Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2010-2011  
    

Literatuursociologie: literaire instituties
 
Academiejaar:2010-2011
Code opleidingsonderdeel:FLWTLT0260
Semester:2e semester
Studiepunten:4
Uren Studietijd:112
Uren theorie:30,00
Uren praktijk:
Uren andere:
Deeltijds programma:
Titularis(sen)Sabine Hillen
Kevin Absillis
Taal waarin de cursus wordt gedoceerd:Nederlands
Info semesterexamen:examen in het 1ste semester
Info contractrestrictie:geen inschrijving onder examencontract



1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
Over een goede schriftelijke en mondelinge kennis van het Nederlands beschikken, Engelse en Franse teksten begrijpend kunnen lezen. Voorkennis van de literatuur- en kunstsociologie is niet noodzakelijk: inzicht over de verschillende sleutelbegrippen wordt stap voor stap aangereikt.

*Volgtijdelijkheid
Niet gedefinieerd




2. Eindcompetenties (eindtermen)

Inzicht verschaffen in de wijze waarop literatuur en kunst gemaakt worden en werkzaam zijn binnen de massacultuur en het maatschappelijk veld. Voorbereiding op professionalisering binnen de cultuursector.




3. Inhoud

Hoe komt het dat sommige romans invloed blijven uitoefenen, waar anderen na enkele weken naar de ramsj of stapelplaats verhuizen? Behoort literatuur vandaag nog tot de legitieme cultuur? Is de band tussen boeken en gezag voorgoed doorbroken of is de literaire tekst de inzet geworden van media die anders inspelen op de behoefte van de massa? Kort en lang boekenplankleven biedt een antwoord op deze vragen en toont, aan de hand van denkers zoals William Marx, Bruno Latour en Bernard Lahire, dat print niet langer tot de algemeen gedeelde cultuur behoort. De esthetische, de ideologische en politieke functie van literatuur heeft, na de opkomst van de populaire cultuur, een groot deel van haar impact verloren.
Volgens kunstsocioloog Bernard Lahire kan er slechts sprake zijn van legitimiteit als het verlangen van cultuurconsumenten massaal gemobiliseerd wordt, als er een verschil tussen waardevolle en minder waardevolle handelingen bestaat en als instituties zoals onderwijs en politiek erin slagen een literair of artistiek canon op te leggen. Ook aan hen die er spontaan niet toe geneigd zijn. In antwoord op zijn visie geeft dit essay aan dat film en nieuwe media het verlangen van een breed publiek in even sterke, zoniet sterkere mate inlossen, dat literatuur moeilijk een plaats verovert binnen de populaire cultuur en dat ze telkens een buitenstaander blijft in het kader van de opkomende cultuurindustrieën. Bovendien lijken verschillen in culturele of literaire beleving zoveel mogelijk gemeden te worden in het licht van toenemende migratiestromen en globalisering. Ook politieke en educatieve instellingen verliezen hun greep op de distributie van literatuur ten opzichte van één speler die zijn wetten oplegt aan al de anderen: de economie. Om die reden is het enige antagonisme dat nog toelaat de nieuwe machtsverschuivingen te begrijpen binnen de culturele wereld dat van de consument, die alles koopt, en de netocraat, die informatie en taal tot een kunst maakt. Het is enkel door die nieuwe artistieke inzet dat kunst zich nog een weg kunnen banen door de filter van de populaire media.
Indien literatuur minder dan voordien het verlangen van de massa aanwakkert, indien ze minder dan Bourdieu het dacht cultureel kapitaal vertegenwoordigt en indien ze een tijdverdrijf tussen andere dreigt te worden, dan en alleen dan zijn we op weg naar een samenleving die haar leden “middelmatig” maakt. Wat deze middelmaat maakt, heet dan ook steeds minder kunst of literatuur maar kortweg: cultuur.


4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


    5. Evaluatievormen
    Examen:
  • Schriftelijk met mondelinge toelichting
  • Gesloten boek

  • Permanente evaluatie:
  • (tussentijdse) testen



  • 6. Noodzakelijk studiemateriaal
    Een syllabus met het leermateriaal wordt ter beschikking gesteld van de studenten bij acco.


    7. Facultatief studiemateriaal

    Bernard LAHIRE, La Culture des individus, Parijs, la découverte, 2004.
    Gillis J. DORLEIJN en Kees VAN REES (redactie), De Productie van literatuur, Nijmegen, Vantilt, 2005.
    Bruno LATOUR, Reassembling the social, Oxford, Oxford University Press, 2005.


    8. Studiebegeleiding

    Indien nodig wordt met de student die moeilijkheden ervaart, een afspraak gemaakt om theoretisch inzicht te verhelderen.


    laatste aanpassing: laatste aanpassing: 07/01/2009 14:59 sabine.hillen