrijk zijn.
Aan de hand van fotomateriaal moet de student in staat zijn verschillende voederwijzes, voedertypes en -systemen te herkennen en kort te beschrijven wat de voor- en nadelen zijn. De term "stalverrijking" moet met eigen woorden kunnen worden toegelicht en worden geïllustreerd met voorbeelden.
Tenslotte moet de student in staat zijn om met zijn eigen bewoordingen een eenvoudig overzicht te geven over wat er met de mest gebeurt. De verschillende systemen om koeien te melken moeten adhv foto's worden benoemd en kort omschreven.
De hierboven opgesomde leerdoelen moeten de student in staat stellen om na het bezoeken van een bedrijf, een eigen kritische reflectie te geven over de huisvesting, stalomgeving, mest- en melkverwerking op dat bedrijf. De student moet op die manier de goede en minder goede punten op het bedrijf kunnen opsommen en verklaren. Het goed en logisch kunnen onderbouwen en structureren van een verslagje is hierbij heel belangrijk.
 


3. Inhoud

Partim I: Dierhygiëne
Het onderdeel “Algemene Hygiëne” bespreekt enkele algemene principes die een basis vormen om de gezondheid van het dier op bedrijfsniveau optimaal te ondersteunen, wat zich uiteindelijk moet vertalen in betere zoötechnische resultaten. Dierhygiëne omvat dus zowel economische, ethische, wetenschappelijke als praktische aspecten van de dierhouderij en de dierenarts speelt hierin een belangrijke adviserende rol. 
1.       Leefomgeving van het dier (stalklimaar, drinkwater)
2.       Hygiëne en ziektepreventie (ziekte insleep, quarantaine, disinfectie, dierentransport)
3.       Ongedierte bestrijding (knaagdieren, vliegen)

In het onderdeel “Specifieke hygiëne” worden enkel deze diersoorten besproken die in meer intensieve industriële bedrijfssystemen worden gehouden. In het kader van dit opleidingsonderdeel worden ook een aantal bedrijfsbezoeken voorzien (destructiebedrijf, melkveebedrijf, varkensbedrijg, broeierij).
1.   Pluimvee
2.   Varkens
3.   Runderen
4.   Konijnen
5.   Laboratoriumdieren

Partim II: Huisvesting
Deel 1: Klimaatbeheersing
In het eerste hoofdstuk worden de verschillende kenmerken van stallucht en stalwanden besproken. Naast de isolerende capaciteiten van stalwanden spelen ook diergebonden factoren een belangrijke rol bij de berekening van de energiebalans van de stal. De verschillende klimaatparameters worden besproken om op die manier te kunnen begrijpen hoe het stalklimaat via ventilatie, gewijzigde luchtverdeling en verwarming kan worden geregeld.

Deel II: Bouw en inrichting van de stal
In eerste instantie worden de wettelijke bepaling inzake stalimplanting uiteengezet. Vervolgens worden de verschillende delen van de stal besproken en wordt de functie ervan toegelicht. Per landbouwhuisdier wordt de minimale huisvestingsnorm besproken en wordt er gerefereerd naar de nationale en Europese richlijnen en wetgeving terzake. Ook de behoeften voor voederen en drenken worden in detail bekeken. Tenslotte wordt er dieper ingegaan op verschillende vormen van stalverrijking om het comfort van de dieren te verhogen. De cursus wordt afgesloten met een overzicht over de verschillende melktechnieken en melkprincipes. Tijdens enkele bedrijfsbezoeken (Rendac destructiebedrijf, runder- en varkensbedrijf) wordt de aangebrachte leerstof verder geconcretiseerd.
 


4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Scriptie: In groep

  • Excursie


    5. Evaluatievormen
    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding
  • Open vragen

  • Permanente evaluatie:
  • Medewerking tijdens de contactmomenten



  • 6. Noodzakelijk studiemateriaal

    De hoorcolleges (in het Nederlands) zelf worden begeleid door Engelstalige (Dierhygiëne) of Nederlandstalige (Huisvesting) powerpoint presentaties, waarvan gedrukte exemplaren (zwart-wit) op voorhand bij de dienst reprografie kunnen worden aangekocht. Aangezien er niet meer gewerkt wordt met een 'klassieke' uitgeschreven syllabus zijn deze presentaties vrij uitgebreid en/of worden tijdens de hoorcolleges in voldoende detail verder toegelicht. 
    De powerpoint slides in combinatie met de lesnota's vormen de te kennen leerstof. De powerpoint presentaties (in kleur als PDF files) van alle lessen kunnen ook op blackboard geraadpleegd worden zoals ze in de les worden gebruikt. De slides kunnen worden afgeladen en in kleur uitgeprint, met inbegrip van de figuren. Er is geen handboek vereist voor dit vak.


    7. Facultatief studiemateriaal

    Het onderdeel Huisvesting voorziet ook een uitgebreid addendum waarin heel wat wettelijke bepalingen en cijfermatig materiaal zijn opgenomen. Dit addendum is geen leerstof maar een hulp bij het oplossen van vraagstukjes ed. Het mag tevens gebruikt worden op het examen. Tenslotte worden via Blackboard verschillende documenten aangeboden die de leerstof verder moeten kaderen en duiden. De student staat vrij om dit materiaal als naslagwerk uit te printen en door te nemen.




    8. Studiebegeleiding
    De docenten zijn voor, tijdens en na de hoorcolleges ter beschikking voor het beantwoorden van eventuele vragen of het geven van bijkomende uitleg. Dit geldt zowel voor wat de inhoud van de cursus betreft als voor meer algemene vragen met betrekking tot het opleidingsonderdeel, studiemethodiek, probleemanalyse bij het studeren, tot zelfs vragen over het verdere verloop van de studies, specialisatiemogelijkheden en het beroep van dierenarts. Tussen de colleges door is de docent in principe bereikbaar tijdens de kantooruren, bij voorkeur na het maken van een afspraak teneinde zijn aanwezigheid te garanderen op het moment van het bezoek.
    Verder wordt er naar het einde van het opleidingsonderdeel toe uitgebreid ingegaan op de examenvorm en wordt duidelijk gesteld wat er precies van de student wordt verwacht. Tijdens de lessen zal de docent regelmatig aangeven waar zich gewoonlijk problemen met de leerstof voordoen en welke punten speciale aandacht vragen. Zodoende wordt de student optimaal voorbereid op het succesvol afleggen van het examen.


    laatste aanpassing: laatste aanpassing: 28/11/2008 16:09 jo.leroy 



     
    Inhoudsverantwoordelijke(n) : Contacteer de faculteit van de opleiding