|
|
een diploma van het secundair onderwijs, van het hoger onderwijs, van het hoger onderwijs voor sociale promotie, met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid, of van een diploma of getuigschrift dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met één van de voorgaande diploma’s wordt erkend.
|
|
|
|
|
Algemeen
A. De bachelor in de biologie kan een vraag of probleem kritisch analyseren, omschrijven, beoordelen en oplossen. Daartoe kan hij/zij formeel denken, logisch deductief redeneren, heeft een kritische zin, is creatief en heeft een ontwikkeld probleemoplossend vermogen.
B. Hij/zij heeft de kennis en de kunde om alleen en in teamverband verdere kennis te zoeken, te evalueren, samen te vatten en verder te verspreiden. Dit houdt impliciet een basis in van wetenschappelijke communicatie, van coördineren en ordenen van werk en van het gebruik van de Engelse taal. Hem/haar worden de attitudes van levenslang leren en reflectie aangeleerd.
C. De bachelor heeft de nodige methodologische en experimentele vaardigheden en de kritische ingesteldheid om zelf wetenschappelijke waarnemingen te doen, en die te interpreteren tegen de achtergrond van bestaande wetenschappelijke paradigmata.
D. De bachelor is in staat een selectie te maken uit de informatie die hij/zij wenst door te geven op een specifiek of algemeen (vulgariserend) niveau, daartoe gegevens op een correcte manier te presenteren, en zich hierbij mondeling en schriftelijk vaardig uit te drukken. Hij/zij is in staat een redenering toe te lichten of te verdedigen.
Biologie-specifiek
E. De bachelor heeft een onderbouwde basiskennis van de levende wereld, en van de relatie van de levende materie tot de abiotische omgeving. Daartoe beschikt hij/zij ook over een basiskennis van de andere natuurwetenschappen: chemie, fysica, en wiskunde.
F. Hij/zij heeft een gedegen inzicht in de verschillende vormen van leven, de evolutie van leven, de genetische basis van leven, de opbouw en het functioneren van levende systemen, het samenleven van verschillende levensvormen en de relatie tussen levende en niet-levende materie
G. De bachelor in de biologie reflecteert zowel over de begrippen kennis en leven als over de plaats van de mens in de wereld. Zonodig neemt hij/zij daarover gefundeerde stellingen in. H. De bachelor in de biologie kan naar de maatschappij toe antwoord geven op vragen van algemene aard in verband met levende materie en met de relatie tussen mens en biosfeer.
|
|
|
|
|
Een bachelor diploma geeft rechtstreeks toegang tot ten minste één masteropleiding.
|
|
|
|