Universiteit van Antwerpen
20/05/2013 - 06:58
(c)
http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=.OOD2011&n=95642&ct=86308&e=262134&all=true
Bachelor of Arts in de taal- en letterkunde: Duits-Spaans
Het voltijdse modeltraject Bachelor Taal- en Letterkunde bestaat uit 180 studiepunten (SP) en duurt drie jaar. Elk jaar/deel van het modeltraject telt ongeveer 60 SP. Een beperkt aantal studiepunten kan u zelf invullen. Info en voorwaarden vindt u onder ‘Vrije ruimte’.
Deel 1 (BTL-DS)
 
Verplicht algemeen basisopleidingsonderdeel
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1001FLWTLAInleiding tot de westerse wijsbegeerteNederlands1e semester
304Van Eekert,Geert
Algemeen basisopleidingsonderdeel: keuze
1 opleidingsonderdeel te kiezen uit:
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1300PSWSOCInleiding tot de SociologieNederlands1e semester
456Weyns,Walter
1975FLWGESAntropologieNederlands1e semester
304Verbeeck,Philippe
1009FLWFIDCultuurfilosofieNederlands2e semester
455
1018FLWGESWetenschapsfilosofie en kennisleerNederlands1e semester
303Leilich,Joachim
1300PSWSFPSamenleving, feiten en problemenNederlands2e semester
456Cantillon,Bea
1008FLWFIDEthiekNederlands2e semester
455Taels,Johan
Algemene disciplinegebonden opleidingsonderdelen
Verplichte opleidingsonderdelen
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1002FLWTLAAlgemene taalkundeNederlands1e semester
456De Mulder,Walter
1003FLWTLALiteraire genresNederlands1e semester
304
Duits: verplichte opleidingsonderdelen
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1001FLWTLDDuitse taalbeheersing 1Duits1e en 2e semester
454Mortelmans,Tanja
1002FLWTLDDuitse grammatica: theorie 1Duits1e en 2e semester
304Mortelmans,Tanja
1003FLWTLDDuitse grammatica: oefeningen 1Duits1e en 2e semester
304Smits,Tom
1004FLWTLDGeschiedenis van de Duitse literatuur 1Duits2e semester
304Sepp,Arvi
1005FLWTLDDuitse teksten 1Duits2e semester
304Liska,Vivian
Spaans: verplichte opleidingsonderdelen
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1001FLWTLSGrammatica en taalbeheersing van het Spaans 1Spaans1e semester
456De Cuyper,Gretel
1002FLWTLSGrammatica en taalbeheersing van het Spaans 2Spaans2e semester
456Norbert Ubarri,Miguel
1003FLWTLSSpaanse taalkunde 1Nederlands1e semester
304De Cuyper,Gretel
1004FLWTLSInleiding tot de studie van de Spaanse en Spaans-Amerikaanse cultuur en literatuurSpaans2e semester
304Norbert Ubarri,Miguel
Vrije ruimte
Het aantal studiepunten dat u zelf kan invullen varieert tussen 9 en 12 SP, afhankelijk van het aantal SP van het basisopleidingsonderdeel dat u koos. U berekent ze door het aantal studiepunten van alle verplichte opleidingsonderdelen af te trekken van de te behalen 180 SP.

Voor de vrije ruimte kiest u uit:
- keuzeopleidingsonderdelen verbonden aan de gekozen ta(a)l(en) of TFL
- algemene keuzeopleidingsonderdelen (te volgen vanaf deel/jaar 2)
- opleidingsonderdelen van het Instituut voor Joodse studies (te volgen vanaf deel/jaar 2)
- alle andere opleidingsonderdelen van de Bacheloropleidingen Taal –en Letterkunde, Geschiedenis of Wijsbegeerte
(Niet alle keuzeopleidingsonderdelen kunnen hier worden weergegeven. Voor een volledig overzicht, raadpleeg de afstudeervereisten)

Voor keuzeopleidingsonderdelen van een andere opleiding (buiten de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte) dient u een aanvraag in via de studietrajectbegeleidster, Kathlijn Pittomvils (kathlijn.pittomvils@ua.ac.be)

Studenten kunnen zich in deel 1 o.a. inschrijven voor de volgende keuzeopleidingsonderdelen (deze zijn wel bij voorkeur bedoeld voor de studenten Nederlands):
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1006FLWTLNNederlandse letterkunde: oudere geestelijke letterkundeNederlands2e semester
304Mertens,Thom
1997FLWTLNNederlandse letterkunde: moderne klassieken 1Nederlands1e semester
304Wildemeersch,Georges
1996FLWTLNNederlandse letterkunde: moderne klassieken 2Nederlands1e semester
304Wildemeersch,Georges
Deel 2 (BTL-DS)
 
Verplicht algemeen basisopleidingsonderdeel
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1004FLWTLAWetenschappelijke vaardighedenNederlands1e en 2e semester
304Meeus,Hubert
Algemene disciplinegebonden opleidingsonderdelen
Verplichte opleidingsonderdelen
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1005FLWTLAInterdisciplinaire linguïstiekNederlands1e semester
456
1006FLWTLAIntertekstualiteit: mythologie, bijbel en literatuurNederlands1e en 2e semester
304
Duits: verplichte opleidingsonderdelen
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1006FLWTLDDuitse taalbeheersing 2Duits1e en 2e semester
454Mortelmans,Tanja
1007FLWTLDInleiding tot de Duitse taalwetenschapDuits1e semester
304Mortelmans,Tanja
1008FLWTLDDuitse grammatica: theorie 2Duits1e en 2e semester
304Mortelmans,Tanja
1009FLWTLDDuitse grammatica: oefeningen 2Duits1e en 2e semester
304Smits,Tom
1010FLWTLDGeschiedenis van de Duitse literatuur 2Duits1e en 2e semester
304Sepp,Arvi
1015FLWTLDCultuurgeschiedenis van het Duitstalige gebiedDuits2e semester
304Sepp,Arvi
Duitse literatuur: capita selecta (te volgen in Ba 2 of Ba 3)
Eén opleidingsonderdeel te kiezen uit:
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1011FLWTLDDuitse teksten: capita selecta 1 - Lyrik nach 1945Duits1e semester
304Liska,Vivian
1012FLWTLDDuitse teksten: capita selecta 2 - Der Expressionismus und seine FolgenDuits2e semester
304Liska,Vivian
1988FLWTLDDuitse teksten: capita selecta 3 - Franz Kafka: KurzprozaDuits1e semester
304Liska,Vivian
1017FLWTLDDuitse teksten: capita selecta 4 - Friedrich Nietzsche: der Philosoph als DichterDuits2e semester
304Liska,Vivian
Spaans: verplichte opleidingsonderdelen
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1005FLWTLSGrammatica en taalbeheersing van het Spaans 3Spaans1e en 2e semester
304Norbert Ubarri,Miguel
1006FLWTLSSamenleving en cultuur in SpanjeSpaans2e semester
304Norbert Ubarri,Miguel
1007FLWTLSSpaanse taalkunde 2Spaans2e semester
456Quitard,Mathilde
1008FLWTLSSpaanse en Spaans-Amerikaanse letterkunde 1Spaans1e semester
456De Maeseneer,Rita
Vrije ruimte
Het aantal studiepunten dat u zelf kan invullen varieert tussen 9 en 12 SP, afhankelijk van het aantal SP van het basisopleidingsonderdeel dat u koos. U berekent ze door het aantal studiepunten van alle verplichte opleidingsonderdelen af te trekken van de te behalen 180 SP.

Voor de vrije ruimte kiest u uit:
- keuzeopleidingsonderdelen verbonden aan de gekozen ta(a)l(en) of TFL
- algemene keuzeopleidingsonderdelen (te volgen vanaf deel/jaar 2)
- opleidingsonderdelen van het Instituut voor Joodse studies (te volgen vanaf deel/jaar 2)
- alle andere opleidingsonderdelen van de Bacheloropleidingen Taal –en Letterkunde, Geschiedenis of Wijsbegeerte.
(Niet alle keuzeopleidingsonderdelen kunnen hieronder worden weergegeven. Voor alle mogelijkheden, raadpleeg uw afstudeervereisten)

Voor keuzeopleidingsonderdelen van een andere opleiding (buiten de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte) dient u een aanvraag in via de studietrajectbegeleider.

Volgende opleidingsonderdelen kan u in het tweede deel/jaar kiezen:
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1011FLWTLATerminologieNederlands1e semester
283Temmerman,Rita
1012FLWTLAVertaalwetenschapNederlands1e semester
283Remael,Aline
1013FLWTLAJeugdliteratuurNederlands2e semester
304Joosen,Vanessa
1019FLWTLA"In die stewels van die swanefluisteraar": Relasionaliteit en die Afrikaanse letterkundeAfrikaans1e semester
304van Schalkwyk,Phil
1020FLWTLA"Dit kom van ver af": Historische ontwikkeling van het AfrikaansAfrikaans2e semester
304Olivier,Jako
1016FLWTLADigital humanitiesNederlands2e semester
304
1034FLWGESInleiding tot de joodse cultuurNederlands2e semester
303Hofmeester,Karin
1010FLWJSTJodendom en filosofieNederlands2e semester
304
1001FLWJSTStudium Generale Joodse StudiesNederlands1e en 2e semester
304Liska,Vivian
1005FLWJSTHebreeuws INederlands1e en 2e semester
304Liska,Vivian
1006FLWJSTHebreeuws IINederlands1e en 2e semester
304Liska,Vivian
1008FLWJSTJiddisch INederlands1e en 2e semester
304Liska,Vivian
1009FLWJSTJiddisch IINederlands1e en 2e semester
304Liska,Vivian
Deel 3 (BTL-DS)
 
Verplicht algemeen basisopleidingsonderdeel
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1001UALVBSLevensbeschouwingNederlands1e en 2e semester
303Loobuyck,Patrick
Algemeen disciplinegebonden opleidingsonderdeel
Verplicht opleidingsonderdeel
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1007FLWTLALiteratuuropvattingen en filosofieNederlands2e semester
304Absillis,Kevin
Duits: verplichte opleidingsonderdelen
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1013FLWTLDDuitse taalbeheersing 3Duits2e semester
304
1014FLWTLDGrammaticalisatie en taalveranderingDuits2e semester
304Mortelmans,Tanja
1010FLWTLDGeschiedenis van de Duitse literatuur 2Duits1e en 2e semester
304Sepp,Arvi
1015FLWTLDCultuurgeschiedenis van het Duitstalige gebiedDuits2e semester
304Sepp,Arvi
Duitse literatuur: capita selecta (te volgen in Ba 2 of Ba 3)
Eén verplicht opleidingsonderdeel te kiezen uit:
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1011FLWTLDDuitse teksten: capita selecta 1 - Lyrik nach 1945Duits1e semester
304Liska,Vivian
1012FLWTLDDuitse teksten: capita selecta 2 - Der Expressionismus und seine FolgenDuits2e semester
304Liska,Vivian
1988FLWTLDDuitse teksten: capita selecta 3 - Franz Kafka: KurzprozaDuits1e semester
304Liska,Vivian
1017FLWTLDDuitse teksten: capita selecta 4 - Friedrich Nietzsche: der Philosoph als DichterDuits2e semester
304Liska,Vivian
Spaans: verplichte opleidingsonderdelen
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1009FLWTLSSpaanse taalbeheersing 4Spaans2e semester
304De Maeseneer,Rita
1010FLWTLSSamenleving en cultuur in Spaans AmerikaSpaans1e semester
304De Maeseneer,Rita
Spaans: keuzeopleidingsonderdelen
Drie opleidingsonderdelen te kiezen uit:
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1011FLWTLSSpaanse taalkunde 3Spaans2e semester
304Quitard,Mathilde
1012FLWTLSSpaanse taalkunde 4Spaans1e semester
304Julià Luna,Carolina
1013FLWTLSSpaanse letterkunde 2Spaans2e semester
304Norbert Ubarri,Miguel
1014FLWTLSSpaans-Amerikaanse letterkunde 2Spaans1e semester
304De Maeseneer,Rita
Bachelorscriptie
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1008FLWTLABachelorscriptieNederlands1e en 2e semester
010
Vrije ruimte
Het aantal studiepunten dat u zelf kan invullen varieert tussen 9 en 12 SP, afhankelijk van het aantal SP van het basisopleidingsonderdeel dat u koos. U berekent ze door het aantal studiepunten van alle verplichte opleidingsonderdelen af te trekken van de te behalen 180 SP.

Voor de vrije ruimte kiest u uit:
- keuzeopleidingsonderdelen verbonden aan de gekozen ta(a)l(en) of TFL
- algemene keuzeopleidingsonderdelen (te volgen vanaf deel/jaar 2)
- opleidingsonderdelen van het Instituut voor Joodse studies (te volgen vanaf deel/jaar 2)
- alle andere opleidingsonderdelen van de Bacheloropleidingen Taal –en Letterkunde, Geschiedenis of Wijsbegeerte.
(Niet alle keuzeopleidingsonderdelen kunnen hieronder worden weergegeven. Voor alle mogelijkheden, raadpleeg uw afstudeervereisten)

Voor keuzeopleidingsonderdelen van een andere opleiding (buiten de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte) dient u een aanvraag in via de studietrajectbegeleider.

Volgende opleidingsonderdelen kan u in het derde deel/jaar kiezen:
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
1034FLWGESInleiding tot de joodse cultuurNederlands2e semester
303Hofmeester,Karin
1010FLWJSTJodendom en filosofieNederlands2e semester
304
1001FLWJSTStudium Generale Joodse StudiesNederlands1e en 2e semester
304Liska,Vivian
1005FLWJSTHebreeuws INederlands1e en 2e semester
304Liska,Vivian
1006FLWJSTHebreeuws IINederlands1e en 2e semester
304Liska,Vivian
1008FLWJSTJiddisch INederlands1e en 2e semester
304Liska,Vivian
1009FLWJSTJiddisch IINederlands1e en 2e semester
304Liska,Vivian
1011FLWTLATerminologieNederlands1e semester
283Temmerman,Rita
1012FLWTLAVertaalwetenschapNederlands1e semester
283Remael,Aline
1013FLWTLAJeugdliteratuurNederlands2e semester
304Joosen,Vanessa
1019FLWTLA"In die stewels van die swanefluisteraar": Relasionaliteit en die Afrikaanse letterkundeAfrikaans1e semester
304van Schalkwyk,Phil
1020FLWTLA"Dit kom van ver af": Historische ontwikkeling van het AfrikaansAfrikaans2e semester
304Olivier,Jako
1016FLWTLADigital humanitiesNederlands2e semester
304
1016FLWTLDNationale en regionale variëteiten van het DuitsDuits1e semester
304Smits,Tom
 

Het voltijdse modeltraject Bachelor Taal- en Letterkunde bestaat uit 180 studiepunten (SP) en duurt drie jaar. Elk jaar/deel van het modeltraject telt ongeveer 60 SP. Een beperkt aantal studiepunten kan u zelf invullen. Info en voorwaarden vindt u onder ‘Vrije ruimte’.

Deel 1 (BTL-DS)

 

Verplicht algemeen basisopleidingsonderdeel

 

Inleiding tot de westerse wijsbegeerte
Studiegidsnr:1001FLWTLA
Vakgebied:Wijsbegeerte en ethiek
Semester:1e semester
Contacturen:30
Studiepunten:4
Studiebelasting:112
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e semester
Lesgever(s)Geert Van Eekert

 

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


1. Aanvangscompetenties

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

  • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

Actieve beheersing van :
  • Nederlands
  • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

Er wordt geen kennis over de traditie van de westerse wijsbegeerte voorondersteld.




2. Eindcompetenties

- De studenten hebben inzicht in de kernthema's van de filosofie.
- De studenten kunnen een wijsgerige argumentatie begrijpen en reconstrueren.


3. Inhoud

Deze cursus leidt de studenten in in de kernthema's uit de Westerse filosofie.


4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Open vragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Verplicht handboek: M. van Hees, E. de Jonge, L. Nauta (red.), Kernthema's van de filosofie, Amsterdam, Boom, 2008 (vijfde druk). Dit handboek is te verkrijgen bij Acco.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    De schema's die tijdens de colleges zullen worden geprojecteerd, zullen via blackboard ter beschikking worden gesteld. Zij verhelderen de structuur van het studiemateriaal, en duiden ook aan wat de studenten moeten kennen voor het examen.




    7. Contactgegevens en begeleiding

    geert.vaneekert@ua.ac.be

    Stadscampus D 414


    (+)laatste aanpassing: 05/09/2011 13:41 geert.vaneekert  

    Algemeen basisopleidingsonderdeel: keuze

    1 opleidingsonderdeel te kiezen uit:

    Inleiding tot de Sociologie
    Studiegidsnr:1300PSWSOC
    Vakgebied:Sociologie
    Semester:1e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Walter Weyns

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Geen bijzondere competenties vereist.


    2. Eindcompetenties

    - de specificiteit van sociologische probleemstellingen kunnen herkennen;
    - de basisbegrippen der sociologie precies kunnen verwoorden;
    - in staat zijn om geziene sociologische theorieën helder en gestructureerd weer te geven;
    - zelfstandig eenvoudige voorbeelden geven en toepassingen maken van in de colleges geziene begrippen en theoriëën;




    3. Inhoud

    De cursus wil de student een eerste, grondige kennismaking geven met de sociologie, d.i. de wetenschap die het menselijk handelen in sociaal verband tracht te beschrijven en verklaren. Die kennismaking gebeurt in drie stappen.
    1) Om te beginnen wordt het specifieke van de sociologische benaderingswijze duidelijk gemaakt door haar af te bakenen van de andere menswetenschappen en van meer speculatieve benaderingen van het menselijk handelen.
    2) Vervolgens wordt het sociologische basisinstrumentarium (vakbegrippen en analytische denkkaders) systematisch ontvouwd en overvloedig geïllustreerd.
    3) Tenslotte worden enkele belangrijke sociale problemen en sociologische deelgebieden verkend.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


    - syllabus: Walter Weyns, Inleiding tot de Sociologie, Acco.
    - Op Blackboard worden enkele teksten geplaatst, die tot de verplichte leerstof behoren, tenzij anders vermeld.


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Aanbevolen studiemateriaal wordt in de colleges ten gepaste tijde vermeld.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Walter.Weyns@ua.ac.be

     


    (+)laatste aanpassing: 12/03/2012 09:54 sonja.vos  

    Antropologie
    Studiegidsnr:1975FLWGES
    Vakgebied:Wijsbegeerte en ethiek
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Philippe Verbeeck

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Er is geen specifieke voorkennis vereist.


    2. Eindcompetenties

    - Een gefundeerd inzicht in een aantal specifieke thema's uit de psychologie
    - Een kritische benadering van diverse mensbeelden uit de psychologische antropologie


    3. Inhoud

    In een eerste deel wordt een bondig overzicht geboden van belangrijke thema's uit de culturele en de biologische antropologie enerzijds, de psychologie anderzijds.
    In een tweede gedeelte worden de invloedrijkste mensbeelden uit de psychologische antropologie besproken, met name het (neo)behaviorisme, het holisme, de psychodynamische antropologie, de humanistische antropologie en de existentiële antropologie.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Open vragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    VERBEECK, Ph. Inleiding tot de psychologische antropologie, Leuven/Amersfoort, 2010.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

     
    Het handboek dat tijdens de colleges gebruikt word bevat een uitgebreide lijst van bibliografische referenties
     


    7. Contactgegevens en begeleiding


    Verbeeck Philippe
    Stadscampus  D-426            03/2204351
    philippe.verbeeck@ua.ac.be


    (+)laatste aanpassing: 01/08/2010 12:48 philippe.verbeeck  

    Cultuurfilosofie
    Studiegidsnr:1009FLWFID
    Vakgebied:Wijsbegeerte en ethiek
    Semester:2e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:5
    Studiebelasting:140
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Geert Van Eekert
    Arthur Cools

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    geen


    2. Eindcompetenties


    Van de studenten wordt verwacht dat zij
    - de basisnoties en -probleemstellingen uit de cutuurfilosofie en uit de hedendaagse cultuurfilosofische debatten kunnen omschrijven alsook de belangrijkste referentie-auteurs kunnen situeren
    - het ontstaan, de geschiedenis en de betekenis van de cultuurfilosofie kunnen uitleggen
    - de transformatie van de cultuur in de moderniteit kunnen uitleggen
    - de verschillende posities  in de hedendaagse cultuurfilosofische debatten en de argumentatie waarop ze zich beroepen kunnen weergeven

     



    3. Inhoud

    Het vak 'Inleiding in de cultuurfilosofie' bestaat uit 2 delen:
    1) In het eerste deel wordt ingegaan op de erfenissen van de verlichting en op cultuur als conflict, en wordt vanuit H. Arendts Vita Activa een cultuurfilosofische analyse van de moderniteit gegeven als aanzet tot de interpretatie van de hedendaagse crisis in de cultuur.
    2) In het tweede deel van de cursus worden een aantal hedendaagse cultuurfilosofische debatten geanalyseerd, zo onder meer over de globalisering, het postmodernisme en het multiculturalisme.

     



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Open vragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Het vak wordt gegeven aan de hand van het handboek van René Boomkens, Erfenissen van de Verlichting. Basisboek Cultuurfilosofie, Amsterdam, Boom, 2011, verkrijgbaar bij ACCO.


    Andere teksten worden verspreid via blackboard



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Geen


    7. Contactgegevens en begeleiding


    Voor verdere informatie of voor het maken van een afspraak zijn we het gemakkelijkst via email te bereiken:
    geert.vaneekert@ua.ac.be
    arthur.cools@ua.ac.be
     
    (+)laatste aanpassing: 16/01/2012 18:04 geert.vaneekert  

    Wetenschapsfilosofie en kennisleer
    Studiegidsnr:1018FLWGES
    Vakgebied:Wijsbegeerte en ethiek
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Joachim Leilich

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Elementaire kennis filosofiegeschiedenis







    2. Eindcompetenties

    Inzicht in de eigenheid van de sociale en culturele wetenschappen


    3. Inhoud

     

    Het principe van voldoende grond en het causaliteitsbeginsel

    Het probleem van het verklaren
    - deduktief nomologische verklaringen
    - handelingsverklaringen

    Het probleem van de vrije wil
    Het probleem van de waardevrijheid (Max Weber)
    De constructie van de sociale realiteit (Searle)
    Theorie en ervaring in het positivisme, het kritisch rationalisme (Popper) en in de wetenschapsfilosofie van Th. S. Kuhn
    Narrative zinnen in Danto's geschiedenisfilosofie
    Feit en interpretatie in de historische wetenschappen




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Cursus van de docent, te verkrijgen bij Universitas. (titel = titel van het vak)

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Chr. Lorenz: de constructie van het verleden



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 10/10/2011 13:40 joachim.leilich  

    Samenleving, feiten en problemen
    Studiegidsnr:1300PSWSFP
    Vakgebied:Sociologie
    Semester:2e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Bea Cantillon

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    nihil


    2. Eindcompetenties

    nihil


    3. Inhoud

    Deze cursus behandelt enkele actuele problemen van de welvaartsstaat: Groei en crisis van de welvaartsstaat; Welvaart, groei, inflatie, werkgelegenheid; Bevolking en beroepsbevolking; De sociale organisatie van de welvaartsstaat; De overheid als centrale herverdeler; Verdeling van de geldinkomens; De verdeling van de sociale goederen en diensten; De politieke democratie.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    H. DELEECK (2008), De architectuur van de welvaartsstaat opnieuw bekeken. Herziene en geactualiseerde uitgave onder leiding van Bea Cantillon. Leuven: Acco.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    nihil


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Bea.Cantillon@ua.ac.be

     


    (+)laatste aanpassing: 08/03/2012 08:55 sonja.vos  

    Ethiek
    Studiegidsnr:1008FLWFID
    Vakgebied:Wijsbegeerte en ethiek
    Semester:2e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:5
    Studiebelasting:140
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Johan Taels

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Passieve beheersing van :
    • Nederlands
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Voorondersteld wordt een zekere vertrouwdheid met de geschiedenis van de wijsbegeerte.


    2. Eindcompetenties

    *   inzicht in de basisbegrippen van de ethiek en in de belangrijkste hedendaagse moraalfilosofische theorieën;

    *   inzicht in de wijze waarop deze begrippen en theorieën in hedendaagse maatschappelijke praktijken, instellingen en instituties (zouden kunnen) functioneren; 

    *    kritische reflectie over de moderne en postmoderne cultuur; inzicht in de verhouding tussen de premoderne en de (post)moderne ethiek;

    *   ertoe in staat zijn op zelfstandige en genuanceerde wijze een casus met ethische implicaties te analyseren en beoordelen. 




    3. Inhoud

    Is een moreel leven al dan niet identiek met een goed of geslaagd leven? Wat houdt een dergelijk leven dan wel in? Zijn morele begrippen niet per definitie subject(relat)ief?

     

    De cursus Ethiek wil deze en andere vragen behandelen vanuit verschillende invalshoeken. In een eerste deel Ethiek en (post)moderne cultuur wordt een overzicht gegeven van enkele conventionele begripsbepalingen (hfdst. 1) en wordt ingegaan op de vermeende crisis van de moderne en postmoderne ethiek (hfdst. 2). Deel twee Typen van wijsgerige ethiek bespreekt aan de hand van een aantal casussen de belangrijkste hedendaagse ethische theorieën: de consequëntiële ethiek (prudentialisme en utilitarisme; hfdst. 3), de intentie-ethiek (Kant, Levinas; hfdst. 4), de deugdethiek (Aristoteles, McIntyre; hfdst. 5) en de hermeneutische ethiek (Kierkegaard, Gadamer, Van Tongeren; hfdst. 6). 




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding
  • Gesloten boek


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    J. Taels, Ethiek, Universitas, Antwerpen, 2011.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Cf. uitvoerige literatuurlijst, opgenomen in de syllabus


    7. Contactgegevens en begeleiding

    J. Taels

    Grote Kauwenberg, d. 422

    Tel. 03/265 43 42

    Johan.Taels@ua.ac.be

    Spreekuren: 2e sem.: maandag 12u30 - 14u

     

     

     


    (+)laatste aanpassing: 26/09/2011 09:23 johan.taels  

    Algemene disciplinegebonden opleidingsonderdelen

    Verplichte opleidingsonderdelen

    Algemene taalkunde
    Studiegidsnr:1002FLWTLA
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Walter De Mulder

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Passieve beheersing van :
    • Frans
    • Engels
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

    Notie hebben van de basisbegrippen van:
    Kennis van een aantal fundamentele grammaticale noties die de studenten tijdens hun studies in het middelbaar onderwijs verworven hebben.
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    De cursus vereist geen specifieke voorkennis, behalve kennis van een aantal fundamentele grammaticale noties die de studenten tijdens hun studies in het middelbaar onderwijs verworven hebben.

     

     




    2. Eindcompetenties

    De studenten

    - verwerven inzicht in de doelstellingen en de methodes van de taalwetenschap.

    - bouwen kennis op van de grondbegrippen van de verschillende subdisciplines van de taalwetenschap.

    - verkrijgen een overzicht van de verschillende subdisciplines van de taalwetenschap en hun onderlinge relaties.

    - kunnen de taalwetenschap situeren t.o.v. andere wetenschapsdomeinen.

    - verwerven de nodige basiskennis i.v.m. de ontwikkeling van de taalwetenschap.

     

     




    3. Inhoud

    De cursus geeft een algemene inleiding tot de taalwetenschap.

    In het inleidende gedeelte komen volgende thema’s aan bod: "Wat is taalkunde?", "De kenmerken van menselijke taal", "Taalfamilies", "Universalia" en "Linguïstische relativiteit".

    Vervolgens worden de verschillende subdisciplines van de taalkunde en hun basisbegrippen voorgesteld:

    1) Fonetiek en fonologie (de klanken en hun systematiek);

    2) Morfologie (woordvorming);

    3) Lexicale semantiek (de betekenis van woorden en woorddelen);

    4) Syntaxis (constructies en de structuur van de zin);

    5) Zinssemantiek en pragmatiek (betekenis en gebruik van taaluitingen).

    Daarbij wordt ook beknopt informatie gegeven over de geschiedenis van de taalkunde en over de wijze waarop de verschillende basisbegrippen van die wetenschap zich ontwikkeld hebben.

     




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


    5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Open vragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    De Mulder, Walter (2011). Algemene Taalkunde.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Wordt meegedeeld tijdens de cursus. Cf. ook de bibliografie in de syllabus.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Docent:

    Walter De Mulder

    Bureau R 110

    walter.demulder@ua.ac.be

    tel. 03/265.45.60.

     


    (+)laatste aanpassing: 14/06/2011 10:04 walter.demulder  

    Literaire genres
    Studiegidsnr:1003FLWTLA
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Luc Van Den Dries
    Luc Herman
    Bart Eeckhout

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Passieve beheersing van :
    • Nederlands
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Geen


    2. Eindcompetenties

    Vertrouwdheid met de kenmerken van en de verschillen tussen de drie onderdelen waartoe "literatuur" meestal wordt herleid, met name proza, poëzie en drama.


    3. Inhoud

    Om een greep te krijgen op de veelheid van teksten die als literatuur functioneren werken critici en literatuurwetenschappers graag met etiketten. De etiketten met de meest algemene toepassing zijn proza, poëzie en drama. De literatuurwetenschap werkt dus met het vermoeden dat elk van deze tekstsoorten op een manier kan worden benaderd die wezenlijk verschilt van de aanpak van de twee andere. Voor proza werd de narratologie ontwikkeld, waarmee men in principe elke verhalende tekst te lijf kan. In het deel over poëzie wordt de student vertrouwd gemaakt met de basisbegrippen uit de wetenschappelijke poëziekritiek zoals vorm, ritme/metrum, klankeffecten en stijlfiguren. De behandeling van drama gaat uit van het idee dat deze tekstsoort specifiek ontworpen werd voor de scène; het is een pre-tekst voor het theater.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Open vragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    1. (Verplicht) Drama: Syllabus. Verkrijgbaar vanaf eind september bij Universitas.
    2. (Verplicht) Drama: Antigone (Sophocles) verkrijgbaar bij Acco.
    3. (Verplicht) Poëzie: Syllabus. Verkrijgbaar vanaf medio september bij Universitas.
    4. (Verplicht) Proza: Luc Herman en Bart Vervaeck, Vertelduivels. Handboek verhaalanalyse (Nijmegen: Vantilt, tweede editie 2005). Verkrijgbaar bij De Groene Waterman (Wolstraat).
    5. (Aanbevolen) (60 trefwoorden uit:) H. van Gorp, Lexicon van literaire termen (Groningen: Wolters, zevende druk 1998 en latere drukken!). Verkrijgbaar bij Standaard Boekhandel.


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    M. Pfister, The Theory and Analysis of Drama (1988)
    E. van Alphen, L. Duyvendak, M. Meijer & B. Peperkamp, Op poëtische wijze (1996)



    7. Contactgegevens en begeleiding

    Voor het onderdeel over drama: Luc.Vandendries@ua.ac.be
    Voor het onderdeel over poëzie: Bart.Eeckhout@ua.ac.be
    Voor het onderdeel over proza: Luc.Herman@ua.ac.be

    (+)laatste aanpassing: 27/09/2011 09:17 bart.eeckhout  

    Duits: verplichte opleidingsonderdelen

     

    Duitse taalbeheersing 1
    Studiegidsnr:1001FLWTLD
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Tanja Mortelmans
    Sabine Moll

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Omdat er contrastief (N-D) gewerkt wordt, onder meer door middel van vertalingen, is een actieve beheersing van het Nederlands noodzakelijk.
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Belangstelling voor de Duitse taal is noodzakelijk, hoewel er geen actieve voorkennis wordt verwacht. Het grootste gedeelte van de cursus wordt uitsluitend in het Duits wordt gegeven; Nederlands is de basistaal voor de te maken vertalingen.




    2. Eindcompetenties


    Ervan uitgaand dat de meeste studenten die van de schoolbanken komen, vooral moeilijkheden bij het mondeling taalgebruik hebben, zal in deze cursus de angst voor het spreken overwonnen worden. Spreekvaardigheid staat dan ook centraal. Wat leesvaardigheid betreft zullen de studenten verschillende mogelijkheiden leren kennen en gebruiken om onbekende woorden door middel van inferentietechnieken te begrijpen. Verder zullen ook typische kenmerken van het geschreven Duits worden bekeken. Studenten zullen ook ertoe gemotiveerd worden creatief met het Duits om te gaan (o.a. door het produceren van eigen teksten). Door gerichte oefeningen zal de woordenschatkennis worden uitgebreid. Verder zal door vertalingen (Nederlands-Duits) de kennis van de grammatica, woordenschat en stilistische elementen worden ingeoefend en verdiept. Het is de bedoeling dat studenten na het behalen van de credits voor de vakken Duitse Taalbeheersing 1, Duitse Taalbeheersing 2 en Duitse Taalbeheersing 3 een niveau B2/C1 bereiken voor spreken en schrijven, en een niveau C1 voor lezen en luisteren (zie Europees Referentie Kader of ERK).



    3. Inhoud

    • Gedetailleerde lectuur en discussie van originele Duitse teksten (verschillende tekstsoorten passeren daarbij de revue)
    • gevarieerde woordenschatoefeningen over verschillende thema's:

    Thematisch staan hierbij volgende zes onderwerpen centraal: de mens, 'van binnen en van buiten' (Außen hui, innen pfui); kleding/voeding/winkelen (Wie halten Sie's mit Shopping), reizen, mobiliteit, verkeer, vakantie (Wir machen mobil), natuur/klimaat/ecologie/milieu (Die Welt, in der wir leben), media (televisie, kranten (ImInformationsdschungel) en Heimat, thuis, nationaliteit (Heimat-los)

    • vertalingen Nederlands-Duits



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Oefeningen
  • Opdrachten
  • (tussentijdse) testen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Mortelmans, Tanja & Eva Steindorfer (2011). Deutsche Sprachbeherrschung 1. Universitas.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Duden. Deutsches Universalwörterbuch. Mannheim: Dudenverlag.(laatste editie)




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Tanja Mortelmans (D.128), tanja.mortelmans@ua.ac.be of 03.265.42.64

     


    (+)laatste aanpassing: 07/06/2012 11:45 tanja.mortelmans  

    Duitse grammatica: theorie 1
    Studiegidsnr:1002FLWTLD
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Tanja Mortelmans

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands

    Het handboek en de tijdens de lessen gehanteerde methode is contrastief Nederlands-Duits. Actieve beheersing van het Nederlands is daarom noodzakelijk. Voorkennis van het Duits is echter niet vereist.


    2. Eindcompetenties

    In dit vak wordt de theoretische basis voor de praktische beheersing van het Duits gelegd. Wie dit vak gevolgd heeft, heeft inzicht in en beheerst de morfologie van de basiswoordsoorten van het Duits (het werkwoord, het zelfstandig naamwoord, het bijvoeglijk naamwoord en het lidwoord).


    3. Inhoud

    Het Duitse werkwoord (voornamelijk de morfologie of vormleer ervan), het lidwoord, het substantief en het adjectief komen in deze cursus uitvoerig aan bod.

    Voor het werkwoord wordt de vervoeging van de zwakke (regelmatige en onregelmatige) werkwoorden en de sterke werkwoorden in groot detail behandeld.
    Voor het substantief focussen we vooral op (de bepaling van het) genus en vorming van het meervoud.
    Voor het adjectief staan de verschillende 'Deklinationstypen' (der kleine Mann vs. ein kleiner Mann) op het programma. We behandelen ook de vorming en het gebruik van de trappen van vergelijking (Komparativ & Superlativ), het gesubstantiveerde adjectief (der Deutsche, ein Deutscher) en enkele bijzondere groepen van adjektieven (kleuren, talen, stofadjectieven).




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Ten Cate, Abraham u.a (laatste editie). Deutsche Grammatik. Bussum: Coutinho.
    Mortelmans, Tanja: Das Substantiv und seine Begleiter. Antwerpen: Universitas.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    • DUDEN-Grammatik der deutschen Gegenwartssprache. Mannheim: Dudenverlag (= Duden in 12. Bdn.; Bd. 4).
    • Van Dale. Groot Woordenboek Nederlands-Duits & Duits-Nederlands. (laatste editie!)
    • DUDEN Deutsches Universalwörterbuch. Mannheim: Dudenverlag
      (laatste editie!)



    7. Contactgegevens en begeleiding

    Tanja Mortelmans, D.128, 03/265.42.64 of tanja.mortelmans@ua.ac.be
    (+)laatste aanpassing: 14/06/2011 11:44 tanja.mortelmans  

    Duitse grammatica: oefeningen 1
    Studiegidsnr:1003FLWTLD
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Tom Smits

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Passieve beheersing van :
    • Duits

    Passieve beheersing van Duits wordt trapsgewijs aangeleerd.

    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Omdat het vak sterk contrastief georiënteerd is, is kennis van het Nederlands noodzakelijk (o.a. vertaaloefeningen Nederlands-Duits)


    2. Eindcompetenties

    Het is de bedoeling van dit vak dat de basiswoordsoorten (werkwoord, substantief, adjectief, lidwoord) in het Duits adequaat en correct worden gebruikt.


    3. Inhoud

    De morfologie van het werkwoord, het substantief, het adjectief en het lidwoord staan voorop. De oefeningen sluiten nauw aan bij het vak 'Duitse grammatica 1: theorie'


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting

  • Permanente evaluatie:
  • (tussentijdse) testen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    • Mortelmans, Tanja & Tom Smits: Duitse Toegepaste Grammatica I. Antwerpen: Universitas.
    • Smits, Tom: Deutsche Rechtschreibung und Zeichensetzung. Universitas.
    • Thematische Woordenschat Duits. Ndl. bewerking: EPMA. Amsterdam: Intertaal.

     

    • Ten Cate, Abraham u.a (2004). Deutsche Grammatik. Bussum: Coutinho.

    • van Dale: Groot woordenboek Nederlands-Duits. Van Dale Lexicografie.
    • van Dale: Groot woordenboek Duits-Nederlands. Van Dale Lexicografie.


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    • Duden: Deutsches Universalwörterbuch. Mannheim: Dudenverlag.
    • Duden: Grammatik der deutschen Gegenwartssprache. Mannheim: Dudenverlag (= Duden in 12. Bdn.; Bd. 4).




    7. Contactgegevens en begeleiding

    CST: D-126

    03 220 42 63

    tom.smits@ua.ac.be


    (+)laatste aanpassing: 20/05/2011 12:12 tom.smits  

    Geschiedenis van de Duitse literatuur 1
    Studiegidsnr:1004FLWTLD
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Arvi Sepp

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Redelijk begrip van gesproken en geschreven Duits


    2. Eindcompetenties

    Duitse literaire teksten tussen 1600 en 1890 verstaan en kunnen situeren.


    3. Inhoud

    Ontwikkeling van het Duitse literatuur van 1600 tot 1890. Bovendien huislectuur.




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Oefeningensessies

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding
  • Open vragen

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Syllabus Geschichte der deutschen Literatur I (te verkrijgen bij Universitas)

    Huislectuur (te verkrijgen bij ACCO):

    - Hans Jakob Christoffel von Grimmelshausen: Der abenteuerliche Simplicissimus. Albatros, 2011.

    - Johann W. Goethe: Faust. Der Tragödie erster Teil. Reclam, 2000.

    - Georg Büchner: Woyzeck . Reclam, 2006.

    - Friedrich Hebbel: Maria Magdalena. Reclam, 2002.

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.





    7. Contactgegevens en begeleiding

    De docent kan steeds bereikt worden op zijn email-adres (arvi.sepp@ua.ac.be).
    (+)laatste aanpassing: 10/02/2012 12:56 arvi.sepp  

    Duitse teksten 1
    Studiegidsnr:1005FLWTLD
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Duits
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Angemessene Lesefertigkeit im Deutschen

    Duits kunnen lezen




    2. Eindcompetenties

    Kenntnis des kulturellen und geschichtlichen Kontexts der literarischen Moderne und der in diesem Kurs behandelten Klassiker, die sich mit dem Thema Jugend beschäftigen (von Rilke, Musil und Hesse bis zu ausgewählten Texten der Gegenwartsliteratur (Zeh, Hegemann). Anhand von theoretischen Erläuterungen und praktischer Anwendung von literaturwissenschaftlichen Grundbegriffen sollen Fähigkeiten erlernt werden, die bei der textimmanenten Lektüre von moderner Literatur notwendig sind. Besondere Aufmerksamkeit gilt dabei den Zusammenhängen zwischen Text und Kontext.

     

    Het verwerven van kennis over de culturele en geschiedkundige context van de literaire moderniteit, alsook van de in deze cursus behandelde klassiekers over het thema "jeugd" (van Rilke en Hesse tot teksten uit de hedendaagse literatuur (Zeh, Hegemann). Aan de hand van theoretische verklaringenen praktische toepassing van literatuurwetenschappelijke basisbegrippen zal men de vaardigheden verwerven die voor tekstimmanente benaderingen van moderne literatuur noodzakelijk zijn. Er wordt daarbij bijzondere aandacht besteed aan de verbanden tussen tekst en context.

     




    3. Inhoud


    JUGEND UND MODERNE LITERATUR

     

    Nach einer Einleitung, die literaturgeschichtlichen, gattungsästhetischen und erzähltechnischen Fragen gewidmet ist, werden Texte von u.a. Rainer M. Rilke, Musil, Hermann Hesse, Franz Kafka, und Thomas Mann, wie auch von Gegenwartsautoren wie Juli Zeh und Helene Hegemann besprochen, wobei dem Bruch mit traditionellen Erzählweisen und ihrer thematischen Einbettung besondere Aufmerksamkeit erteilt wird. Das diesen Erzählungen gemeinsame Thema der "Jugendkrise" soll sich dabei als fruchtbarer Ausgangspunkt für eine Auseinandersetzung mit den verschiedenen literarischen und gesellschaftlichen Krisenerscheinungen der Moderne erweisen.

     

    Na een inleiding, die gewijd is aan literatuurhistorische vraagstellingen, worden teksten van Rainer M. Rilke, Robert Musil, Hermann Hesse, Franz Kafka en Thomas Mann en teksten uit de hedendaagse literatuur zoals Spieltrieb van Julie Zeh and Helene Hegemann besproken, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de breuk met traditionele schrijfwijzen en hun thematische inbedding. Het thema “Jeugdcrisis” dat al deze teksten met elkaar gemeenschappelijk hebben, dient daarbij als vruchtbaar uitgangspunt voor een verkenning en discussie van de verschillende literaire en sociale crisisfenomenen van de moderniteit.

     



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    R.M. Rilke, "die Turnstunde"
    Thomas Mann, "Tonio Kröger"
    Robert Musil, "Die Verwirrungen des Zöglings Törless" (Auszüge)
    Hermann Hesse, "Unterm Rad"
    J.W. Goethe, "Die Leiden des jungen Werther" (Auszüge)
    Ulrich Plenzdorf, "Die neuen Leiden des jungen Werther" (Auszüge)
    Juli Zeh, "Spieltrieb" (Auszüge)

    Helene Hegemann "Axolotl Roadkill" (Auszüge)

    Zehs "Spieltrieb", Manns "Tonio Kröger" und Hesses "Unterm Rad" soll von den Studenten selbst besorgt werden (wenn möglich in der jüngsten Suhrkamp-Ausgabe).

    Die übrigen Texte werden den Studenten zur Verfügung gestellt.

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Lehnert, Herbert. Geschichte der deutschen Literatur vom Jugendstil zum Expressionismus. Stuttgart: Reclam, 1978. 
    Neubauer, John. The Fin-de-siècle Culture of Adolescence. New Haven and New York: Yale University Press, 1992.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    Prof. Dr. Vivian Liska

    Deutsche Literatur

    Dept. Letteren en Wijsbegeerte

    Universiteit Antwerpen

    Lange Winkelstraat 40-42, 4 verdieping

    Post adres:

    Prinsstraat 13 L.400

    BE-2000-Antwerpen

     

    Tel: +32 3 265 52 44

    Fax: +32 3 265 52 41

    Mobiel: +32 475 38 0000

    e-mail: vivian.liska@ua.ac.be 


    (+)laatste aanpassing: 02/08/2011 15:43 vivian.liska  

    Spaans: verplichte opleidingsonderdelen

     

    Grammatica en taalbeheersing van het Spaans 1
    Studiegidsnr:1001FLWTLS
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Spaans
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Gretel De Cuyper

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

    2. Eindcompetenties

    - theoretisch: een elementaire kennis opgebouwd hebben van de Spaanse grammatica en ook inzicht verworven hebben in het domein van de grammatica

    - toegepast: de vaardigheid om zich zowel mondeling als schriftelijk uit te drukken op een behoorlijk niveau in eenvoudige situaties

    *

    Na het succesvol afronden van dit vak is de student in staat zich via eenvoudige basistructuren zowel schriftelijk als mondeling uit te drukken op basis van een elementaire grammaticakennis en een elementaire woordenschat Spaans. Hij/Zij begrijpt ook de hoofdlijnen van mondelinge of schriftelijke communicatie door moedertaalsprekers in vertrouwde contexten.





    3. Inhoud

    overzicht van de elementaire normatieve grammatica, met toepassing ervan aan de hand van oefeningen (al dan niet op Blackboard).


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Oefeningensessies
  • Vaardigheidstrainingen

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


    5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Moreno, Concha et al. 2011. Nuevo Avance Básico. SGEL, Madrid.

    Intertaal (recentste uitgave). Thematische Woordenschat Spaans. Intertaal, Amsterdam.

    De Cuyper, Gretel. 2011. Gramática básica del español (wordt door de docent ter beschikking gesteld via BB)

    De Cuyper, Gretel. 2011. Gramática básica del español. Ejercicios suplementarios. (wordt door de docent ter beschikking gesteld via BB)

    De Cuyper, Gretel (coord.) - Basanta y Romero Valdespino, Almudena (auteur). 2011. Ejercicios de vocabulario. (wordt door de docent ter beschikking gesteld via BB)

    Ramoneda, Arturo. (recentste uitgave). El libro de los verbos. Uso, conjugación y dudas. Alianza Editorial, Madrid. (of een gelijkaardige publicatie)



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 21/09/2011 19:55 gretel.decuyper  

    Grammatica en taalbeheersing van het Spaans 2
    Studiegidsnr:1002FLWTLS
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:2e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Spaans
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Miguel Norbert Ubarri
    Antonio Sempere Mollà

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Deze cursus vervolgd Grammatica en taalbeheersing van het Spaans 1.




    2. Eindcompetenties


    Na het succesvol afronden van dit vak beschikt de student over een ruimere Spaanse basiswoordenschat, heeft hij/zij zich een correcte uitspraak van het Spaans eigen gemaakt, beheerst hij/zij de grammaticale basisstructuren van de Spaanse taal, en is hij/zij in staat meningen te uiten over concrete zaken. Hij/zij kan zich uitdrukken, zowel mondeling als schriftelijk, over sociale activiteiten, media en culturele evenementen in vertrouwde contexten.


    3. Inhoud

    -Verwerven van een ruime Spaanse basiswoordenschat.
    -Zich eigen maken van een correcte uitspraak van het Spaans.
    -Assimileren van de basisstructuren van de Spaanse taal.
    -Inoefenen van een aantal communicatieve vaardigheden (in kleine groep) onder begeleiding van een native lector.




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Werkcolleges
  • Vaardigheidstrainingen

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Permanente evaluatie:
  • (tussentijdse) testen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    1. Palencia, Ramón y Luis Aragonés, Gramática del uso del español, SM, Madrid 2003. (ACCO)
    2. Thematische woordenschat Spaans, Intertaal. (ACCO)
    3. Elementos básicos de la morfosintaxis española, R.A. Verdonk et al., Universitas, Antwerpen, 2008 (Universitas)


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Ejercicios de Redacción I (via Blackboard)
    Fragmenten van literaire teksten die tijdens het semester worden meegedeld.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 02/08/2011 20:50 miguel.norbertubarri  

    Spaanse taalkunde 1
    Studiegidsnr:1003FLWTLS
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Gretel De Cuyper

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    doceertaal = Nederlands!
    Passieve beheersing van :
    • Engels
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Er wordt verwacht dat de studenten reeds over een algemene kennis beschikken i.v.m. de geschiedenis van West-Europa.


    2. Eindcompetenties

    - inzicht verwerven in het domein van de externe taalgeschiedenis

    - een globaal overzicht opbouwen van de specifieke taalkundig relevante geschiedenis van Spanje en Latijns-Amerika

     




    3. Inhoud

    De cursus behandelt de externe geschiedenis van de Spaanse taal. Na een korte inleiding in de Spaanse taalkunde wordt een overzicht gegeven van hoe welbepaalde historische gebeurtenissen in de huidige Spaanstalige gebieden invloeden in de huidige Spaanse taal mee kunnen verklaren. We bestuderen invloeden die zijn nagelaten in de Spaanse taal door verschillende relevante taalvarianten doorheen de geschiedenis op lexicaal vlak en, in mindere mate, op fonologisch, morfologisch en syntactisch vlak. We besteden bij dit overzicht eerst aandacht aan het Spaans van Spanje, en daarna aan het Spaans van Spaans-Amerika.




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


    5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    persoonlijke notities

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    - Er wordt sterk aangeraden over een (historische) atlas te beschikken als bijkomende illustratie van de hoorcolleges.




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Gretel.DeCuyper@ua.ac.be

    spreekuur tijdens eerste semester: do van 12u tot 13u of op afspraak


    (+)laatste aanpassing: 19/12/2011 20:35 gretel.decuyper  

    Inleiding tot de studie van de Spaanse en Spaans-Amerikaanse cultuur en literatuur
    Studiegidsnr:1004FLWTLS
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Spaans
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Miguel Norbert Ubarri

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    FLWTLS 0010


    2. Eindcompetenties

    Er wordt naar gestreefd op het eind van de semester te komen tot een algemene kennis van hedendaagse cultuur, en de meest vertegenwoordigde literaire werken en schrijvers uit de twintigste eeuw in Spanje en Latijns-Amerika.


    3. Inhoud

    - Kennis maken met de historische achtergrond van Spanje en Latijns-Amerika vanaf 1895 tot heden en, in het bijzonder, met de literaire bewegingen van de twintigste eeuw. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de meest representatieve auteurs en teksten.
    - Verwerven van een ruimere Spaanse woordenschat.
    - Begrip en appreciatie van de geselecteerde teksten.
    - Ontwikkelen van leesvaardigheid en kritische analyse.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Werkcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Meerkeuzevragen
  • Open vragen

  • Permanente evaluatie:
  • (tussentijdse) testen
  • Medewerking tijdens de contactmomenten


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    1. Apuntes del profesor ("Lezer"). Deze is te krijgen bij Universitas Print'n Copy
    2. Selección de textos ("Fragmenten uit teksten"). Deze zijn te krijgen bij Universitas Print'n Copy


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Wordt bij het begin van het academiejaar meegedeld.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 02/08/2011 20:48 miguel.norbertubarri  

    Vrije ruimte

    Het aantal studiepunten dat u zelf kan invullen varieert tussen 9 en 12 SP, afhankelijk van het aantal SP van het basisopleidingsonderdeel dat u koos. U berekent ze door het aantal studiepunten van alle verplichte opleidingsonderdelen af te trekken van de te behalen 180 SP.

    Voor de vrije ruimte kiest u uit:
    - keuzeopleidingsonderdelen verbonden aan de gekozen ta(a)l(en) of TFL
    - algemene keuzeopleidingsonderdelen (te volgen vanaf deel/jaar 2)
    - opleidingsonderdelen van het Instituut voor Joodse studies (te volgen vanaf deel/jaar 2)
    - alle andere opleidingsonderdelen van de Bacheloropleidingen Taal –en Letterkunde, Geschiedenis of Wijsbegeerte
    (Niet alle keuzeopleidingsonderdelen kunnen hier worden weergegeven. Voor een volledig overzicht, raadpleeg de afstudeervereisten)

    Voor keuzeopleidingsonderdelen van een andere opleiding (buiten de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte) dient u een aanvraag in via de studietrajectbegeleidster, Kathlijn Pittomvils (kathlijn.pittomvils@ua.ac.be)

    Studenten kunnen zich in deel 1 o.a. inschrijven voor de volgende keuzeopleidingsonderdelen (deze zijn wel bij voorkeur bedoeld voor de studenten Nederlands):

    Nederlandse letterkunde: oudere geestelijke letterkunde
    Studiegidsnr:1006FLWTLN
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Thom Mertens

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Geen specifieke eisen.



    2. Eindcompetenties

    De student kent de voornaamste genres en stofgroepen van de Middelnederlandse geestelijke letterkunde: de geschiedenis, de kenmerken, de inhoud en de functie.



    3. Inhoud

    De cursus behandelt de voornaamste genres en stofgroepen van de Middelnederlandse geestelijke letterkunde, van de twaalfde eeuw tot circa 1500: geschiedenis, kenmerken, inhoud en functie.

    Na een algemene inleiding worden de volgende genres/stofgroepen behandeld: bijbelvertaling, preek, catechetische literatuur, gebeden en gebedenboeken, geestelijk lied, mystieke literatuur, hagiografie en religieuze biografie, geestelijke brief, testamenten, ars moriendi.

    Elke week zijn er twee uren les. De studenten lezen tevoren het syllabusdeel dat behandeld zal worden. In de les wordt de stof besproken en worden Middelnederlandse teksten gelezen die de stof illustreren.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries
  • Vaardigheidstrainingen

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep
  • Casussen: Individueel
  • Casussen: In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding
  • Open vragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    De syllabus en de bijbehorende leesteksten worden via Blackboard of op het college ter beschikking gesteld.


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Elk onderdeel is van een uitgebreide literatuurlijst voorzien ter documentatie en eventuele verdere zelfstudie, die echter niet noodzakelijk is voor het behalen van het examen.




    7. Contactgegevens en begeleiding

    thom.mertens@ua.ac.be
    tel. 03 265 57 89


    (+)laatste aanpassing: 25/06/2010 16:43 thom.mertens  

    Nederlandse letterkunde: moderne klassieken 1
    Studiegidsnr:1997FLWTLN
    Vakgebied:Letterkunde
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in academiejaar aanvangend in EVEN jaar
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Georges Wildemeersch

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Specifieke aanvangscompetenties zijn niet vereist.


    2. Eindcompetenties

    De teksten van Hugo Claus in hun context situeren, de grondtrekken ervan analyseren en deze integreren in een synthetische visie op het oeuvre.




    3. Inhoud

    De bedoeling is om aan de hand van losse gedichten, een roman en een toneelstuk de veelheid, de verscheidenheid en de complexiteit van Claus’ werk tot enkele heldere krachtlijnen te bundelen. Met oog voor bepaalde literaire, artistieke en socio-culturele ontwikkelingen in de tweede helft van de 20ste eeuw wordt aandacht geschonken aan uiteenlopende onderwerpen als experimentalisme, realisme, autobiografie, engagement, mythologie, vitalisme enzovoort.




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Open boek


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Een syllabus met teksten van en over de betrokken auteur wordt ter beschikking gesteld via Universitas. Opgave van de te lezen teksten gebeurt bij de aanvang van het college.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    1. Hans Dütting (red.), Via bestaande modellen. Beschouwingen over het werk van Hugo Claus, de Prom, Baarn, 1984

    2. Georges Wildemeersch (red.), Het teken van de ram. Bijdragen tot de Claus-studie, De Bezige Bij, Amsterdam, 1994 e.v. (diverse delen)

     




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Contact is het gemakkelijkst via email: georges.wildemeersch@ua.ac.be.
    (+)laatste aanpassing: 11/10/2011 08:27 georges.wildemeersch  

    Nederlandse letterkunde: moderne klassieken 2
    Studiegidsnr:1996FLWTLN
    Vakgebied:Letterkunde
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in acad.jaar aanvangend in ONEVEN jaar
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Georges Wildemeersch

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Specifieke aanvangscompetenties zijn niet vereist.




    2. Eindcompetenties

    De teksten van Gerard Reve in hun context situeren, de grondtrekken ervan analyseren en deze integreren in een synthetische visie op het oeuvre.




    3. Inhoud

    De bedoeling is om een selectie uit de romans, brieven en gedichten van Reve te behandelen. Daarbij wordt aandacht besteed zowel aan de biografische achtergrond als aan de maatschappelijke, politieke en ideologische context van Reves werk. Belangrijke topics zijn humor en ironie, autobiografie en mythografie, religie en erotiek, romantiek en decadentie.




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Open boek


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Een syllabus met teksten van en over de betrokken auteur wordt ter beschikking gesteld via Universitas. Opgave van de te lezen teksten gebeurt bij de aanvang van het college.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    1. Tom Rooduijn, Revelaties. Gerard Reve over zijn Werk & Leven, Uitgeverij Conserve, Schoorl, 2002

    2. Toine Moerbeek, Reve tot de vierde macht. Een leesverslag, Uitgeverij Vantilt, Nijmegen, 2004

    3. Nop Maas, Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven (delen 1 & 2), Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam, 2009-2010

     




    7. Contactgegevens en begeleiding

    De docent is het gemakkelijkst te bereiken via email: georges.wildemeersch@ua.ac.be
    (+)laatste aanpassing: 11/10/2011 08:28 georges.wildemeersch  

    Deel 2 (BTL-DS)

     

    Verplicht algemeen basisopleidingsonderdeel

     

    Wetenschappelijke vaardigheden
    Studiegidsnr:1004FLWTLA
    Vakgebied:Bibliotheekwetenschappen
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Hubert Meeus
    Goran Proot
    Maartje De Wilde

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Passieve beheersing van :
    • Frans
    • Engels
    • Duits
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    De studenten moeten een basiskennis bezitten van taal- en letterkunde, zodat zij wetenschappelijke bijdragen met enige kennis van zaken kunnen verwerken.


    2. Eindcompetenties

    De studenten moeten de principes van de historische kritiek kennen en kunnen toepassen. De studenten moeten zelfstandig wetenschappelijke informatie op het vlak van taal- en letterkunde kunnen opsporen via bibliografieën, catalogi en het internet. Zij moeten de informatie kunnen opzoeken in bibliotheken. Zij moeten uit de verzamelde informatie de waardevolle en bruikbare bronnen op een kritische manier kunnen selecteren. De studenten moeten een literatuurlijst kunnen samenstellen volgens de regels en ze moeten kunnen verwijzen naar de gebruikte bronnen. Kortom ze moeten beschikken over de nodige technische kennis om een bachelor- en masterscriptie te schrijven. Ze moeten het bewijs leveren dat ze inzicht hebben in de materiële samenstelling van een boek door een exemplaar uit de handpersperiode te beschrijven.




    3. Inhoud

    Deze cursus wil de studenten de theoretische achtergrond en de praktische basisvaardigheden bijbrengen die horen bij de verschillende stappen in een wetenschappelijk onderzoek in de taal- en letterkunde. Uitgaande van een wetenschappelijke vraagstelling leren de studenten bronnen en informatie verzamelen uit bibliografieën, bibliotheken en via internet. Daarbij wordt vooral aandacht geschonken aan de voornaamste naslagwerken op het gebied van de Duitse, Engelse, Franse, Italiaanse, Nederlandse en Spaanse taal- en letterkunde.In een tweede stap leren de studenten de gevonden primaire en secundaire bronnen kritisch evalueren en selecteren. De studenten maken kennis met de basisprincipes van de historische kritiek. Daartoe hoort ook kennis over de informatiedragers (handschrift, boek, cd-rom, website,...). Vooral het oude gedrukte boek uit de handpersperiode krijgt bijzondere aandacht, enerzijds om inzicht te verwerven in de technische aspecten van het boek als informatiedrager, anderzijds om als praktische oefening te dienen voor de andere vaardigheden aangeleerd in de cursus. In een derde stap leren de studenten de resultaten van een wetenschappelijk onderzoek presenteren (o.a. bibliografische beschrijvingen, citeren, literatuurverwijzingen e.d.)


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Excursie
    Portfolio


    5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Opdrachten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting

  • Portfolio:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    H. Meeus, Wetenschappelijke vaardigheden. 2011 (Universitas).
    H. Meeus, Heuristiek. 2011 (Universitas).


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Internetaansluiting


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Vragen kunnen worden gesteld via blackboard.
    (+)laatste aanpassing: 29/07/2011 23:31 hubert.meeus  

    Algemene disciplinegebonden opleidingsonderdelen

    Verplichte opleidingsonderdelen

    Interdisciplinaire linguïstiek
    Studiegidsnr:1005FLWTLA
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Walter Daelemans
    Dominiek Sandra
    Pol Cuvelier

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    U kent de terminologie uit de Ba1-cursus Algemene Taalkunde.



    2. Eindcompetenties

    • U bent zich ervan bewust dat de studie van taal niet beperkt is tot de interne taalstructuur.
    • U kent de belangrijkste standpunten, modellen en onderzoeksresultaten in drie interdisciplinaire studiedomeinen waar taal centraal staat: psycholinguïstiek, sociolinguïstiek (interculturele communicatie, taalplanning) en computerlinguïstiek.
    • U kunt argumenten pro en contra een bepaald standpunt geven.



    3. Inhoud

    Elk hoofdstuk benadert de taal vanuit de invalshoek van een specifieke discipline. Telkens wordt gestreefd naar een overzicht van de meest pertinente onderzoeksproblemen en -methodes in dat deelgebied. Het eerste centraal aandachtspunt betreft de studie van taalgebruik, waarbij zowel sociale aspecten van taal (sociolinguïstiek) als cognitieve aspecten van taal (psycholinguïstiek) aan bod komen. In de component sociolinguïstiek wordt aan twee grote domeinen aandacht besteed: interculturele aspecten in talige communicatie en taalplanning/meertaligheid. 
    Het tweede centraal aandachtspunt betreft de computationele studie van taal, m.a.w. taalverwerking door de computer (computerlinguïstiek). De diversiteit aan benaderingswijzen beklemtoont het veelzijdige karakter van de taal, waardoor een multidisciplinaire studie überhaupt mogelijk is.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Meerkeuzevragen
  • Open vragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Eigen cursusmateriaal van de docenten.






    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Pinker, S. (1995). The Language Instinct. How the mind creates language. New York: Harper Perennial. (494 p.)



    7. Contactgegevens en begeleiding

    pol.cuvelier@ua.ac.be
    walter.daelemans@ua.ac.be
    dominiek.sandra@ua.ac.be


    (+)laatste aanpassing: 30/05/2011 17:55 walter.daelemans  

    Intertekstualiteit: mythologie, bijbel en literatuur
    Studiegidsnr:1006FLWTLA
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Paul Pelckmans
    Geert Lernout
    Rita Beyers

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    De cursus bouwt door op het vak Terminologie en literaire genres (Ba 1).


    2. Eindcompetenties

    De student moet in staat zijn allusies op de Bijbel en de Grieks-Romeinse mythologie en geschiedenis in meer recente literatuur, van de Middeleeuwen tot vandaag, te herkennen en te duiden.


    3. Inhoud

    De cursus bestaat uit twee delen, een theoretisch in het eerste en een meer lectuurgericht gedeelte in het tweede semester.
    Het theoretisch gedeelte omvat een algemene inleiding op het begrip intertextualiteit, op de geschiedenis van het schrift en van de Bijbel en op de Grieks-Romeinse mythologie.
    In het tweede semester spitsen we ons toe op een reeks case-studies, die telkens eenzelfde motief traceren in één brontekst uit de Oudheid, en een latere doorbouwtekst. Voor elke casus verwerkt de student een lectuurpakket van ongeveer dertig pagina's primaire tekst.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Casussen: Individueel

  • Projectwerk:
  • Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    R. Beyers, G. Lernout, P. Pelckmans, Sinds Adam en Achilles, Bijbel en mythologie in de Europese Literatuur, Leuven, Acco, 2011

    Een tekstboek wordt bij het begin van het tweede semester ter beschikking gesteld via Universitas.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    cf. bibliografie syllabus


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Rita Beyers heeft een bureau in gebouw R, op de eerste verdieping, lokaal R 104. Tel. 03 265 4559 e-mailadres rita.beyers@ua.ac.be.

    Geert Lernout heeft een bureau in gebouw D, op de eerste verdieping, lokaal D 134. Tel. 03 265 4257 e-mailadres geert.lernout@ua.ac.be.

    Paul Pelckmans heeft een bureau in gebouw R, op de eerste verdieping, lokaal R 120. Tel. 03 265 4276, e-mailadres paul.pelckmans.1@ua.ac.be 

    Wie wil langskomen, maakt best een afspraak.


    (+)laatste aanpassing: 01/08/2011 17:32 paul.pelckmans.1  

    Duits: verplichte opleidingsonderdelen

     

    Duitse taalbeheersing 2
    Studiegidsnr:1006FLWTLD
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Inschrijvingsvereisten:Volgtijdelijkheid Duitse taalbeheersing 2.
    Duitse taalbeheersing 2 kan pas worden gevolgd wanneer de student is geslaagd (minstens 10/20) voor Duitse taalbeheersing 1 OF Duitse grammatica: oefeningen 1
    Contacturen:45
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Tanja Mortelmans
    Sabine Moll

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Nederlands

    Van studenten wordt verwacht dat ze 'Duitse Taalbeheersing 1' of' Duitse Grammatica: Oefeningen 1' met succes hebben afgelegd.

    Hoewel de cursus bijna volledig in het Duits verloopt, is kennis van het Nederlands onontbeerlijk voor de vertaaloefeningen.


    2. Eindcompetenties


    Net zoals bij Duitse Taalbeheersing 1 staat het bevorderen van de algemene lees-, luister-, schrijf- en spreekvaardigheid centraal. Meer specifiek is het de bedoeling dat studenten niet alleen hun algemene kennis van het Duits verdiepen, maar zich ook 'intellectuelere' spreek- en schrijfvormen (vb. in discussies over maatschappelijk relevante thema's) eigen maken. Voor de schrijfvaardigheid betekent dit onder meer concreet dat de student voldoende over taal beschikt om duidelijke beschrijvingen te geven en meningen te verkondigen over de meeste algemene onderwerpen. De beheersing van de grammatica is eerder uitgebreid; er zijn geen fouten die de begrijpelijkheid in de weg staan. Het spreken verloopt in een vrij vast tempo, zonder al te grote pauze's
    Studenten moeten niet voortdurend naar het juiste woord zoeken.

    Studenten die de vakken Duitse Taalbeheersing 1, 2 en 3 met succes hebben afgelegd, bereiken de ERK-niveau's B2/C1 voor spreken en schrijven en het niveau C1 voor lezen en luisteren. Dit betekent concreet dat de student doeltreffend en vloeiend kan bijdragen aan discussies binnen en buiten het eigen vakgebied en daarbij abstracte uitdrukkingen kan hanteren. De student kan tegen een redelijk tempo (vlot) en kritisch (accuraat) algemene informatie en vakgerelateerde teksten begrijpen. Tenslotte kan de student (niet-) vakgerelateerde teksten voorbereiden en concipiëren, aantekeningen maken of een essay schrijven waaruit communicatievermogen spreekt. De student hanteert daarbij op taalbewustzijn gebaseerde communicatieve strategieën en kan primaire bronnen ontsluiten. Het beoogde uitstroomniveau op het einde van de Ba is ALTE 4 of ERK C1.





    3. Inhoud

    Studie van de hedendaagse Duitse taal in haar diverse verschijningsvormen
    Aan de hand van 6 thematische Lektionen - over taal, jongerentaal, registerverschillen, de internationale positie van het Duits (Lektion 1: Das versteht ja keiner), politiek, verkiezingen, meningen (Lektion 2: Wer die Wahl hat, hat die Qual), gender (Lektion 3: Frauenpower), computers, internet, nieuwe media (Lektion 4: Vernetzungen), kennis, universiteiten, schoolsysteem in Duitsland (Lektion 5: Was Hänschen nicht lernt, lernt Hans nimmermehr) en stad/platteland/architectuur (Lektion 6: Stadtluft macht frei) worden de basisvaardigheden verdiept (o.a. door kritische lectuur van actuele teksten, woordenschatoefeningen en Nederlands-Duitse vertalingen).




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Oefeningen
  • Opdrachten
  • (tussentijdse) testen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Mortelmans, Tanja: Deutsche Sprachbeherrschung 2. Universitas.
    Thematische Woordenschat Duits. Ndl. bewerking: EMPA Amsterdam: Intertaal



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Duden. Deutsches Universalwörterbuch A-Z. Mannheim: Dudenverlag.
    Van Dale Groot Woordenboek Duits-Nederlands en Nederlands-Duits. Utrecht/Antwerpen: Van Dale Lexicografie.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Tanja Mortelmans (D.128), tanja.mortelmans@ua.ac.be; 03/265 42 64.
    (+)laatste aanpassing: 14/06/2011 09:42 tanja.mortelmans  

    Inleiding tot de Duitse taalwetenschap
    Studiegidsnr:1007FLWTLD
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Tanja Mortelmans
    Tom Smits

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Duits
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Voor dit vak is een aanzienlijke vertrouwdheid met de basisbeginselen van de Duitse taal vereist, onder meer voor het afleggen van het schriftelijk examen. Studenten hebben daarom best minstens 1 vak Duitse taal(kunde/beheersing) met succes afgelegd.


    2. Eindcompetenties

    Dit vak is bedoeld als algemene inleiding tot specifieke facetten van de Duitse taal (aantal sprekers, geografische verdeling, internationaal belang van het Duits, ...) en taalkunde. Studenten worden vertrouwd gemaakt met een aantal deelgebieden binnen de specifiek Germanistische taalkunde.


    3. Inhoud

    Algemene kennis m.b.t. verschillende aspecten van de Duitse taal: haar sprekers, de status ervan (het Duits als wetenschapstaal, als taal van de economie, ...), de recente spellingsproblematiek, ...
    Meer vanuit linguïstische hoek komen thema's uit de areaal-, socio- en contactlinguïstiek aan bod, en is er aandacht voor de historische linguïstiek. Een apart hoofdstuk wordt gewijd aan contrastieve uitspraakleer Duits-Nederlands.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Oefeningensessies

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Tanja Mortelmans & Tom Smits. Inleiding tot de Duitse taalwetenschap. Universitas.
    Werner König. dtv-Atlas Deutsche Sprache. München, deutscher Taschenbuchverlag.


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Fleischer, Wolfgang, Gerhard Helbig & Gotthard Lerchner (eds.) (2001). Kleine Enzyklopädie Deutsche Sprache. Frankfurt/M.: Lang.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    De docenten zijn te bereiken via e-mail (tanja.mortelmans@ua.ac.be of tom.smits@ua.ac.be) of telefonisch op 03/265.42.64 (Tanja Mortelmans) of 03/265.42.63 (Tom Smits).
    (+)laatste aanpassing: 18/05/2011 14:58 tanja.mortelmans  

    Duitse grammatica: theorie 2
    Studiegidsnr:1008FLWTLD
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Tanja Mortelmans

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Van de studenten wordt verwacht dat ze het vak 'Duitse grammatica: theorie 1' of Duitse grammatica: oefeningen 1 met succes hebben afgelegd.
    Kennis van het Nederlands is noodzakelijk omwille van de sterk contrastieve inslag van dit vak.



    2. Eindcompetenties

    Naast de praktische beheersing van de Duitse grammatica wordt ook een beter inzicht in het grammaticale systeem van het Duits nagestreefd: van de studenten wordt niet alleen verwacht dat ze weten hoe en wanneer een bepaalde vorm of constructie wordt gebruikt, maar ook (in de mate van het mogelijke) waarom deze verschijnt.


    3. Inhoud

    In de theoretische grammatica wordt de kennis die in het vak Duitse grammatica: theorie 1 verworven werd, verder uitgebreid. Concreet staan daarbij volgende thema's op het programma: 
    • de woordsoorten telwoord (Zahlwort), voorzetsel (Präposition), bijwoord (Adverb), voegwoord (Konjunktion) en voornaamwoord (Pronomen).
    • de grammaticale categoriën van het werkwoord (i.h.b. Modus en Genusverbi (= actief en passief))
    • Argumentstructuur (die Rektion des Verbs): we gaan in op de verschillende objecten bij het werkwoord (Akkusativobjekt, Dativobjekt, Genitivobjekt, Präpositionalobjekt).
    • Modale werkwoorden: betekenis en gebruik van wollen, sollen, mögen, dürfen, müssen en können. De begrippen 'deontisch' en 'epistemisch' worden behandeld; verder focussen we op gelijkenissen en verschillen met het Nederlands.
    • Infinitiefconstructies: welke werkwoorden kunnen in het Duits met een infinitief (al dan niet met -te) worden verbonden? In het Nederlands zijn de opties in de regel groter (bijvoorbeeld: Het gaat regenen; Hij komt zijn vrouw afhalen; Ze stond te praten). Hoe moeten dergelijke infinitiefconstructies in het Duits vertaald worden worden?



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Ten Cate, Abraham u.a. Deutsche Grammatik. Bussum: Coutinho. (laatste editie, o.a. verkrijgbaar bij Acco)

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    DUDEN, Grammatik der deutschen Gegenwartssprache. Mannheim: Dudenverlag (= Duden in 12. Bdn.; Bd. 4).
    DUDEN Deutsches Universalwörterbuch. Mannheim: Dudenverlag. (laatste editie!)
    Van Dale. Groot Woordenboek Nederlands-Duits & Duits-Nederlands.(laatste editie!)


    7. Contactgegevens en begeleiding

    De docente is te bereiken via email (tanja.mortelmans@ua.ac.be) of telefonisch (03.265.42.64)
    (+)laatste aanpassing: 14/06/2011 11:52 tanja.mortelmans  

    Duitse grammatica: oefeningen 2
    Studiegidsnr:1009FLWTLD
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Inschrijvingsvereisten:Volgtijdelijkheid Duitse grammatica: oefeningen 2.
    Duitse grammatica: oefeningen 2 kan pas worden gevolgd wanneer de student is geslaagd (minstens 10/20) voor Duitse grammatica: oefeningen 1
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Tom Smits

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    • Duits
    Passieve beheersing van :
    • Nederlands
    • Duits
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Kennis van het Nederlands is noodzakelijk omwille van de sterk contrastieve inslag van dit vak.


    2. Eindcompetenties

    De oefeningen sluiten onmiddellijk bij de theoretische grammatica aan. Thematische oefeningen en vertalingen (N.-D.) hebben tot doel de praktische beheersing van de Duitse grammatica en van het Duits in het algemeen te verbeteren.


    3. Inhoud

     In het vak Duitse grammatica: theorie 2 wordt de kennis verworven in de theoretische grammatica 1 verder uitgebreid. Concreet staan volgende thema's op het programma:
    - de woordsoorten voorzetsel, bijwoord, voegwoord en voornaamwoord
    - de grammaticale categoriën van het werkwoord (Tempus, Modus, Aktionsart, Genus verbi, ...)
    Het vak Duitse grammatica: Oefeningen 2 sluit hierbij thematisch aan.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting

  • Permanente evaluatie:
  • (tussentijdse) testen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    • Mortelmans, Tanja & Tom Smits: Duitse Toegepaste Grammatica II. Antwerpen: Universitas.
    • Thematische Woordenschat Duits. Ndl. bewerking: EPMA. Amsterdam : Intertaal.

     

    • Ten Cate, Abraham u.a (2004). Deutsche Grammatik. Bussum: Coutinho.

     

    • van Dale: Groot woordenboek Nederlands-Duits. Van Dale Lexicografie.
    • van Dale: Groot woordenboek Duits-Nederlands. Van Dale Lexicografie.


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    DUDEN, Grammatik der deutschen Gegenwartssprache. Mannheim: Dudenverlag (= Duden in 12. Bdn.; Bd. 4)
    DUDEN Deutsches Universalwörterbuch. Mannheim: Dudenverlag. (laatste editie!)
    Van Dale. Groot Woordenboek Nederlands-Duits & Duits-Nederlands.(laatste editie!)


    7. Contactgegevens en begeleiding

    CST: D-126

    03 220 42 63

    tom.smits@ua.ac.be


    (+)laatste aanpassing: 20/05/2011 12:07 tom.smits  

    Geschiedenis van de Duitse literatuur 2
    Studiegidsnr:1010FLWTLD
    Vakgebied:Letterkunde
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in academiejaar aanvangend in EVEN jaar
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Arvi Sepp

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Gutes Verständnis gesprochener und geschriebener deutscher Sprache.

    Goed begrip van gesproken en geschreven Duits.




    2. Eindcompetenties

    Deutsche Prosa zwischen 1750-1950 verstehen und situieren können. 

    Duitse proza tussen 1750-1950 verstaan en kunnen situeren.


    3. Inhoud

    Einführung in die Staufische Klassik um 1200. Entwicklung der deutschen Prosa von 1750 bis heute: Erzählung, Novelle, Roman, Essay. Außerdem Hauslektüre

    Inleiding tot de Staufische Klassik rond 1200.  Evolutie van het Duitse proza van 1750 tot heden: verhaal, novelle, roman, essay. Bovendien huislectuur


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries
  • Werkcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding
  • Open vragen

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Skript Geschichte der deutschen Literatur II (erhältlich bei Universitas)

     

    Syllabus Geschichte der deutschen Literatur II (te verkrijgen bij Universitas)



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Huislectuur/Hauslektüre (te verkrijgen bij Acco / erhältlich bei Acco): 
    • Gerhart Hauptmann: Die Weber. Cornelsen, 1996.
    • Arthur Schnitzler: Leutnant Gustl. Reclam, 2002.
    • Bertolt Brecht: Der gute Mensch von Sezuan. Suhrkamp, 1964.
    • Ulrich Plenzdorf: Die neuen Leiden des jungen W. Suhrkamp, 1976.
    • Christoph Hein: Der fremde Freund/Drachenblut. Suhrkamp, 2002.
    • Patrick Süskind: Das Parfum. Diogenes, 1994.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 18/08/2010 15:03 arvi.sepp  

    Cultuurgeschiedenis van het Duitstalige gebied
    Studiegidsnr:1015FLWTLD
    Vakgebied:Geschiedenis
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in acad.jaar aanvangend in ONEVEN jaar
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Arvi Sepp

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Een degelijke kennis van het Duits is wenselijk.
    Gute Deutschkenntnisse sind erwünscht.
     


    2. Eindcompetenties


    De cursus beoogt studenten Duitse taal een basispakket culturele ‘know-how’ mee te geven, die hen in staat stelt de ‘vreemde’ taal, literatuur en cultuur beter te begrijpen.
    Ziel ist es, Studierenden der Deutschen Philologie Basiswissen zu vermitteln; dieses soll ihnen als ‘cultural know-how’ ein besseres Verständnis von Sprache, Literatur und Kultur ermöglichen.
     


    3. Inhoud


    In het kader van deze cultuurwetenschappelijke en -historische cursus worden de grote stromingen binnen de culturele ontwikkeling van het Duitstalig gebied geschetst en aan de  hand van historische gebeurtenissen gecontextualiseerd. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar de nieuwe en nieuwste geschiedenis (19de en 20ste eeuw). Aan bod komen politiek, religie, beeldende kunst, muziek, architectuur, wetenschap en filosofie. Daarnaast werpen we ook een blik op de Landeskunde van Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland in engere zin (geografie, politieke structuren, maatschappelijk leven enz.).
    Im Rahmen dieser kulturwissenschaftlichen und -historischen Lehrveranstaltung werden die großen Strömungen innerhalb der kulturellen Entwicklung des deutschsprachigen Raums nachgezeichnet und mit geschichtlichen Ereignissen kontextualisiert; ein besonderes Augenmerk gilt dabei der jüngeren und jüngsten Geschichte (19. und 20. Jh.). Abgedeckt werden die Bereiche Politik, Religion, bildende Kunst, Musik, Architektur, Wissenschaften und Philosophie. Daneben wird auch überblicksmäßig die Landeskunde Deutschlands, Österreichs und der Schweiz im engeren Sinne (Geographie, Verwaltungsstrukturen, gesellschaftliches Leben etc.) behandelt.
     


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten
  • Medewerking tijdens de contactmomenten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


    - Gössmann, Wilhelm (2006). Deutsche Kulturgeschichte im Grundriss. Düsseldorf: Grupello. (bei Acco erhältlich)
    - Handouts (worden in het college uitgedeeld).

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    François, Etienne / Schulze, Hagen (Hrsg.): Deutsche Erinnerungsorte, 3 Bde., München 2001ff.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    De lesgever kan steeds per email bereikt worden.
    (+)laatste aanpassing: 05/11/2010 15:15 arvi.sepp  

    Duitse literatuur: capita selecta (te volgen in Ba 2 of Ba 3)

    Eén opleidingsonderdeel te kiezen uit:

    Duitse teksten: capita selecta 1 - Lyrik nach 1945
    Studiegidsnr:1011FLWTLD
    Vakgebied:Letterkunde
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in academiejaar aanvangend in EVEN jaar
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Duits
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Ba1

    Gute passive und für die mündliche und schriftliche Mitarbeit ausreichende aktive Kenntnis des Deutschen wie dies nach dem erfolgreichen Absolvieren von Ba1 erwartet werden kann.

    Goede passieve en actieve kennis van het Duits die volstaat voor mondelinge en schriftelijke medewerking zoals dit na het succesvol beëindigen van Ba1 verwacht kan worden.




    2. Eindcompetenties

    Grundkenntnisse des historischen und kulturellen Kontexts der Nachkriegszeit. Kenntnisse der im Kurs besprochenen Autoren und der Gedichte. Grundkenntnisse der Problematik von "Kunst nach Auschwitz" und ihrer ästhetischen, politischen und kulturellen Implikationen von der Nachkriegszeit bis heute. Einübung textimmanenter Interpretationen.

    Basiskennis van de historische en culturele context van het naoorlogse Europa. Kennis van de gedichten en auteurs die in de cursus besproken worden. Basiskennis van de esthetische problematiek van "kunst na Auschwitz" en de esthetische, politieke en culturele implicaties vanaf 1945 tot vandaag. Het oefenen van tekstimmanente interpretaties.




    3. Inhoud

    LYRIK NACH 1945

    Der Kurs geht von einer Standortbestimmung der deutschen Nachkriegslyrik aus und setzt sich mit der Problematik der Lyrik nach Auschwitz auseinander. Dieser Kontext dient einer Einführung in das Werk der wichtigsten theoretischen Stellungnahmen zu diesem Thema (Theodor W. Adorno: Erziehung nach Auschwitz, Maurice Blanchot: L'Ecriture du Désastre, George Steiner: Language and Silence, u.a.) und den bedeutendsten Dichtern, die sich von Auschwitz her schrieben: In erster Linie Paul Celan, dem ein Grossteil des Kurses gewidmet ist, dann Nelly Sachs, Marie Luise Kaschnitz. Besondere Aufmerksamkeit gilt Dichtern der Gegenwart wie Ilse Aichinger, Robert Schindel ua. die sich mit dem werk Paul Celans auseinandersetzen. Diese Werke sollen den Studenten anhand einer Untersuchung von thematischen, stilistischen und poetologischen Entwicklungen von der Nachkriegszeit bis heute nähergebracht werden.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep
  • Scriptie: Individueel
  • Scriptie: In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • (tussentijdse) testen
  • Medewerking tijdens de contactmomenten

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Ein reader wird am Anfang des Kurses zur Verfügung gestellt.

    Een reader wordt ter beschikking gesteld in de eerste les.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Adorno, Theodor W.. Ob nach Auschwitz noch sich leben lasse. Ein philosophisches Lesebuch. Herausgegeben von Rolf Tiedemann. Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1997. Meinecke, Dietlind. Über Paul Celan. Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1978.
    Peter Horst Neumann: Zur Lyrik Paul Celans. Eine Einführung. Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen 1968; 2. Auflage 1990, ISBN 3-525-33567-9
    Peter Szondi: Celan-Studien. Hg. von Jean Bollack mit Henriette Beese, Wolfgang Fietkau, Hans-Hagen Hildebrandt, Gert Mattenklott, Senta Metz, Helen Stierlin. Suhrkamp, Frankfurt 1972
    Dietlind Meinecke (Hrsg.): Über Paul Celan. Suhrkamp, Frankfurt 1973
    Marlies Janz: Vom Engagement absoluter Poesie. Zur Lyrik und Ästhetik Paul Celans. Athenäum, Königstein 1976
    Paul Celan Text und Kritik , Heft 53/54, München 1977
    Israel Chalfen: Paul Celan. Eine Biographie seiner Jugend, Insel, Frankfurt 1979
    Winfried Menninghaus: Paul Celan. Magie der Form. Suhrkamp, Frankfurt 1980
    Karsten Hvidfelt Nielsen, Harald Pors: Index zur Lyrik Paul Celans. W. Fink, München 1981
    Gerhart Baumann: Erinnerungen an Paul Celan. Suhrkamp, Frankfurt 1986
    Hans-Georg Gadamer: Wer bin Ich und wer bist Du? – Ein Kommentar zu Paul Celans Gedichtfolge 'Atemkristall', Suhrkamp, Frankfurt 1986
    Otto Pöggeler: Spur des Worts. Zur Lyrik Paul Celans. Alber, Freiburg / München 1986, ISBN 3-495-47607-5
    Werner Hamacher, Winfried Menninghaus (Hrsg.): Paul Celan. Suhrkamp, Frankfurt 1988 (Reihe: Materialien)
    John Felstiner: Paul Celan. Eine Biographie Beck, München 1997, ISBN 3-406-42285-3
    Wolfgang Emmerich: Paul Celan Rowohlt, Reinbek 1999, ISBN 3-499-50397-2
    Jean Bollack: Paul Celan. Poetik der Fremdheit. Aus dem Franz. von Werner Wögerbauer. Zsolnay, Wien 2000, ISBN 3-552-04976-2


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Prof. Dr. Vivian Liska

    Deutsche Literatur

    Dept. Letteren en Wijsbegeerte

    Universiteit Antwerpen

    Lange Winkelstraat 40-42, 4 verdieping

    Post adres:

    Prinsstraat 13 L.400

    BE-2000-Antwerpen

     

    Tel: +32 3 265 52 44

    Fax: +32 3 265 52 41

    Mobiel: +32 475 38 0000

    e-mail: vivian.liska@ua.ac.be  


    (+)laatste aanpassing: 10/06/2011 19:08 vivian.liska  

    Duitse teksten: capita selecta 2 - Der Expressionismus und seine Folgen
    Studiegidsnr:1012FLWTLD
    Vakgebied:Letterkunde
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in academiejaar aanvangend in EVEN jaar
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Ba1

    Gute passive und für die mündliche und schriftliche Mitarbeit ausreichende aktive Kenntnis des Deutschen wie dies nach dem erfolgreichen Absolvieren von Ba1 erwartet werden kann.

    Goede passieve en actieve kennis van het Duits die volstaat voor mondelinge en schriftelijke medewerking zoals dit na het succesvol beëindigen van Ba1 verwacht kan worden.




    2. Eindcompetenties

    Kenntnis des kulturellen und geschichtlichen Kontexts des Expressionismus und der in diesem Kurs behandelten Gedichte und Erzählungen von Benn, Kafka, Döblin und anderen expressionistischen Autoren. Verstehen und praktisches Anwenden von literaturwissenschaftlichen Grundbegriffen. Fähigkeit, komplexe kürzere Texte zu verstehen und zu interpretieren.

    Basiskennis van de historische en culturele context van het expressionisme en van de in deze cursus besproken gedichten en proza-teksten van Benn, Kafka, Döblin en andere expressionistische auteurs. Begrip en praktische toepassing van literatuurwetenschappelijke basisconcepten. De vaardigheid om complexe kortere teksten te begrijpen en interpreteren.




    3. Inhoud

    DER EXPRESSIONISMUS UND SEINE FOLGEN

    Der Expressionismus gilt als bedeutendste avant-gardistische Strömung in der deutschen Literatur und führt ins Herz der europäischen literarischen Moderne. Der Kurs beginnt mit einer Erläuterung der Terminolgie: Moderne, Modernität, Avant-Garde und Expressionismus. Nach einer allgemeinen Darstellung der deutschen literarischen Moderne und einer Auflistung und Besprechung der wichtigsten Themen und Formen des deutschen Expressionismus, die jeweils mit einem Beispiel illustriert werden, wird eine Auswahl lyrischer und erzählerischer Texte des expressionistischen Zeitalters in Deutschland (1910-1920) behandelt. Etwa ein Dutzend Gedichte und drei bis vier kürzere Erzählungen von Else Lasker-Schüler, Gottfried Benn, Aldred Döblin und Franz Kafka werden ausführlich behandelt und interpretiert. Eine Besprechung der "Expressionismus-Debatte" um 1938, an der die bedeutendsten Dichter und Theoretiker (Gottfried Benn, Ernst Bloch, Bertolt Brecht, Georg Lukàcs) teilhatten situiert die politische Problematik des Expressionismus noch über die zwanziger Jahre hinaus. Der Kurs schließt mit einer Diskussion über die Aktualität des Expressionismus ab.

    Het expressionisme is de belangrijkste avant-gardistische Duitse literatuurstroming en raakt het hart van het Europese literataire modernisme. De cursus begint met een toelichting van de terminologie: modernisme, moderniteit, avant-garde en expressionisme. Na een voorstelling van het Duitse literaire modernisme en een opsomming en bespreking van de belangrijkste thema's en vormen van het Duitse expressionisme, die aan de hand van voorbeelden geïllustreerd worden, wordt een selectie gedichten en proza-teksten uit het expressionistische tijdperk in Duitsland (1910-1920) behandeld. Een tiental gedichten en en drie tot vier kortere proza-teksten van Else Lasker-Schüler, Gottfried Benn, Aldred Döblin en Franz Kafka worden uitgebreid besproken en geïnterpreteerd. Een bespreking van de zogenaamde "Expressionismus-Debatte" in 1938, waaraan de meest prominente dichters en theoretici uit die periode (Gottfried Benn, Ernst Bloch, Bertolt Brecht, Georg Lukàcs) hebben deelgenomen, situeert de politieke problematiek van het expressionisme noch tot na de jaren twintig. De cursus sluit af met een discussie over de actualiteit van het expressionisme.





    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep
  • Scriptie: Individueel
  • Scriptie: In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding
  • Open boek

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    - Gedichte des Expressionismus, Reclam Verlag.
    - Ein Reader mit zusätzlichen Primär und Sekundärtexten wird den Studenten am Beginn des Kurses zur Verfügung gestellt.
    - Een reader met bijkomende primaire en secundaire literatuur wordt bij aanvang van de cursus ter beschikking gesteld.


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Frank Krause, Literarischer Expressionismus, UTB, 2008

    Kurt Pinthus, Menschheitsdämmerung (für zusätzliche Gedichte)

    Paul Raabe, Der Kampf um eine literarische Bewegung (für theoretische Texte)

    Die Expressionismusdebatte (für eine Dokumentation der Positionen 1938)

    Thomas Anz & Michael Stark, Die Modernität des Expressionismus, Metzler Verlag)

    Rothe, Wolfgang (Hrsg.). Expressionismus als Literatur. Bern & München: Francke, 1969.

    Steffen, Hans. Der deutsche Expressionismus. Formen und Gestalten. Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 1970.




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Prof. Dr. Vivian Liska

    Deutsche Literatur

    Dept. Letteren en Wijsbegeerte

    Universiteit Antwerpen

    Lange Winkelstraat 40-42, 4 verdieping

    Post adres:

    Prinsstraat 13 L.400

    BE-2000-Antwerpen

     

    Tel: +32 3 265 52 44

    Fax: +32 3 265 52 41

    Mobiel: +32 475 38 0000

    e-mail: vivian.liska@ua.ac.be  


    (+)laatste aanpassing: 13/06/2011 20:26 vivian.liska  

    Duitse teksten: capita selecta 3 - Franz Kafka: Kurzproza
    Studiegidsnr:1988FLWTLD
    Vakgebied:Letterkunde
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in acad.jaar aanvangend in ONEVEN jaar
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Ba 1 Duits


    2. Eindcompetenties

    Basiskenntnis des kafkaschen Werks, Fähigkeit zur detaillierten Textinterpretation und Grundbegriffe der wichtigsten Literaturtheorien.

    Basiskennis van het werk van Kafka, de vaardigheid om tekstimmanente interpretaties op te stellen en om basisbegrippen van de belangrijkste literaire theorieën toe te passen.


    3. Inhoud

    Nach einem einführenden Überblick auf den literarischen und geschichtlichen Kontext von Kafkas Werk wird eine Auswahl von Prosatexten erläutert und interpretiert. Aus verschiedenen - philosophischen, soziologischen, psycho-analytischen, rhetorischen – Perspektiven werden Deutungsansätze erprobt und miteinander in Zusammenhang gebracht um die Vielschichtigkeit des kafkaschen Werks und die Reichweite literaturwissenschaftlicher Möglichkeiten erkennbar zu machen. Besondere Aufmerksamkeit gilt Interpretationsansätzen der Gegenwart

    Na een inleiding, die een overzicht biedt van de historische, literaire en receptie-esthetische context van Kafka's werk, wordt een selectie van prozateksten van deze auteur belicht en geïnterpreteerd. Vanuit verschillende perspectieven - filosofisch, sociologisch, psycho-analytisch, retorisch - worden aanzetten tot interpretatie aangeboden en uitgeprobeerd, zodat de studenten zowel inzicht in Kafka's werk als in het potentieel van verscheidene vooral recente - interpretatieve referentiekaders verwerven.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Ein reader wird zur Verfügung gestellt.
    Een reader wordt ter beschikking gesteld.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Binder, Hartmut. Kafka-Handbuch. Stuttgart: Kröner, 1979.
    Jagow/Jahraus. Kafka Handbuch. Vandenhoeck&Ruprecht 2008.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Prof. Dr. Vivian Liska

    Deutsche Literatur

    Dept. Letteren en Wijsbegeerte

    Universiteit Antwerpen

    Lange Winkelstraat 40-42, 4 verdieping

    Post adres:

    Prinsstraat 13 L.400

    BE-2000-Antwerpen

    Tel: +32 3 265 52 44

    Fax: +32 3 265 52 41

    Mobiel: +32 475 38 0000

    e-mail: vivian.liska@ua.ac.be


    (+)laatste aanpassing: 19/06/2011 12:43 vivian.liska  

    Duitse teksten: capita selecta 4 - Friedrich Nietzsche: der Philosoph als Dichter
    Studiegidsnr:1017FLWTLD
    Vakgebied:Letterkunde
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in acad.jaar aanvangend in ONEVEN jaar
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Duits
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

     

    Gute passive und für die mündliche und schriftliche Mitarbeit ausreichende aktive Kenntnis des Deutschen wie dies nach dem erfolgreichen Absolvieren von Ba1 erwartet werden kann.

    Goede passieve en actieve kennis van het Duits die volstaat voor mondelinge en schriftelijke medewerking zoals dit na het succesvol beëindigen van Ba1 verwacht kan worden.

     




    2. Eindcompetenties

    Grundkenntnisse des Werks Friedrich Nietzsches und seiner Bedeutung im historischen,  kulturellen und literarischen Kontext der Moderne. Kenntnisse der im Kurs besprochenen Texte, vor allem Also sprach Zarathurstra . Grundkenntnisse des Verhältnisses von Dichtung und Philosophie in der Moderne und der Wirkungsgeschichte Nietzsches in ihren ästhetischen, politischen und kulturellen Implikationen. Einübung textimmanenter Interpretationen.

     

    Basiskennis van het werk van Friedrich Nietzsche en diens betekenis in de historische, culturele en literaire context van de moderniteit. Kennis van de in de cursus besproken teksten, met name Also sprach Zarathurstra . Basiskennis van de verhouding van poëzie en filosofie in de moderniteit en van de receptiegeschiedenis van Nietzsches werk, met bijzondere nadruk op esthetische, politieke en culturele implicaties ervan. Het oefenen van tekstimmanente interpretaties.

     




    3. Inhoud

    Der Kurs geht von einem Einblick in die Bedeutung von Nietzsches Einfluss auf die literarische und philosophische Tradition im 20. Jahrhundert aus und setzt sich mit der Problematik von Nietzsches Wirkungsgeschichte auseinander. Behandelt werden gleichsam die Einflüsse Schopenhauers und Wagners auf Nietzsche und deren Auswirkung auf die Frage von Nietzsches Nihilismus, seine Konzeption des Übermenschen und der ewigen Wiederkehr. Von den Studenten wird eine eingehende, in den Vorlesungen begleitete Lektüre einiger Gedichte und Ausschnitte von Nietzsches Werk, vor allem aber von Also sprach Zarathustra erwartet . Diese Texte sollen den Studenten anhand einer Untersuchung von thematischen, stilistischen und poetologischen Charakteristiken von Nietzsches Schreib-und Denkweise nähergebracht werden. Besondere Aufmerksamkeit gilt dabei einigen Abschnitten des Zarathustra, an denen deutlich gemacht werden soll, wie sich die poetische Dimension von Nietzsches Werk zu seinem Denken verhält.

     

    De cursus beoogt een inzicht te bieden op de betekenis van de invloed van Nietzsche op de literaire en filosofische traditie van de 20ste eeuw en behandelt de problematiek van Nietzsche’s receptiegeschiedenis. Evenzeer worden de invloeden van Schopenhauer en Wagner op Nietzsche belicht en hun uitwerking op de vraag van het nihilisme van Nietzsche, zijn concept van de Übermensch en van de eeuwige terugkeer. Van de studenten wordt een diepgaande, in de lessen begeleide lectuur van enkele gedichten en fragmenten van Nietzsche’s werk verwacht, in de eerste plaats echter van Also sprach Zarathustra . Deze teksten worden aan de studenten aan de hand van een bespreking van thematische, stilistische en poetologische karakteristieken van Nietzsche’s schrijf- en denkwijze toegelicht. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar enkele passages uit Zarathustra, aan de hand waarvan duidelijk gemaakt zal worden hoe zich de poëtische dimensie van Nietzsche’s werk verhoudt tot zijn denken.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Permanente evaluatie:
  • (tussentijdse) testen
  • Medewerking tijdens de contactmomenten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Also sprach Zarathustra. (Reclam Ausgabe) Zusätzliche Handouts werden am Anfang des Kurses zur Verfügung gestellt.

      Also sprach Zarathustra. (Reclam uitgave) Bijkomende handouts worden ter beschikking gesteld in de eerste les.

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Meyer, Theo, Nietzsche und die Kunst , Francke Verlag , 1993.

    Hildebrand, Bruno, Nietzsche und die deutsche Literatur , Niemeyer, 1978

    Duhamel, Roland. Nietzsches Zarathustra, Mystiker des Nihilismus: : eine Interpretation von Friedrich Nietzsches "Also sprach Zarathustra: ein Buch für Alle und Keinen”. Würzburg : Königshausen & Neumann , 1991.

    Aschheim, Steven E. Nietzsche und die Deutschen. Karriere eines Kults, 1996.

     




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Der Dozent steht nach Absprache über e-mail: vivian.liska@ua.ac.be zur Verfügung.

     

    Prof. Dr. Vivian Liska

    Deutsche Literatur

    Dept. Letteren en Wijsbegeerte

    Universiteit Antwerpen

    Lange Winkelstraat 40-42, 4 verdieping

    Post adres:

    Prinsstraat 13 L.400

    BE-2000-Antwerpen

     

    Tel: +32 3 265 52 44

    Fax: +32 3 265 52 41

    Mobiel: +32 475 38 0000

    e-mail:  vivian.liska@ua.ac.be   

     


    (+)laatste aanpassing: 02/08/2011 00:50 vivian.liska  

    Spaans: verplichte opleidingsonderdelen

     

    Grammatica en taalbeheersing van het Spaans 3
    Studiegidsnr:1005FLWTLS
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Inschrijvingsvereisten:Volgtijdelijkheid Grammatica en taalbeheersing Spaans 3.
    Dit opleidingsonderdeel kan pas worden gevolgd als de student is geslaagd (minstens 10/20) voor Grammatica en taalbeheersing Spaans 1 EN Grammatica en taalbeheersing Spaans 2
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Spaans
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Miguel Norbert Ubarri

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Grammatica en Taalbeheersing van het Spaans 1 & 2


    2. Eindcompetenties


    Na het succesvol afronden van dit vak beheerst de student een ruimere Spaanse woordenschat, beheerst hij/zij grammaticale structuren van de Spaanse taal op intermediair niveau, kan hij/zij op beperkte wijze meningen uiten over abstracte culturele zaken en nuances van betekenissen of meningen herkennen, kan hij/zij zakelijke artikels in kranten, brieven met persoonlijke meningen begrijpen, brieven schrijven over een beperkt scala van voorspelbare onderwerpen met betrekking tot persoonlijke ervaringen, en meningen uiten in voorspelbare taal. Hij/zij kan zich uitdrukken, zowel mondeling als schriftelijk, over sociale activiteiten, media en culturele evenementen in ruimere contexten.

    Al completar con éxito este curso, el alumno domina más ampliamente el vocabulario en español, controla las estructuras gramaticales del español a nivel intermedio, puede expresar opiniones de manera limitada sobre cuestiones abstractas y los matices de significado culturales, leer artículos comerciales de periódicos, cartas con opiniones personales, escribir cartas en un abanico limitado de temas predecibles relacionados con experiencias personales, y expresar opiniones en lenguaje predecible. Él/ella puede expresarse tanto oralmente como por escrito, sobre las actividades sociales, medios de comunicación y eventos culturales en contextos más amplios.




    3. Inhoud

    -Repaso y profunidización de la gramática normativa.
    -Ampliación del vocabulario básico.
    -Lectura y discusión de un texto en lengua española.
    -Discusión y síntesis oral y/o escrita de textos periodísticos.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Vaardigheidstrainingen

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Permanente evaluatie:
  • (tussentijdse) testen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    1. Curso de gramática II (disponible en Universitas)
    2. Thematische Woordenschat van het Spaans, Intertaal (ACCO)
    3. Ejercicios de Redacción II (Blackboard)


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Ejercicios adicionales (Blackboard).


    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 02/08/2011 20:38 miguel.norbertubarri  

    Samenleving en cultuur in Spanje
    Studiegidsnr:1006FLWTLS
    Vakgebied:Geschiedenis
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Spaans
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Miguel Norbert Ubarri

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    FLWTLS 0200


    2. Eindcompetenties

    El curso ofrece una revisión de los fundamentos y procesos de transformación de la cultura española peninsular desde sus orígenes hasta el presente.


    3. Inhoud

    1. Revisión panorámica de la cultura española a través de la Historia, Geografía, Lengua, Literatura, Artes Plásticas, Música, Política, Economía. Se dedica atención especial a la convivencia de las tres culturas durante la Edad Media, las relaciones culturales entre Flandes y España durante el Siglo de Oro y la cultura española contemporánea (siglos XIX y XX).
    2. Ampliación del vocabulario básico.
    3. Lectura y discusión de artículos periodísticos y ensayísticos.
    4. Discusión, análisis y síntesis oral de otras fuentes de información sobre la cultura española.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Werkcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep

  • Excursie
    Projectwerk:
  • Individueel

  • Projectwerk:
  • In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Meerkeuzevragen
  • Open vragen

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten
  • (tussentijdse) testen

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    1. Apuntes del profesor (con selección de textos), Disponible en Universitas Print'n Copy.
    2. Quesada Marco, Sebastián, Curso de civilización española. Boston: Houghton Mifflin 1987.
    3. Las siete partidas de Alfonso X el Sabio (fragmentos).
    4. Luisa Fernanda (zarzuela).
    5. Juana la loca (película).


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    A.A.V.V., La cultura española en la Edad Moderna, Ediciones Istmo, Madrid 2004.  

    Behiels, Lieve, Curso de cultura española, Academia Press, Gent 1991.

    __________, "El duque de Alba en la conciencia colectiva de los flamencos" en Forohispánico, 3 (Contactos entre los Países Bajos y el mundo ibérico), 1992, pp. 31-43.

    De Maeseneer, Rita, Notas al curso de Cultura Hispánica y al curso Literatura del Siglo de Oro, 2004.

    De Schepper, Hugo, “La ‘Guerra de Flandes’. Una sinopsis de su leyenda negra (1550-1650)”, en Forohispánico, 3 (Contactos entre los Países Bajos y el mundo ibérico), 1992, pp. 67-86.  

    Duerloo, Luc, “Pietas Albertina. Dynastieke vroomheid en herbouw van het vorstelijke gezag”, Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden (1997) pp. 1-18.  

    Elliot, John, “Regresar a las Españas ya no es posible”, ”, El Mundo (jueves 2 de septiembre de 2004), pp. 8-9.

    Fontana, Joseph, “La nación es un fenómeno de conciencia”, ”, El Mundo (jueves 2 de septiembre de 2004), pp. 10-11.  

    Jáuregui, José Antonio, “España vertebrada”, ”, El Mundo (jueves 2 de septiembre de 2004), p. 16.

    Lavalleye, Jacques, “Justus van Gent, Pedro Berruguete, en het hof van de hertog van Urbino”, en Justus van Gent, Berruguete en het hof van Urbino, Editions de la Connaissance, Museum voor Schone Kunsten, Gent 1957, pp. 13-15.   

    Lázaro y Tusón, “La cultura y literatura en el mundo del siglo XX”. Literatura Siglo XX. Madrid, Anaya 1989, págs. 9-15.

    López-Baralt, Luce, “La matizada occidentalizad de España”, en Huellas del Islam en la literatura española: de Juan Ruiz a Juan Goytisolo, Madrid, Hiperión 1985, págs. 15-42.

    Michel, R.J. y L. López Sancho, ABC de civilización hispánica, Bordas, París 1967.

    Norbert Ubarri, Miguel, Juan de la Cruz y Jan van Ruusbroec: la mística en diálogo, EDE , Madrid 2007.

    Ortega y Gasset, España invertebrada, Espasa-Calpe, Madrid 1967.  

    Payne, Stanley, “El fascismo español fue confuso y contradictorio”, ”, El Mundo (jueves 2 de septiembre de 2004), pp. 12-13.

    Pedro Berruguete, el primer pintor renacentista de la Corona de Castilla, Consejería de Educación y Cultura, Junta de Castilla y León, Palencia 2003.  

    Pérez, Joseph, “La España de los Reyes Católicos fue una unión política más que una simple unión dinástica”, El Mundo (jueves 2 de septiembre de 2004), pp. 4-5.

    Punter, David, Introduction to contemporary cultural studies, Longman, London 1986.

    Quesada Marco, Sebastián, La leyenda antiespañola, Españolas, Madrid 1967.  

    Rebersat J. y A. Mercier, Siglo Veinte, Libraire Armand Colin, París 1964.

    Revista del Instituto de Lengua y Cultura Españolas . Pamplona.

    Robben, F.M.A., “De Antwerpse boekenwerld en haar relaties met Spanje in de 16de en 17de eeuw”, en Christoffel Plantijn en de Iberische Wereld, Museum Plantin-Moretus en Stedelijk Prentenkabinet, Antwerpen, 1992, pp. 43-52.  

    Ruiz Jiménez, Juan José, Aproximación a España: cultura, Comares, Granada 2000.  

    Sánchez Galera, Juan, “La leyenda negra”, en Complejos históricos de los españoles, Libroslibres, Madrid 2004, pp. 115-142.

    Silva Maroto, Pilar, “Pedro Berruguete”, en Pedro Berruguete: el primer pintor renacentista de la Corona de Castilla, Consejería de Educación y Cultura, Valladolid 2003, pp. 15-44.

    Valdeón, Julio, “En la Edad Media, España ya existía como idea”, El Mundo (jueves 2 de septiembre de 2004), pp. 2-3.  

    Viñes Mollet, Cristina, “Las artes plásticas. La música”, en La cultura en la España contemporánea, EDI, Madrid 1986, págs. 111-121.

    Vossler, Kart, Algunos caracteres de la cultura española, Espasa Calpe, Madrid 1962.  

    Zambrano, María, España, sueño y verdad, Siruela, Madrid 1994.

    __________, Raíces de la cultura española , Fundación Fernando Rielo, Madrid 2004.




    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 28/06/2010 10:59 miguel.norbertubarri  

    Spaanse taalkunde 2
    Studiegidsnr:1007FLWTLS
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:2e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Spaans
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Mathilde Quitard

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    noodzakelijk: voldoende actieve beheersing van het Spaans
    Passieve beheersing van :
    • Engels
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Er wordt aangeraden geslaagd te zijn voor de drie vermelde vakken alvorens in te schrijven voor dit vak.

    Er wordt zeer sterk afgeraden in te schrijven voor dit vak indien men niet geslaagd is voor beide BA1-taalvakken Spaans.

    Algemene taalkunde (modeltraject BA1)

    Grammatica en taalbeheersing van het Spaans 1 (modeltraject BA1)

    Grammatica en taalbeheersing van het Spaans 2 (modeltraject BA1)




    2. Eindcompetenties

    De student zal inzicht verworven hebben in de basisbegrippen, de methodologie en het onderzoeksdomein van de taalkunde van het moderne Spaans.
    De student zal kennis opgebouwd hebben over de concrete behandelde thema’s.
    De student zal in staat zijn een taalkundig artikel te lezen en te begrijpen.
    De student zal opdrachten in groep uitgewerkt hebben






    3. Inhoud

    Voortbouwend op het BA1 vak "Algemene Taalkunde", zal dit vak een inleiding aanbieden in de taalkunde van het Spaans aan de hand van de studie van enkele concrete thema's geselecteerd uit de Spaanse fonologie, morfologie, sintaxis, semantiek, pragmatiek, sociolinguïstiek, diachrone linguïstiek van het Spaans.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Oefeningensessies

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting

  • Permanente evaluatie:
  • Oefeningen
  • Opdrachten


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    persoonlijke notities

    syllabus

    enkele taalkundige artikels over specifieke Spaans taalkundige onderwerpen die tijdens de lessen beschikbaar worden gesteld door de docent



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    Gretel.DeCuyper@ua.ac.be


    (+)laatste aanpassing: 15/06/2011 16:00 gretel.decuyper  

    Spaanse en Spaans-Amerikaanse letterkunde 1
    Studiegidsnr:1008FLWTLS
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:1e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Spaans
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Rita De Maeseneer

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    De cursus wordt volledig in het Spaans gedoceerd
    Passieve beheersing van :
    • Frans
    • Engels
    Soms worden artikels in Engels of Frans gebruikt
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

    Notie hebben van de basisbegrippen van:
    Voor de blackboardoefeningen is basiskennis computer nodig
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Proficiency niveau van Spaans.
    Spreken, schrijven, lezen, begrijpen.
     


    2. Eindcompetenties

    De student is in staat om de grote kenmerken van de verschillende periodes te herkennen in teksten.

    De student is in staat de grote gecanoniseerde werken te situeren van de Spaanse en Spaans-Amerikaanse literatuur van Gouden Eeuw tot XIXe eeuw

    De student is in staat een gastrokritiek toe te passen op een tekst uit de Spaanstalige literatuur

     


    3. Inhoud

    De studenten leren de grote kenmerken en de grote teksten kennen uit de canon van de Spaanse en Spaans-Amerikaanse literatuur van Gouden Eeuw tot XIXe eeuw. Enerzijds, worden beknopte overzichten van de grote stromingen becommentarieerd en verder ingeoefend met concrete voorbeelden in Blackboard. Anderzijds worden de grote kenmerken van de verschillende stromingen op basis van een tekstfragment besproken en gekoppeld aan een gastrokritische analyse (connotaties van culinaire verwijzingen) in fragmenten van Don Juan, Cervantes, Lazarillo, Naufragios, Respuesta a Sor Filotea, La Regenta, Cecilia Valdés.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


    5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Syllabus.

    Verplichte lectuur van

    Lazarillo de Tormes

    fragmenten uit Historia verdadera de la Nueva España van Bernal Díaz del Castillo

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Wordt meegedeeld in de eerste les, maar syllabus is voldoende


    7. Contactgegevens en begeleiding

    rita.demaeseneer@ua.ac.be

     


    (+)laatste aanpassing: 03/08/2011 11:31 rita.demaeseneer  

    Vrije ruimte

    Het aantal studiepunten dat u zelf kan invullen varieert tussen 9 en 12 SP, afhankelijk van het aantal SP van het basisopleidingsonderdeel dat u koos. U berekent ze door het aantal studiepunten van alle verplichte opleidingsonderdelen af te trekken van de te behalen 180 SP.

    Voor de vrije ruimte kiest u uit:
    - keuzeopleidingsonderdelen verbonden aan de gekozen ta(a)l(en) of TFL
    - algemene keuzeopleidingsonderdelen (te volgen vanaf deel/jaar 2)
    - opleidingsonderdelen van het Instituut voor Joodse studies (te volgen vanaf deel/jaar 2)
    - alle andere opleidingsonderdelen van de Bacheloropleidingen Taal –en Letterkunde, Geschiedenis of Wijsbegeerte.
    (Niet alle keuzeopleidingsonderdelen kunnen hieronder worden weergegeven. Voor alle mogelijkheden, raadpleeg uw afstudeervereisten)

    Voor keuzeopleidingsonderdelen van een andere opleiding (buiten de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte) dient u een aanvraag in via de studietrajectbegeleider.

    Volgende opleidingsonderdelen kan u in het tweede deel/jaar kiezen:

    Terminologie
    Studiegidsnr:1011FLWTLA
    Vakgebied:Vertaal- en tolkwetenschappen
    Locatie:Niet aan UA, wel aan Artesis
    Semester:1e semester
    Contacturen:28
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Rita Temmerman

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Meer info: http://www.artesis.be/vertalertolk/upload/docs/opleidingsprogrammas/sg_0809_BaTT.pdf

    Vertrouwd zijn met de basisbegrippen uit de lexicale semantiek.




    2. Eindcompetenties


    Je kunt een vaktekst terminologisch analyseren.
    Je weet hoe je bijkomende terminologische informatie kunt opzoeken als je met vakteksten wordt
    geconfronteerd.
    Je hebt inzicht in de theoretische ontwikkelingen binnen de terminologie als discipline en je bent in staat
    je eigen standpunt te bepalen bij de belangrijkste inzichten van de laatste decennia uit de vakliteratuur
    over terminologie.


    3. Inhoud


    Je krijgt een theoretisch begrippenkader aangeboden rond vaktaal en terminologie. De traditionele benadering (de
    Weense school) die zich toespitst op normalisatie wordt vergeleken met meer recente benaderingen waarin het
    bestuderen, representeren en beschrijven van variatie centraal staan. We staan stil bij methodes om aan
    terminologische gegevensbeschrijving te doen vanuit een gebruikersanalyse voor vertalers, tolken en meertalige
    communicatiespecialisten.
    De basisinzichten van de terminologieleer worden geïntroduceerd: het onderscheid tussen begrippen, categorieën en
    termen; de cognitieve, linguïstische en communicatieve benadering van vaktaal en terminologie; intra- en
    intercategoriële relaties en de representatie ervan; het definiëren van begrippen, categorieën en termen; het ontstaan
    van neologismen; het creëren van vergelijkende meertalige terminologieën.
    Je leert de structuur van een terminologische gegevensbank definiëren. Je maakt kennis met bestaande
    terminologische gegevensbanken op het internet en je leert de mogelijkheden en beperkingen kennen van bestaande
    software voor het aanmaken van terminologische gegevensbanken. Aan de hand van enkele cases uit de
    beroepspraktijk krijg je inzicht in het belang van terminologie bij kennisbeheer, classificatie, categorisering, ontologieën.
    Je wordt uitgenodigd om vertrekkend van de lectuur van enkele recente wetenschappelijke publicaties binnen de
    discipline van de terminologiestudie na te denken over verschillende aspecten van vaktaal en terminologie en over de
    mogelijkheden die het Semantisch Web biedt aan de toegepaste taalkundige van vandaag en morgen.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


    Syllabus op Blackboard en teksten via Blackboard (HIVT).

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Temmerman, Rita (2000) Towards New Ways of Terminology Description. The Sociocognitive Approach,
    Amsterdam & Philadelphia: John Benjamins. (117,70 €)
    Temmerman, Rita & Uus Knops (2004) “The Translation of Domain Specific Languages and Multilingual
    Terminology Management”. Linguistica Antverpiensia (20 €)


    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 14/01/2009 09:18 hanna.goossens  

    Vertaalwetenschap
    Studiegidsnr:1012FLWTLA
    Vakgebied:Vertaal- en tolkwetenschappen
    Locatie:Niet aan UA, wel aan Artesis
    Semester:1e semester
    Contacturen:28
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Aline Remael

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Meer info: http://www.artesis.be/vertalertolk/upload/docs/opleidingsprogrammas/sg_0809_BaTT.pdf
     
    De studenten zijn in staat informatie over een vrij theoretische materie te begrijpen en te verwerken. Zij
    zijn bereid en in staat zelf bijkomend opzoekwerk te verrichten en kunnen academische artikels in het
    Nederlands, Frans en Engels lezen, begrijpen en reproduceren (in het Nederlands).


    2. Eindcompetenties


    De studenten kunnen aantonen dat zij vertrouwd zijn met de onderzoeksmethodes, -benaderingen
    en -thema’s die centraal staan binnen het vertaalwetenschappelijk onderzoek van vandaag. Zij kunnen
    academische publicaties i.v.m. vertaalwetenschap lezen, begrijpen, herformuleren en plaatsen binnen de
    verschillende onderzoekstakken van de discipline. Zij kunnen putten uit de bevindingen van de
    vertaalwetenschap voor het zoeken naar oplossingen en/of het bespreken van concrete
    vertaalproblemen. Zij hebben inzicht in het soort onderzoeksvragen dat centraal staat binnen de
    verschillende disciplines van de vertaalwetenschap vandaag en kunnen op basis van het overzicht dat de
    BA3-cursus verschaft, bepalen welke onderzoeksbenaderingen en/of thema’s zij in de master wensen uit
    te diepen. De cursus wil de studenten stimuleren om dieper in te gaan op de betekenis en de
    problematiek van de vertaalactiviteit en om nieuwe onderzoeksterreinen te verkennen, door met hen de
    inzichten, de visie en het onderzoek van anderen te bestuderen.


    3. Inhoud


    De cursus is een inleiding tot de belangrijkste stromingen en onderzoeksbenaderingen binnen het hedendaagse
    vertaalonderzoek. Hij reikt de studenten een theoretisch kader en wetenschappelijke methodes aan waarmee zij hun
    activiteit als vertaler in een ruimere context kunnen plaatsen en analyseren. Ieder jaar worden andere accenten gelegd,
    maar de belangrijkste aandachtspunten zijn:
    1. INLEIDING (discussie: wat is vertalen/vertaalwetenschap)
    2. INDELING(EN) VAN DE VERTAALWETENSCHAP
    3. BEGRIPPEN: Vertalen & intertekstualiteit, het equivalentiebegrip, (vertaal)normen
    4. VERTAALTHEORIEËN: Descriptieve - & Functionalistische vertaalwetenschap, sociologische benaderingen
    5. THEMA’S:
    5.1 Literaire vertaling & postkoloniale vertaalstudie
    5.2 Geschiedenis: Vertalers en macht
    5.3 Vertaalmethodes, vertaalproces, vertaalevaluatie
    5.4 Vertaling en technologie: audiovisuele vertaling, vertaalstudie en corpora, lokalisatie


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


    a. Syllabus: artikels via cursusdienst (5 €) en cursusoverzicht op Blackboard(HIVT)
    b. Teksten uit: Naaijkens, Ton et al., Denken over vertalen. Tekstboek vertaalwetenschap. Uitg. Vantilt. (30€)

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Zie bibliografie in syllabus.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 08/01/2009 09:08 hanna.goossens  

    Jeugdliteratuur
    Studiegidsnr:1013FLWTLA
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vanessa Joosen
    Lien Fret

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Algemene competenties.

    Keuzevak in BA2 en BA3.




    2. Eindcompetenties

    Na afloop van de cursus hebben studenten kennis van en inzicht in de ontwikkelingen die zich sinds de jaren 1970 hebben voorgedaan in zowel de jeugdliteratuur zelf als ook in de beschouwing van jeugdliteratuur. Zij hebben geleerd jeugdboeken naar inhoud en vorm te analyseren, te interpreteren en te beoordelen. Daarnaast zijn studenten in staat een visie te ontwikkelen en te verwoorden met betrekking tot recente ontwikkelingen in de (studie van de) jeugdliteratuur.




