Masterproef Biologie: deel 2
|
|
|
| Academiejaar: | 2010-2011 | | Code opleidingsonderdeel: | MBIO4002 | | Semester: | 1e en 2e semester | | Studiepunten: | 20 | | Uren Studietijd: | 560 | | Uren theorie: | | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | | | Titularis(sen) | Alle docenten
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | examen in het 2de semester | | Info contractrestrictie: | geen inschrijving onder credit- en examencontract |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties De Masterproef is een verplicht opleidingsonderdeel voor alle studenten en vormt het sluitstuk van de opleiding. De Masterproef wordt ingediend op het eind van het tweede Masterjaar maar kan reeds in het eerste Masterjaar aangevat worden (zie verder).
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen) Met de Masterproef toont de student aan dat hij/zij voldoende kennis en vaardigheden heeft verworven om, onder begeleiding, een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren waarbij hij/zij (i) blijk geeft van de nodige wetenschappelijke bagage; (ii) in staat is om primaire literatuur op een kritische manier te verwerken en (iii) de bevindingen op een correcte en adequate manier in een bondig document kan verwoorden. Het onderzoek moet een voldoende wetenschappelijk gehalte hebben maar dient niet absoluut vernieuwend te zijn.
3. Inhoud De Masterproef wordt formeel opgesplitst in twee opleidingsonderdelen (deel 1 en deel 2). De student kan deel 1 opnemen in zijn/haar programma in het eerste of in het tweede Masterjaar. Dit laat de student toe om reeds in jaar 1 te starten met het praktisch werk, bijvoorbeeld in het kader van seizoensgebonden veldwerk of van een verblijf in het buitenland. Deel 2 wordt altijd opgenomen in het tweede Masterjaar. Beide onderdelen worden steeds apart geëvalueerd en leiden elk tot een credit.
Alle studenten kiezen het onderwerp van hun Masterproef uiterlijk in januari van het eerste Masterjaar. De voorstellen voor onderwerpen worden bekendgemaakt in de loop van november. De procedures voor de keuze, uitvoering en evaluatie van de Masterproef vormen het onderwerp van een specifieke richtlijn die op de webpagina’s van de faculteit en de onderwijscommissie te vinden zijn.
De evaluatie van deel 2 is gebaseerd op het schriftelijke verslag van de Masterproef en op een openbare verdediging. Het referentiemodel voor de Masterproef is een wetenschappelijk artikel in een vaktijdschrift. De Masterproef wordt in het Nederlands geschreven. Een uitzondering is enkel mogelijk indien de Masterproef grotendeels of geheel aan een anderstalige instelling wordt voorbereid.
Elke Masterproef wordt beoordeeld door de promotor (hierin eventueel bijgestaan door copromotoren of begeleiders) en twee assessoren. Bij de evaluatie wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de kwaliteit van de voorliggende verhandeling. Er wordt gekeken naar het gehalte van het wetenschappelijke werk, het niveau van de dataverwerking, de bespreking en de conclusies die worden getrokken, de bondigheid en de algemene presentatie en schrijfstijl. De kwaliteit van de verdediging, zowel presentatie als discussie, speelt een bijkomende rol. Aspecten die expliciet beoordeeld werden in deel 1 worden niet nog eens beoordeeld voor deel 2, maar de beoordeling kan wel rekening houden met de wijze waarop is tegemoet gekomen aan de opmerkingen die op deel 1 gemaakt werden.
4. Werkvormen Eigen werk: Scriptie: Individueel
5. Evaluatievormen Examen: Schriftelijk met mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal Specifiek per individuele masterproef
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding De Masterproef is een zelfgeschreven tekst op basis van eigen onderzoek dat verricht wordt onder begeleiding van de promotor (eventueel co-promotor of medewerkers). De begeleiding houdt o.a. in : • overleg met de student over de doelstellingen, de aanpak en de methodologie van het onderzoek • ter beschikking stellen van de noodzakelijke apparatuur, onderzoeksmateriaal etc. • geven van richtlijnen of hulp bij het opzoeken en verwerken van literatuur • opvolging van de onderzoeksvorderingen via regelmatig overleg • geven van richtlijnen of suggesties voor het schrijven van de tekst, inclusief het becommentariëren van een ontwerptekst of -teksten De tekst van de Masterproef moet toelaten het werk van de individuele student te beoordelen. Het moet daarom duidelijk zijn welke delen van het werk eventueel door anderen zijn gedaan, of welke gegevens door de promotor verstrekt werden.
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 26/08/2010 09:54 ivan.nijs
|
|
|