| Academiejaar: | 2010-2011 |
| Code opleidingsonderdeel: | SLO300 |
| Semester: | 1e semester |
| Studiepunten: | 3 |
| Uren Studietijd: | 84 |
| Uren theorie: | 18,00 |
| Uren praktijk: | |
| Uren andere: | 21,00 |
| Deeltijds programma: | |
| Titularis(sen) | Rita Rymenans Jan T'Sas
|
| Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands |
| Info semesterexamen: | examen in het 1ste semester |
| Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen)
*Algemene competenties
- eindcompetenties van een academische master;
- uitstekende kennis van het eigen vakgebied;
- adequate taalvaardigheid in het Nederlands, zowel mondeling als schriftelijk.
Er wordt een numerus clausus ingesteld op 30 studenten.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Dit opleidingsonderdeel richt zich zowel tot studenten uit de taaldidactieken als uit de niet-taaldidactieken. Het opleidingsonderdeel sluit aan bij de basiscompetenties van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering (http://www.ond.vlaanderen.be/dvo/lerarenopleiding/Basiscompetenties_2007.pdf),
waarbij vooral gewerkt wordt aan volgende competenties:
Typefunctie 1: de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
1.7
De leerkracht kan een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep.
1.11.
De leerkracht kan het leer- en ontwikkelingsproces adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met het taalbeheersingsniveau van de leerlingen.
1.13 De leerkracht kan leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten, zowel vanuit de inhouden van zijn/haar vakgebied, als vanuit een vakoverschrijdende invalshoek.
De leerkracht kan:
1. met zijn leerlingen doelgericht gesprekken voeren en daarbij een functioneel taalaanbod doen, functionele taalproductie stimuleren en er feedback op geven;
2. teksten beoordelen en schriftelijk en mondeling toegankelijk maken door ze te bewerken op het vlak van taal en door een aangepaste didactiek;
3. vragen, opdrachten, evaluatie en feedback mondeling, indien nodig met visuele of andere ondersteuning helder formuleren en herformuleren;
4. vragen, opdrachten, evaluatie en feedback schriftelijk helder formuleren, indien nodig ondersteund met visuele of andere hulpmiddelen;
5. een heldere uiteenzetting geven, met integratie van schriftelijke of andere ondersteuning, en alles, indien nodig, flexibel aanpassen;
6. vertellen en voorlezen, en is zich daarbij bewust van zijn eigen mogelijkheden om die vaardigheden optimaal in te zetten en eventuele beperkingen te compenseren;
7. constructief reageren op het taalgebruik van de leerling.
Typefunctie 3: de leraar als inhoudelijk expert
De leerkracht kan:
3.3.1
horizontale en verticale verbanden leggen tussen inhouden uit het eigen vakgebied, en tussen die inhouden en de inhouden uit verwante vakgebieden en vakoverschrijdende domeinen
Typefunctie 7: de leraar als lid van een schoolteam
1. De leerkracht kan overleggen en samenwerken binnen het schoolteam (met name over de uitvoering van het taalbeleid);
2. De leerkracht kan binnen het team over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven (met name in het kader van het vooropgestelde taalbeleid);
3. De leerkracht kan de eigen pedagogische en didactische opdracht en aanpak in het team (in functie van het vooropgestelde taalbeleid).
Algemene doelstellingen
Kennis
De studenten kunnen:
o de rol van taal bij het leren toelichten;
o methodieken voor taalondersteuning en taalgerichtheid in hun eigen vak en andere schoolvakken omschrijven;
o methodieken voor het ontwikkelen en implementeren van een taalbeleid omschrijven.
Vaardigheden
De studenten kunnen:
o methodieken voor taalondersteuning en taalgerichtheid in hun eigen vak toepassen;
o een vooropgesteld taalbeleid interpreteren en implementeren in hun eigen vak.
Attitudes
De studenten ontwikkelen een permanente alertheid voor het verband tussen leerprocessen en taalcompetenties bij leerlingen.
De studenten ontwikkelen beslissingsvermogen (A1(*)), relationele gerichtheid (A2), kritische ingesteldheid (A3), leergierigheid (A4), organisatievermogen (A5), zin voor samenwerking (A6), verantwoordelijkheidszin (A7), creatieve gerichtheid (A8) en flexibiliteit (A9).
(*): attitudes vanuit de basiscompetenties van de leraar.
3. Inhoud
1 Verkenning
- cijfers en feiten over taalachterstand en leerresultaten van taalzwakke leerlingen;
- taalvariatie (thuistaal, schooltaal, vaktaal, …);
- implicaties voor het onderwijs: taalbeleid en taalgericht vakonderwijs, schooltaal als struikelblok.
2 Taal en Leren
- diepe verwerking van leerinhouden; de rol van taal bij het leren;
- de toenemende rol van taalonderwijs in nieuwe vormen van leren;
- vereiste taalcompetenties voor een leraar (zie Dertien doelen in een dozijn).
4 Taalgericht vakonderwijs
- praktijkvoorbeelden;
- schoolboeken, toetsvragen e.d. beoordelen vanuit een talige invalshoek.
5 Een taalbeleid voor de hele school
- methodes om een taalbeleid te ontwikkelen.
4. Werkvormen
Contactmomenten: OefeningensessiesWerkcolleges
Eigen werk: Opdrachten:IndividueelOpdrachten:In groep
5. Evaluatievormen
Permanente evaluatie: OefeningenOpdrachtenMedewerking tijdens de contactmomenten
Schriftelijk werkstuk: zonder mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Paus, H., Rymenans, R. & Van Gorp, K. (2003). Dertien doelen in een dozijn. Een referentiekader voor taalcompetenties van leraren in Nederland en Vlaanderen. Den Haag: Nederlandse Taalunie. http://taalunieversum.org/onderwijs/taalcompetenties
Ander studiemateriaal wordt ter beschikking gesteld tijdens de colleges.
7. Facultatief studiemateriaal
Hajer, M. & Meestringa, T. (1995). Schooltaal als struikelblok.
Bussum: Coutinho.
Hajer, M. & Meestringa, T. (2004). Handboek Taalgericht Vakonderwijs. Bussum: Coutinho.
Berends, R. (2007). De leraar taalvaardig. 13 praktische taaldoelen voor studenten aan de pabo. Assen: Koninklijke Van Gorcum.
‘De leraar spreekt Chinees’, in Klasse, magazine voor onderwijs in Vlaanderen, Vlaams ministerie van Onderwijs, http://www.klasse.be/leraren/archief.php?id=4007
8. Studiebegeleiding