Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2010-2011  
    

Theatergeschiedenis 2: van de 18de eeuw naar de moderniteit
 
Academiejaar:2010-2011
Code opleidingsonderdeel:FLWTLT0040
Semester:2e semester
Studiepunten:4
Uren Studietijd:112
Uren theorie:30,00
Uren praktijk:
Uren andere:
Deeltijds programma:
Titularis(sen)Frank Peeters
Taal waarin de cursus wordt gedoceerd:Nederlands
Info semesterexamen:examen in het 2de semester
Info contractrestrictie:



1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
De student is in staat om algemene teksten en theaterteksten in het Frans, Engels en Duits te lezen.

*Volgtijdelijkheid
Niet gedefinieerd




2. Eindcompetenties (eindtermen)
Aan het einde van de cursus kennen de studenten de sleutelbegrippen van de ontwikkelingsfasen van het westerse theater van de 18de tot en met de 20ste eeuw. Ze hebben een basiskennis van de evolutie die het acteren en de opvoeringspraktijk heeft ondergaan. Ze kennen het kernrepertoire en hebben een beperkt aantal teksten uit de canon zelfstandig gelezen. Ze hebben een historisch referentiekader verworven.


3. Inhoud

 De cursus bestrijkt drie eeuwen Europees theater (opvoeringspraktijk) en drama (tekstproduktie). Voor de achttiende eeuw wordt er een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de theaterpraktijk (acteren, beroemde acteurs, de praktische organisatie van het theater) in de Nederlanden, Frankrijk, Engeland en Duitsland en anderzijds de drama- en theatertheorieën in de theoretische geschriften die de theaterpraktijk begeleidden. Tenslotte wordt er dieper ingegaan op typische 18de-eeuwse genres als  het burgerlijk blijspel (Marivaux, Goldoni, Sheridan), het burgerlijk drama en het vroegromantische theater (Lessing, Goethe, Schiller). In de 19de eeuw wordt veel aandacht besteed aan het melodrama dat gedurende een eeuw de Europese podia heeft gedomineerd. Daarnaast wordt ook het literaire drama in Duitsland (Grillparzer, Nestroy, Hebbel) en Frankrijk (Hugo, Dumas, De Musset) beknopt voorgesteld. In het derde en laatste deel van de cursus worden enkele sleutelfiguren en belangrijke bewegingen van het moderne theater en drama gecontextualiseerd : Ibsen, Stanislavski, Tsjechov, het Russische formalisme, Brecht, Artaud en Grotowski.

De hoorcolleges worden geïllustreerd met talrijk beeldmateriaal, film- en videofragmenten waarin speelstijlen, scenografie en theaterdidactiek aan bod komen.




4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen
    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding



  • 6. Noodzakelijk studiemateriaal

    F. Peeters, Theatergeschiedenis deel 2. Van de 18e eeuw naar de moderniteit, Universitas, Antwerpen, 2008.

    In de loop van de maand december 2009 wordt een lijst met verplichte lectuur op het elektronisch leerplatform BlackBoard geplaatst.




    7. Facultatief studiemateriaal

    O. Brockett, History of the Theatre, Boston etc., 2008.

    E. Fischer-Lichte, Geschichte des Dramas, 2 vol., Tübingen, 1990.

    B. Hunningher, De opkomst van modern theater, Amsterdam, 1983.

    C. Innes, Avant Garde Theatre 1892-1992, New York-London, 1993.

    H. Kindermann, Theatergeschichte Europas, 10 delen, Salzburg, 1957-1974.

    F. Van Thienen, Het doek gaat op. Vijfentwintig eeuwen in en om het Europese theater, 2 delen, Bussum, 1969.

    Ph. B. Zarrilli e.a., Theatre Histories. An Introduction, New York-London, 2006.

     




    8. Studiebegeleiding
    De studenten kunnen aansluitend op de colleges of na afspraak terecht bij de docent (D209).


    laatste aanpassing: laatste aanpassing: 30/04/2009 13:43 frank.peeters