Start | Personen | Google | Route | Contact | AfdrukkenLogin 
Opleidingsonderdelen 2010-2011  
    
Doelstellingen - eindtermen
a. Wetenschappelijke competenties 
 
1. De bachelor krijgt een wetenschappelijk gefundeerde opleiding in het domein van de toegepaste economische wetenschappen. Dit domein omvat voornamelijk algemeen economische thema's maar ook bedrijfseconomische thema 's. De opleiding is er op gericht om inzicht te verschaffen in de huidige wetenschappelijke kennis ('state of the art') en is daarom duidelijk en zichtbaar ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. 
 
De beoogde wetenschappelijke kennis in de bachelor TEW-economisch beleid omvat:
  • Grondige vorming in micro-economie en macro-economie (theorievorming en toepassingen).
  • Basiskennis van de juridische context van het (bedrijfs)economisch gebeuren
  • Basiskennis van de financiële rapportering en het management van ondernemingen en organisaties.
  • Basisinzichten en vaardigheden m.b.t. de relevante wetenschappelijke methoden en technieken. Daarbij komen zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden aan bod.
  • Grondige kennis van de theorievorming en beleidsrelevantie in een aantal specifieke toepassingsdomeinen van de algemene economie zoals bijvoorbeeld publieke economie, internationale economie en industriële economie. 
2. Het universitair niveau vereist ook een sterke algemene vorming. Dit impliceert de studie van een aantal nevendisciplines uit de humane wetenschappen, de studie van het institutionele kader waarbinnen gewerkt wordt. Het universitair niveau vereist ook een bevraging van de eigen wetenschap. 
 
Het resultaat hiervan is dat de bachelor in staat is de verschillende benaderingen van economische en bedrijfseconomische problemen te integreren en te synthetiseren, zowel binnen de eigen discipline, als interdisciplinair tussen diverse disciplines. 
 
3. De bachelor TEW- economisch beleid heeft een voldoende brede wetenschappelijke basis verworven om een master TEW- economisch beleid succesvol te starten en te beëindigen. 
 
b. Beroepsgerichte competenties 
 
1. De bachelor TEW-economisch beleid moet in staat zijn om professioneel en zelfstandig zijn wetenschappelijke kennis aan te wenden bij het voorbereiden, het nemen en het opvolgen van economische en bedrijfseconomische beleidsbeslissingen. 
 
Belangrijk is dat dit moet kunnen gebeuren in een grote diversiteit van beroepssituaties (in de private en in de publieke sector, in profit en non-profit organisaties, in een micro-economisch perspectief en in een macro-economisch perspectief), en in een grote diversiteit van functies (beleidsondersteunende staffunctie, assistent-onderzoeker, ...).  
 
2. Hierbij is het niet de bedoeling om de student voor te bereiden op een zeer specifieke functie. De ontwikkeling van academische kernvaardigheden - zelfstandig redeneren, oordelen en communiceren - is van groter belang dan de directe beroepsvoorbereidende waarde van de opleiding. 
 
Aldus heeft de bachelor een probleemgerichte attitude (de professionele habitus) die nodig is voor het onderkennen en aanpakken van problemen, voor het verkennen van oplossingsrichtingen, en voor het kiezen, ontwerpen, implementeren en evalueren van een beargumenteerde oplossing.
Hij is in staat om de wetenschappelijke inzichten en methoden kritisch toe te passen bij het beoordelen en ontwikkelen van bedrijfskundige en economische kennis, en bij het interveniëren (diagnosticeren, ontwerpen, veranderen en evalueren) in het maatschappelijk economisch leven, en in organisaties. 
 
3. De bachelor bezit de vaardigheid om in minstens drie (economisch belangrijke) vreemde talen volgens de C1-norm van het Europese portfolio voor talen te communiceren. 
 
Dat houdt in dat tegelijk andere vaardigheden worden ontwikkeld zoals interpersoonlijke vaardigheden (presenteren, interviewen, vergaderen) en uitdrukkings- en formuleervaardigheid. 
 
4. De bachelor bezit een internationale (multiculturele) attitude. 
 
5. De bachelor heeft de nodige voorkennis om deze kennis over te dragen op volgende generaties of binnen een vormingsomgeving. 
 
c. Maatschappelijke competenties 
 
De bachelor wil inzichten verwerven op het vlak van algemeen maatschappelijke ontwikkelingen (mondialisering, duurzame ontwikkeling...). Hij wil ook nieuwe inzichten verwerven die resulteren uit bedrijfswetenschappelijk en economisch onderzoek, en op de relevantie ervan voor het dagelijkse werk. De bachelor is zich bovendien bewust van de wisselwerking die bestaat tussen maatschappelijke veranderingen en het functioneren van organisaties. 
 
d. Beschouwelijke competenties
 
1. De bachelor heeft een onafhankelijke en kritische attitude waarbij de afgestudeerde onderkent in welke omstandigheden het belangrijk is onafhankelijk, rationeel en gedisciplineerd te denken en hij heeft de durf en de kracht om zijn/haar vermogens dan in te zetten. 
 
2. Vanuit een historisch-wetenschappelijk perspectief reflecteert de bachelor op zijn positie in de samenleving.
  • Vanuit een kritisch-wijsgerige reflectie bevraagt de bachelor zowel zichzelf als het politiek, sociaal en economisch systeem.
  • Vanuit een ethisch-humane bekommernis komt hij op voor de minder bedeelden in de maatschappij. Vanuit een mondiaal-multicultureel gezichtspunt positioneert hij zichzelf in zijn leefwereld.

 
Inhoudsverantwoordelijke(n) : Facultaire administratie