| Academiejaar: | 2008-2009 |
| Code opleidingsonderdeel: | 1MSOC_210 |
| Semester: | 1e semester |
| Studiepunten: | 15 |
| Uren Studietijd: | 420 |
| Uren theorie: | 30,00 |
| Uren praktijk: | 15,00 |
| Uren andere: | |
| Deeltijds programma: | 2 |
| Titularis(sen) | Ive Marx Erik Henderickx Bea Cantillon
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | examen in het 1ste semester |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De student dienen bij afronding de volgende leercompetenties aantoonbaar te beheersen, op basis van de diverse (inter)actieve onderwijsactiviteiten:
· Kennen van de wetenschappelijke ‘state of the art’ inzake arbeid en arbeidsbeleid, binnen een Europees perspectief. Een beperkt aantal auteurs kunnen begrijpen en situeren.
· Inzicht in de actuele vraagstukken met betrekking tot arbeid. Deze vanuit een wetenschappelijke vraagstelling en analyseopzet kunnen benaderen.
· Het kunnen confronteren van de diverse theoretische benaderingen met resultaten van wetenschappelijk onderzoek.
· De beleidsmatige implicaties kunnen duiden.
Daarnaast worden algemene academische competenties zoals: een kritische literatuurlezing kunnen doen, een vertaalslag kunnen maken naar een wetenschappelijke vraagstelling en aanzet tot wetenschappelijk onderzoek, statistische bewerkingen kunnen begrijpen en toepassen, mondeling en schriftelijk kunnen communiceren.
3. Inhoud
Arbeid is en blijft een centraal thema en (beleids)vraagstuk zowel binnen de economie als de sociologie. Voor een econoom is arbeid een cruciale productiefactor (naast kapitaal en technologie) en is er de de druk van de (internationale) competitiviteit , voor een socioloog is het een sleutelvariabele inzake in termen van sociale cohesie of solidartiteit (inkomensverdeling, statustoewijzing, sociale uitsluiting, tijdssturing etc.).
De focus van deze cluster ligt op actuele aspecten van het fenomeen arbeid en dit telkens complementair benaderd vanuit een economische en sociologische invalshoek. We zullen aandacht hebben voor het arbeidsbestel (de arbeidsorganisatie, de arbeidsmarkt als allocatie- en loonvormingsmechanismen), alsook voor de arbeidsverhoudingen (‘ruil’/’macht’, de rol van de sociale partners en positie ven de verheid en globaal de EU) binnen in een snel veranderende economische context (mondialisering, technologische innovaties …). Daarnaast zullen we kijken naar de mogelijkheden tot en de consequenties van economisch en sociaal beleid inzake arbeid. Het gegeven van de sociale ongelijkheid als wetenschappelijk vraagstuk en beleidsuitdaging zal daarbij centraal staan.
Daarmee is gezegd dat we het fenomeen arbeid vooral zullen bestuderen binnen het kader van de welvaarts- of verzorgingsstaat (cf; arbeidssociologie BA3). Thema's zoals welvaart en welvaartsongelijkheid, groei en inflatie, werkgelegenheid en arbeidsverhoudingen in de kennismaatschappij; bevolking en beroepsbevolking (ontgroening/vergrijzing), uitsluiting en discriminatie zullen daarbij centraal staan. Er zal ook bijzondere aandacht gaan naar de consequenties voor ons arbeids- en economisch bestel en de sociale ongelijkheid van de globalisering en de groeiende internationale concurrentie (binnen een context van maatschappelijke solidariteit). Dit sluit aan bij de Lissabonstrategie om de Europese Unie tot de meest dynamische en competitieve regio ter wereld maken met een sterke economische groei, meer en betere jobs en meer sociale cohesie. De strategie om dit doel te bereiken is gebaseerd op drie pijlers: economische groei, kwaliteitsvolle jobgroei en sociale cohesie.
De cluster bestaat uit drie componenten:
a. de wetenschappelijke state-of-the-art inzake arbeid (hoorcolleges)
b. een reeks responsiecolleges waarin dieper op geselecteerde thema's wordt ingegaan; deze vereisen actieve voorbereiding en participatie van de student
c. een individuele paper waarin een uitdieping wordt gemaakt van een zelfgekozen thema; deze bouwt bij voorkeur op persoonlijke empirische analyse
4. Werkvormen
Contactmomenten: HoorcollegesSeminariesWerkcolleges
Eigen werk: Opdrachten:IndividueelOpdrachten:In groepScriptie: Individueel
Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
5. Evaluatievormen
Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingOpen boekOpen vragen
Permanente evaluatie: OpdrachtenMedewerking tijdens de contactmomenten
Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Op Blackboard is een ‘portaalsite’ beschikbaar met talloze (internet-)verwijzingen naar lokale, regionale, nationale en internationale bronnen en instanties die relevant zijn voor ‘arbeid en beleid’.
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding