Start | Personen | Google | Route | Contact | AfdrukkenLogin 
Opleidingsonderdelen 2010-2011  
    

De Nederlandstalige literatuur van het interbellum
 
Academiejaar:2010-2011
Code opleidingsonderdeel:FLWTLNM080
Semester:2e semester
Studiepunten:6
Uren Studietijd:168
Uren theorie:30,00
Uren praktijk:15,00
Uren andere:
Deeltijds programma:1/2
Titularis(sen)Kristiaan Humbeeck
Taal waarin de cursus wordt gedoceerd:Nederlands
Info semesterexamen:examen in het 2de semester
Info contractrestrictie:



1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
Een basiskennis van de Vlaamse en Nederlandse literatuurgeschiedenis is vereist; enige belezenheid in  de (internationale) literatuur van het interbellum strekt tot aanbeveling.

*Volgtijdelijkheid





2. Eindcompetenties (eindtermen)
De cursisten dienen kritisch inzicht te verwerven i./ in de specifieke literatuuropvattingen die in de periode tussen de twee wereldoorlogen het literaire veld in Vlaanderen en Nederland hebben gedomineerd, ii./ in de institutionele verschillen tussen de Vlaamse en de Nederlandse literatuur van het interbellum en iii./ in de spanning tussen radicale esthetische, c.q. literaire vernieuwing en de zogenaamde 'traditie'.


3. Inhoud
Dit vak is opgezet als een contrastieve studie van de Vlaamse en de Nederlandse literatuur tijdens het interbellum, waarbij de representatie van de moderne wereld (doorgedreven mechanisering en automatisering; de almaar massalere productie van goederen en kennis; economische conjunctuurwisselingen, les années folles en de grote crisis; het leven in de grote stad; nieuwe mogelijkheden inzake telecommunicatie en transport; de bioscoop als theater van de kleine man, sportwedstrijden en andere aspecten van de populaire massacultuur; moderne oorlogvoering) centraal komt te staan. In een viertal introductiecolleges worden de studenten ingevoerd in het literaire/artistieke veld zoals het er in Vlaanderen en in Nederland kwam uit te zien na de Grote Oorlog. Uitgangspunt van de uiteenzetting is het manifest van het Antwerpse tijdschrift Staatsgevaarlik, aan de hand waarvan het concept 'historische avant-garde' én de impact van de met die term aangeduide radicale culturele vernieuwingsbewegingen (met name het futurisme, het expressionisme, het dadaïsme en het constructivisme) op de Vlaamse en de Nederlandse literaire en artistieke ruimten worden toegelicht. In wat dan volgt, zal systematisch aandacht worden besteed aan het spanningsveld tussen het politieke en het literaire in de besproken literaturen. Zowel de vermenging van deze beide vormen van discours als het streven naar een herstel van literaire autonomie zal in kaart worden gebracht, en ook hier weer zullen de structurele overeenkomsten en de verschillen tussen Vlaanderen en Nederland worden belicht. Daarbij treden zeven schrijvers op de voorgrond, in alfabetische volgorde: F. Bordewijk, Menno ter Braak, Willem Elsschot, Kurt Köhler, Jef Last, Filip De Pillecyn en Gerard Walschap.
  
 


4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries
  • Werkcolleges



  • 5. Evaluatievormen
    Permanente evaluatie:
  • Opdrachten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting



  • 6. Noodzakelijk studiemateriaal
    Een uitvoerige bloemlezing wordt de studenten (op papier) ter beschikking gesteld.


    7. Facultatief studiemateriaal
     

    T. Anbeek, Geschiedenis van de Nederlandse literatuur tussen 1885 en 1985 [§6, §7 en §8], De Arbeiderspers, Amsterdam, 1990.

    T. Anbeek, ‘Doemdenken in de jaren dertig. De Crisis in de Nederlandse literatuur’. In: Spektator, XXII (1993), 4, p.249-259. 

    H. Anten, Van realisme naar zakelijkheid. Proza-opvattingen tussen 1916-1932, Reflex, Utrecht, 1982.

    J. Bel, ‘De grote oorlog in proza en poëzie. Een inleiding.’ In: Armada, XIV (2008), 52 [speciaalnummer Bloed en rozen: de verbeelding van de Groote Oorlog], p.4-11.

    J. Bel, ‘Modernisme in de Nederlandse literatuur.’  In: J. Baetens, S. Houppermans, A. Langeveld & P. Liebregts [eds.], Modernisme(n) in de Europese letterkunde: 1910-1940, Peeters, Leuven, 2003, p.45-66.

    G. Buelens, Van Ostaijen tot heden. Zijn invloed op de Vlaamse poëzie, Vantilt, Nijmegen, 2001.

    G. Buelens, M. de Ridder & J. Stuyck [eds.], De trust der Vaderlandsliefde: Over literatuur en Vlaamse Beweging 1890-1940, AMVC-Letterenhuis, Antwerpen, 2005.

    G.J. Dorleijn, D. de Geest, K. Rymenants & P. Verstraeten, Kritiek in crisistijd.Literaire kritiek in Nederland en Vlaanderen tijdens de jaren dertig, Vantilt, Nijmegen, 2009.

    J. Goedegebuure, Nieuwe zakelijkheid, HES Uitgevers, Utrecht, 1992.

    R. Grüttemeier, Hybride Welten. Aspekte der ‘Nieuwe Zakelijkheid’ in der niederländischen Literatur, M & P, Stuttgart, 1995.

    K. Humbeeck, ‘Manhaftigheid, arbeid en gemeenschap in de romans Houtekiet en De soldaat Johan’. In: Filip De Pillecyn-studies 5, FDP-comité, Hamme, 2009, p.27-47.

    K. Humbeeck, J. Robert & K. Rymenants, Literatuur en crisis. De Vlaamse en de Nederlandse letteren in de jaren dertig, AMVC-Letterenhuis, Antwerpen, 2009 [in druk].
    L. Missinne, Kunst en leven, een wankel evenwicht. Ethiek en esthetiek: prozaopvattingen en Vlaamse tijdschriften en weekbladen tijdens het interbellum (1927-1940) , Acco, Leuven-Amersfoort, 1994.

    J.J. Oversteegen, Vorm of vent. Opvattingen over de aard van het literiare werk in de nederlandse kritiek tussen de twee wereldoorlogen, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 1969.

    M. de Ridder, M., Staatsgevaarlik! De activistische tegentraditie in de Vlaamse letteren 1912-1933, Universiteit Antwerpen [proefschrift], Antwerpen, 2009.

    F. Ruiter & W. Smulders, Literatuur en moderniteit in Nederland 1840-1990 [§9 en §10], De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen, 1990.
    H. Scholten, ‘Crisis en fascisme in Nederlands verhalend proza 1930-1940’. In: Bzzlletin, VIII (1980), [speciaalnummer interbellum] 72, p.7-11.

    P. Verstraeten, In alle gestalten van leven begrepen. Literaire kritiek in Vlaanderen tijdens het interbellum: Joris Eeckhout, Urbain van de Voorde, Paul de Vree, Katholieke Universiteit Leuven [proefschrift], Leuven, 2008.

    J. Weisgerber, Aspecten van de Vlaamse roman, 1927-1960, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam, 19764.


    8. Studiebegeleiding
    Tijdens de colleges wordt de nodige tijd voor discussie en vragen gereserveerd, maar ook onmiddellijk na een college of na afspraak blijven de docenten beschikbaar.


    laatste aanpassing: laatste aanpassing: 17/05/2011 11:40 kris.humbeeck 



     
    Inhoudsverantwoordelijke(n) : Facultaire administratie