Geschiedenis van het economisch denken
|
|
|
| Academiejaar: | 2010-2011 | | Code opleidingsonderdeel: | FTEBAK3030 | | Semester: | 2e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | 45,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | | | Titularis(sen) | Guido Erreygers
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | examen in het 2de semester | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
- basiscursus micro-economie
- basiscursus macro-economie
*Volgtijdelijkheid Macro-economie (FTEBAAE210) EN Micro-economie (FTEBAAE220)
2. Eindcompetenties (eindtermen)
- kennismaken met de grote stromingen uit de geschiedenis van het economisch denken
- inzicht verwerven in het werk van de belangrijkste economisten
- verbanden kunnen leggen tussen de ontwikkeling van het economisch denken en de bredere maatschappelijke en wetenschappelijke context
3. Inhoud De cursus biedt een breed overzicht van de evolutie van het economisch denken en gaat ten gronde in op de door de verschillende economen geleverde bijdrage, de gehanteerde concepten en de coherentie van hun denksysteem. In de inleiding wordt aangegeven wat de belangrijkste bronnen zijn voor de geschiedenis van het economisch denken. Deel I behandelt de ‘pre-klassieke’ periode, met vooral aandacht voor auteurs als Petty, Mandeville en Cantillon, en de fysiocraten. Deel II gaat over de periode van de ‘klassieke politieke economie’. Het werk van Adam Smith, Thomas Robert Malthus, David Ricardo, John Stuart Mill en Karl Marx wordt beproken. Er wordt eveneens aandacht besteed aan de inzichten van Jeremy Bentham en de vroege socialisten (Saint-Simon, Fourier, Owen, …). In Deel III komt de ‘neo-klassieke’ periode aan bod. Hier gaat het over de neo-klassieke voorlopers (Cournot, Dupuit, Gossen), de neo-klassieke revolutie (Jevons, Menger, Walras), de Historische School, het ontstaan van de welvaartseconomie, de theorie van het algemeen economisch evenwicht, enzovoort. Ook het werk van John Maynard Keynes in het interbellum komt aan bod. In de mate van het mogelijke wordt ook verwezen naar de meer recente geschiedenis van het economisch denken.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges Eigen werk: Oefeningen
5. Evaluatievormen Examen: Schriftelijk zonder mondelinge toelichtingGesloten boekOpen vragen
6. Noodzakelijk studiemateriaal Guido ERREYGERS, Ontwikkeling van het Economisch Denken [Cursustekst], Leuven, Acco, 2006.
Guido ERREYGERS (Ed.), Ontwikkeling van het Economisch Denken. Tekstenbundel, Leuven, Acco, 2006.
7. Facultatief studiemateriaal nihil
8. Studiebegeleiding Studenten met vragen over oefeningen en/of theorie kunnen na afspraak steeds terecht bij een medewerker van het opleidingsonderdeel.
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 06/01/2010 13:13 liesbeth.opdenacker
|
|
|