Literatuuropvattingen en filosofie
|
|
|
| Academiejaar: | 2008-2009 | | Code opleidingsonderdeel: | FLWTL00070 | | Semester: | 2e semester | | Studiepunten: | 4 | | Uren Studietijd: | 112 | | Uren theorie: | 30,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1/2 | | Titularis(sen) | Kristiaan Humbeeck
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | examen in het 2de semester | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties De student moet grondig zijn ingevoerd in de westerse wijsbegeerte en tevens kritisch inzicht hebben verworven in het concept 'literair genre'. Enige belezenheid in ook de oudere westerse literatuur strekt voorts tot aanbeveling.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen) Een aangescherpt kritisch inzicht in de ontwikkelingen, c.q. verschuivingen in het westerse denken over aard en functie van literatuur; een aangescherpt kritisch inzicht in het verband tussen historisch fluctuerende opvattingen over aard en functie van literatuur en de tijdelijke dominantie van retorische procédés; een aangescherpt kritisch inzicht in de historische betekenis van een reeks 'klassieke' werken uit de westerse letterkunde; het ter discussie kunnen stellen van een reeks postmoderne legitimeringsproblemen.
3. Inhoud In een reeks verhalen wordt gereconstrueerd i./ hoe er in het Westen sinds Plato en Aristoteles werd gedacht over aard en functie van literatuur, alsook over de retorische procédés die vanuit een specifieke literatuuropvatting traditioneel het meest geschikt bevonden werden om effect te sorteren, en ii./ hoe die grote traditie in de loop van de negentiende eeuw op losse schroeven is komen te staan. Daarbij wordt uitgegaan van een aan Jacques Derrida's grammatologie ontleend representatiemodel. Centraal staat de veelbesproken crisis van het boek in onze zogenaamde beeldcultuur. Vanuit die invalshoek worden, aan de hand van een aantal voor de behandelde periodes als exemplarisch te oormerken teksten, cruciale poëticale verschuivingen ter discussie gesteld. De nadruk ligt daarbij op de verwevenheid van literaire feiten met hun historisch-materiële context.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
5. Evaluatievormen Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereiding Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal Het nodige studiemateriaal wordt ter beschikking gesteld via blackboard
7. Facultatief studiemateriaal J. den Boeft, F. Brandsma & T. Hoendelaars [eds.], Denken over dichten: dertig eeuwen poëticale reflectie, Amsterdam University Press, Amsterdam, 1994.
8. Studiebegeleiding Vragen kunnen mondeling worden gesteld na het college of tijdens het spreekuur van de docent (dinsdagmiddag, Lange Winkelstraat 40) dan wel via e-mail.
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 28/02/2009 11:33 kris.humbeeck
|
|
|