| Studiegidsnr: | 2701PSWSO1 | | Vakgebied: | Politieke wetenschappen | | Semester: | 1e semester
| | Contacturen: | 22 | | Studiepunten: | 3 | | Studiebelasting: | 84 | | Contractrestrictie(s): | | | Instructietaal: | Nederlands
| | Examen: | 1e semester
| | Lesgever(s) | Christ'l De Landtsheer
|
Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof 1. Aanvangscompetenties
Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken: Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
Je bent vertrouwd met de belangrijkste theorieën en onderzoeken op verschillende deelgebieden van politieke communicatie, waardoor je, meer dan voorheen, kwesties van politieke communicatie op kritische en analytische wijze benadert. Je bent je bewust van de specifieke ethische problematiek die de interactie tussen politiek, media en publiek oproept.
2. Eindcompetenties
Na het volgen van Methodenseminarie I beschik je over de nodige expertise om je kennis van politieke communicatie wetenschappelijk en onderzoeksmatig in te zetten. Het seminarie bestaat uit twee complementaire delen die de student moeten toerusten om met goed gevolg het onderzoek in de keuzeseminaries en voor de masterthesis aan te pakken. Samen met het Methodenseminarie II dat onmiddellijk erna wordt gedoceerd, moet dit seminarie de studenten toelaten om met kennis van zaken aan de thesis te beginnen en om succesvol verschillende soorten politieke-communicatieonderzoek te doen.
3. Inhoud
In politieke communicatie- onderzoek wordt al zeer lang en uitgebreid gewerkt met enerzijds diverse soorten van inhoudsanalyse en anderzijds met publieksonderzoek door surveys. Tegenwoordig is, door de internationalisering, comparatief onderzoek zeer belangrijk geworden. Daarnaast hebben binnen de politieke communicatie nieuwere onderzoeksmethoden als experimenten, discours- analyse, focusgroepen en elite- interviews aan belang gewonnen.
Dit seminarie over "Onderzoeksopzet en methoden in politieke communicatie" besteedt aandacht aan klassieke en nieuwere methoden die toegespitst zijn op het terrein van politieke communicatie, en valt uiteen in twee delen.
In het eerste deel over het onderzoekopzet leren de studenten hoe politieke communicatie- onderzoek wordt opgezet. Het gaat hier om het uitkristalliseren van de vraagstelling, het bepalen van de afhankelijke en eventueel onafhankelijke variabelen, het beslissen over een onderzoeksmethode, het operationaliseren van variabelen, comparatieve aspecten, conceptualisatie… In dit deel wordt dus, kort gezegd, het design van politiek- communicatiewetenschappelijk onderzoek uit de doeken gedaan.
Deel twee focust op de empirische fase van de onderzoekscyclus. De verschillende empirische methoden van het politieke communicatie-onderzoek worden systematisch voorgesteld. Het gaat hier onder meer om politieke inhoudsanalyse (zeer breed gedefinieerd), surveys, interviews… Bedoeling is de studenten inzicht te geven in de voor- en nadelen van elke methode en vooral aan te geven welke methoden geschikt zijn om welke politieke communicatie- vraagstelling aan te pakken.
De docenten werken in de les, bij wijze van voorbeeld, een eigen case van onderzoeksdesign en van methode meer in detail uit om alles aanschouwelijk te maken.
De inhoud van het Methodenseminarie II dat op dit seminarie volgt, is meer empirisch en vooral praktisch gericht.
Er wordt gefocust op de problematiek van de meting. Heel wat cruciale variabelen in de politieke communicatieliteratuur zijn immers niet direct waarneembaar en vergen dan ook soms ingenieuze meetmodellen. De studenten doen hier dus aan toegepaste statistiek, leren werken met datasets en krijgen indien nodig een inleiding in SPSS.
Het examen is een zogenaamd ‘thuisexamen’. Op een afgesproken moment in de tweede methodenweek krijgen de studenten via Blackboard een opdracht die ze binnen 24 uur moeten afwerken en via e-mail terug insturen. Ze mogen alle literatuur die ze wensen, gebruiken. Als ze de leerstof op voorhand hebben doorgenomen, is de kans natuurlijk veel groter dat ze met goed gevolg en binnen de tijd hun opdracht kunnen uitvoeren. De opdracht bestaat uit een wetenschappelijke probleemstelling. De studenten moeten daar dan een onderzoeksdesign en een concreet voorstel inzake de aan te wenden methoden voor uitwerken. De paper mag maximaal 5 pagina’s lang zijn. De beide docenten samen quoteren de opdracht, elk op de helft van de punten.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
5. Evaluatievormen
Examen: Open boekOpen vragen
6. Studiemateriaal
6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
Het cursusmateriaal bestaat, naast de presentaties van de betrokken docenten, en een aantal specifieke artikels van hen, uit het volgende handboek:
Burnham, P., Gilland Lutz, K., Grant, W. & Layton-Henry, Z. (2008). Research Methods in Politics.
Second Edition. Houndmills, Basingstoke, Hampshire: Palgrave, Macmillan.
Er is geen examen in de strikte zin van het woord waarin de studenten de leerstof moeten reproduceren.
6.2 Facultatief studiemateriaal
Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
Billiet, J.& Waege, H. (2006).
Een samenleving onderzocht. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek.
Antwerpen: De Boeck.
7. Contactgegevens en begeleiding
Spreekuur van docenten of na afspraak.
(+)laatste aanpassing: 18/11/2009 10:06 sonja.vos
|