    3. Inhoud

    Jeugdliteratuur is geen vrijblijvende literatuur. Het publiek van dit genre, kinderen en adolescenten, laat namelijk weinig volwassenen onverschillig. De jeugd draagt de associatie van belofte en hoop met zich mee, maar wordt ook beschouwd als onervaren en zelfs naïef. De geschiedenis van de jeugdliteratuur leert dat de oudere generatie aan jonge mensen dan ook niet graag carte blanche geeft wanneer het over de toekomst van de maatschappij gaat. Integendeel, de volwassenen geven hun eigen waardepatronen, mensbeeld en wereldbeeld graag door aan de volgende generatie. De zeventiende-eeuwse Britse filosoof John Locke onderstreepte dat een les sneller geleerd is en beter onthouden wordt als ze op een onderhoudende manier wordt aangeboden. Deze combinatie van twee aspecten legt een belangrijke ontstaansreden van de jeugdliteratuur bloot: kinderboeken en adolescentenromans spelen een grote socialiserende rol. Spelenderwijs leren ze aan jonge lezers hoe de wereld in elkaar zit en welk gedrag daarbij wenselijk is en welk niet. Voor literatuurwetenschappers en sociologen biedt jeugdliteratuur dan ook ongemeen boeiend bronmateriaal om na te gaan welke visie op de maatschappij een bepaalde groep volwassenen probeert te communiceren aan kinderen en jongeren, en in welke vorm men dat probeert te doen.

    In deze cursus gaan we ervan uit dat drie belangrijke functies van de jeugdliteratuur in voortdurende spanning met elkaar staan: de didactische functie, de ontspannende functie en de esthetische functie. In de laatste vier decennia is de klemtoon in steeds grotere mate gaan liggen op de laatste functie: het valt niet te ontkennen dat de inhoudelijke en vormelijke complexiteit van kinder- en jeugdboeken sinds de jaren zeventig opvallend toegenomen is. Voor de analyse van een tiental primaire werken maken we gebruik van begrippen en methodes uit de hedendaagse literatuurwetenschap (o.a. psychoanalyse, intertekstualiteit, cultural studies, gender studies, trauma studies, …), die we toetsen aan recente jeugdboeken uit verschillende leeftijdscategorieën en taalgebieden.

    Noot: De inhoud van de cursus loopt parallel met de avondcursus jeugdliteratuur. Voor meer informatie zie: http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=.CHILDLIT&n=71276

     




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries
  • Werkcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Medewerking tijdens de contactmomenten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Handboek:

    Vanessa Joosen en Katrien Vloeberghs. Uitgelezen jeugdliteratuur: Ontmoetingen tussen traditie en vernieuwing. Leuven: LannooCampus, 2008.

     

    Primaire teksten: een selectie van zes recente jeugdboeken, aangevuld met korte fragmenten die uitgedeeld worden tijdens de les 

    Voor meer informatie, zie: http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=.CHILDLIT&n=71276

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Maria Nikolajeva, Aesthetic Approaches to Children’s Literature

    Kimberley Reynolds, Modern Children’s Literature

    Rita Ghesquiere, Het verschijnsel jeugdliteratuur

    John Stephens, Language and Ideology in Children’s Literature




    7. Contactgegevens en begeleiding

    vanessa.joosen@ua.ac.be

     


    (+)laatste aanpassing: 14/06/2010 11:57 vanessa.joosen  

    "In die stewels van die swanefluisteraar": Relasionaliteit en die Afrikaanse letterkunde
    Studiegidsnr:1019FLWTLA
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Afrikaans
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Phil van Schalkwyk

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    Een basiskennis van literatuur en analytische vaardigheden zijn een vereiste – kennis van de Afrikaanse literatuur is dit niet. Wat theorie betreft, wordt ervan uitgegaan dat het domein van de vergelijkende literatuurstudie de student niet vreemd is. Een gespecialiseerde kennis hiervan is echter niet nodig. Andere relevante theoretische perspectieven worden opgenomen in de cursus waar dit nodig blijkt. Speciale aandacht gaat naar relationaliteit (textueel, interpersoonlijk) met specifieke verwijzing naar Kaja Silvermans Flesh of my Flesh (2009).

    Er wordt geen voorkennis van de Afrikaanse taal verwacht. De belangrijkste verschillen tussen het Nederlands en het Afrikaans worden bij het begin van de cursus aangeduid. Er wordt verwacht dat de student in de loop van de cursus Afrikaanse teksten leert lezen. De docent schenkt specifieke aandacht aan mogelijke problemen bij het begrijpen van tekst en theorie en het niveau van de cursus wordt daaraan aangepast.
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

    2. Eindcompetenties

    Aan het einde van de cursus zal de student kennis en inzicht verworven hebben in de aard en geschiedenis van de Afrikaanse literatuur vanaf het begin van de 20ste eeuw. De student heeft kennis gemaakt met het concept relationaliteit en de manieren waarop relationaliteit gestalte krijgt in de Afrikaanse literatuur. De student zal kennis gemaakt hebben met enkele van de belangrijkste Afrikaanse schrijvers op basis van geselecteerde gedichten, kortverhalen en fragmenten uit romans en toneelstukken. Deze kennis wordt gekoppeld aan de Zuid-Afrikaanse geschiedenis en de Zuid-Afrikaanse literatuur in het algemeen. Ook maakt de student kennis met het verband tussen Afrikaanse en Nederlandse literatuur.


    3. Inhoud

    Met het oog op de inleidende aard van deze cursus zal de meeste aandacht gaan naar kortere teksten, meer bepaald naar poëzie. Waar relevant worden fragmenten van langere teksten in de colleges besproken, met uitvoerige verduidelijking door de docent. Studenten lezen enkel één langere tekst, in Nederlandse vertaling (zie 6).

    Deze cursus is een inleiding in een literatuur verwant aan het Nederlands in termen van taal en dus komt het (theoretische) concept relationaliteit vanzelf aan de orde. Relationaliteit is een groeiend interessegebied in de geesteswetenschappen (zie het boek van Kaja Silverman Flesh of my Flesh en het artikel van Lamont en Molnár (2002:167-195) ‘The study of boundaries in the social sciences’ in Annual Review of Sociology, 28(1)).

    Centraal in deze cursus staat de Afrikaanse literatuur en haar unieke relatie met de Nederlandse literatuur. Deze relatie komt voort uit het historisch verband tussen Nederland en Zuid-Afrika, tussen het Nederlands en Afrikaans. De (post-)koloniale relatie tussen Nederland en Zuid-Afrika wordt om deze reden kort behandeld, net zoals de (post-)koloniale relatie met ondermeer het Zuid-Afrikaanse landschap.

    Relationaliteit is een breed concept dat textuele en estethische relaties omvat, met inbegrip van vertalingskwesties[1] maar ook het ruimtelijke, het interpersoonlijke en het lichamelijke. Het schenkt verscheidene mogelijkheden, niet enkel voor (post-)koloniale studies, maar ook voor bijvoorbeeld genderperspectieven. Gezien de geschiedenis van het land roept de naam Zuid-Afrika het probleem van relationaliteit op. Apartheid had een onmiskenbare invloed op het relationele, en het literaire engagement hiertegen had op zich nog andere implicaties voor het relationele. Uitgaand van Jan Rabies kortverhaal ‘Droogte’ wordt het engagement van de ‘zestigers’ verkend met verwijzingen naar Adam Small, André Brink en Breyten Breytenbach. Van Breytenbach wordt zijn gedicht uit 1970 ‘Bruin reisbrief’ besproken en op basis hiervan worden bepaalde (intertextuele) lijnen getrokken terug naar Van Wyk Louws bundel Tristia (het hoogtepunt van zijn oeuvre en een mijlpaal in de Afrikaanse poëzie) en A.G. Visser (vroege 20ste eeuw) en verder naar Antjie Krogs Lady Anne (1989) en ’n Ander tongval (2005).

    In deze cursus is het relationele een centraal begrip met specifieke aandacht voor het werk van Elisabeth Eybers (1915-2007), de Afrikaanse dichteres die van 1961 tot aan haar dood in Amsterdam woonde en die in 1991 de P.C. Hooftprijs ontving voor haar werk (in het Afrikaans!). Ena Jansens studie over Eybers in Amsterdam, met de erg gepaste (aan Eybers ontleende) titel Afstand en verbintenis, zal dienen als toetssteen. De relatie met Nederland is niet de enige die Eybers verkent in haar werk: er is ondermeer ook haar relatie met zichzelf, met poëzie, met haar ouders, met haar kinderen en, meer in het algemeen, met ‘het kind’.

    Verdere aandacht in de cursus gaat naar Marlene van Niekerks Die sneeuslaper waarin niet enkel fascinerende textuele verbanden (bv. in termen van genre) verkend worden maar waarin ook plaats is voor reflectie over de relatie met schrijven en auteurschap, en de relatie tussen schrijven en ‘waarheid’. Vriendschap op zich is nadrukkelijk aanwezig, net zoals andere relaties, bv. tussen student en docent. In termen van ruimte zijn zowel Nederland als Zuid-Afrika opgenomen in dit boek. Ook in Van Niekerks voorgaande werk Memorandum (2006) wordt het relationele verkend, zelfs op een onvergetelijke manier in de roman Agaat (2004) waarin we getuige zijn van een complexe ommekeer in de verhouding tussen Milla, die stervende is, en haar dienster Agaat. Naar deze romans wordt enkel verwezen, ze zijn geen verplichte literatuur. Studenten lezen de in het Nederlands vertaalde tekst, De sneeuwslaper, waarbij er ook aandacht kan gaan naar ‘vertaling’ op zich.

    Het is duidelijk dat de klemtoon op het relationele de kapstok is van deze cursus. Enkel al door te kijken naar bepaalde persoonlijke relaties in de Afrikaanse literatuur worden specifieke periodes en problematische kwesties sterk belicht. Neem bv. de broers W.E.G. Louw en N.P. van Wyk Louw die in de jaren 1930 de drijvende kracht vormden in de vernieuwing van de Afrikaanse literatuur. Het relationele komt erg naar voren in hun correspondentie die slechts onlangs werd gepubliceerd met als titel Ek ken jou goed genoeg (J.C. Kannemeyer et al. (eds.)). Er was ook de relatie tussen N.P. van Wyk Louw en Sheila Cussons (die ze in hun poëzie vergeleken met de relatie tussen Abélard en Héloïse), de vriendschap tussen Peter Blum en Ina Rousseau, en de stormachtige liefdesaffaire tussen Andre Brink en Ingrid Jonker (een geliefde dichteres die overleed op vrij jonge leeftijd), en, enkele decennia later, tussen de auteur Koos Prinsloo en de protestzanger Johannes Kerkorrel. Professionele en persoonlijke betrekkingen tussen Afrikaanse en Nederlandse auteurs komen ook voor, zo vroeg als bv. tussen Jan Greshoff en Van Wyk Louw.

    Sinds de democratisering van Zuid-Afrika is de interactie en samenwerking tussen Zuid-Afrika en het Nederlandse taalgebied toegenomen en uitgebreid, ook voor wat betreft onderzoek en gezamelijke onderzoeksprojecten. Tijdens de conferentie van de Nederlandse Taalunie eind 2010 tekende de Zuid-Afrikaanse regering een intentieverklaring met betrekking tot nauwere samenwerking met de Nederlandse Taalunie.

    Naast persoonlijke relaties zijn er ook verschillende voorbeelden van literaire verbanden en verwantschappen tussen Afrikaanse en Nederlandstalige auteurs. Dit gaat terug tot bv. C.M. van den Heever die in zijn romans Stijn Streuvels overbracht naar een Zuid-Afrikaanse context, en Elisabeth Eybers en Vasalis die zekere gelijkenissen vertonen.

    De verkenning van het relationele leidt echter ook tot de vraag: Waarin ligt dan het unieke van Afrikaanse literatuur – wat onderscheidt deze literatuur van haar voorouders en vrienden in het noorden?

    In haar (relatief korte) geschiedenis heeft de Afrikaanse literatuur vaak leentjebuur gespeeld, niet enkel bij het Nederlandse maar ook bij andere literaire systemen, in sommige gevallen met uitstekende resultaten, wat fascinerend materiaal biedt voor vergelijkend onderzoek. De grote vernieuwing van de jaren ’50 en ’60 in de Afrikaanse literatuur (voornamelijk in het proza), ging hand in hand met een sterk proces van internationalisering en een wending naar cosmopolitisme. Doelbewust lieten Afrikaanse auteurs de traditie van het lokale realisme, dat de periode voor 1950 kenmerkte, achter zich. De vernieuwing in de poëzie van de jaren 1930 vertoonde een gelijkaardige uitbreiding. Maar heeft de Afrikaanse literatuur intrinsieke eigenschappen die haar onderscheiden van andere literaturen?

    In een poging om antwoorden te vinden op deze vraag, en om de student in het midden van de Afrikaanse literatuurgeschiedenis te plaatsen, wordt een overzicht gegeven van enkele toonaangevende teksten van de jaren ’50 door schrijvers als Peter Blum, een buitenbeentje en overgangsfiguur die in zijn poëzie de verbintenis tussen Afrika en Europa op baanbrekende wijze verkent, en Jan Rabie die in zijn bundel kortverhalen, Een-en-twintig, kijkt naar het volwassen worden van de Afrikaanse literatuur maar ook naar zijn verblijf in Parijs. Dit decennium wordt algemeen gezien als inleiding op de revolutionaire jaren ’60. Vanuit dit ‘tussentijdperk’ maken we excursies over de grenzen van genres heen, terug in de tijd en voorwaarts in de tijd (tot vandaag), in een poging om centrale trends, ontwikkelingen, oorsprongen, interteksten, motieven, correlaties, enz. te identificeren. (In 1995 keek een ander figuur uit de jaren ’50, Ina Rousseau, de tweede oudste Afrikaanse dichteres, terug op de rol van Peter Blum als ‘bode’ in haar cyclus Steppewolf in haar bundel ’n Onbekende jaartal.)

    Speciale aandacht gaat uit naar N.P. van Wyk Louw (vooraanstaande figuur in de jaren ’30) en zijn latere bundel Nuwe verse (1954), en dan voornamelijk het deel Klipwerk waarin hij, intrigerend genoeg, de oude Afrikaanse volkstraditie toepast, meer bepaald het ‘volkskwatrijn’. In deze reeks gedichten, opgevat tijdens Van Wyk Louws jaren als professor in Amsterdam, keert de meester van de vernieuwing terug naar de landelijke omgeving en het idioom van zijn jeugd. Typisch is het feit dat aan het einde van de jaren ’50 I.W. van der Merwe (Boerneef) net binnen dit volkse idioom zijn stem als dichter vond.

    Van Wyk Louw was in die periode een van de eerste Zuid-Afrikaanse uitwijkelingen. In de afgelopen twee decennia heeft een steeds groter wordende groep Zuid-Afrikanen in het buitenland gewoond en gewerkt, en hiermee groeide de uitwijkelingenliteratuur. In deze cursus wordt er specifiek verwezen naar As almal ver is: Suid-Afrikaners skryf huis toe (Als iedereen ver weg is: Zuid-Afrikanen schrijven naar huis), samengesteld door Danie Marais (2009). De poëzie van Danie Marais wordt in dit opzicht ook besproken.

    De klemtoon op de Afrikaanse literatuur wordt voortdurend aangevuld met enerzijds belangrijke en relevante Zuid-Afrikaanse geschiedenis en anderzijds met cruciale momenten in de bredere Zuid-Afrikaanse (Engelse) literatuur. Bovendien krijgen studenten een inleiding in het werk van belangrijke Afrikaanse (en Zuid-Afrikaanse) literaire academici.


    [1] ‘Vertaling’ wordt hier in een bredere zin gezien dan enkel de linguistische.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Werkcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Cruciale bronnen zoals literatuurgeschiedenissen en auteurprofielen zijn aanwezig in de bibliotheek. Ander materiaal zal elektronisch beschikbaar gemaakt worden.
    Studenten moeten slechts één boek lenen/aankopen, namelijk de Nederlandse vertaling van Marlene van Niekerks Die sneeuslaper.
     
    Van Niekerk, Marlene. De sneeuwslaper. Querido.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    Na afspraak met de docent.
    (+)laatste aanpassing: 16/05/2011 14:18 myriam.demeulenaere  

    "Dit kom van ver af": Historische ontwikkeling van het Afrikaans
    Studiegidsnr:1020FLWTLA
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Afrikaans
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Jako Olivier

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    Notie hebben van de basisbegrippen van:
    Een basiskennis van de taalkunde is vereist, maar geen voorkennis van het Afrikaans. Aandacht zal besteed worden aan de verschillen tussen Afrikaans en Nederlands waarbij relevante concepten en terminologie verklaard zullen worden. Een Nederlandstalige student zal in staat zijn om de lezingen en het studiemateriaal te begrijpen zonder al te grote moeilijkheden.

    2. Eindcompetenties

    Aan het einde van de cursus zullen de deelnemers kennis en inzichten verworven hebben in de historische ontwikkeling van het Afrikaans uit het 17de eeuws Nederlands aan de hand van sleutelmomenten die geleid hebben tot de standardisering van het Afrikaans. Studenten zullen een basiskennis van de grammaticale beschrijving van het Afrikaans verworven hebben en in staat zijn om de meest prominente grammaticale verschillen tussen het Afrikaans en het Nederlands te identificeren.


    3. Inhoud

    De inhoud van de cursus is thematisch en valt uiteen in twee luiken:
    1. Een overzicht van de geschiedenis en ontwikkeling van het Afrikaans uit het 17de eeuws Nederlands;
    2. Een inleiding in de grammaticale beschrijving van het Afrikaans, met aandacht voor de verschillen tussen Afrikaans en Nederlands zodat de gelijkenissen maar ook de significante verschillen tussen de twee zustertalen inzichtelijk worden.
     
    In het eerste deel wordt er aandacht besteed aan de genealogische ontwikkeling van het Afrikaans, maar ook aan de positie van de taal in het grotere geheel van talen in de wereld.
    De focus zal verschuiven van een taal van Europese afkomst naar een taal ontstaan in het zuidelijke kustgebied van Afrika.
     
    Er wordt aandacht besteed aan factoren die in de Kaap van de 17de tot de 19de eeuw een invloed hadden op de ontwikkeling van het Nederlands in een nieuwe taal: meertaligheid, kolonisatie, de Britse bezetting, de grensoorlogen, die Groot Trek, de Afrikaanse taalbewegingen en de Anglo-Boeren oorlog.
     
    Als intermezzo bespreken we de standaardisatie van het Afrikaans en de ontwikkeling van het Afrikaans als cultuurtaal. Deze colleges vormen de basis voor het volgende onderdeel van de cursus met als thema de grammatica van het Afrikaans, met nadruk op de verschillen tussen het Afrikaans en het Nederlands, zoals verschillen in uitspraak, spelling, woordvorming, zinsbouw, woordbetekenis, enz.
     
    De hoofddoelstelling van dit onderdeel is studenten inzicht bijbrengen in de taalstructuur en vertrouwd maken met de taal zodat ze Afrikaans kunnen analyseren en zelfs een paar basiszinnen kunnen produceren.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Werkcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Opdrachten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    De volgende basisbronnen zijn niet allemaal beschikbaar via de UA-bibliotheek, maar zullen door de docent ter beschikking gesteld worden:
     
    ·        RAIDT, EH 1991.  Afrikaans en sy Europese verlede. Kaapstad: Nasou.  [Jy kan ook die ouer uitgawes – 1976, 1982 – gebruik, maar die voordeel van die 1991-uitgawe is dat dit op datum gebring is en ook beter geor­ga­niseerd is as die vorige uitgawes.]
    ·        VAN RENSBURG, C (red.) 1997. AfrikaansinAfrika.  Pretoria: JL van Schaik Akade­mies.
    ·        PONELIS, F. 1978. Afrikaanse sintaksis. Pretoria: JL van Schaik
    ·        VAN DER MERWE, H.J.J.M. 1968. Afrikaans: sy aard en ontwikkeling. JL van Schaick.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 16/05/2011 14:29 myriam.demeulenaere  

    Digital humanities
    Studiegidsnr:1016FLWTLA
    Vakgebied:Informatiewetenschappen
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Dirk Van Hulle
    Walter Daelemans
    Thomas Crombez

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Geen


    2. Eindcompetenties

    • Inzichtelijk maken van de veranderende  ( omgang met )  primaire bronnen in de literatuurstudie door de toenemende beschikbaarheid van gedigitaliseerde boeken en manuscripten
    • Een overzicht verwerven op de recente evoluties in taalkundig en historisch onderzoek voortvloeiend uit de introductie van AI-technieken (machine learning)
    • Praktische ervaring opdoen met standaarden en methodes uit de Digital Humanities , binnen één van de volgende domeinen : het samenstellen en representeren van een digitaal corpus; een bronnencollectie online ontsluiten; het aanwenden van computationele tools voor onderzoeksvraagstellingen



    3. Inhoud

    DEEL 1 Digital Humanities: Een overzicht
    Werkvorm:  Hoorcolleges
    Structuur:  acquisitie -- verwerking -- presentatie  van digitale bronnen
    • 1 ( acquisitie ) Digitalisering van geluid, spraak, beeld, video, tekst. Formaten en conversie, standaarden, dragers, digitale duurzaamheid 
    • 2 ( acquisitie ) Representatie en codering van tekst in corpora (HTML en XML, TEI) 
    • 3 ( acquisitie, verwerking ) Corpora van literaire teksten en historische documenten 
    • 4 ( acquisitie, verwerking ) Corpora van linguïstische data en corpusannotatie; het internet als corpus
    • 5 ( acquisitie, verwerking ) Digitalisering van een (literair) manuscript
    • 6 ( presentatie ) Presentatie en communicatie van onderzoek in de Digital Humanities: onlinecorpora, onderzoekswebsites, visualisaties, demo's, blogs, wiki's 
    • 7 Overzicht van lopend onderzoek / Linguïstiek
    • 8 Overzicht van lopend onderzoek / Geschiedenis en literatuurwetenschap  

    DEEL 2 Practicum Digital Humanities
    Werkvorm: Werkseminarie
    Structuur: Keuze uit Practicum Literatuur, Practicum Linguïstiek, Practicum Geschiedenis 



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries
  • Practica

  • Eigen werk:
  • Oefeningen



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Opdrachten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    • Eigen syllabus (= lesnotities bij hoorcolleges 1 tot 6) onder de vorm van collectief bewerkte Google Documenten (met links ernaar van op de Blackboard-pagina)
    • A Companion to Digital Humanities  (eds. Schreibman, Siemens, Unsworth), 2004


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 23/06/2010 11:56 walter.daelemans  

    Inleiding tot de joodse cultuur
    Studiegidsnr:1034FLWGES
    Vakgebied:Geschiedenis
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Karin Hofmeester

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Passieve beheersing van :
    • Nederlands
    • Engels
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Basiskennis geschiedenis van oudheid tot heden.




    2. Eindcompetenties

    Doel van het college is inzicht geven in de belangrijkste elementen van het joodse geloof en de geschiedenis van de joodse cultuur. Studenten leren de kernbegrippen van het jodendom interpreteren die bepalend zijn voor de joodse identiteit en zij kunnen de wisselwerking tussen de voortdurende aanpassing en de zorg om het behoud van het 'eigene' als rode draad in de joodse geschiedenis herkennen.


    3. Inhoud

    De volgende thema's zullen aan de orde komen:
    • de joodse identiteit
    • de basiselementen van het joodse geloof, de belangrijkste religieuze teksten; religieuze tradities in het dagelijks leven; stromingen binnen het jodendom
    • de geschiedenis van de joodse cultuur in vogelvlucht :
      • onder Griekse en Romeinse overheersing
      • onder het Christendom en de Islam
      • de Asjkenazische en Sefardische diaspora in de 16e en 17e eeuw
      • de Verlichting, de Franse Revolutie, Haskala en joodse Emancipatie
      • de ontwikkeling van modern antisemitisme en van joods socialisme en zionisme
      • de Sjoa en de naoorlogse opbouw, de oprichting van de staat Israël

    Centraal staat in deze geschiedenis steeds de invloed van de gebeurtenissen op de ontwikkeling van de joodse identiteit

    Zoveel mogelijk zal e.e.a. aan de hand van de levensverhalen en tijdens het college uitgedeelde tekstfragmenten van invloedrijke joodse geleerden, schrijvers en intellectuelen worden geïllustreerd, maar ook zal aandacht worden besteed aan het dagelijks leven in de joodse gemeenschappen in de verschillende periodes en gebieden. De colleges worden ondersteund met powerpointpresentaties met zowel tekstsheets als illustraties, geluids- en filmfragmenten. De sheets zullen voor elk college op Blackboard worden gepubliceerd.

    Tijdens de hoorcolleges wordt een actieve deelname van de studenten verwacht. Naar aanleiding van de teksten die vooraf op Blackboard gepubliceerd zullen worden en die voorafgaand aan het college gelezen moeten worden, wordt gezamenlijk gediscussieerd over een aantal belangrijke elementen van de joodse cultuur.

    Een facultatieve rondwandeling door de joodse buurt, inclusief synagogebezoek is onderdeel van de cursus.

     




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Permanente evaluatie:
  • Medewerking tijdens de contactmomenten


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    • Judith R. Baskin and Kenneth Seeskin, The Cambridge Guide to Jewish History, Religion, and Culture (Cambridge etc: Cambridge University Press 2010)
    • teksten die op blackboard worden gezet en vóór het college gelezen moeten worden
    • eigen notities
    • sheets van blackboard


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    Karin Hofmeester
    tel: + 31 20 40 44 601

    (+)laatste aanpassing: 15/06/2011 20:41 karin.hofmeester  

    Jodendom en filosofie
    Studiegidsnr:1010FLWJST
    Vakgebied:Wijsbegeerte en ethiek
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska
    Joachim Leilich

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Elementaire kennis van de wijsbegeerte


    2. Eindcompetenties

    Inzicht in de specificiteit van de verhouding tussen jodendom en filosofie en inleiding tot belangrijke joodse filosofen


    3. Inhoud

    Uitgangspunt voor deze cursus vormt een inleidende reflectie over het (problematische) concept van een 'joodse' filosofie. Na een overzicht van de ontwikkeling van de joodse filosofie en enkele eerder mystieke strekkingen van de oudheid en de middeleeuwen tot de joodse verlichting, zullen gastvoordrachten (gedeeltelijk in het Engels) focussen op de interactie tussen moderniteit en joods denken (Levinas, Buber, Rosenzweig, Benjamin e.a.).







    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Studiemateriaal wordt tijdens de lessen ter beschikking gesteld.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Simon, Heinrich und Marie Simon. Geschichte der jüdischen Philosophie. Leipzig: Reclam, 1999.
    Frank, Daniel H. and Oliver Leaman. History of Jewish Philosophy. London: Routledge, 1997.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    joachim.leilich@ua.ac.be
    (+)laatste aanpassing: 18/01/2010 11:46 joachim.leilich  

    Studium Generale Joodse Studies
    Studiegidsnr:1001FLWJST
    Vakgebied:Geschiedenis
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska
    Julien Klener

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Geen


    2. Eindcompetenties

    Inzicht in historische, culturele en religieuze aspecten van het jodendom.



    3. Inhoud

    Het Studium Generale Joodse Studies benadert het jodendom vanuit de meest diverse invalshoeken (historisch, cultureel, literair, religieus, filosofisch, sociologisch) en periodes. Het Studium Generalewil door dit interdisciplinair perspectief en door de veelheid aan thema's studenten vertrouwd maken met de complexiteit en het potentieel van joodse studies.






    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Wordt in de loop van de cursus ter beschikking gesteld door de docenten.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Dimont, Max I.. Jews, God and History. London: Allen, 1964.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Voor alle vragen kunnen de studenten van maandag tot donderdag terecht bij Luc Acke, administratief coördinator van het Instituut voor Joodse Studies:
    ijs@ua.ac.be
    (03) 265 52 43

    (+)laatste aanpassing: 18/01/2010 10:25 vivian.liska  

    Hebreeuws I
    Studiegidsnr:1005FLWJST
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska
    Aron Malinsky

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Geen


    2. Eindcompetenties

    Basiskennis van het hedendaags Hebreeuws


    3. Inhoud

    Studenten leren het moderne Hebreeuwse alfabet en verwerven de vaardigheid om Hebreeuws te lezen en te schrijven. Ze bouwen een basiswoordenschat van Hebreeuwse woorden op en een basiskennis van de Hebreeuwse grammatica (lidwoorden, verbuigingen van adjectieven en naamwoorden, voorzetsels, het werkwoord in de tegenwoordige tijd, telwoorden,..).


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Seminaries
  • Vaardigheidstrainingen



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    De cursus wordt door de leerkracht zelf samengesteld (woordenlijsten, oefeningen grammatica, korte tekstfragmenten, audiocassette, videomateriaal en software voor zelfstudie) en bij het begin van de cursus aan de studenten ter beschikking gesteld.


