| Academiejaar: | 2010-2011 |
| Code opleidingsonderdeel: | 2MBMW-V-0011 |
| Semester: | 1e semester |
| Studiepunten: | 12 |
| Uren Studietijd: | 336 |
| Uren theorie: | 60,00 |
| Uren praktijk: | 20,00 |
| Uren andere: | 24,00 |
| Deeltijds programma: | 1 |
| Titularis(sen) | Peter De Deyn Christa Van Ginneken Debby Van Dam
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Engels |
| Info semesterexamen: | examen in het 1ste semester |
| Info contractrestrictie: | geen inschrijving onder examencontract |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
Een bachelordiploma in een van de levenswetenschappen is noodzakelijk. Studenten met een ander diploma contacteren best één van de docenten om een alternatief programma te bekomen.
De cursus kan ook gevolgd worden door buitenlandse studenten die dit vak kunnen volgen als een aparte module of als deel van EMMI (European Master in Molecular Imaging). Fondsen (toegekend door de EU) kunnen hiervoor worden toegekend.
*Volgtijdelijkheid
Bachelordiploma is vereist.
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Deze cursus leert de studenten hoe proefdieren op een optimale manier te gebruiken in biomedisch onderzoek en hoe dit onderzoek moet uitgevoerd worden in overeenstemming met de Belgische en Europese wetgeving. Ook de nodige praktische vaardigheden hieromtrent worden aangeleerd. Daarenboven wordt ook een overzicht gegeven van verschillende soorten proefdiermodellen en hun alternatieven. Een aantal hiervan worden uitgebreid besproken.
3. Inhoud
Deze cursus behandelt de verschillende onderwerpen die vermeld worden in het KB 13/09/2004 en die vereist zijn om een certificaat te verkrijgen vergelijkbaar met een attest Felasa C.
Samengevat gaan een aantal lessen over meer algemene onderwerpen zoals de geschiedenis van dierproeven, wetgeving en ethiek, terwijl in andere meer praktische topics zoals voeding, huisvesting en anesthesie besproken worden. In het laatste deel worden de definitie, de validiteit, het gebruik en de beperkingen van verschillende proefdiermodellen behandeld. Relevante modellen voor menselijke aandoeningen (toxicologisch, cardiovasculair, gastrointenstinaal, oncologisch, enz.) worden bediscussieerd. Tijdens de practica leren de studenten hoe verschillende proefdieren te hanteren en leren ze een aantal eenvoudige experimentele vaardigheden. Waar mogelijk worden alternatieve methoden gebruikt.
4. Werkvormen
Contactmomenten: HoorcollegesOefeningensessiesSeminariesWerkcollegesPracticaVaardigheidstrainingen
Eigen werk: Casussen: In groepScriptie: In groep
Excursie
Projectwerk:In groep
5. Evaluatievormen
Examen: Schriftelijk zonder mondelinge toelichtingGesloten boekOpen vragen
Permanente evaluatie: OefeningenCasussen
Presentatie
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Handouts
7. Facultatief studiemateriaal
- P.P. De Deyn et al. eds., 'The ethics of animal and human experimentation', J. Libbey Publishers, London 1994
- L.F.M. van Zutphen, V. Baumans, A.C. Beynen, 'Proefdieren en dierproeven', Elsevier/Bunge, Maarssen, 1998
- J Hau & G.L. Van Hoosier Jr, ‘Handbook of Laboratory Animal Science – volume 1: Essential Principles and Practices’ 2 editie, CRC Press, 2003: 0-8493-
1086-5
- J Hau & G.L. Van Hoosier Jr, ‘Handbook of Laboratory Animal Science – volume 2: Animal models’ 2 editie, CRC Press, 2003: 0-8493-1084-9
- J Hau & G.L. Van Hoosier Jr, ‘Handbook of Laboratory Animal Science – volume 3: Animal models’ 2 editie, CRC Press, 2003: 0-8493-1893-9
- Gispen W.H. ‘Neuroscience Research Communications – special issue: Animal models of Neurologic and Psychiatric Disorders’, volume 26, mei/juni 2000,
nummer 3.
8. Studiebegeleiding
chris.vanginneken@ua.ac.be
peter.dedeyn@ua.ac.be