Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2010-2011  
    

Literatuur, film en techniek: transport en (tele)communicatie
 
Academiejaar:2010-2011
Code opleidingsonderdeel:FLWTLT0310
Semester:2e semester
Studiepunten:4
Uren Studietijd:112
Uren theorie:30,00
Uren praktijk:
Uren andere:
Deeltijds programma:
Titularis(sen)Kristiaan Humbeeck
Taal waarin de cursus wordt gedoceerd:Nederlands
Info semesterexamen:examen in het 2de semester
Info contractrestrictie:



1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties

__

*Volgtijdelijkheid
Niet gedefinieerd




2. Eindcompetenties (eindtermen)

Inzicht verwerven in de complexe manier waarop artistieke teksten verweven zijn met het alledaagse leven.
Inzicht verwerven in de specificiteit van literatuur en film als tekensystemen. Culturele competentie verhogen.


3. Inhoud
Dit vak beoogt de systematische exploratie van mogelijke verbanden oftewel correspondenties tussen, enerzijds, technische innovaties en, anderzijds, de literaire en filmische ervaring van de alledaagse werkelijkheid. In deze cursus eisen stoomtreinen en -schepen, auto’s, vliegtuigen, de telegraaf, de telefoon en het wereld-omspannende WEB de hoofdrol op. Leidmotief is de vraag hoe het gebruik van deze technische objecten in het dagelijkse leven doorwerkt op de literaire en filmische representatie van de realiteit. Daarbij worden vooraf enkele inzichten ontleend aan Jean-Jacques Rousseau, Jacques Derrida en Gilles Deleuze. Onze verkenning van dit nog nauwelijks ontgonnen gebied verloopt via een reeks concrete gevallen, van Dickens en Zola over Platonov en Bontempelli tot Cortàzar, DeLillo en J.G. Ballard. Centraal staat de film Crash (David Cronenberg, 1996). In een soort cursus-in-de-cursus wordt dieper ingegaan op de spanning tussen een romantisch-expressieve esthetica en het montageprincipe in Duitse expressionistische films alsook in de experimentele Sovjet-film. 


4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:In groep
  • Casussen: In groep



  • 5. Evaluatievormen
    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting

  • Presentatie


    6. Noodzakelijk studiemateriaal
    Wordt de student tijdig ter beschikking gesteld.


    7. Facultatief studiemateriaal

    T. Armstrong, Modernism, Technology, and the Body: a Cultural Study, Cambridge University Press, Cambridge, 1998.

    S. Briens, Technique et littérature: train, téléphone et génie littéraire suédois, L'Harmattan, Paris, 2003.

    R.A. Buchanan, The Power of the Machine. The Impact of Technology from 1700 to the Present, Penguin, London, 1994. 

    L. Charney, , Duke University Press, Durham-London, 1998. Empty Moments. Cinema, Modernity, and Drift
    G. Deleuze, ‘Zola et la fêlure.’ In: G. Deleuze, Logique du sens, Minuit, Paris, 1969, p.373-386.

    G. Deleuze & F. Guattari, Capitalisme et schizophrénie: ii.  Mille plateaux, Minuit, Paris, 1980
    J. Derrida, ‘Ecriture et télécommunication.’ In: J. Derrida, Marges de la philosophie, Minuit, Paris, 1972, p.369-381.
    J. Derrida, La carte postale: de Socrate à Freud et au-delà, Flammarion, Paris, 1980.

    M.A. Doane, The Emergence of Cinematic Time: Modernity, Contingency, the Archive, Harvard University Press, Cambridge, 2002.

    K. Elliott, Rethinking the Novel/Film Debate, Cambridge University Press, Cambridge, 2003.

    J.J. Flink, The Automobile Age, MIT Press, Cambridge (Mass) - London, 1990.

    P. Francastel, Art et technique aux XIXe et XXe siècles, Gallimard, Paris, 2003 [1956].

    F.P. Ingold, Literatur und Aviatik. Europäische Flugdichtung 1909-1927, Birkhäuser Verlag, Basel-Stuttgart, 1978.
    M. McLuhan, Understanding Media: the Extensions of Man, Signet, New York, 1964.

    K.Mikkonen, The Plot Machine. The French Novel and the Bachelor Machines in the Electric Years (1880-1914), Rodopi, Amsterdam-New York, 2001.

    W. Minaty [ed.], Die Eisenbahn: Gedichte, Prosa, Bilder, Insel, Frankfurt am Main, 1984.

    F. Monneyron & J. Thomas [eds.], Automobile et littérature, Presses Universitaires de Perpignan, [s.l.], 2005.
    L. Mumford,Technics and Civilization, Routledge & Kegan Paul, London, 1934.

    L. Mumford, Art and Technics, Columbia University Press, New York, 1952.

    L. Mumford,The Myth of the Machine: i. Technics and Human Development, Harcourt, Brace and World, New York, 1967.

    L. Mumford,The Myth of the Machine: ii. The Pentagon of Power, Harcourt, Brace Jovanovich, New York, 1970.

    J. Noiray, Le romancier et la machine. L'image de la machine dans le roman français (1850-1900), José Corti, Paris, 1982 [2 vol.].

    J. Rancière, La fable cinématographique, Seuil, Paris, 2001.

    H. Righart [ed.], De trage revolutie: over de wording van industriële samenlevingen, Boon/Open Universiteit, Meppel-Amsterdam/Heerlen, 1991.

    A. Ronell, The Telephone Book: Technology, Schizophrenia, Electri c Speech , University of Nebraska Press, Lincoln-London, 1989.
    W. Schivelbusch, Geschichte der Eisenbahnreise. Zur industrialisierung von Raum und Zeit im 19. Jahrhundert , Fischer, Frankfurt am Main, 1989.

    K.R. Scherpe, Stadt, Krieg, Fremde: Literatur und Kultur nach den Katastrophen, Francke, Tübingen-Basel, 2002.

    H. Segeberg, Literarische Technik-Bilder. Studien zum Verhältnis von Technik- und Literaturgeschichte im 19. und frühen 20. Jahrhundert, Tübingen, 1987.

    H. Segeberg [ed.], Technik in der Literatur, Suhrkamp, Frankfurt am Main, 1987.

    H. Segeberg, Literatur im Medienzeitalter: Literatur, Technik und Medien seit 1914, Wissenschaftliche Buchgesellschaft, Darmstadt, 2003.

    G. Silk e.a., Automobile and Culture, Harry N. Abrams, New York, 1984.

    J. Siukonen, Uplifted Spirits, Earthbound Machines: Studies on Artists and the Dream of Flight, 1900-1935, Suomalaisen Kirjallisuuden Seura, Helsinki, 2001.
    P. Wollen & J. Kerr, Autopia: Cars and Culture, Reaktion Books, London, 2002.
     




    8. Studiebegeleiding
    De docent staat na het college ter beschikking van de studenten, tijdens zijn spreekuur en vanzelfsprekend via e-mail. Voor het onderdeel 'expressionisme' kan men zich ook wenden tot Dennis van Mol (onderzoeker L.P. Boon-documentatiecentrum), die desbetreffend over de nodige extra kennis en informatie beschikt.


    laatste aanpassing: laatste aanpassing: 07/11/2009 16:59 kris.humbeeck