| Academiejaar: | 2010-2011 |
| Code opleidingsonderdeel: | SLO500 |
| Semester: | 1e en 2e semester |
| Studiepunten: | 3 |
| Uren Studietijd: | 84 |
| Uren theorie: | |
| Uren praktijk: | 30,00 |
| Uren andere: | 45,00 |
| Deeltijds programma: | |
| Titularis(sen) | Elke Struyf Wouter Brandt Ingrid Imbrecht
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | examen in het 2de semester |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
- Eindcompetenties van een academische bacheloropleiding
- Adequate taalvaardigheid
*Volgtijdelijkheid
Niet gedefinieerd
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De eindcompetenties sluiten aan bij de basiscompetenties (kennis,vaardigheden en attitudes) van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering en gegroepeerd volgens 10 functionele gehelen. De basiscompetenties die prioritair aan bod komen tijdens de inleefstage horen bij de volgende functionele gehelen:
- De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
- De leraar als opvoeder
- De leraar als organisator
- De leraar als lid van een schoolteam
De attitudes die prioritair aan bod komen, zijn leergierigheid, organisatievermogen, verantwoordelijkheidszin en flexibiliteit.
3. Inhoud
In deze vakbeschrijving worden alleen de belangrijkste principes beschreven. Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen we naar de Wegwijzer Inleefstage, in het Vademecum Praktijkcomponent.
Tijdens de inleefstage maken de studenten kennis met een breed spectrum van activiteiten, inherent aan het leraarsberoep. Naast observatie van het lesgeven (micro-niveau) gaat aandacht naar activiteiten op het niveau van de school (meso-niveau) en hoe de school als organisatie omgaat met richtlijnen van de overheid (macro-niveau). Wanneer de studenten lessen observeren, is de invalshoek niet zozeer die van de eigen discipline, maar ligt de klemtoon op het opmerken van de interactie tussen leraar en leerlingen, van de leefwereld van de adolescent, van het hanteren van activerende werkvormen, enz. Activiteiten op schoolniveau betreffen onder meer deelname aan vak(overschrijdend) overleg, toezicht op de speelplaats, bijwonen van een klassenraad of oudercontact, enz. De studenten bestuderen ook de schoolcontext via bv. het schoolwerkplan, het beleid dat de school voert inzake leerlingenbegeleiding, het taalbeleid, het participatiebeleid van de school, enz. en dit vanuit de decretale richtlijnen terzake. De wegwijzer beschrijft de concrete opdrachten die je uitvoert tijdens deze stage.
Studenten doorlopen hun inleefstage in een secundaire bso/sto school. De meerwaarde van de inleefstage ligt in de ervaringen die studenten opdoen in voor hen minder bekende onderwijs- en leersettings waardoor ze hun blik verruimen. Studenten lopen daarom geen inleefstage in een school waar ze zelf onderwijs genoten. Je wordt toegewezen aan een stageschool in functie van de beschikbaarheid van stagescholen en rekening houdend met een aantal eigen desiderata.
De evaluatie van de inleefstage gebeurt aan de hand van een stagemap die bestaat uit een logboek, een syntheseverslag en enkele verplichte bijlagen.
4. Werkvormen
Eigen werk: Opdrachten:Individueel
5. Evaluatievormen
Portfolio: zonder mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Wegwijzer Inleefstage (zie ook Vademecum Praktijkcomponent), inclusief overzicht van de opdrachten
Teksten en formulieren op Blackboard
7. Facultatief studiemateriaal
Fontys Lerarenopleiding: Bronnenboek bij Stagehandreiking. Suggesties voor opdrachten. Tilburg, Fontys Hogescholen Nederland, 2005.
8. Studiebegeleiding
Studenten kunnen terecht bij Mevr. Ingrid Imbrecht voor inhoudelijke vragen over dit opleidingsonderdeel. Met organisatorische vragen/problemen kunnen ze terecht bij de stagecoördinator.