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    m_aharon@hotmail.com
    0473 84 03 37

    (+)laatste aanpassing: 08/01/2010 14:47 vivian.liska  

    Hebreeuws II
    Studiegidsnr:1006FLWJST
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska
    Aron Malinsky

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Hebreeuws niveau 1 of basiskennis Hebreeuws


    2. Eindcompetenties

    Beknopte herhaling basis Hebreeuws, uitbreiding woordenschat en uitdieping grammaticale kennis


    3. Inhoud

    Na een beknopte herhaling van de kennis verworven tijdens het eerste niveau worden de woordenschat en grammatica uitgebreid. Het praktische gedeelte van de cursus is gericht op het lezen van langere teksten, vertalingen, schriftelijke en mondelinge taalbeheersing. Naast de taal komen ook aspecten van de joodse cultuur aan bod.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Seminaries
  • Vaardigheidstrainingen



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    De cursus wordt door de leerkracht zelf samengesteld (woordenlijsten, oefeningen grammatica, korte tekstfragmenten, audiocassette, videomateriaal en software voor zelfstudie) en bij het begin van de cursus aan de studenten ter beschikking gesteld.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    m_aharon@hotmail.com
    0473 84 03 37
    (+)laatste aanpassing: 08/01/2010 14:48 vivian.liska  

    Jiddisch I
    Studiegidsnr:1008FLWJST
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska
    Paul Gybels

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Geen


    2. Eindcompetenties

    Basiskennis van het Jiddisch


    3. Inhoud

    Het eerste niveau van de cursus Jiddisch is gericht op volledige beginners en heeft tot doel de studenten het Jiddisch te leren spreken, lezen en schrijven. Nadruk wordt gelegd op het verwerven van grammaticale kennis en het opbouwen van een basiswoordenschat. Er wordt ruim aandacht besteed aan Jiddische conversatie. Op het einde van het eerste niveau zijn studenten in staat om zelfstandig eenvoudige teksten te lezen en te begrijpen. Via onder andere liederen, gedichten en spreekwoorden krijgen ze ook een introductie in de Jiddische cultuur.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Seminaries
  • Vaardigheidstrainingen

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Een syllabus "Jiddisch voor Nederlandstaligen" evenals bijkomende teksten en geluidsfragmenten worden door de docent ter beschikking gesteld.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Weinreich, Uriel. College Yiddish: an introduction to the Yiddish language and to Jewish life and culture. New York: YIVO Institute for Jewish Research, 2006.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    De docent staat ter beschikking voor bijkomende uitleg na afspraak: 0486 84 73 43; paul.emiel.gybels@skynet.be.
    (+)laatste aanpassing: 05/01/2009 09:47 vivian.liska  

    Jiddisch II
    Studiegidsnr:1009FLWJST
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska
    Willy Brill
    Paul Gybels

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Jiddisch niveau 1 of basiskennis Jiddisch


    2. Eindcompetenties

    Verdieping van de woordenschat en uitdieping van de grammatica, bevordering van de taalbeheersing


    3. Inhoud

    In het tweede niveau ontwikkelen studenten verder kun kennis van de Jiddische grammatica, woordenschat en de eigen manier van uitdrukken in het Jiddisch (uitdrukkingen), door het oefenen van conversatie, lezen van literaire teksten, eenvoudige krantenartikels en via gerichte oefeningen. Alles wordt in het werk gesteld om studenten de vaardigheden bij te brengen om het Jiddisch vlot te kunnen spreken, lezen en schrijven.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Seminaries
  • Vaardigheidstrainingen

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Een syllabus "Jiddisch voor Nederlandstaligen" evenals bijkomende teksten en geluidsfragmenten worden door de docent ter beschikking gesteld.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Weinreich, Uriel. College Yiddish: an introduction to the Yiddish language and to Jewish life and culture. New York: YIVO Institute for Jewish Research, 2006.
    Weinreich, Uriel. Modern english-yidish yidish-english verterbukh. Shocken Books.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    De docent staat ter beschikking voor bijkomende uitleg na afspraak: 0486 84 73 43; paul.emiel.gybels@skynet.be.
    (+)laatste aanpassing: 05/01/2009 09:48 vivian.liska  

    Deel 3 (BTL-DS)

     

    Verplicht algemeen basisopleidingsonderdeel

     

    Levensbeschouwing
    Studiegidsnr:1001UALVBS
    Vakgebied:Wijsbegeerte en ethiek
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Patrick Loobuyck
    Walter Van Herck

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Passieve beheersing van :
    • Nederlands
    • Engels
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Geen specifieke voorkennis vereist.
    De algemene interpretatieve competentie van analyse en synthese.


    2. Eindcompetenties

    De student heeft kennis van en inzicht in diverse levensbeschouwingen en hun mens- en wereldbeeld(-en). Hij/zij is in staat een levensbeschouwelijk thema op een reflexieve wijze te bespreken en daarbij oog te hebben voor de actueel maatschappelijke implicaties.


    3. Inhoud

    Levensbeschouwelijke diversiteit is in de hedendaagse samenleving een feit en dit weerspiegelt zich ook aan de universiteit. Om met deze diversiteit om te gaan kiest de Universiteit Antwerpen voor actief pluralisme. Actief pluralisme wil recht doen aan het belang van levensbeschouwelijke ideeën en aan de plaats die ze in de openbare ruimte kunnen innemen. Levensbeschouwelijke ideeën blijven immers een belangrijke rol spelen in het morele bewustzijn en in het dagelijks oordelen en handelen van mensen, organisaties en samenlevingen.

    Actief pluralisme is zelf geen levensbeschouwing, maar een houding ten aanzien van (de eigen en andere) levensbeschouwingen. Het insisteert op een inhoudelijke dialoog binnen en tussen levensbeschouwingen en op een concreet engagement dat levensbeschouwingen als fenomeen, als overtuiging én als praktijk, ernstig wil nemen.

    In dat verband richt het Centrum Pieter Gillis een cursus levensbeschouwing in (30 uur - 3 studiepunten) voor alle studenten van het 3e bachelorjaar. De UA wil haar studenten hiermee uitnodigen om levensbeschouwelijke zaken bespreekbaar te maken en erover na te denken. Omgaan met levensbeschouwelijke verschillen en conflicten is echter vaak niet vanzelfsprekend. Veelal ontbreekt het aan een elementaire levensbeschouwelijke geletterdheid. Het vak heeft dan ook niet de bedoeling mensen tot één of andere levensbeschouwing te bekeren, maar is vormend van opzet.

    Om de cursus boeiend te maken voor een zeer breed spectrum, qua opleiding en belangstelling van zo vele studenten werd geopteerd voor een breed aanbod met keuzemogelijkheden. De cursus is opgesplitst in drie onderdelen: een inleidende A module, een verdiepende B module waarin men kan kiezen tussen lessenreeksen over verschillende levensbeschouwingen, en een verbredende C module waarin onder meer de relatie wetenschap/recht/maatschappij/cultuur-levensbeschouwing aan bod kunnen komen.

     

    Meer gedetailleerde informatie over de inhoud is beschikbaar via de website http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=*PIETERGIL&n=33956




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Open vragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Cursusnota's: zie blackboard

    Ook verkrijgbaar bij Universitas (CST) of de cursusdienst (CDE, CMI)



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Aangeleverde teksten en powerpointpresentaties op blackboard


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Titularissen van het vak: Patrick Loobuyck & Walter Van Herck

    www.ua.ac.be/pietergillis


    (+)laatste aanpassing: 23/09/2011 10:01 walter.vanherck  

    Algemeen disciplinegebonden opleidingsonderdeel

    Verplicht opleidingsonderdeel

    Literatuuropvattingen en filosofie
    Studiegidsnr:1007FLWTLA
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Kevin Absillis

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    De student moet grondig zijn ingevoerd in de westerse wijsbegeerte en tevens kritisch inzicht hebben verworven in het concept 'literair genre'. Enige belezenheid in ook de oudere westerse literatuur strekt voorts tot aanbeveling.


    2. Eindcompetenties

    Een aangescherpt kritisch inzicht in de ontwikkelingen, c.q. verschuivingen in het westerse denken over aard en functie van literatuur; een aangescherpt kritisch inzicht in het verband tussen historisch fluctuerende opvattingen over aard en functie van literatuur en de tijdelijke dominantie van retorische procédés; een aangescherpt kritisch inzicht in de historische betekenis van een reeks 'klassieke' werken uit de westerse letterkunde; het ter discussie kunnen stellen van een reeks postmoderne legitimeringsproblemen.


    3. Inhoud

    In een drietal inleidende colleges wordt het begrip poëtica toegelicht en worden de theoretische problemen met betrekking tot het construeren van een poëticageschiedenis geschetst. Daarbij staan we uitvoerig stil bij de zogenaamde verzelfstandiging van het literaire veld in de westerse literatuur en de geboorte van de moderne, naar verluidt autonome schrijver in de moderniteit. Tegen die achtergrond wordt de maatschappelijke legitimatie van literatuur sinds de 17de eeuw ter discussie gesteld. De introductie mondt uit in een korte bespreking van Don De Lillo's roman Mao II (1991) in het licht van de problematische legitimering van literatuur als een autonoom esthetisch object. Vanuit dat perspectief wordt vervolgens in een vijftal hoorcolleges en vier responsiecolleges gereconstrueerd hoe i./ er in het Westen sinds Plato en Aristoteles is gedacht over aard en functie van literatuur, alsook over de retorische procédés die vanuit een specifieke literatuuropvatting het meest geschikt bevonden werden om effect te sorteren, en ii./ hoe die 'grote traditie' in de loop van de negentiende eeuw op losse schroeven is komen te staan. Daarbij wordt uitgegaan van een aan Jacques Derrida's grammatologie ontleend representatiemodel.




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


    5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Ter voorbereiding van het derde college dienen de studenten op voorhand grondig te lezen: J. Derrida, 'La structure, le signe et le jeu dans le discours des sciences humaines.' In: J. Derrida, L'écriture et la différence, Seuil, Paris. Na het introductiecollege krijgen de studenten deze tekst in het Frans en in Engelse vertaling mee. 

    Het overige studiemateriaal wordt ter voorbereiding van de responsiecolleges in afleveringen ter beschikking gesteld via Blackboard.

    INHOUDSOPGAVE INFORMATIEMAPJES

    0.A. Jacques Derrida: de westerse traditie en het schrift

    0.B. Claude Lévi-Strauss: etnografie en romantiek

    0.C. De archaïsch-primitieve cultuur...

    0.D. ...en hoe de mens zich eruit los heeft gescheurd

    0.D.1. irrigatiesystemen

    0.D.2. de stad en het primitieve koningschap

    0.D.3. het schrift

    0.D.3.a. de uitvinding van het schrift

    0.D.3.b. de literaire functie van het (geschreven) woord

    I. De oudheid

    I.A. Proloog -- van Homeros tot Aristofanes

    I.A.1. Het epos

    I.A.1.a. Wie was Homeros? In wat voor tijd leefde hij?

    I.A.1.b. Een eerste genre, een eerste poëtica

    I.A.2. De lyriek

    I.A.2.a. De monodische lyriek

    I.A.2.a.i. Iambische lyriek

    I.A.2.a.ii. De elegie

    I.A.2.a.iii. Sappho's eigenvermaat

    I.A.2.b. Een complexe vorm van koorlyriek: de Pindarische ode

    I.A.3. De presocratici

    I.A.3.a. Het verlangen naar een vaste zijnsgrond

    I.A.3.a.i. De Ionische natuurfilosofen

    I.A.3.a.ii. De Eleaten

    I.A.3.b. Herakleitus

    I.A.4. De sofisten en de radicale democratie in Athene

    I.A.4.a. De sofistische pragmatiek

    I.A.4.a.i. Het postsocratische imago van de sofistiek

    I.A.4.a.ii. Rondtrekkende leraars in de redekunst

    I.A.4.a.iii. Redekunst en pragmatiek

    I.A.4.b. Sofistische politiek: de Atheense democratie

    I.A.5. Het drama in de vijfde eeuw voor Christus

    I.A.5.a. De structurele ontwikkeling van de tragedie

    I.A.5.a.i. Van dithyrambe naar 'klassieke' tragedie

    I.A.5.a.ii. De stadstaat stelt zichzelf ter discussie

    I.A.5.a.iii. Sofokles' Antigone: 'nomoi' vs. 'fysis'

    I.A.5.a.iv. Een politieke crisis

    I.A.5.b. De structurele ontwikkeling van de komedie

    I.A.5.b.i. Van Dionysisch ritueel tot politiek-maatschappelijke satire

    I.A.5.b.ii. Aristofanes' Wolken: lachen met Socrates

    I.B. De vaders van de westerse traditie

    I.B.1. Socrates & Plato, vader(s) van het westerse waarheidsdenken

    I.B.1.a. Plato's Socrates

    I.B.1.b. De Platoonse dialoog

    I.B.1.c. De politieke crisis

    I.B.1.d. Plato's literatuuropvatting

    I.B.1.d.i. Een anti-esthetische theorie

    I.B.1.d.ii. Literatuur en de Staat

    I.B.2. Aristoteles, vader van de westerse literatuurwetenschap

    I.B.2.a. Van 'idee' naar 'essentie'

    I.B.2.b. Aristoteles' literatuuropvatting

    I.B.3. De Latijnse letterkunde

    I.B.3.a. van Plautus via Cicero tot Horatius

    I.B.3.a.i. Rome en de Latijnse letterkunde vóór keizer Augustus

    I.B.3.a.ii. Literatuur als intelligent vermaak

    I.B.3.a.iii. Horatius, Ars poetica

    I.B.3.a.iv. Het geval-Ovidius

    I.B.3.b. De Zilveren Latiniteit

    I.B.3.b.i. Martialis

    I.B.3.b.ii. Iuvenalis

    I.B.3.b.iii. Petronius

    I.B.3.b.iv. Seneca 

    I.B.4. De post-Aristotelische filosofie

    I.B.4.a. Praktische levensleren

    I.B.4.b. Het neo-platonisme

    II. De literatuur van de Middeleeuwen

    II.A. God, de kerk en de gevestigde macht in Rome

    II.A.1. Romeinse keizers en christenen

    II.A.2. De kerkvaders

    II.A.2.a. Ambrosius

    II.A.2.b. Prudentius

    II.B. Van mimesis naar allegoresis

    II.B.1. De erfenis van Origenes: een christelijk neo-platonisme

    II.B.2. Augustinus en Hieronymus

    II.B.2.a. Literatuur en retoriek volgens Augustinus

    II.B.2.a.i. Confessiones

    II.B.2.a.ii. De doctrina christiana

    II.B.2.b. Literatuur en retoriek volgens Hieronymus

    II.B.3. Van de val van Rome tot het jaar 1000

    II.B.3.a. Een literatuur achter kloostermuren

    II.B.3.b. Een culturele revolutie: Karel de Grote en daarna

    II.B.3.b.i. Het christelijk-feodale systeem

    II.B.3.b.ii. Politieke verbrokkeling vs. culturele eenheid en bloei

    II.C. Een alomvattende esthetische ideologie

    II.C.1. Symbolisch-allegorisch lezen

    II.C.1.a. 'God' spreekt op diverse betekenisniveaus

    II.C.1.b. Ook in seculiere teksten spreekt 'God'

    II.C.1.c. De wereld is één tekst

    II.C.1.c.i. De wonderbaarlijke reis van Jan van Mandeville, wetenschapper

    II.C.1.c.ii. Het Boek der Natuur

    II.C.2. Symbolisch-allegorisch schrijven

    II.C.2.a. Ridderepiek

    II.C.2.a.i. De voorhoofse ridderroman

    II.C.2.a.ii. De hoofse ridderroman

    II.C.2.b. Didactisch-wetenschappelijke literatuur

    II.C.2.b.i. Bestiaires

    II.C.2.b.ii. Herbaria, lapidaria etc.

    II.C.2.c. De hoofse liefdeslyriek

    II.C.2.d. Het middeleeuws drama

    II.D. Ontidealiserende literatuur in de christelijke middeleeuwen

    II.D.1. Het profane drama in de vijftiende eeuw

    II.D.1.a. Farce

    II.D.1.b. Sotternie

    II.D.2. Een tegendraadse epiek

    II.D.2.a. De boerde of fabliau

    II.D.2.b. Voor de goede verstaander: het dierepos

    II.E. Le roman de la Rose

    II.E.1. De eerste Roman van de Roos

    II.E.2. De tweede Roman van de Roos

    II.E.3. Een gevoel van gespletenheid: vroeg-kapitalistische 'woeker'

    II.F. Dante en de corruptie van het christelijk-feodale systeem

    II.F.1. Dantes Vita nuova

    II.F.2. De Divina Commedia

    II.F.2.a. Nader tot U, o God! (Met dank aan Beatrice)

    II.F.2.a.i. De symbolisch-allegorische structuur van de tekst

    II.F.2.a.ii. De christelijke recyclage van heidense literatuur

    II.F.2.b. Een dubbel gecodeerde tekst: de Commedia als aanklacht

    III. Van Renaissance tot moderniteit

    III.A. Renaissance

    III.A.1. Nieuwe literaire vormen

    III.A.1.a. Boccaccio en de raamvertelling

    III.A.1.b. Petrarca en het sonnet

    III.A.1.b.i. Ontallegorisering en remythologisering

    III.A.1.b.ii. Giacomo da Lentini, de 'uitvinder' van het sonnet

    III.A.2. Aristoteles herontdekt, verklaard en verbeterd

    III.A.2.a. Drie gevallen

    III.A.2.a.i. L'Orlando furioso

    III.A.2.a.ii. Gerusalemme liberata

    III.A.2.a.iii. Il pastor fido

    III.A.2.b. Rinascimento -- geen terugkeer naar de oudheid

    III.A.2.b.i. Aristoteles vertaalde, verklaard en verbeterd

    III.A.2.b.ii. Een esthetica van de identiteit/oppositie

    III.A.3. Virtù -- een nieuwe mentaliteit

    III.A.3.a. Kennis en macht

    III.A.3.a.i. Filosofie in de Renaissance

    III.A.3.a.ii. Virtù in de alledaagse praktijk

    III.A.3.a.iii. De cultus van het Boek

    III.A.3.a.iv. Il principe: politiek overleven in de renaissance

    III.A.3.b. Een wankele cultuur

    III.A.3.b.i. Pausen, koningen en keizers

    III.A.3.b.ii. Reformatie

    III.A.3.c. De Renaissance buiten Italië: schone schijn?

    III.A.3.c.i. De Grands Rhétoriqueurs

    III.A.3.c.ii. Rabelais

    III.A.3.c.iii. De Pléiade

    III.A.3.c.iv. Renaissance hofcultuur: Frans I

    III.A.3.d. De kapotte droom van Karel V

    III.B. Barok

    III.B.1. De barokkunst als instrument van de contrareformatie

    III.B.1.a. Contrareformatie en artistieke (zelf)censuur

    III.B.1.b. Een centrifugale, tegelijk 'overladen' en 'lege' kunst

    III.B.2. Een 'barokke' crisisliteratuur

    III.B.2.a. Een barokke 'anti-lyriek': Góngora

    III.B.2.b. Epische anti-vormen

    III.B.2.b.i. Het komische heldendicht

    III.B.2.b.ii. De picareske roman

    III.B.2.b.iii. Don Quichotte

    III.B.2.c. Bloederige farcen

    III.B.2.c.i. 'A time out of joint'

    III.B.2.c.ii. Tragische illusies

    III.B.2.c.iii. Een komische illusie

    III.C. Classicisme

    III.C. 1. Een cultuur van regeldwang en categoriseringsdrift

    III.C. 1.a. Het vorstelijk absolutisme

    III.C. 1.a.i. Een pyramidaal gestructureerde maatschappij

    III.C. 1.a.ii. Staatskapitalisme

    III.C. 1.b. Sociale disciplinering, godsdienst en literatuur

    III.C.2. De classicistische poëtica

    III.C.2.a. Vraisemblance

    III.C.2.b. Een perverse vorm van idealisering

    III.C.3. De filosofie van het classicisme

    III.C.3.a. Descartes en het classicisme

    III.C.3.a.i. Een eerste filosofie van het soevereine subject

    III.C.3.a.ii. Het 'cogito' en 'de menselijke natuur'

    III.C.3.b. L'art poétique

    III.C.3.b.i. 'Le bon goût'

    III.C.3.b.ii. De roman: een parvenu-genre

    III.D. Verlichting

    III.D.1. Van passivisme naar activisme

    III.D.1.a. Het scepticisme als wegbereider van de Verlichting

    III.D.1.a.i. John Locke

    III.D.1.a.ii. Berkeley

    III.D.1.a.iii. David Hume

    III.D.1.b. Het geloof in de verlichte rede

    III.D.2. Verlichte rede en literatuur

    III.D.2.a. De formeel-realistische roman

    III.D.2.a.i. Een onzuiver 'genre'

    III.D.2.a.ii. Een dynamisch, autokritisch 'genre'

    III.D.2.b. Het burgerlijk drama

    III.D.2.b.i. Anti-classicisme

    III.D.2.b.ii. 'Gevoel' en 'rede' in Minna van Barnhelm

    III.E. Romantiek

    III.E.1. De vroege romantiek

    III.E.1.a. Twee filosofische wegbereiders

    III.E.1.a.i. Rousseaus filosofie van de interioriteit

    III.E.1.a.ii. Kant en de esthetische 'weg terug'

    III.E.1.b. Herder en de romantische esthetische ideologie

    III.E.2. De grote romantiek

    III.E.2.a. De triomf van zijne majesteit het Ik

    III.E.2.a.i. Het absoluut-soevereine subject als schepper

    III.E.2.a.ii. De titanische mens 'verlost' zichzelf

    III.E.2.b. Het autonoom scheppende subject in/en de literatuur

    III.E.2.b.i. De romantische mythe van het totaalwerk

    III.E.2.b.ii. Romantische metaforen

    III.E.2.c. De onmogelijkheid van de romantiek

    III.E.2.c. [Paul de Man]

    III.E.2.c. [De Gothische verbeelding]

    III.E.3. Epiloog -- Postromantiek en moderniteit

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    M.A. Abrams, 'Theories of Poetry.' In: Princeton Encyclopedia of Poetry And Poetics, Princeton UP, Princeton, 1974, p.639-649.

    J. den Boeft, F. Brandsma & T. Hoendelaars [eds.], Denken over dichten: dertig eeuwen poëticale reflectie, Amsterdam University Press, Amsterdam, 1994.

    P. Bourdieu, Les règles de l'art, Seuil, Paris, 1998.

    J. Derrida, De la grammatologie, Minuit, Paris, 1967.

    D. DeLillo, Mao II, Viking Penguin, New York, 1991.
    L. Dolezel, Occidental Poetics: Tradition and Progress , 1990.

    G.J. Dorleijn & K. van Rees [eds.], De productie van literatuur. Het literaire veld in Nederland 1800-2000, Vantilt, Nijmegen, 2006.

    D. Duff [ed.], Modern Genre Theory, Longman, Harlow, 2000.

    W. Harmon [ed.], Classic Writings on Poetry, Columbia UP, New York - Chichester, 2003.

    G.M. Ledbetter , Poetics before Plato: Interpretation and Authority in Early Greek Theories of Poetry,
    V.B. Leitch [ed.], The Norton Anthology Of Theory And Criticism, W.W. Norton & Co, xxx, 2001.

    G.S. Morson, 'Contingency and Poetics.' In: Philosophy and Literature, XXII (1998), 2, p.286-308.

    S.J. Schmidt, Die Selbstorganisation des Sozialsystems Literatur im 18. Jahrhundert, Suhrkamp, Frankfurt am Main, 1989.

     




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Kris Humbeeck

    bezoekadres: Lange Winkelstraat 40 (vlakbij Ossenmarkt), 1ste verdieping, L.P. Boon-documentatiecentrum

    telefoon: 0032-3-2655224

    e-mail: kris.humbeeck@ua.ac.be
    (+)laatste aanpassing: 07/11/2009 16:44 kris.humbeeck  

    Duits: verplichte opleidingsonderdelen

     

    Duitse taalbeheersing 3
    Studiegidsnr:1013FLWTLD
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:2e semester
    Inschrijvingsvereisten:Volgtijdelijkheid Duitse taalbeheersing 3.
    Duitse taalbeheersing 3 kan pas worden gevolgd als de student is geslaagd (minstens 10/20) voor Duitse taalbeheersing 2 OF Duitse grammatica: oefeningen 2
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Tom Smits
    Tanja Mortelmans
    Geert Crauwels

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Er wordt verondersteld dat de student reeds een behoorlijk tot goed niveau heeft in de Duitse taal (minstens B2 voor alle vaardigheden van het ERK).


    2. Eindcompetenties


    Zeer goede actieve en passieve beheersing van het geschreven en gesproken Duits en dat vooral in academische contexten.
    Studenten kunnen een abstract schrijven, een presentatie over hun Bachelorscriptie geven of aan een wetenschappelijke discussie deelnemen.
    Het verwerven van de credit voor Taalbeheersing 3 betekent ook dat de studenten (minstens) een niveau B2/C1 voor de vaardigheden schrijven en spreken hebben bereikt, en een niveau C1 voor luisteren en lezen. Dit betekent dat de student doeltreffend en vloeiend kan bijdragen aan discussies binnen en buiten het eigen vakgebied en daarbij abstracte uitdrukkingen kan hanteren. De student kan tegen een redelijk tempo (vlot) en kritisch (accuraat) algemene informatie en vakgerelateerde teksten begrijpen. Tenslotte kan de student (niet-) vakgerelateerde teksten voorbereiden en concipiëren, aantekeningen maken of een essay schrijven waaruit communicatievermogen spreekt. De student hanteert daarbij op taalbewustzijn gebaseerde communicatieve strategieën en kan primaire bronnen ontsluiten. Het beoogde uitstroomniveau op het einde van de Ba is ALTE 4 of ERK C1.




    3. Inhoud

    De klemtoon in dit vak ligt op het verdere verrijken en verfijnen van de communicatieve competenties in het Duits, zowel op mondeling als op schriftelijk vlak. Het schriftelijke deel van de cursus is erop gericht de tekstproductieve vaardigheden van de student te verbeteren door verschillende tekstsoorten in te oefenen (essay, abstract, recensie, wetenschappelijke paper...). Het doel hierbij is de formuleervaardigheid in verschillende contexten te verhogen door te leren zich stilistisch, fraseologisch en idiomatisch correct uit te drukken. De mondelinge vaardigheden worden aangescherpt door een intensieve spreek- en gesprekstraining, waarbij bijv. debat, discussie, rollenspel en referaat over actuele maatschappelijke zowel als studiegerelateerde onderwerpen centraal staan. In dit verband komt ook de woordenschat uit verscheidene gebieden van de Landeskunde van de Duitstalige landen aan bod. Ten slotte worden belangrijke grammaticale aspecten van het Duits herhaald en in de vorm van vertalingen (Nederlands-Duits) ingeoefend.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Seminaries
  • Vaardigheidstrainingen

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Mondeling zonder schriftelijke voorbereiding

  • Permanente evaluatie:
  • Oefeningen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    * Studiemateriaal wordt tijdens het college uitgedeeld.

    * Thematische woordenschat Duits. Amsterdam: Intertaal.

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Specifiek voor het grammatica-onderdeel worden oefeningen via Blackboard ter beschikking gesteld.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 14/06/2011 11:54 tanja.mortelmans  

    Grammaticalisatie en taalverandering
    Studiegidsnr:1014FLWTLD
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Tanja Mortelmans

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Duits
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    • Grondige kennis van de Duitse grammatica (idealiter zijn de credits voor Duitse Grammatica: Theorie 1 en 2 verworven).
    • Belangstelling voor taalverandering, en voor linguïstiek in het algemeen.
    • Vertrouwdheid met taalkundige basisbegrippen (zoals aangereikt in de cursus Algemene Taalwetenschap).





    2. Eindcompetenties

    De cursus heeft een dubbel doel. Enerzijds worden studenten vertrouwd gemaakt met de notie 'grammaticalisatie', zoals beschreven in o.a. Hopper/Traugott (2003), Lehmann (1995), Diewald (1997) en Szczepaniak (2009). Anderzijds ligt de focus van het vak op grammaticalisatieprocessen in het Duits: er zal dus nagegaan worden welke processen van taalverandering in het hedendaagse Duits als grammaticalisatieprocessen kunnen worden beschouwd.




    3. Inhoud

    Na een grondige introductie tot de grammaticalisatietheorie (vooral aan de hand van Diewald 1997 en Szczepaniak 2009) zullen een aantal Duitse grammaticalisatie-fenomenen onder de loupe worden genomen: de ontwikkeling van de Duitse modale werkwoorden, het hulpwerkwoord 'scheinen', het ontstaan van nieuwe complexe voorzetsels, de Dativpassiv-constructie, de 'Verlaufsform' met 'am', ... Bij het bestuderen van deze onderwerpen zal er steeds teruggekoppeld worden naar (specifieke aspecten) van de grammaticalisatietheorie.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting

  • Permanente evaluatie:
  • Oefeningen
  • Medewerking tijdens de contactmomenten

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Diewald, Gabriele (1997). Grammatikalisierung: eine Einführung in Sein und Werden grammatischer Formen. Tübingen: Niemeyer.
    Aanvullend materiaal wordt via Blackboard ter beschikking gesteld.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Hopper, Paul & Elisabeth Closs Traugott (2003). Grammaticalisation, 2nd Edition. Cambridge: Cambridge University Press.
    Lehmann, Christian (1995). Thoughts on grammaticalization. München: LINCOM Europa.
    Leuschner, Torsten, Tanja Mortelmans & Sarah de Groodt (eds.), 2005. Grammatikalisierung im Deutschen. Berlin: de Gruyter.
    Szcepaniak, Renate (2009). Grammatikalisierung im Deutschen. Eine Einführung. Tübingen: Narr.


     




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Je kan Tanja Mortelmans bereiken tijdens de kantooruren in (D. 128), telefonisch op het nummer +32 3 265 42 64 of via e-mail: tanja.mortelmans@ua.ac.be
    (+)laatste aanpassing: 14/06/2011 16:14 tanja.mortelmans  

    Geschiedenis van de Duitse literatuur 2
    Studiegidsnr:1010FLWTLD
    Vakgebied:Letterkunde
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in academiejaar aanvangend in EVEN jaar
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Arvi Sepp

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Gutes Verständnis gesprochener und geschriebener deutscher Sprache.

    Goed begrip van gesproken en geschreven Duits.




    2. Eindcompetenties

    Deutsche Prosa zwischen 1750-1950 verstehen und situieren können. 

    Duitse proza tussen 1750-1950 verstaan en kunnen situeren.


    3. Inhoud

    Einführung in die Staufische Klassik um 1200. Entwicklung der deutschen Prosa von 1750 bis heute: Erzählung, Novelle, Roman, Essay. Außerdem Hauslektüre

    Inleiding tot de Staufische Klassik rond 1200.  Evolutie van het Duitse proza van 1750 tot heden: verhaal, novelle, roman, essay. Bovendien huislectuur


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries
  • Werkcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding
  • Open vragen

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Skript Geschichte der deutschen Literatur II (erhältlich bei Universitas)

     

    Syllabus Geschichte der deutschen Literatur II (te verkrijgen bij Universitas)



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Huislectuur/Hauslektüre (te verkrijgen bij Acco / erhältlich bei Acco): 
    • Gerhart Hauptmann: Die Weber. Cornelsen, 1996.
    • Arthur Schnitzler: Leutnant Gustl. Reclam, 2002.
    • Bertolt Brecht: Der gute Mensch von Sezuan. Suhrkamp, 1964.
    • Ulrich Plenzdorf: Die neuen Leiden des jungen W. Suhrkamp, 1976.
    • Christoph Hein: Der fremde Freund/Drachenblut. Suhrkamp, 2002.
    • Patrick Süskind: Das Parfum. Diogenes, 1994.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 18/08/2010 15:03 arvi.sepp  

    Cultuurgeschiedenis van het Duitstalige gebied
    Studiegidsnr:1015FLWTLD
    Vakgebied:Geschiedenis
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in acad.jaar aanvangend in ONEVEN jaar
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Arvi Sepp

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Een degelijke kennis van het Duits is wenselijk.
    Gute Deutschkenntnisse sind erwünscht.
     


