Meten van instellingen: classificaties en typologieën (VUB)
|
|
|
| Academiejaar: | 2010-2011 | | Code opleidingsonderdeel: | 1MIPO_220 | | Semester: | 2e semester | | Studiepunten: | 3 | | Uren Studietijd: | 84 | | Uren theorie: | 8,00 | | Uren praktijk: | 15,00 | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 2 | | Titularis(sen) | N.
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | examen in het 2de semester | | Info contractrestrictie: | geen inschrijving onder credit- en examencontract |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
Een wetenschappelijke probleemstelling kunnen formuleren.
Een gefundeerde keuze kunnen maken voor kwalitatieve, kwantitatieve of vergelijkende onderzoeksmethoden.
Basiskennis van onderzoeksmethoden en –technieken in de sociale wetenschappen.
Inzicht hebben in de fasering van wetenschappelijk onderzoek.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
In deze module staat het verwerven en trainen van methodologische vaardigheden centraal. Studenten verwerven in eerste instantie inzicht in het praktisch uitvoeren van een zelfstandig onderzoek, meer bepaald het: - definiëren van de noden op het vlak van onderzoeksmethoden en technieken; - toepassen van de onderzoeksmethoden ter verzameling van onderzoeksdata; - toepassen van onderzoekstechnieken ter verwerking van onderzoeksdata; - presenteren van onderzoeksresultaten; - evalueren van onderzoeksmethoden en technieken. Daarnaast trainen studenten een aantal algemene academische vaardigheden, zoals: - correct vatten van maatschappelijke problemen en van de politieke actualiteit; - correct omgaan met bronnen; - rigoureus wetenschappelijk denken, logisch redeneren en kritische zin; - wetenschappelijke nieuwsgierigheid, innovatief denken en probleemoplossende ingesteldheid; - oplettendheid, nauwkeurigheid, realisme en flexibiliteit; - hanteren van een vergelijkend perspectief.
3. Inhoud
In de vergelijkende politicologie is de eenheid van analyse vaak de nationale staat als structuur waarbinnen de hedendaagse politieke processen zich afspelen. Die binnenlandse structuren en processen hebben ook een directe invloed op de wijze waarop de nationale staten zich op het internationale forum profileren. Politieke instituties zijn derhalve vaak een cruciale onafhankelijke variabele in het onderzoek. Vele classificatieschema’s die daarbij gebruikt worden voldoen niet aan de strenge methdologische criteria die nodig zijn voor correct vergelijkend onderzoek (bijvoorbeeld democratische en autoritaire staten / unitaire en federale staten / parlementaire en presidentiële regimes / consensusdemocratie en meerderheidsdemocratie) In dit seminarie wordt samen met de studenten – en in functie van hun eigen onderzoeksprojecten – gezocht naar de beste manier om politieke instellingen te definiëren, te meten en te klasseren. Daarbij wordt aandacht besteed aan de klassieke ‘fouten’ die kunnen gemaakt worden: conceptual stretching, parochialism, degreeism, misclassification.
4. Werkvormen Contactmomenten: Oefeningensessies Eigen werk: OefeningenOpdrachten:Individueel
5. Evaluatievormen Permanente evaluatie: Oefeningen Schriftelijk werkstuk: zonder mondelinge toelichting Presentatie
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Een reader met een bundel teksten, door de docent ter beschikking gesteld. Als onderdeel van het seminarie verzamelen studenten op zelfstandige basis bijkomend noodzakelijk studiemateriaal voor hun eigen onderzoeksproject.
7. Facultatief studiemateriaal Nihil.
8. Studiebegeleiding Na college en op afspraak.
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 18/11/2009 10:41 sonja.vos
|
|
|