Start | Personen | Google | Route | Contact | AfdrukkenLogin 
Opleidingsonderdelen 2011-2012  
    
Te behalen diploma
Om het diploma van master of Arts in de meertalige professionele communicatie te behalen moet de student
  • ingeschreven zijn voor deze opleiding onder een diplomacontract of examencontract met het oog op het behalen van een diploma
  • alle examens hebben afgelegd die horen bij zijn/haar opleidingsprogramma
  • zich voor dat opleidingsprogramma geregistreerd hebben bij de examencommissie
  • tenminste 60 studiepunten hebben verworven. 
De opleiding heeft een studieomvang 60 studiepunten.
Per academiejaar worden in een modeltraject tussen 54 en 66 studiepunten opgenomen.
Toelatingsvoorwaarden
Rechtstreeks: academische bachelor in de taal- en letterkunde, toegepaste economische wetenschappen bedrijfskunde en economisch beleid, handelsingenieur en handelsingenieur in de beleidsinformatica.
Mits schakelprogramma: professionele bachelor in de handelswetenschappen, bedrijfskunde, het communicatiemanagement, de journalistiek en het office management.
Mits voorbereidingsprogramma: andere academische bachelors.

Studenten die het schakel- of voorbereidingsprogramma willen volgen, raadplegen eerst www.ua.ac.be/mpc

Doelstellingen - eindtermen
De masteropleiding Meertalige Professionele Communicatie (MPC) heeft tot doel studenten op te leiden die in staat zijn om onderzoek te doen naar taal, taalgebruik en aspecten van interne en externe communicatie voor bedrijven, overheidsorganisaties en not-for-profitorganisaties. Daarnaast streeft de opleiding ernaar om theoretische inzichten nauw te verbinden met de verdere ontwikkeling van de professionele communicatievaardigheden (schriftelijk en mondeling) van de studenten. Het doel daarbij is dat de afgestudeerden hun competenties kunnen aanwenden in bedrijven en andere organisaties, en dit op het managementniveau.
 
De volgende algemene doelstellingen staan centraal:
Analyse
De opleiding stelt de studenten in staat hun competentie in het analyseren van (strategisch) taalgebruik en taalbeheersing in professionele settings uit te breiden en te verdiepen (interne en externe communicatie van bedrijven, overheid en not-for-profitorganisaties). Deze methodologische, wetenschappelijke competentie heeft telkens ook een verbinding met de vaardigheid in het verbeteren, begeleiden en evalueren van hun taalbeheersing in verschillende professionele contexten.
Onderzoek
De opleiding stelt de studenten in staat zich te oriënteren en te verdiepen in een brede waaier van kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethodes die gebruikt worden in taalbeheersings- en communicatieonderzoek.
Communicatievaardigheden
De opleiding stelt de studenten in staat hun taalcompetentie te versterken op het vlak van professionele communicatie in het Nederlands en in minstens één en mogelijk twee vreemde talen.
Bedrijfskunde
De opleiding stelt de studenten in staat communicatie te plaatsen in een organisationele context en biedt hen daartoe een grondige inleiding tot een aantal deeldomeinen van de bedrijfskunde: met name financiële verslaggeving, marketing, organisatiepsychologie en (strategisch) management. Op deze manier verwerven de studenten inzicht in een aantal bedrijfskundige aspecten van de professionele context waarin taal voor specifieke toepassingen gebruikt wordt. Studenten met een bachelordiploma TEW/HI(B) – of vergelijkbare kwalificatie – kunnen zich in specialiseren in een deeldomein van de bedrijfskunde (cf. majors in het mastercurriculum TEW).
 
Deze algemene doelstellingen zijn vertaald in de volgende kerncompetenties:
 
Kerncompetentie 1 | analyse van communicatie in professionele settings
Op een algemeen niveau impliceert deze kerncompetentie dat studenten in staat zijn om taalgebruik en taalbeheersing in professionele settings te analyseren. Het betreft zowel interne als externe communicatie voor bedrijven, overheidsorganisaties en not‐for‐profitbedrijven.
Concreet betekent dit dat studenten aan de hand van recente theoretische inzichten beargumenteerde analyses maken van diverse communicatievormen, zowel mondeling als schriftelijk. Deze analyse heeft betrekking op diverse niveaus: mediumkeuze, genrekeuze, inhoud, strategie, structuur, taal en opmaak.
Daarnaast zijn de studenten ook in staat om op de verschillende niveaus theoretisch gefundeerde revisievoorstellen te formuleren voor de diverse strategische componenten van het communicatiemodel.
De inzichten en probleemoplossende vaardigheden die we aanreiken, zijn zowel gericht op algemene communicatievormen als op specifieke genres, zoals formulieren, persuasieve brieven, rapporten, vormen van crisiscommunicatie, persberichten, functioneringsgesprekken en slechtnieuwsgesprekken.
 
