| Academiejaar: | 2008-2009 |
| Code opleidingsonderdeel: | FLWFM00500 |
| Semester: | 1e semester |
| Studiepunten: | 6 |
| Uren Studietijd: | 168 |
| Uren theorie: | 30,00 |
| Uren praktijk: | |
| Uren andere: | |
| Deeltijds programma: | 1 |
| Titularis(sen) | Joachim Leilich Erik Myin Peter Reynaert
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | examen in het 1ste semester |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
Basiskennis van de (analytische) Philosophy of Mind en van de continentaal-fenomenologische benadering van deze problematiek
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Het doel van de cursus is de studenten diepgaand vertrouwd te maken met hoofdthema's uit de hedendaagse wijsgerige psychologie. De student moet in staat zijn eerstehands publicaties op het gebied van de 'philosophy of mind', de filosofie van de cognitieve wetenschappen en de geactualiseerde fenomenologie te kunnen begrijpen, te kunnen kaderen, en te kunnen evalueren. De student moet een standpunt kunnen innemen in hedendaagse discussies in het vakgebied, en dit argumentatief kunnen onderbouwen.
3. Inhoud
In deze cursus wordt diepgaand ingegaan op onderwerpen uit de hedendaagse wijsgerige psychologie. In het bijzonder wordt de relatie tussen het wetenschappelijk begrijpen van het mentale en de manifestatie van het mentale in de pretheoretische ervaring gethematiseerd: kan de waarneming het bedoelen en willen, zoals het 'van binnenuit' gekend is in de concrete ervaring, in al zijn aspecten genaturaliseerd worden via de (neuro-)wetenschap? Vormt het (neuro-)wetenschappelijk begrijpen een bedreiging voor ons traditioneel zelfbeeld, of is het omgekeerd, en toont onze directe ervaring aan dat er principiële beperkingen zijn aan het wetenschappelijk begrijpen van het mentale? Deze vragen worden benaderd vanuit zowel het standpunt vanuit een geactualiseerde fenomenologie, de hedendaagse analytische filosofie als de filosofie van de cognitieve wetenschappen.
In de behandeling staan, naast een synthetische behandeling door de docenten van deelaspecten, hedendaagse teksten centraal.
In een eerste deel van de cursus (. P. Reynaert) wordt ingegaan op de fenomenologische kritiek op het naturalisme - verstaan als de poging om de menselijke bestaanswijze te verklaren door deze op te vatten als een deel van de natuur. Eerst wordt het naturalismeproject uiteengezet (betekenis, vooronderstellingen, transcendentaal statuut, concept natuur). Daarna wordt met Husserl en voornamelijk Merleau-Ponty aandacht besteed aan de controverse omtrent de naturalisatie van drie antropologische onderwerpen: subjectiviteit en lichamelijkheid, intersubjectiviteit en taal, intentionaliteit en zingeving.
In een tweede deel (J. Leilich) lezen we de tekst "Grenzen der naturalistischen Selbstobjektivierung' van Lutz Wingert (in: Philosophie und Neurowissenschaften, D. Sturma (red.), Frankfurt am Main 2006.
In een derde deel (E. Myin) wordt het naturalisatieproject benaderd vanuit de op de cognitiewetenschappen georiënteerde hedendaagse naturalistische analytische filosofie. Twee thema's die reeds in het eerste deel voorkwamen worden hernomen vanuit dit nieuwe perspectief: waarneming en het begrijpen van intersubjectiviteit ('theory of mind'). Op het eind wordt beargumenteerd (verder bouwend op aan de gang zijnd onderzoek van de docent, in samenwerking met Professor Dan Hutto, University of Hertfordshire) dat zowel in de analytische filosofie als de fenomenologie uitgegaan wordt van onterechte doelstellingen voor naturalisatie.
De motivatie voor deze stelling is deels Wittgensteiniaans, herneemt thema's uit het werk van Merleau-Ponty en sluit aan bij de hedendaagse nadruk op belichaming en gesitueerdheid in de recente filosofie van de cognitiewetenschappen.
4. Werkvormen
Contactmomenten: HoorcollegesSeminariesWerkcolleges
5. Evaluatievormen
Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Teksten over fenomenologie en naturlisme ter beschikking gesteld door P. Reynaert via Blackboard
'Grenzen der naturalistischen Selbstobjektivierung' van Lutz Wingert (in: Philosophie und Neurowissenschaften, D. Sturma (red.), Frankfurt am Main 2006.)
7. Facultatief studiemateriaal
Bennett/Hacker: Philosophical Foundations of Neuroscience (Oxford 2003)
Flynn, B., (2006) Merleau-Ponty, lemma uit de internet Stanford Encyclopedia of Philosophy.
Gallagher, S. and Meltzoff, A. (1996). "The Earliest Sense of Self and Others: Merleau-Ponty and Recent Developmental Studies ," Philosophical Psychology 9, No. 2: 213-236.
Gallagher, S. (2005). How the Body Shapes the Mind. Oxford, Oxford University Press
R. Harré/ M. Tissaw: Wittgenstein and Psychology (Ashgate 2005)
Hutto, D. & Myin, E (in voorbereiding), Enactivism Explicated: Consciousness Clarified.
Merleau-Ponty, M., (1943) Phénoménologie de la Perception,
Paris
, Gallimard.
Myin, Erik & De Nul, Lars (2006) "Feelings and objects",
In Radical Enactivism. Focus on the Philosophy of Daniel Hutto, R. Menary (ed.), 39-43: Amsterdam/Philidelphia: John Benjamins Publishing Company.
Hutto, D., (ed.). Radical Enactivism. Amsterdam/Philidelphia: John Benjamins.
Reynaert, P., (1992) De onmeetbaarheid van de geest, Assen, Van Gorcum.
A. Ros: Materie und Geist (Paderborn 2005)
8. Studiebegeleiding
De thema's worden behandeld via enerzijds een overzicht van de deelaspecten in hoorcolleges, en anderzijds een begeleide en gerichte lectuur van eerstehands teksten. Na elk hoorcollege volgt een responsiecollege rond één of meerdere teksten. De teksten, plus - per tekst- een lijst met aandachtspunten en vragen worden voor de aanvang van de cursus beschikbaar gesteld. De studenten wordt gevraagd een bondig antwoord (één- a twee pagina's) voor te bereiden per tekst - als richtlijn voor discussie in het responsiecollege .