    2. Eindcompetenties


    De cursus beoogt studenten Duitse taal een basispakket culturele ‘know-how’ mee te geven, die hen in staat stelt de ‘vreemde’ taal, literatuur en cultuur beter te begrijpen.
    Ziel ist es, Studierenden der Deutschen Philologie Basiswissen zu vermitteln; dieses soll ihnen als ‘cultural know-how’ ein besseres Verständnis von Sprache, Literatur und Kultur ermöglichen.
     


    3. Inhoud


    In het kader van deze cultuurwetenschappelijke en -historische cursus worden de grote stromingen binnen de culturele ontwikkeling van het Duitstalig gebied geschetst en aan de  hand van historische gebeurtenissen gecontextualiseerd. Bijzondere aandacht gaat daarbij naar de nieuwe en nieuwste geschiedenis (19de en 20ste eeuw). Aan bod komen politiek, religie, beeldende kunst, muziek, architectuur, wetenschap en filosofie. Daarnaast werpen we ook een blik op de Landeskunde van Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland in engere zin (geografie, politieke structuren, maatschappelijk leven enz.).
    Im Rahmen dieser kulturwissenschaftlichen und -historischen Lehrveranstaltung werden die großen Strömungen innerhalb der kulturellen Entwicklung des deutschsprachigen Raums nachgezeichnet und mit geschichtlichen Ereignissen kontextualisiert; ein besonderes Augenmerk gilt dabei der jüngeren und jüngsten Geschichte (19. und 20. Jh.). Abgedeckt werden die Bereiche Politik, Religion, bildende Kunst, Musik, Architektur, Wissenschaften und Philosophie. Daneben wird auch überblicksmäßig die Landeskunde Deutschlands, Österreichs und der Schweiz im engeren Sinne (Geographie, Verwaltungsstrukturen, gesellschaftliches Leben etc.) behandelt.
     


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten
  • Medewerking tijdens de contactmomenten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


    - Gössmann, Wilhelm (2006). Deutsche Kulturgeschichte im Grundriss. Düsseldorf: Grupello. (bei Acco erhältlich)
    - Handouts (worden in het college uitgedeeld).

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    François, Etienne / Schulze, Hagen (Hrsg.): Deutsche Erinnerungsorte, 3 Bde., München 2001ff.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    De lesgever kan steeds per email bereikt worden.
    (+)laatste aanpassing: 05/11/2010 15:15 arvi.sepp  

    Duitse literatuur: capita selecta (te volgen in Ba 2 of Ba 3)

    Eén verplicht opleidingsonderdeel te kiezen uit:

    Duitse teksten: capita selecta 1 - Lyrik nach 1945
    Studiegidsnr:1011FLWTLD
    Vakgebied:Letterkunde
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in academiejaar aanvangend in EVEN jaar
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Duits
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Ba1

    Gute passive und für die mündliche und schriftliche Mitarbeit ausreichende aktive Kenntnis des Deutschen wie dies nach dem erfolgreichen Absolvieren von Ba1 erwartet werden kann.

    Goede passieve en actieve kennis van het Duits die volstaat voor mondelinge en schriftelijke medewerking zoals dit na het succesvol beëindigen van Ba1 verwacht kan worden.




    2. Eindcompetenties

    Grundkenntnisse des historischen und kulturellen Kontexts der Nachkriegszeit. Kenntnisse der im Kurs besprochenen Autoren und der Gedichte. Grundkenntnisse der Problematik von "Kunst nach Auschwitz" und ihrer ästhetischen, politischen und kulturellen Implikationen von der Nachkriegszeit bis heute. Einübung textimmanenter Interpretationen.

    Basiskennis van de historische en culturele context van het naoorlogse Europa. Kennis van de gedichten en auteurs die in de cursus besproken worden. Basiskennis van de esthetische problematiek van "kunst na Auschwitz" en de esthetische, politieke en culturele implicaties vanaf 1945 tot vandaag. Het oefenen van tekstimmanente interpretaties.




    3. Inhoud

    LYRIK NACH 1945

    Der Kurs geht von einer Standortbestimmung der deutschen Nachkriegslyrik aus und setzt sich mit der Problematik der Lyrik nach Auschwitz auseinander. Dieser Kontext dient einer Einführung in das Werk der wichtigsten theoretischen Stellungnahmen zu diesem Thema (Theodor W. Adorno: Erziehung nach Auschwitz, Maurice Blanchot: L'Ecriture du Désastre, George Steiner: Language and Silence, u.a.) und den bedeutendsten Dichtern, die sich von Auschwitz her schrieben: In erster Linie Paul Celan, dem ein Grossteil des Kurses gewidmet ist, dann Nelly Sachs, Marie Luise Kaschnitz. Besondere Aufmerksamkeit gilt Dichtern der Gegenwart wie Ilse Aichinger, Robert Schindel ua. die sich mit dem werk Paul Celans auseinandersetzen. Diese Werke sollen den Studenten anhand einer Untersuchung von thematischen, stilistischen und poetologischen Entwicklungen von der Nachkriegszeit bis heute nähergebracht werden.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep
  • Scriptie: Individueel
  • Scriptie: In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • (tussentijdse) testen
  • Medewerking tijdens de contactmomenten

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Ein reader wird am Anfang des Kurses zur Verfügung gestellt.

    Een reader wordt ter beschikking gesteld in de eerste les.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Adorno, Theodor W.. Ob nach Auschwitz noch sich leben lasse. Ein philosophisches Lesebuch. Herausgegeben von Rolf Tiedemann. Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1997. Meinecke, Dietlind. Über Paul Celan. Frankfurt am Main: Suhrkamp, 1978.
    Peter Horst Neumann: Zur Lyrik Paul Celans. Eine Einführung. Vandenhoeck & Ruprecht, Göttingen 1968; 2. Auflage 1990, ISBN 3-525-33567-9
    Peter Szondi: Celan-Studien. Hg. von Jean Bollack mit Henriette Beese, Wolfgang Fietkau, Hans-Hagen Hildebrandt, Gert Mattenklott, Senta Metz, Helen Stierlin. Suhrkamp, Frankfurt 1972
    Dietlind Meinecke (Hrsg.): Über Paul Celan. Suhrkamp, Frankfurt 1973
    Marlies Janz: Vom Engagement absoluter Poesie. Zur Lyrik und Ästhetik Paul Celans. Athenäum, Königstein 1976
    Paul Celan Text und Kritik , Heft 53/54, München 1977
    Israel Chalfen: Paul Celan. Eine Biographie seiner Jugend, Insel, Frankfurt 1979
    Winfried Menninghaus: Paul Celan. Magie der Form. Suhrkamp, Frankfurt 1980
    Karsten Hvidfelt Nielsen, Harald Pors: Index zur Lyrik Paul Celans. W. Fink, München 1981
    Gerhart Baumann: Erinnerungen an Paul Celan. Suhrkamp, Frankfurt 1986
    Hans-Georg Gadamer: Wer bin Ich und wer bist Du? – Ein Kommentar zu Paul Celans Gedichtfolge 'Atemkristall', Suhrkamp, Frankfurt 1986
    Otto Pöggeler: Spur des Worts. Zur Lyrik Paul Celans. Alber, Freiburg / München 1986, ISBN 3-495-47607-5
    Werner Hamacher, Winfried Menninghaus (Hrsg.): Paul Celan. Suhrkamp, Frankfurt 1988 (Reihe: Materialien)
    John Felstiner: Paul Celan. Eine Biographie Beck, München 1997, ISBN 3-406-42285-3
    Wolfgang Emmerich: Paul Celan Rowohlt, Reinbek 1999, ISBN 3-499-50397-2
    Jean Bollack: Paul Celan. Poetik der Fremdheit. Aus dem Franz. von Werner Wögerbauer. Zsolnay, Wien 2000, ISBN 3-552-04976-2


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Prof. Dr. Vivian Liska

    Deutsche Literatur

    Dept. Letteren en Wijsbegeerte

    Universiteit Antwerpen

    Lange Winkelstraat 40-42, 4 verdieping

    Post adres:

    Prinsstraat 13 L.400

    BE-2000-Antwerpen

     

    Tel: +32 3 265 52 44

    Fax: +32 3 265 52 41

    Mobiel: +32 475 38 0000

    e-mail: vivian.liska@ua.ac.be  


    (+)laatste aanpassing: 10/06/2011 19:08 vivian.liska  

    Duitse teksten: capita selecta 2 - Der Expressionismus und seine Folgen
    Studiegidsnr:1012FLWTLD
    Vakgebied:Letterkunde
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in academiejaar aanvangend in EVEN jaar
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Ba1

    Gute passive und für die mündliche und schriftliche Mitarbeit ausreichende aktive Kenntnis des Deutschen wie dies nach dem erfolgreichen Absolvieren von Ba1 erwartet werden kann.

    Goede passieve en actieve kennis van het Duits die volstaat voor mondelinge en schriftelijke medewerking zoals dit na het succesvol beëindigen van Ba1 verwacht kan worden.




    2. Eindcompetenties

    Kenntnis des kulturellen und geschichtlichen Kontexts des Expressionismus und der in diesem Kurs behandelten Gedichte und Erzählungen von Benn, Kafka, Döblin und anderen expressionistischen Autoren. Verstehen und praktisches Anwenden von literaturwissenschaftlichen Grundbegriffen. Fähigkeit, komplexe kürzere Texte zu verstehen und zu interpretieren.

    Basiskennis van de historische en culturele context van het expressionisme en van de in deze cursus besproken gedichten en proza-teksten van Benn, Kafka, Döblin en andere expressionistische auteurs. Begrip en praktische toepassing van literatuurwetenschappelijke basisconcepten. De vaardigheid om complexe kortere teksten te begrijpen en interpreteren.




    3. Inhoud

    DER EXPRESSIONISMUS UND SEINE FOLGEN

    Der Expressionismus gilt als bedeutendste avant-gardistische Strömung in der deutschen Literatur und führt ins Herz der europäischen literarischen Moderne. Der Kurs beginnt mit einer Erläuterung der Terminolgie: Moderne, Modernität, Avant-Garde und Expressionismus. Nach einer allgemeinen Darstellung der deutschen literarischen Moderne und einer Auflistung und Besprechung der wichtigsten Themen und Formen des deutschen Expressionismus, die jeweils mit einem Beispiel illustriert werden, wird eine Auswahl lyrischer und erzählerischer Texte des expressionistischen Zeitalters in Deutschland (1910-1920) behandelt. Etwa ein Dutzend Gedichte und drei bis vier kürzere Erzählungen von Else Lasker-Schüler, Gottfried Benn, Aldred Döblin und Franz Kafka werden ausführlich behandelt und interpretiert. Eine Besprechung der "Expressionismus-Debatte" um 1938, an der die bedeutendsten Dichter und Theoretiker (Gottfried Benn, Ernst Bloch, Bertolt Brecht, Georg Lukàcs) teilhatten situiert die politische Problematik des Expressionismus noch über die zwanziger Jahre hinaus. Der Kurs schließt mit einer Diskussion über die Aktualität des Expressionismus ab.

    Het expressionisme is de belangrijkste avant-gardistische Duitse literatuurstroming en raakt het hart van het Europese literataire modernisme. De cursus begint met een toelichting van de terminologie: modernisme, moderniteit, avant-garde en expressionisme. Na een voorstelling van het Duitse literaire modernisme en een opsomming en bespreking van de belangrijkste thema's en vormen van het Duitse expressionisme, die aan de hand van voorbeelden geïllustreerd worden, wordt een selectie gedichten en proza-teksten uit het expressionistische tijdperk in Duitsland (1910-1920) behandeld. Een tiental gedichten en en drie tot vier kortere proza-teksten van Else Lasker-Schüler, Gottfried Benn, Aldred Döblin en Franz Kafka worden uitgebreid besproken en geïnterpreteerd. Een bespreking van de zogenaamde "Expressionismus-Debatte" in 1938, waaraan de meest prominente dichters en theoretici uit die periode (Gottfried Benn, Ernst Bloch, Bertolt Brecht, Georg Lukàcs) hebben deelgenomen, situeert de politieke problematiek van het expressionisme noch tot na de jaren twintig. De cursus sluit af met een discussie over de actualiteit van het expressionisme.





    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep
  • Scriptie: Individueel
  • Scriptie: In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding
  • Open boek

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    - Gedichte des Expressionismus, Reclam Verlag.
    - Ein Reader mit zusätzlichen Primär und Sekundärtexten wird den Studenten am Beginn des Kurses zur Verfügung gestellt.
    - Een reader met bijkomende primaire en secundaire literatuur wordt bij aanvang van de cursus ter beschikking gesteld.


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Frank Krause, Literarischer Expressionismus, UTB, 2008

    Kurt Pinthus, Menschheitsdämmerung (für zusätzliche Gedichte)

    Paul Raabe, Der Kampf um eine literarische Bewegung (für theoretische Texte)

    Die Expressionismusdebatte (für eine Dokumentation der Positionen 1938)

    Thomas Anz & Michael Stark, Die Modernität des Expressionismus, Metzler Verlag)

    Rothe, Wolfgang (Hrsg.). Expressionismus als Literatur. Bern & München: Francke, 1969.

    Steffen, Hans. Der deutsche Expressionismus. Formen und Gestalten. Göttingen: Vandenhoeck & Ruprecht, 1970.




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Prof. Dr. Vivian Liska

    Deutsche Literatur

    Dept. Letteren en Wijsbegeerte

    Universiteit Antwerpen

    Lange Winkelstraat 40-42, 4 verdieping

    Post adres:

    Prinsstraat 13 L.400

    BE-2000-Antwerpen

     

    Tel: +32 3 265 52 44

    Fax: +32 3 265 52 41

    Mobiel: +32 475 38 0000

    e-mail: vivian.liska@ua.ac.be  


    (+)laatste aanpassing: 13/06/2011 20:26 vivian.liska  

    Duitse teksten: capita selecta 3 - Franz Kafka: Kurzproza
    Studiegidsnr:1988FLWTLD
    Vakgebied:Letterkunde
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in acad.jaar aanvangend in ONEVEN jaar
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Ba 1 Duits


    2. Eindcompetenties

    Basiskenntnis des kafkaschen Werks, Fähigkeit zur detaillierten Textinterpretation und Grundbegriffe der wichtigsten Literaturtheorien.

    Basiskennis van het werk van Kafka, de vaardigheid om tekstimmanente interpretaties op te stellen en om basisbegrippen van de belangrijkste literaire theorieën toe te passen.


    3. Inhoud

    Nach einem einführenden Überblick auf den literarischen und geschichtlichen Kontext von Kafkas Werk wird eine Auswahl von Prosatexten erläutert und interpretiert. Aus verschiedenen - philosophischen, soziologischen, psycho-analytischen, rhetorischen – Perspektiven werden Deutungsansätze erprobt und miteinander in Zusammenhang gebracht um die Vielschichtigkeit des kafkaschen Werks und die Reichweite literaturwissenschaftlicher Möglichkeiten erkennbar zu machen. Besondere Aufmerksamkeit gilt Interpretationsansätzen der Gegenwart

    Na een inleiding, die een overzicht biedt van de historische, literaire en receptie-esthetische context van Kafka's werk, wordt een selectie van prozateksten van deze auteur belicht en geïnterpreteerd. Vanuit verschillende perspectieven - filosofisch, sociologisch, psycho-analytisch, retorisch - worden aanzetten tot interpretatie aangeboden en uitgeprobeerd, zodat de studenten zowel inzicht in Kafka's werk als in het potentieel van verscheidene vooral recente - interpretatieve referentiekaders verwerven.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Ein reader wird zur Verfügung gestellt.
    Een reader wordt ter beschikking gesteld.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Binder, Hartmut. Kafka-Handbuch. Stuttgart: Kröner, 1979.
    Jagow/Jahraus. Kafka Handbuch. Vandenhoeck&Ruprecht 2008.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Prof. Dr. Vivian Liska

    Deutsche Literatur

    Dept. Letteren en Wijsbegeerte

    Universiteit Antwerpen

    Lange Winkelstraat 40-42, 4 verdieping

    Post adres:

    Prinsstraat 13 L.400

    BE-2000-Antwerpen

    Tel: +32 3 265 52 44

    Fax: +32 3 265 52 41

    Mobiel: +32 475 38 0000

    e-mail: vivian.liska@ua.ac.be


    (+)laatste aanpassing: 19/06/2011 12:43 vivian.liska  

    Duitse teksten: capita selecta 4 - Friedrich Nietzsche: der Philosoph als Dichter
    Studiegidsnr:1017FLWTLD
    Vakgebied:Letterkunde
    Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in acad.jaar aanvangend in ONEVEN jaar
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Duits
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

     

    Gute passive und für die mündliche und schriftliche Mitarbeit ausreichende aktive Kenntnis des Deutschen wie dies nach dem erfolgreichen Absolvieren von Ba1 erwartet werden kann.

    Goede passieve en actieve kennis van het Duits die volstaat voor mondelinge en schriftelijke medewerking zoals dit na het succesvol beëindigen van Ba1 verwacht kan worden.

     




    2. Eindcompetenties

    Grundkenntnisse des Werks Friedrich Nietzsches und seiner Bedeutung im historischen,  kulturellen und literarischen Kontext der Moderne. Kenntnisse der im Kurs besprochenen Texte, vor allem Also sprach Zarathurstra . Grundkenntnisse des Verhältnisses von Dichtung und Philosophie in der Moderne und der Wirkungsgeschichte Nietzsches in ihren ästhetischen, politischen und kulturellen Implikationen. Einübung textimmanenter Interpretationen.

     

    Basiskennis van het werk van Friedrich Nietzsche en diens betekenis in de historische, culturele en literaire context van de moderniteit. Kennis van de in de cursus besproken teksten, met name Also sprach Zarathurstra . Basiskennis van de verhouding van poëzie en filosofie in de moderniteit en van de receptiegeschiedenis van Nietzsches werk, met bijzondere nadruk op esthetische, politieke en culturele implicaties ervan. Het oefenen van tekstimmanente interpretaties.

     




    3. Inhoud

    Der Kurs geht von einem Einblick in die Bedeutung von Nietzsches Einfluss auf die literarische und philosophische Tradition im 20. Jahrhundert aus und setzt sich mit der Problematik von Nietzsches Wirkungsgeschichte auseinander. Behandelt werden gleichsam die Einflüsse Schopenhauers und Wagners auf Nietzsche und deren Auswirkung auf die Frage von Nietzsches Nihilismus, seine Konzeption des Übermenschen und der ewigen Wiederkehr. Von den Studenten wird eine eingehende, in den Vorlesungen begleitete Lektüre einiger Gedichte und Ausschnitte von Nietzsches Werk, vor allem aber von Also sprach Zarathustra erwartet . Diese Texte sollen den Studenten anhand einer Untersuchung von thematischen, stilistischen und poetologischen Charakteristiken von Nietzsches Schreib-und Denkweise nähergebracht werden. Besondere Aufmerksamkeit gilt dabei einigen Abschnitten des Zarathustra, an denen deutlich gemacht werden soll, wie sich die poetische Dimension von Nietzsches Werk zu seinem Denken verhält.

     

    De cursus beoogt een inzicht te bieden op de betekenis van de invloed van Nietzsche op de literaire en filosofische traditie van de 20ste eeuw en behandelt de problematiek van Nietzsche’s receptiegeschiedenis. Evenzeer worden de invloeden van Schopenhauer en Wagner op Nietzsche belicht en hun uitwerking op de vraag van het nihilisme van Nietzsche, zijn concept van de Übermensch en van de eeuwige terugkeer. Van de studenten wordt een diepgaande, in de lessen begeleide lectuur van enkele gedichten en fragmenten van Nietzsche’s werk verwacht, in de eerste plaats echter van Also sprach Zarathustra . Deze teksten worden aan de studenten aan de hand van een bespreking van thematische, stilistische en poetologische karakteristieken van Nietzsche’s schrijf- en denkwijze toegelicht. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar enkele passages uit Zarathustra, aan de hand waarvan duidelijk gemaakt zal worden hoe zich de poëtische dimensie van Nietzsche’s werk verhoudt tot zijn denken.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Permanente evaluatie:
  • (tussentijdse) testen
  • Medewerking tijdens de contactmomenten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Also sprach Zarathustra. (Reclam Ausgabe) Zusätzliche Handouts werden am Anfang des Kurses zur Verfügung gestellt.

      Also sprach Zarathustra. (Reclam uitgave) Bijkomende handouts worden ter beschikking gesteld in de eerste les.

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Meyer, Theo, Nietzsche und die Kunst , Francke Verlag , 1993.

    Hildebrand, Bruno, Nietzsche und die deutsche Literatur , Niemeyer, 1978

    Duhamel, Roland. Nietzsches Zarathustra, Mystiker des Nihilismus: : eine Interpretation von Friedrich Nietzsches "Also sprach Zarathustra: ein Buch für Alle und Keinen”. Würzburg : Königshausen & Neumann , 1991.

    Aschheim, Steven E. Nietzsche und die Deutschen. Karriere eines Kults, 1996.

     




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Der Dozent steht nach Absprache über e-mail: vivian.liska@ua.ac.be zur Verfügung.

     

    Prof. Dr. Vivian Liska

    Deutsche Literatur

    Dept. Letteren en Wijsbegeerte

    Universiteit Antwerpen

    Lange Winkelstraat 40-42, 4 verdieping

    Post adres:

    Prinsstraat 13 L.400

    BE-2000-Antwerpen

     

    Tel: +32 3 265 52 44

    Fax: +32 3 265 52 41

    Mobiel: +32 475 38 0000

    e-mail:  vivian.liska@ua.ac.be   

     


    (+)laatste aanpassing: 02/08/2011 00:50 vivian.liska  

    Spaans: verplichte opleidingsonderdelen

     

    Spaanse taalbeheersing 4
    Studiegidsnr:1009FLWTLS
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:2e semester
    Inschrijvingsvereisten:Volgtijdelijkheid Spaanse taalbeheersing 4.
    Spaanse taalbeheersing 4 kan pas worden gevolgd wanneer de student is geslaagd (minstens 10/20) voor Grammatica en taalbeheersing Spaans 3
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Spaans
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Rita De Maeseneer
    Jasper Vervaeke

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    spreekvaardigheid: gevorderd niveau

    luistervaardigheid: gevorderd niveau

    schrijfvaardigheid: gevorderd niveau

    leesvaardigheid: gevorderd niveau

     




    2. Eindcompetenties


    Na het succesvol afronden van dit vak is de student in staat zich schriftelijk en mondeling uit te drukken in zowel academische, professionele, culturele als persoonlijke contexten. De student is in staat om correspondentie in een formeel taalregister te begrijpen en op te stellen, kan informatie verzamelen en verwerken in een essay, academische paper, samenvatting, verslag en presentatie en beheerst alle vereiste vaardigheden om een academisch masterprogramma aan te vatten.


    3. Inhoud

    Het vak bestaat uit twee luiken: schriftelijk en mondeling.

    Het eerste deel is gericht op de verbetering van de schrijfvaardigheid, met bijzondere aandacht voor specifieke grammaticale problemen en veelvoorkomende fouten bij Nederlandstaligen. Ook andere vaardigheden, zoals het schrijven van officiële correspondentie, zullen aan bod komen. De studenten krijgen individuele feedback op de door hen geschreven teksten en in de mate van het mogelijke worden de taalkundige problemen geïllustreerd en geoefend aan de hand van concrete voorbeelden (krantenartikels, songteksten, videofragmenten) uit de hedendaagse Spaanstalige wereld. Het mondelinge deel zal bestaan uit een aantal discussiegroepen.

     




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Werkcolleges
  • Vaardigheidstrainingen

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting

  • Permanente evaluatie:
  • Oefeningen

  • Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    - Syllabus 'Spaanse taalbeheersing 4', beschikbaar vanaf eind januari bij Acco.

    - zelfgemaakt studiemateriaal wordt via Blackboard ter beschikking gesteld

    - eigen lesmateriaal wordt in de les uitgedeeld

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Wordt in de lessen meegedeeld


    7. Contactgegevens en begeleiding

    rita.demaeseneer@ua.ac.be

    jasper.vervaeke@ua.ac.be

     


    (+)laatste aanpassing: 29/11/2010 11:14 jasper.vervaeke  

    Samenleving en cultuur in Spaans Amerika
    Studiegidsnr:1010FLWTLS
    Vakgebied:Geschiedenis
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Spaans
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Rita De Maeseneer

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Passieve beheersing van :
    • Frans
    • Engels
    Sommige teksten zijn  in het Frans of het Engels
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Proficiency niveau van Spaans.
    Spreken, schrijven, lezen, begrijpen
     


    2. Eindcompetenties

    de student is in staat om politieke, historische en culturele problemen en gebeurtenissen betreffende Spaans-Amerika te contextualizeren en te duiden



    3. Inhoud

    Op basis van twee historisch belangrijke momenten (ontdekking en onafhankelijkheid) worden een aantal basisproblemen van de Spaans-Amerikaanse wereld behandeld (kolonialisme, visie op de andere, multiculturaliteit, ...). Op basis van de actualiteit worden een aantal kernproblemen van de hedendaagse Latijs-Amerikaanse wereld behandeld (indigenismo, relatie met VS, populaire cultuur, relatie met Westen, iconencultus, ...)
     


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten
  • Medewerking tijdens de contactmomenten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Syllabus.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Wordt meegedeeld in de eerste les.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    rita.demaeseneer@ua.ac.be 

     


    (+)laatste aanpassing: 03/08/2011 11:32 rita.demaeseneer  

    Spaans: keuzeopleidingsonderdelen

    Drie opleidingsonderdelen te kiezen uit:

    Spaanse taalkunde 3
    Studiegidsnr:1011FLWTLS
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Spaans
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Mathilde Quitard

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    language of instruction = Spanish
    Passieve beheersing van :
    • Engels
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    De student beschikt over een goede tot zeer goede kennis van de Spaanse grammatica.
    De student beschikt over een goed niveau geschreven en gesproken Spaans.
    De student beschikt over een basiskennis van de algemene en/of Spaanse taalkunde.                                       

    De student beschikt over goede analytische vaardigheden.




    2. Eindcompetenties

    De student zal inzicht verworven hebben in het onderzoeksdomein van de taalkunde van het Spaans (synchrone benadering).
    De student zal kennis opgebouwd hebben over de concrete behandelde thema’s.
    De student zal in staat zijn een kritische analyse te maken over de behandelde onderwerpen en zal in staat zijn de aangewende methodologie mogelijks ook op de studie van niet behandelde onderwerpen toe te passen.
    De student zal in staat zijn op zelfstandige basis bibliografie terug te vinden over een bepaald onderwerp.
    De student zal in staat zijn een taalkundig artikel te lezen en te begrijpen.
    De student zal opdrachten in groep uitgewerkt hebben



    3. Inhoud

    Deze cursus zal een paar semantische en/of syntactische topics uit de moderne Spaanse taalkunde grondig behandelen. Een analytische component is hierbij sterk aanwezig, daarnaast is de keuzelijst aan thema's zo uitgekozen dat ze een directe relevantie heeft voor het optimaliseren van de actieve taalbeheersing van de Spaanse taal.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Oefeningensessies

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:In groep
  • Scriptie: Individueel
  • Scriptie: In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Notities 
    Syllabus ter beschikking gesteld door de docent
    Bijkomende grammatica's Spaans en taalkundige artikels (terug te vinden in de bibliotheek of ter beschikking gesteld door de docent)

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Bijkomende grammatica’s Spaans en taalkundige artikels


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Gretel.DeCuyper@ua.ac.be

     


    (+)laatste aanpassing: 02/08/2011 10:15 gretel.decuyper  

    Spaanse taalkunde 4
    Studiegidsnr:1012FLWTLS
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Spaans
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Carolina Julià Luna

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    Actieve beheersing van: Spaans
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    • De student beschikt over een goede tot zeer goede kennis van de Spaanse grammatica.
    • De student beschikt over een goed niveau geschreven en gesproken Spaans.
    • De student beschikt over een basiskennis van de algemene en/of Spaanse taalkunde.
    • De student beschikt over een goede analytische vaardighedenhebben.



    2. Eindcompetenties

    • De student zal inzicht over de historische evolutie van de Spaanse verwerven.
    • De student zal zijn in staat teksten in middeleeuws en klassiek Spaans te begrijpen.
    • De student zal zijn in staat de evolutionaire stadia van de geschiedenis van de Spaanse taal te identificeren.
    • De student zal zijn in staat de verschillende soorten taalkundige wijzigingen in de evolutie van het Spaans te onderscheiden.

     


    3. Inhoud

    Het doel van de cursus is de beschrijving van de taalkundige kenmerken ( fonetisch, fonologisch, morfologisch, syntactisch en lexicaal ) die veranderingen hebben ondergaan doorheen de historische evolutie van de Spaanse taal .

    Thema’s die behandeld worden:

    1 . Inleiding tot de historische taalkunde
    2 . T aalwijzigingen
    3 . Iberische prer omaanse talen
    4 . De romanisering van Hispania
    5. Middeleeuws Spaans
    6 . K lassiek Spaans


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Oefeningensessies
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    • Persoonlijke notities.
    • De artikels aangeboden door de docent.


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    - Ariza Viguera, Manuel (1989): Manual de fonología histórica del español, Madrid: Síntesis.
    - Cano Aguilar, Rafael (1988): El español a través de los tiempos, Madrid: Arco/Libros.
    - Cano Aguilar, Rafael (coord.) (2005 [2004]): Historia de la lengua española, Barcelona: Ariel.
    - Clavería Nadal, Gloria, Carlos Sánchez Lancis y Marta Prat Sabater (1999): Curso de Lengua española: diacronía, Bellaterra: Servei de Publicacions de la UAB - Departamento de Filología Española (Colección: Materials, 76)
    - Corominas, Joan y José A. Pascual (1980-1991): Diccionario Crítico Etimológico castellano e hispánico, Madrid: Gredos. [DECH]
    - Echenique Elizondo, M.ª Teresa y M.ª José Martínez Alcalde (2000): Diacronía y gramática histórica de la lengua española, Valencia: Tirant Lo Blanch.
    - Lathrop, T. A. (1995[1984]): Curso de gramática histórica española, Barcelona: Ariel.
    - Penny, Ralph (2008[1993]): Gramática histórica del español, Barcelona: Ariel, 2.ª edición.
    - Pharies, David (2007): Breve historia de la lengua española, Chicago: The University of Chicago Press.
    - Ridruejo, Emilio (1996): “Lingüística histórica, el cambio lingüístico” en Elementos de lingüística, Barcelona: Octaedro Universidad, pp. 45-66.
    - Torrens Álvarez, M.ª Jesús (2007): Evolución e historia de la lengua española, Madrid: Arco/Libros




    7. Contactgegevens en begeleiding

    CAROLINA JULIÀ LUNA:

    • Carolina.JuliaLuna@ua.ac.be

    (+)laatste aanpassing: 05/08/2011 18:15 carolina.julialuna  

    Spaanse letterkunde 2
    Studiegidsnr:1013FLWTLS
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Spaans
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Miguel Norbert Ubarri

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Literatura española de la Edad Media y Siglo de Oro




    2. Eindcompetenties

    Al finalizar el semestre, los estudiantes tendrán conocimiento de algunas manifestaciones literarias importantes de la Edad Media y Siglo de Oro español. Se habrán familiarizado con los nombres y estudios de algunos críticos importantes. Estarán capacitados para realizar investigaciones y trabajos posteriores sobre estos y otros temas relacionados.