Kerncompetentie 2 | kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksvaardigheden
Studenten maken kennis met diverse kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethodes die betrekking hebben op taalbeheersings- en communicatieonderzoek en leren deze ook toe te passen.
Concreet betekent dit dat studenten in staat zijn om:
- zelfstandig vak- en wetenschappelijke literatuur te lezen, te interpreteren en er kritisch over te reflecteren;
- zelfstandig en gericht onderzoeksdata te verzamelen en te interpreteren op een wetenschappelijke manier;
- hun kennis en vaardigheden te gebruiken om een originele bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van nieuwe kennis en inzichten;
- hun onderzoeksvaardigheden aan te wenden om zelfstandig wetenschappelijk onderzoek te verrichten in het brede veld van de professionele communicatie.
 
Kerncompetentie 3 | professionele communicatievaardigheden
Studenten versterken hun professionele schriftelijke en mondelinge communicatievaardigheden in het Nederlands en in minstens één andere vreemde taal. Studenten kunnen hiervoor kiezen tussen Duits, Frans, Engels en Spaans.
Concreet betekent dit dat de studenten in staat zijn om strategisch en communicatief te reageren in verschillende situaties, zowel mondeling als schriftelijk. Daartoe ontwikkelen ze een aantal algemene communicatievaardigheden (zoals gesprekstechnieken, formuleertechnieken en presentatietechnieken), maar ook meer specifieke communicatievaardigheden gekoppeld aan bepaalde genres (bijvoorbeeld: functioneringsgesprekken, slechtnieuwsgesprekken, instructieve teksten, persuasieve teksten, persberichten). Door de aandacht in het programma voor algemene communicatietheorieën, een brede oriëntatie in de vakliteratuur en een probleemgerichte aanpak via cases, verwerven de studenten ook de nodige competenties om zelfstandig vaardigheden te ontwikkelen voor situaties en genres die niet in de opleiding aan bod kwamen.

Kerncompetentie 4 | multidisciplinariteit: communicatie en bedrijfskunde
Omdat de communicatiepraktijk en het –onderzoek waarop we ons richten zich situeren in een organisatiecontext, moeten de studenten in staat zijn om kennis over die context kunnen verwerven en beheersen ze de instrumenten om hierover te reflecteren. Daarom biedt de masteropleiding MPC contextvakken aan in de belangrijkste domeinen van de bedrijfskunde. Op die manier kunnen de studenten zich vanuit verschillende perspectieven oriënteren op de organisatiecontext en zijn ze in staat zich verder te verdiepen in een deeldiscipline als de situatie daarom vraagt.
We onderscheiden de volgende bedrijfskundige domeinen:
- strategisch management
- financiële verslaggeving
- marketingbeleid
- organisatiepsychologie.
Toegang tot verdere studies
Een masterdiploma geeft toegang tot master-na-masteropleidingen, afhankelijk van de specifieke toelatingsvoorwaarden voor een bepaalde master-na-masteropleiding.
Eindexamen
Het eindtotaal van een student is een gewogen gemiddelde van de examenresultaten die de student behaalde op alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma. 

Voor het berekenen van het eindtotaal worden de studiepunten van de corresponderende opleidingsonderdelen gebruikt als gewichten van de examenresultaten.
 
Het eindtotaal wordt uitgedrukt in gehele punten op 100.

Een student die een eindtotaal van minder dan 50 op 100 heeft behaald, kan nooit geslaagd worden verklaard.

Een student is geslaagd voor het geheel van zijn/haar opleiding als hij/zij voor alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma een creditbewijs heeft behaald. 
 
Voor meer informatie zie het Onderwijs- en Examenreglement.
ECTS-coördinator

Prof. dr. P. Dendale, patrick.dendale@ua.ac.be

Ms. L. Van Wallendael, linda.vanwallendael@ua.ac.be (admin)


 
Inhoudsverantwoordelijke(n) : Facultaire administratie