Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2010-2011  
    

Nederlandse taalbeheersing 3
 
Academiejaar:2010-2011
Code opleidingsonderdeel:FLWTLN0410
Semester:2e semester
Studiepunten:4
Uren Studietijd:112
Uren theorie:30,00
Uren praktijk:
Uren andere:
Deeltijds programma:1/2
Titularis(sen)Pol Cuvelier
Taal waarin de cursus wordt gedoceerd:Nederlands
Info semesterexamen:examen in het 2de semester
Info contractrestrictie:



1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties

Algemene competenties

Studenten hebben een achtergrondskennis over het bestaan en functioneren van tekstgenres (ook en vooral in gesproken taalgebruik). Ze hebben een zeker inzicht verworven in de typische eigenschappen van een aantal specifieke taal- en tekstgenres in het Nederlands.

Ze hebben - bij aanvang - de persoonlijke vaardigheid om adequaatheid van formuleringen in een aantal genres te beoordelen.

Deelname aan dit opleidingsonderdeel vereist sterke gerichtheid op analyse en op het verwerven van de analysevaardigheden die daartoe vereist zijn. Ook aanscherpen van het opmerkingsvermogen voor taal- en tekstvariaties is zeer gewenst.

 



*Volgtijdelijkheid
Niet gedefinieerd




2. Eindcompetenties (eindtermen)

- vertrouwdheid met kwalitatieve analyse

- beperkte vertrouwdheid met kwantitatieve testtechnieken (met oog op begrip, in zeer beperkte mate voor eigen toepassing)

- inzicht in discoursaspecten en interactionele eigenschappen van de bestudeerde genres




3. Inhoud

In dit opleidingsonderdeel worden in de eerste plaats een aantal aspecten uitgediept van genres die in Taalbeheersing 2 zijn  behandeld. Concreet gaat het hier om de genres interview, vergaderen, en presenteren.

De uitdieping bestaat erin om een aantal discourseigenschappen van deze genres te leren identificeren en inzichtelijk te leren beschrijven. Er wordt vertrokken uit voorbeelden, waarbij de toelichting telkens gebaseerd is op de vakliteratuur terzake. Uiteindelijk wordt, waar dat relevant is,  een band gelegd met de bestaande adviesliteratuur.




4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries
  • Werkcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep



  • 5. Evaluatievormen
    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting



  • 6. Noodzakelijk studiemateriaal

     

    Geselecteerde artikelen uit de literatuur worden door de docent ter beschikking gesteld via Universitas.


    7. Facultatief studiemateriaal
    Diverse artikelen uit de vakliteratuur worden beschikbaar gesteld, c.q. via referenties of ELO.


    8. Studiebegeleiding

    De colleges zijn de plaats waar studenten hun problemen met analyse, interpretatie en inzicht aan de orde kunnen stellen. Op dat moment wordt een probleem, met input van de rest van de groep, aangepakt en doorgelicht.

    Individuele toelichting is mogelijk, maar is als veel minder zinvol te beschouwen. Tekstanalyse en het bestuderen van genres gebeurt immers - ook in het geassocieerde wetenschapsgebied - heel vaak door middel van datasessies waarbij de analisten zich samen over de fenomenen buigen.




    laatste aanpassing: laatste aanpassing: 08/01/2010 14:59 pol.cuvelier