| Academiejaar: | 2008-2009 |
| Code opleidingsonderdeel: | 1MSOC_230 |
| Semester: | 1e semester |
| Studiepunten: | 15 |
| Uren Studietijd: | 420 |
| Uren theorie: | 30,00 |
| Uren praktijk: | 15,00 |
| Uren andere: | |
| Deeltijds programma: | 2 |
| Titularis(sen) | Gert Verschraegen Walter Weyns
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | examen in het 1ste semester |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
- kennis van de stromingen en tradities in de sociologie
- inzicht in de belangrijkste sociologische paradigmata
- noties van cultuursociologische begrippen
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
- inzicht in culturele identiteitsvorming
- kennis van en inzicht in cultuursociologische theorieën inzake individuele en collectieve identiteitsconstructie
- interpretatieve en verklarende verbanden kunnen leggen tussen sociale (netwerk-)structuren, technologisch gemediëerde interactie, en (zelf-)identiteitsopbouw
3. Inhoud
In het jaar 2008-2009 ligt het accent in deze grondige studie op cultuur, meer in het bijzonder op processen van individuele en collectieve identiteitsconstructie in een hoogtechnologische samenleving. In trefwoorden uitgedrukt gaat het over: - identiteitsconstructie, - identiteitsanalyse, - betekenisgeving in een liquide maatschappij, - het self als een sociale en culturele dynamiek (dialogical self, saturated self) - grensverschuivingen en conflicten tussen het openbare en het private in het dagdagelijks leven, - constructie van een self onder snel wijzigende sociaalculturele en technologische omstandigheden, - identiteitspolitiek
Uitgangsvragen zijn: Hoe worden individuele en collectieve identiteiten opgebouwd? Hoe kan men processen van identiteitsconstructie adequaat analyseren? Welke verandering ondergaat de sociaalculturele constructie van 'selves' en van groepsidentiteiten in een hoogtechnologische netwerksamenleving? Welke transformaties vinden, in de dagdagelijkse leefwereld, plaats op de grens tussen private en openbare leven? Hoe leren mensen omgaan met een sociale, culturele en materiële omgeving in voortdurende flux? Verandert het mensbeeld zo dat tot 'de mens' over en voorbij de grenzen van het klassiek humane gaat ('posthumanisme')?
De grondige studie telt in totaal 15 studiepunten. Die zijn als volgt verdeeld:
STATE OF THE ART VAK (6 ECTS)
Dit gedeelte van de grondige studie kan afzonderlijk worden gevolgd als keuzevak.
Voorlopig lesschema:
Het voorlopig lesschema van het state of the art-vak (6 ECTS)
0 INLEIDING
1 INDIVIDU, IDENTITEITSCRISIS EN INDIVIDUALISME Historische, psychologische en sociologische inzichten in de genese van het moderne individu. Teksten van Burckhardt over de renaissance, van Erikson over identiteitscrisis en van Durkheim over individualisme als een modern maatschappelijk product.
2 DE DYNAMIEK VAN SOCIAALCULTURELE CONSTRUCTIE We lezen o.a. teksten van Stuart Hall (The Minimal Self)
3 HET SELF IN EEN NETWERKSAMENLEVING; Teksten van Sherry Turkle en Manuel Castells
4 CRISIS VAN HET SELF IN EEN HOOGTECHNOLOGISCHE MAATSCHAPPIJ. Teksten van o.a. Barglow, Hermans, Weyns
5 Gastcollege - onder voorbehoud
6 TRANSFORMATIES VAN HET PUBLIEKE EN HET PRIVATE.Teksten van o.a. Habermas, Sennett,
7 POSTHUMANISME. Teksten van Jos De Mul, Knorr-Cetina, Fernandez-Armesto, John Gray
8 LAATMODERN NOMADISME; Teksten van Maffesoli, Bauman, Lieve de Cauter
9 IDENTITEITSPOLITIEK. O.a. tekst van Craig Calhoun.
10 Maatschappijkritische analyse van het diversiteitsbeleid
DISCUSSIECOLLEGES (4 ECTS)
De discussies vertrekken van de teksten in het STOA-vak, aangevuld met specifieke bijkomende teksten. De discussiebijeenkomsten verlopen volgens een uitgebalanceerd systeem waarin de studenten buurtelings rollen spelen van disputanten, participanten en notulanten.
OPDRACHT (5 ECTS)
Individuele paper
EVALUATIE
De evaluatievormen verschillen per lesonderdeel:
In het State of the art vak is er een mondeling examen. De student neemt tien à vijftien (eventueel maar niet noodzakelijk schriftelijk) voorbereide vragen en/of stellingen mee naar het examen, waaruit de examinator er drie kiest. Het eigenlijke examen bestaat uit een presentatie en bespreking van die drie vragen/stellingen.
De evaluatievorm voor het discussiecollege bestaat uit permanente evaluatie, verdeeld over:
- schriftelijke voorbereiding van de discussie die men als disputant heeft geleid
- de mondelinge presentatie als 'disputant'
- participatie aan de discussie als 'participant'
- schriftelijke neerslag (met commentaar) van de discussie als 'notulant'
De evaluatie voor de opdracht bestaat uit een paper, in te dienen op 25 januari 2009.
4. Werkvormen
Contactmomenten: HoorcollegesSeminaries
Eigen werk: OefeningenOpdrachten:Individueel
5. Evaluatievormen
Schriftelijk werkstuk: zonder mondelinge toelichting
Presentatie
6. Noodzakelijk studiemateriaal
reader samengesteld door de docent
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding