|
|
Om het diploma van bachelor in de toegepaste economische wetenschappen: handelsingenieur in de beleidsinformatica te behalen moet de student
- ingeschreven zijn voor deze opleiding onder een diplomacontract of examencontract met het oog op het behalen van een diploma
- alle examens hebben afgelegd die horen bij zijn/haar opleidingsprogramma
- zich voor dat opleidingsprogramma geregistreerd hebben bij de examencommissie
- tenminste 180 studiepunten hebben verworven.
De opleiding heeft een studieomvang 180 studiepunten. Per academiejaar worden in een modeltraject tussen 54 en 66 studiepunten opgenomen.
|
|
|
|
|
een diploma van het secundair onderwijs, van het hoger onderwijs, van het hoger onderwijs voor sociale promotie, met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid, of van een diploma of getuigschrift dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met één van de voorgaande diploma’s wordt erkend.
|
|
|
|
|
a. Wetenschappelijke competenties 1. De bachelor krijgt een wetenschappelijk gefundeerde opleiding in het domein van de toegepaste economische wetenschappen met klemtoon op de Beleidsinformatica en ICT. Deze opleiding is er op gericht om inzicht te verschaffen in de huidige wetenschappelijke kennis ('state of the art') in dit domein. De opleiding is duidelijk en zichtbaar ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. De beoogde wetenschappelijk onderbouwde kennis in het strikte vakgebied TEW omvat:
- Basisinzichten in de bedrijfseconomie, de economische omgeving en de technologie met de klemtoon op ICT.
- Basisinzichten in de relevante wetenschappelijke methoden en technieken. Daarbij komen zowel kwantitatieve als kwalitatieve methoden aan bod.
- Een beperkte aanzet tot specialisatie in de Beleidsinformatica en ICT in een bedrijfsomgeving.
2. Het universitair niveau vereist ook een sterke algemene vorming. Dit impliceert de studie van een aantal nevendisciplines uit de humane wetenschappen, de studie van het institutionele kader waarbinnen gewerkt wordt. Dit vereist ook een bevraging van de eigen wetenschap. Het resultaat hiervan is dat de bachelor in staat is de verschillende benaderingen van economische en bedrijfseconomische problemen te integreren en te synthetiseren, zowel binnen de eigen discipline, als interdisciplinair tussen diverse disciplines, naast de ICT-component. 3. De bachelor heeft een voldoende brede wetenschappelijke basis verworven om een master Handelsingenieur in de Beleidsinformatica succesvol te starten en te beëindigen. b. Beroepsgerichte competenties 1. De bachelor moet in staat zijn om professioneel en zelfstandig zijn wetenschappelijke kennis beargumenteerd aan te wenden / toe te passen bij het voorbereiden, het nemen en het opvolgen van economische, bedrijfseconomische en ICT- beleidsbeslissingen. Belangrijk is dat dit moet kunnen gebeuren in een grote diversiteit van beroepssituaties (in de private en in de publieke sector, in profit en non-profit organisaties, in een micro-economisch perspectief en in een macro-economisch perspectief), en in een grote diversiteit van functies (marketing, economisch beleid, accounting, ... en uiteraard de Beleidsinformatica). 2. Hierbij is het niet de bedoeling om de student voor te bereiden op een zeer specifieke (enge) functie. In het licht van levenslang leren is de ontwikkeling van academische kernvaardigheden - zelfstandig analyseren / synthetiseren (redeneren), oordelen en communiceren - van groter belang dan de directe beroepsvoorbereidende waarde (op korte termijn) van de opleiding. Aldus bezit de bachelor een probleemgerichte attitude (de professionele habitus) die nodig is voor het onderkennen en aanpakken van problemen, voor het verkennen van oplossingsrichtingen en voor het kiezen, ontwerpen, implementeren en evalueren van een beargumenteerde oplossing. De bachelor is in staat om de wetenschappelijke inzichten en methoden kritisch toe te passen bij het beoordelen en ontwikkelen van bedrijfskundige en economische en technologische kennis (inclusief ICT), en bij het interveniëren (diagnosticeren, ontwerpen, veranderen en evalueren) in organisaties. 3. De bachelor bezit de vaardigheid om in minstens drie (economisch belangrijke) vreemde talen volgens de C1-norm van het Europese portfolio voor talen te communiceren, waarnaast evident ook de verwerving van relevante communicatievormen en communicatiestrategieën in het Nederlands centraal staat. Dat houdt in dat tegelijk andere vaardigheden worden ontwikkeld / verworven zoals: interpersoonlijke vaardigheden (presenteren, interviewen, vergaderen) en uitdrukkings- en formuleervaardigheid. 4. De bachelor bezit een internationale (multiculturele) attitude. 5. De bachelor heeft de nodige voorkennis om deze (bedrijfs)economische kennis, vaardigheden en attituden via 'leersituaties' te organiseren voor volgende generaties of binnen een vormingsomgeving. c. Maatschappelijke competenties De bachelor verwerft inzichten op het vlak van algemeen maatschappelijke ontwikkelingen (mondialisering, duurzame ontwikkeling...), en nieuwe inzichten die resulteren uit ICT-, bedrijfswetenschappelijk en economisch onderzoek, en op de relevantie ervan voor het dagelijkse werk. De bachelor is zich bovendien bewust van de wisselwerking die bestaat tussen maatschappelijk veranderingen en het functioneren van organisaties. d. Beschouwelijke competentie 1. De bachelor heeft een onafhankelijke en kritische attitude waarbij de afgestudeerde onderkent in welke omstandigheden het belangrijk is onafhankelijk, rationeel en gedisciplineerd te denken en de durf en de kracht heeft om zijn/haar vermogens dan in te zetten 2. Vanuit een historisch-wetenschappelijk perspectief reflecteert de bachelor op zijn positie in de samenleving.
- Vanuit een kritisch-wijsgerige reflectie bevraagt de bachelor zowel zichzelf als het politiek, sociaal en economisch systeem.
- Vanuit een ethisch-humane bekommernis komt hij op voor de minder bedeelden in de maatschappij. Vanuit een mondiaal-multicultureel gezichtspunt positioneert hij zichzelf in zijn leefwereld.
|
|
|
|
|
Een bachelor diploma geeft rechtstreeks toegang tot ten minste één masteropleiding.
|
|
|
|
|
Het eindtotaal van een student is een gewogen gemiddelde van de examenresultaten die de student behaalde op alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma.
Voor het berekenen van het eindtotaal worden de studiepunten van de corresponderende opleidingsonderdelen gebruikt als gewichten van de examenresultaten. Het eindtotaal wordt uitgedrukt in gehele punten op 100.
Een student die een eindtotaal van minder dan 50 op 100 heeft behaald, kan nooit geslaagd worden verklaard.
Een student is geslaagd voor het geheel van zijn/haar opleiding als hij/zij voor alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma een creditbewijs heeft behaald. De examencommissie kan een student die niet voor alle opleidingsonderdelen een creditbewijs heeft behaald geslaagd verklaren op grond van het feit dat ze gemotiveerd van oordeel is dat de doelstellingen van de opleiding globaal verwezenlijkt zijn.
Voor meer informatie zie het Onderwijs- en Examenreglement.
|
|
|
|