Start | Personen | Google | Route | Contact | AfdrukkenLogin 
Opleidingsonderdelen 2011-2012  
    
Te behalen diploma
Om het diploma van master of Arts in de literatuur van de moderniteit te behalen moet de student
  • ingeschreven zijn voor deze opleiding onder een diplomacontract of examencontract met het oog op het behalen van een diploma
  • alle examens hebben afgelegd die horen bij zijn/haar opleidingsprogramma
  • zich voor dat opleidingsprogramma geregistreerd hebben bij de examencommissie
  • tenminste 60 studiepunten hebben verworven. 
De opleiding heeft een studieomvang 60 studiepunten.
Per academiejaar worden in een modeltraject tussen 54 en 66 studiepunten opgenomen.
Toelatingsvoorwaarden
Rechtstreeks: academische bachelor in de taal- en letterkunde
 
Mits voorbereidingsprogramma: andere academische bachelors.
Doelstellingen - eindtermen

Masters in de Literatuur van de moderniteit:
1.      beschikken over het nodige kritische inzicht in de voornaamste moderne literaire theorieën en literatuurwetenschappelijke methodes, alsook over voldoende kennis van de ontstaansgeschiedenis en ideologische presupposities van deze theorieën en methodes, om op een stevig onderbouwde manier zelfstandig onderzoek te verrichten naar het functioneren van moderne literatuur in haar specifieke culturele context;
2.      hebben voldoende poëticaal inzicht, en beschikken over de nodige belezenheid in primaire en secundaire literatuur, om het wetenschappelijke gehalte en de relevantie van de internationale reflectie over radicale literaire vernieuwingsbeweging sinds de romantiek, en de verschillende strekkingen en ontwikkelingen die zich binnen dit onderzoeksdomein aftekenen, te evalueren, alsook om zelf pertinente probleemstellingen te ontwikkelen;
3.      beschikken over de nodige heuristische vaardigheden, en zijn voldoende ingevoerd in de publicatiegewoonten van het vakgebied, om in functie van de relevant geachte methodologische benaderingen, zelfstandig informatie voor hun eigen onderzoek te verzamelen, te selecteren en kritisch te verwerken;
4.      beschikken behalve over de nodige literatuurwetenschappelijke en cultuurhistorische kennis (incl. een helder inzicht in de specifieke situatie van het boek in de moderniteit) over een tekstanalytisch vermogen dat voldoende ontwikkeld is om het concrete functioneren van literaire teksten in een moderne context op een pertinente manier te interpreteren;
5.      beschikken behalve over het vermogen om kritisch na te denken over moderne literatuur in haar bredere culturele context, eveneens over de nodige communicatieve vaardigheden om ook in een internationale context, zowel schriftelijk als mondeling, op een productieve manier deel te nemen aan discussies binnen en over hun vakdomein en daarbij hun eigen positie helder en overtuigend te beargumenteren;
6.      beschikken in het algemeen over de nodige literaire en culturele competentie, over een basisinzicht in de editiewetenschap en over de nodige communicatieve vaardigheden, om bij te dragen aan de overdracht van kennis en vaardigheden in het onderwijs en de culturele sector, om te kunnen functioneren in een (literaire) uitgeverij, om actief deel te nemen aan het beleid in de culturele sector en om organisatorische en pr-functies te vervullen in zowel de culturele/publieke sector als het bedrijfsleven.
 
De bovenstaande kerncompetenties werden verder uitgewerkt in een lijst van achttien competenties die samen een geheel van vakkennis, vaardigheden en attitudes vertegenwoordigen.
 
Masters in de Literatuur van de Moderniteit:
1.      beschikken over een grondige kennis van de meest prominente moderne literaire theorieën, hun oorspronkelijke context en hun verdere ontwikkeling en kunnen een gefundeerd oordeel vellen over het praktische nut van deze theorieën voor de literatuurwetenschapper van vandaag;
2.      hebben inzicht in de complexe wisselwerking tussen literaire theorievorming en contemporaine literaire (en artistieke) praktijken;
3.      zijn vertrouwd met de literatuur- en kunstopvattingen van het modernisme, het postmodernisme en de historische avant-garde en met de meest paradigmatische teksten in dit verband;
4.      verwerven inzicht in de diverse manieren waarop kunstenaars en schrijvers de crisis van de moderniteit concreet verwerkt hebben;
5.      hebben inzicht in de diverse aspecten van de boekgeschiedenis in de negentiende en twintigste eeuw;
6.      zijn in staat om – in functie van hun onderzoek – zelfstandig gegevens te verzamelen, te selecteren en te verwerken (primaire literatuur, archiefmateriaal en andere documenten);
7.      zijn in staat om zelfstandig vakwetenschappelijke literatuur te verzamelen en te selecteren;
8.      zijn in staat literaire teksten te situeren in hun context (historisch, ideologisch, stilistisch), het type document te herkennen en daarmee rekening te houden bij de interpretatie ervan;
9.      zijn vertrouwd met de gangbare en actuele methodologische invalshoeken binnen hun onderzoeksdomein;
10.  beschikken over de nodige kennis met betrekking tot de literatuur en de publicatiegewoontes van hun vakgebied (tijdschriften, websites en andere digitale middelen, …);
11.  hebben een aanzienlijk analytisch-interpretatief vermogen ontwikkeld;
12.  zijn vertrouwd met de basisprincipes inzake het editeren van (moderne) literaire teksten en kunnen deze principes toepassen;
13.  hebben een kritische instelling ten aanzien van het wetenschappelijk gehalte en de maatschappelijke relevantie van het eigen onderzoek;
14.  volgen actief en kritisch nieuwe ontwikkelingen, zowel binnen het domein van de literatuurwetenschap als in een bredere culturele context;
15.  kunnen met een hoge mate van zelfstandigheid en op een theoretisch en methodologisch verantwoorde wijze onderzoek uitvoeren onder de leiding van een ervaren onderzoeker;
16.  kunnen als uitgangspunt van eigen onderzoek een wetenschappelijke probleemstelling scherp en precies formuleren;
17.  kunnen zowel mondeling als schriftelijk efficiënt communiceren over de door hen verworven inzichten, zowel met specialisten als met het brede publiek;
18. kunnen in discussies met vakgenoten hun eigen inzichten en opinies verdedigen
Toegang tot verdere studies
Een masterdiploma geeft toegang tot master-na-masteropleidingen, afhankelijk van de specifieke toelatingsvoorwaarden voor een bepaalde master-na-masteropleiding.
Eindexamen
Het eindtotaal van een student is een gewogen gemiddelde van de examenresultaten die de student behaalde op alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma. 

Voor het berekenen van het eindtotaal worden de studiepunten van de corresponderende opleidingsonderdelen gebruikt als gewichten van de examenresultaten.
 
Het eindtotaal wordt uitgedrukt in gehele punten op 100.

Een student die een eindtotaal van minder dan 50 op 100 heeft behaald, kan nooit geslaagd worden verklaard.

Een student is geslaagd voor het geheel van zijn/haar opleiding als hij/zij voor alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma een creditbewijs heeft behaald.

Voor meer informatie zie het Onderwijs- en Examenreglement.
ECTS-coördinator

Prof. dr. P. Dendale, patrick.dendale@ua.ac.be

Ms. L. Van Wallendael, linda.vanwallendael@ua.ac.be (admin)


 
Inhoudsverantwoordelijke(n) : Facultaire administratie