    3. Inhoud

    1. Cantares de gesta. Poema de mio Cid
    2. Lírica castellana primitiva: jarchas, poesía galaico-portuguesa, lírica castellana
    3. Gonzalo de Berceo: Milagros de nuestra Señora
    4. Valores de la caballería. "Coplas a la muerte de su padre" de Jorge Manrique
    5. Fernando de Rojas: La Celestina
    6. Poesía mística: Fray Luis de León, Santa Teresa, San Juan de la Cruz
    7. Miguel de Cervantes Saavedra: El ingenioso hidalgo Don Quijote de la Mancha
    8. Pedro Calderón de la Barca: La vida es sueño



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep
  • Scriptie: Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding
  • Open vragen

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten
  • (tussentijdse) testen

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    1. Apuntes del profesor, Universitas Print'n Copy, Prinsesstraat 16, Antwerpen
    2. La Celestina, Editorial Cátedra
    3. Don Quijote de la Mancha (I y II), Editorial Real Academia Española
    4. La vida es sueño, Editorial Cátedra


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    En los apuntes del profesor, se provee una bibliografía para cada tema discutido en clase.




    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 28/06/2010 11:01 miguel.norbertubarri  

    Spaans-Amerikaanse letterkunde 2
    Studiegidsnr:1014FLWTLS
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Spaans
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Rita De Maeseneer

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :

    Proficiency niveau:

    gesproken Spaans

    lectuur van teksten

    geschreven Spaans

    Passieve beheersing van :
    • Frans
    • Engels
    Sommige teksten van de secunadaire literatuur zijn in het Frans of het Engels
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Proficiency niveau van Spaans.
    Spreken, schrijven, lezen, begrijpen.
     


    2. Eindcompetenties

    De student zal  in staat zijn de kenmerken van het kortverhaal te duiden en toe te passen.
    De student zal in staat zijn verschillende interpretatiemogelijkheden toe te passen op het kortverhaal.


    3. Inhoud

    Na een korte theoretische inleiding over de kenmerken van het kortverhaal, worden kortverhalen geanalyseerd van gecanoniseerde Spaans-Amerikaanse auteurs: Quiroga, Carpentier, Cortázar, Ribeyro, Arreola, Cabrera Infante, Ferré, .... De verschilende interpretatiemogelijkheden en de karakteristieken van het kortverhaal worden in elke tekst onder de loep genomen. Ook de secundaire literatuur wordt kritisch behandeld.





    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Syllabus.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Wordt meegedeeld in de eerste les.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    rita.demaeseneer@ua.ac.be
    (+)laatste aanpassing: 03/08/2011 11:31 rita.demaeseneer  

    Bachelorscriptie

     

    Bachelorscriptie
    Studiegidsnr:1008FLWTLA
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:10
    Studiebelasting:280
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:


    De student heeft algemene onderzoeksvaardigheden verworven en beschikt over de nodige kennis met betrekking tot het gekozen onderwerp.
     
    Hoewel er geen sprake is van formele volgtijdelijkheid, mag een student pas starten met de bachelorscriptie nadat hij/zij met goed gevolg het opleidingsonderdeel “Wetenschappelijke vaardigheden” heeft afgerond. De promotor van de bachelorscriptie bepaalt voorts of een student bepaalde opleidingsonderdelen in zijn of haar curriculum moet opnemen in functie van het onderwerp van de bachelorscriptie.


    2. Eindcompetenties


    De bachelorscriptie is een zelfstandig werkstuk geschreven op basis van literatuurstudie en onderzoek onder begeleiding van een ervaren onderzoeker. De studenten moeten bijgevolg in staat zijn om

    -         de probleemstelling en onderzoeksvragen van hun onderzoek duidelijk te omlijnen en te definiëren;

    -         hun onderzoek te baseren op wetenschappelijk verantwoord bronmateriaal en/of een zorgvuldig samengesteld corpus;

    -         een oordeelkundig gekozen literatuurlijst samen te stellen en door te nemen;

    -         een duidelijk en systematisch verantwoorde argumentatie op te bouwen m.b.t. de probleemstelling en de voorgestelde hypotheses;

    -         een persoonlijk standpunt in te nemen t.o.v. de vraagstelling en deze duidelijk en systematisch te verdedigen;

    -         hun ideeën te verwoorden in een goed gestructureerde, helder geschreven tekst, in overeenstemming met de eisen van het vakgebied waarin zij hun bachelorscriptie schrijven.




    3. Inhoud


    De bachelorscriptie handelt over een onderwerp dat verband houdt met één van de vakgebieden die binnen de bacheloropleiding Taal- en Letterkunde aan bod komen. De onderwerpen waaruit de student kan kiezen worden aangeboden via Blackboard.


    4. Werkvormen
    Eigen werk:
  • Scriptie: Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


    Het noodzakelijke studiemateriaal is afhankelijk van het gekozen onderwerp en wordt bepaald door de promotor, in overleg met de student

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Het facultatieve studiemateriaal is afhankelijk van het gekozen onderwerp en wordt bepaald door de promotor, in overleg met de student


    7. Contactgegevens en begeleiding


    Prof. Dr. G. Wildemeersch, georges.wildemeersch@ua.ac.be

     


    (+)laatste aanpassing: 20/11/2009 15:27 hanna.goossens  

    Vrije ruimte

    Het aantal studiepunten dat u zelf kan invullen varieert tussen 9 en 12 SP, afhankelijk van het aantal SP van het basisopleidingsonderdeel dat u koos. U berekent ze door het aantal studiepunten van alle verplichte opleidingsonderdelen af te trekken van de te behalen 180 SP.

    Voor de vrije ruimte kiest u uit:
    - keuzeopleidingsonderdelen verbonden aan de gekozen ta(a)l(en) of TFL
    - algemene keuzeopleidingsonderdelen (te volgen vanaf deel/jaar 2)
    - opleidingsonderdelen van het Instituut voor Joodse studies (te volgen vanaf deel/jaar 2)
    - alle andere opleidingsonderdelen van de Bacheloropleidingen Taal –en Letterkunde, Geschiedenis of Wijsbegeerte.
    (Niet alle keuzeopleidingsonderdelen kunnen hieronder worden weergegeven. Voor alle mogelijkheden, raadpleeg uw afstudeervereisten)

    Voor keuzeopleidingsonderdelen van een andere opleiding (buiten de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte) dient u een aanvraag in via de studietrajectbegeleider.

    Volgende opleidingsonderdelen kan u in het derde deel/jaar kiezen:

    Inleiding tot de joodse cultuur
    Studiegidsnr:1034FLWGES
    Vakgebied:Geschiedenis
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Karin Hofmeester

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Passieve beheersing van :
    • Nederlands
    • Engels
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Basiskennis geschiedenis van oudheid tot heden.




    2. Eindcompetenties

    Doel van het college is inzicht geven in de belangrijkste elementen van het joodse geloof en de geschiedenis van de joodse cultuur. Studenten leren de kernbegrippen van het jodendom interpreteren die bepalend zijn voor de joodse identiteit en zij kunnen de wisselwerking tussen de voortdurende aanpassing en de zorg om het behoud van het 'eigene' als rode draad in de joodse geschiedenis herkennen.


    3. Inhoud

    De volgende thema's zullen aan de orde komen:
    • de joodse identiteit
    • de basiselementen van het joodse geloof, de belangrijkste religieuze teksten; religieuze tradities in het dagelijks leven; stromingen binnen het jodendom
    • de geschiedenis van de joodse cultuur in vogelvlucht :
      • onder Griekse en Romeinse overheersing
      • onder het Christendom en de Islam
      • de Asjkenazische en Sefardische diaspora in de 16e en 17e eeuw
      • de Verlichting, de Franse Revolutie, Haskala en joodse Emancipatie
      • de ontwikkeling van modern antisemitisme en van joods socialisme en zionisme
      • de Sjoa en de naoorlogse opbouw, de oprichting van de staat Israël

    Centraal staat in deze geschiedenis steeds de invloed van de gebeurtenissen op de ontwikkeling van de joodse identiteit

    Zoveel mogelijk zal e.e.a. aan de hand van de levensverhalen en tijdens het college uitgedeelde tekstfragmenten van invloedrijke joodse geleerden, schrijvers en intellectuelen worden geïllustreerd, maar ook zal aandacht worden besteed aan het dagelijks leven in de joodse gemeenschappen in de verschillende periodes en gebieden. De colleges worden ondersteund met powerpointpresentaties met zowel tekstsheets als illustraties, geluids- en filmfragmenten. De sheets zullen voor elk college op Blackboard worden gepubliceerd.

    Tijdens de hoorcolleges wordt een actieve deelname van de studenten verwacht. Naar aanleiding van de teksten die vooraf op Blackboard gepubliceerd zullen worden en die voorafgaand aan het college gelezen moeten worden, wordt gezamenlijk gediscussieerd over een aantal belangrijke elementen van de joodse cultuur.

    Een facultatieve rondwandeling door de joodse buurt, inclusief synagogebezoek is onderdeel van de cursus.

     




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding

  • Permanente evaluatie:
  • Medewerking tijdens de contactmomenten


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    • Judith R. Baskin and Kenneth Seeskin, The Cambridge Guide to Jewish History, Religion, and Culture (Cambridge etc: Cambridge University Press 2010)
    • teksten die op blackboard worden gezet en vóór het college gelezen moeten worden
    • eigen notities
    • sheets van blackboard


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    Karin Hofmeester
    tel: + 31 20 40 44 601

    (+)laatste aanpassing: 15/06/2011 20:41 karin.hofmeester  

    Jodendom en filosofie
    Studiegidsnr:1010FLWJST
    Vakgebied:Wijsbegeerte en ethiek
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska
    Joachim Leilich

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Elementaire kennis van de wijsbegeerte


    2. Eindcompetenties

    Inzicht in de specificiteit van de verhouding tussen jodendom en filosofie en inleiding tot belangrijke joodse filosofen


    3. Inhoud

    Uitgangspunt voor deze cursus vormt een inleidende reflectie over het (problematische) concept van een 'joodse' filosofie. Na een overzicht van de ontwikkeling van de joodse filosofie en enkele eerder mystieke strekkingen van de oudheid en de middeleeuwen tot de joodse verlichting, zullen gastvoordrachten (gedeeltelijk in het Engels) focussen op de interactie tussen moderniteit en joods denken (Levinas, Buber, Rosenzweig, Benjamin e.a.).







    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Studiemateriaal wordt tijdens de lessen ter beschikking gesteld.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Simon, Heinrich und Marie Simon. Geschichte der jüdischen Philosophie. Leipzig: Reclam, 1999.
    Frank, Daniel H. and Oliver Leaman. History of Jewish Philosophy. London: Routledge, 1997.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    joachim.leilich@ua.ac.be
    (+)laatste aanpassing: 18/01/2010 11:46 joachim.leilich  

    Studium Generale Joodse Studies
    Studiegidsnr:1001FLWJST
    Vakgebied:Geschiedenis
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska
    Julien Klener

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Geen


    2. Eindcompetenties

    Inzicht in historische, culturele en religieuze aspecten van het jodendom.



    3. Inhoud

    Het Studium Generale Joodse Studies benadert het jodendom vanuit de meest diverse invalshoeken (historisch, cultureel, literair, religieus, filosofisch, sociologisch) en periodes. Het Studium Generalewil door dit interdisciplinair perspectief en door de veelheid aan thema's studenten vertrouwd maken met de complexiteit en het potentieel van joodse studies.






    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Wordt in de loop van de cursus ter beschikking gesteld door de docenten.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Dimont, Max I.. Jews, God and History. London: Allen, 1964.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Voor alle vragen kunnen de studenten van maandag tot donderdag terecht bij Luc Acke, administratief coördinator van het Instituut voor Joodse Studies:
    ijs@ua.ac.be
    (03) 265 52 43

    (+)laatste aanpassing: 18/01/2010 10:25 vivian.liska  

    Hebreeuws I
    Studiegidsnr:1005FLWJST
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska
    Aron Malinsky

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Geen


    2. Eindcompetenties

    Basiskennis van het hedendaags Hebreeuws


    3. Inhoud

    Studenten leren het moderne Hebreeuwse alfabet en verwerven de vaardigheid om Hebreeuws te lezen en te schrijven. Ze bouwen een basiswoordenschat van Hebreeuwse woorden op en een basiskennis van de Hebreeuwse grammatica (lidwoorden, verbuigingen van adjectieven en naamwoorden, voorzetsels, het werkwoord in de tegenwoordige tijd, telwoorden,..).


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Seminaries
  • Vaardigheidstrainingen



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    De cursus wordt door de leerkracht zelf samengesteld (woordenlijsten, oefeningen grammatica, korte tekstfragmenten, audiocassette, videomateriaal en software voor zelfstudie) en bij het begin van de cursus aan de studenten ter beschikking gesteld.


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    m_aharon@hotmail.com
    0473 84 03 37

    (+)laatste aanpassing: 08/01/2010 14:47 vivian.liska  

    Hebreeuws II
    Studiegidsnr:1006FLWJST
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska
    Aron Malinsky

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Hebreeuws niveau 1 of basiskennis Hebreeuws


    2. Eindcompetenties

    Beknopte herhaling basis Hebreeuws, uitbreiding woordenschat en uitdieping grammaticale kennis


    3. Inhoud

    Na een beknopte herhaling van de kennis verworven tijdens het eerste niveau worden de woordenschat en grammatica uitgebreid. Het praktische gedeelte van de cursus is gericht op het lezen van langere teksten, vertalingen, schriftelijke en mondelinge taalbeheersing. Naast de taal komen ook aspecten van de joodse cultuur aan bod.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Seminaries
  • Vaardigheidstrainingen



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    De cursus wordt door de leerkracht zelf samengesteld (woordenlijsten, oefeningen grammatica, korte tekstfragmenten, audiocassette, videomateriaal en software voor zelfstudie) en bij het begin van de cursus aan de studenten ter beschikking gesteld.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    m_aharon@hotmail.com
    0473 84 03 37
    (+)laatste aanpassing: 08/01/2010 14:48 vivian.liska  

    Jiddisch I
    Studiegidsnr:1008FLWJST
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska
    Paul Gybels

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Geen


    2. Eindcompetenties

    Basiskennis van het Jiddisch


    3. Inhoud

    Het eerste niveau van de cursus Jiddisch is gericht op volledige beginners en heeft tot doel de studenten het Jiddisch te leren spreken, lezen en schrijven. Nadruk wordt gelegd op het verwerven van grammaticale kennis en het opbouwen van een basiswoordenschat. Er wordt ruim aandacht besteed aan Jiddische conversatie. Op het einde van het eerste niveau zijn studenten in staat om zelfstandig eenvoudige teksten te lezen en te begrijpen. Via onder andere liederen, gedichten en spreekwoorden krijgen ze ook een introductie in de Jiddische cultuur.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Seminaries
  • Vaardigheidstrainingen

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Een syllabus "Jiddisch voor Nederlandstaligen" evenals bijkomende teksten en geluidsfragmenten worden door de docent ter beschikking gesteld.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Weinreich, Uriel. College Yiddish: an introduction to the Yiddish language and to Jewish life and culture. New York: YIVO Institute for Jewish Research, 2006.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    De docent staat ter beschikking voor bijkomende uitleg na afspraak: 0486 84 73 43; paul.emiel.gybels@skynet.be.
    (+)laatste aanpassing: 05/01/2009 09:47 vivian.liska  

    Jiddisch II
    Studiegidsnr:1009FLWJST
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vivian Liska
    Willy Brill
    Paul Gybels

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Jiddisch niveau 1 of basiskennis Jiddisch


    2. Eindcompetenties

    Verdieping van de woordenschat en uitdieping van de grammatica, bevordering van de taalbeheersing


    3. Inhoud

    In het tweede niveau ontwikkelen studenten verder kun kennis van de Jiddische grammatica, woordenschat en de eigen manier van uitdrukken in het Jiddisch (uitdrukkingen), door het oefenen van conversatie, lezen van literaire teksten, eenvoudige krantenartikels en via gerichte oefeningen. Alles wordt in het werk gesteld om studenten de vaardigheden bij te brengen om het Jiddisch vlot te kunnen spreken, lezen en schrijven.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Oefeningensessies
  • Seminaries
  • Vaardigheidstrainingen

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Een syllabus "Jiddisch voor Nederlandstaligen" evenals bijkomende teksten en geluidsfragmenten worden door de docent ter beschikking gesteld.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Weinreich, Uriel. College Yiddish: an introduction to the Yiddish language and to Jewish life and culture. New York: YIVO Institute for Jewish Research, 2006.
    Weinreich, Uriel. Modern english-yidish yidish-english verterbukh. Shocken Books.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    De docent staat ter beschikking voor bijkomende uitleg na afspraak: 0486 84 73 43; paul.emiel.gybels@skynet.be.
    (+)laatste aanpassing: 05/01/2009 09:48 vivian.liska  

    Terminologie
    Studiegidsnr:1011FLWTLA
    Vakgebied:Vertaal- en tolkwetenschappen
    Locatie:Niet aan UA, wel aan Artesis
    Semester:1e semester
    Contacturen:28
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Rita Temmerman

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Meer info: http://www.artesis.be/vertalertolk/upload/docs/opleidingsprogrammas/sg_0809_BaTT.pdf

    Vertrouwd zijn met de basisbegrippen uit de lexicale semantiek.




    2. Eindcompetenties


    Je kunt een vaktekst terminologisch analyseren.
    Je weet hoe je bijkomende terminologische informatie kunt opzoeken als je met vakteksten wordt
    geconfronteerd.
    Je hebt inzicht in de theoretische ontwikkelingen binnen de terminologie als discipline en je bent in staat
    je eigen standpunt te bepalen bij de belangrijkste inzichten van de laatste decennia uit de vakliteratuur
    over terminologie.


    3. Inhoud


    Je krijgt een theoretisch begrippenkader aangeboden rond vaktaal en terminologie. De traditionele benadering (de
    Weense school) die zich toespitst op normalisatie wordt vergeleken met meer recente benaderingen waarin het
    bestuderen, representeren en beschrijven van variatie centraal staan. We staan stil bij methodes om aan
    terminologische gegevensbeschrijving te doen vanuit een gebruikersanalyse voor vertalers, tolken en meertalige
    communicatiespecialisten.
    De basisinzichten van de terminologieleer worden geïntroduceerd: het onderscheid tussen begrippen, categorieën en
    termen; de cognitieve, linguïstische en communicatieve benadering van vaktaal en terminologie; intra- en
    intercategoriële relaties en de representatie ervan; het definiëren van begrippen, categorieën en termen; het ontstaan
    van neologismen; het creëren van vergelijkende meertalige terminologieën.
    Je leert de structuur van een terminologische gegevensbank definiëren. Je maakt kennis met bestaande
    terminologische gegevensbanken op het internet en je leert de mogelijkheden en beperkingen kennen van bestaande
    software voor het aanmaken van terminologische gegevensbanken. Aan de hand van enkele cases uit de
    beroepspraktijk krijg je inzicht in het belang van terminologie bij kennisbeheer, classificatie, categorisering, ontologieën.
    Je wordt uitgenodigd om vertrekkend van de lectuur van enkele recente wetenschappelijke publicaties binnen de
    discipline van de terminologiestudie na te denken over verschillende aspecten van vaktaal en terminologie en over de
    mogelijkheden die het Semantisch Web biedt aan de toegepaste taalkundige van vandaag en morgen.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


    Syllabus op Blackboard en teksten via Blackboard (HIVT).

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Temmerman, Rita (2000) Towards New Ways of Terminology Description. The Sociocognitive Approach,
    Amsterdam & Philadelphia: John Benjamins. (117,70 €)
    Temmerman, Rita & Uus Knops (2004) “The Translation of Domain Specific Languages and Multilingual
    Terminology Management”. Linguistica Antverpiensia (20 €)


    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 14/01/2009 09:18 hanna.goossens  

    Vertaalwetenschap
    Studiegidsnr:1012FLWTLA
    Vakgebied:Vertaal- en tolkwetenschappen
    Locatie:Niet aan UA, wel aan Artesis
    Semester:1e semester
    Contacturen:28
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Aline Remael

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Meer info: http://www.artesis.be/vertalertolk/upload/docs/opleidingsprogrammas/sg_0809_BaTT.pdf
     
    De studenten zijn in staat informatie over een vrij theoretische materie te begrijpen en te verwerken. Zij
    zijn bereid en in staat zelf bijkomend opzoekwerk te verrichten en kunnen academische artikels in het
    Nederlands, Frans en Engels lezen, begrijpen en reproduceren (in het Nederlands).


    2. Eindcompetenties


    De studenten kunnen aantonen dat zij vertrouwd zijn met de onderzoeksmethodes, -benaderingen
    en -thema’s die centraal staan binnen het vertaalwetenschappelijk onderzoek van vandaag. Zij kunnen
    academische publicaties i.v.m. vertaalwetenschap lezen, begrijpen, herformuleren en plaatsen binnen de
    verschillende onderzoekstakken van de discipline. Zij kunnen putten uit de bevindingen van de
    vertaalwetenschap voor het zoeken naar oplossingen en/of het bespreken van concrete
    vertaalproblemen. Zij hebben inzicht in het soort onderzoeksvragen dat centraal staat binnen de
    verschillende disciplines van de vertaalwetenschap vandaag en kunnen op basis van het overzicht dat de
    BA3-cursus verschaft, bepalen welke onderzoeksbenaderingen en/of thema’s zij in de master wensen uit
    te diepen. De cursus wil de studenten stimuleren om dieper in te gaan op de betekenis en de
    problematiek van de vertaalactiviteit en om nieuwe onderzoeksterreinen te verkennen, door met hen de
    inzichten, de visie en het onderzoek van anderen te bestuderen.


    3. Inhoud


    De cursus is een inleiding tot de belangrijkste stromingen en onderzoeksbenaderingen binnen het hedendaagse
    vertaalonderzoek. Hij reikt de studenten een theoretisch kader en wetenschappelijke methodes aan waarmee zij hun
    activiteit als vertaler in een ruimere context kunnen plaatsen en analyseren. Ieder jaar worden andere accenten gelegd,
    maar de belangrijkste aandachtspunten zijn:
    1. INLEIDING (discussie: wat is vertalen/vertaalwetenschap)
    2. INDELING(EN) VAN DE VERTAALWETENSCHAP
    3. BEGRIPPEN: Vertalen & intertekstualiteit, het equivalentiebegrip, (vertaal)normen
    4. VERTAALTHEORIEËN: Descriptieve - & Functionalistische vertaalwetenschap, sociologische benaderingen
    5. THEMA’S:
    5.1 Literaire vertaling & postkoloniale vertaalstudie
    5.2 Geschiedenis: Vertalers en macht
    5.3 Vertaalmethodes, vertaalproces, vertaalevaluatie
    5.4 Vertaling en technologie: audiovisuele vertaling, vertaalstudie en corpora, lokalisatie


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


    a. Syllabus: artikels via cursusdienst (5 €) en cursusoverzicht op Blackboard(HIVT)
    b. Teksten uit: Naaijkens, Ton et al., Denken over vertalen. Tekstboek vertaalwetenschap. Uitg. Vantilt. (30€)

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Zie bibliografie in syllabus.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 08/01/2009 09:08 hanna.goossens  

    Jeugdliteratuur
    Studiegidsnr:1013FLWTLA
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Vanessa Joosen
    Lien Fret

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Algemene competenties.

    Keuzevak in BA2 en BA3.




    2. Eindcompetenties

    Na afloop van de cursus hebben studenten kennis van en inzicht in de ontwikkelingen die zich sinds de jaren 1970 hebben voorgedaan in zowel de jeugdliteratuur zelf als ook in de beschouwing van jeugdliteratuur. Zij hebben geleerd jeugdboeken naar inhoud en vorm te analyseren, te interpreteren en te beoordelen. Daarnaast zijn studenten in staat een visie te ontwikkelen en te verwoorden met betrekking tot recente ontwikkelingen in de (studie van de) jeugdliteratuur.




    3. Inhoud

    Jeugdliteratuur is geen vrijblijvende literatuur. Het publiek van dit genre, kinderen en adolescenten, laat namelijk weinig volwassenen onverschillig. De jeugd draagt de associatie van belofte en hoop met zich mee, maar wordt ook beschouwd als onervaren en zelfs naïef. De geschiedenis van de jeugdliteratuur leert dat de oudere generatie aan jonge mensen dan ook niet graag carte blanche geeft wanneer het over de toekomst van de maatschappij gaat. Integendeel, de volwassenen geven hun eigen waardepatronen, mensbeeld en wereldbeeld graag door aan de volgende generatie. De zeventiende-eeuwse Britse filosoof John Locke onderstreepte dat een les sneller geleerd is en beter onthouden wordt als ze op een onderhoudende manier wordt aangeboden. Deze combinatie van twee aspecten legt een belangrijke ontstaansreden van de jeugdliteratuur bloot: kinderboeken en adolescentenromans spelen een grote socialiserende rol. Spelenderwijs leren ze aan jonge lezers hoe de wereld in elkaar zit en welk gedrag daarbij wenselijk is en welk niet. Voor literatuurwetenschappers en sociologen biedt jeugdliteratuur dan ook ongemeen boeiend bronmateriaal om na te gaan welke visie op de maatschappij een bepaalde groep volwassenen probeert te communiceren aan kinderen en jongeren, en in welke vorm men dat probeert te doen.

    In deze cursus gaan we ervan uit dat drie belangrijke functies van de jeugdliteratuur in voortdurende spanning met elkaar staan: de didactische functie, de ontspannende functie en de esthetische functie. In de laatste vier decennia is de klemtoon in steeds grotere mate gaan liggen op de laatste functie: het valt niet te ontkennen dat de inhoudelijke en vormelijke complexiteit van kinder- en jeugdboeken sinds de jaren zeventig opvallend toegenomen is. Voor de analyse van een tiental primaire werken maken we gebruik van begrippen en methodes uit de hedendaagse literatuurwetenschap (o.a. psychoanalyse, intertekstualiteit, cultural studies, gender studies, trauma studies, …), die we toetsen aan recente jeugdboeken uit verschillende leeftijdscategorieën en taalgebieden.

    Noot: De inhoud van de cursus loopt parallel met de avondcursus jeugdliteratuur. Voor meer informatie zie: http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=.CHILDLIT&n=71276

     




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries
  • Werkcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Medewerking tijdens de contactmomenten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Handboek:

    Vanessa Joosen en Katrien Vloeberghs. Uitgelezen jeugdliteratuur: Ontmoetingen tussen traditie en vernieuwing. Leuven: LannooCampus, 2008.

     

    Primaire teksten: een selectie van zes recente jeugdboeken, aangevuld met korte fragmenten die uitgedeeld worden tijdens de les 

    Voor meer informatie, zie: http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=.CHILDLIT&n=71276

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Maria Nikolajeva, Aesthetic Approaches to Children’s Literature

    Kimberley Reynolds, Modern Children’s Literature

    Rita Ghesquiere, Het verschijnsel jeugdliteratuur

    John Stephens, Language and Ideology in Children’s Literature




    7. Contactgegevens en begeleiding

    vanessa.joosen@ua.ac.be

     


    (+)laatste aanpassing: 14/06/2010 11:57 vanessa.joosen  

    "In die stewels van die swanefluisteraar": Relasionaliteit en die Afrikaanse letterkunde
    Studiegidsnr:1019FLWTLA
    Vakgebied:Letterkunde
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Afrikaans
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Phil van Schalkwyk

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    Een basiskennis van literatuur en analytische vaardigheden zijn een vereiste – kennis van de Afrikaanse literatuur is dit niet. Wat theorie betreft, wordt ervan uitgegaan dat het domein van de vergelijkende literatuurstudie de student niet vreemd is. Een gespecialiseerde kennis hiervan is echter niet nodig. Andere relevante theoretische perspectieven worden opgenomen in de cursus waar dit nodig blijkt. Speciale aandacht gaat naar relationaliteit (textueel, interpersoonlijk) met specifieke verwijzing naar Kaja Silvermans Flesh of my Flesh (2009).

    Er wordt geen voorkennis van de Afrikaanse taal verwacht. De belangrijkste verschillen tussen het Nederlands en het Afrikaans worden bij het begin van de cursus aangeduid. Er wordt verwacht dat de student in de loop van de cursus Afrikaanse teksten leert lezen. De docent schenkt specifieke aandacht aan mogelijke problemen bij het begrijpen van tekst en theorie en het niveau van de cursus wordt daaraan aangepast.
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

    2. Eindcompetenties

    Aan het einde van de cursus zal de student kennis en inzicht verworven hebben in de aard en geschiedenis van de Afrikaanse literatuur vanaf het begin van de 20ste eeuw. De student heeft kennis gemaakt met het concept relationaliteit en de manieren waarop relationaliteit gestalte krijgt in de Afrikaanse literatuur. De student zal kennis gemaakt hebben met enkele van de belangrijkste Afrikaanse schrijvers op basis van geselecteerde gedichten, kortverhalen en fragmenten uit romans en toneelstukken. Deze kennis wordt gekoppeld aan de Zuid-Afrikaanse geschiedenis en de Zuid-Afrikaanse literatuur in het algemeen. Ook maakt de student kennis met het verband tussen Afrikaanse en Nederlandse literatuur.


    3. Inhoud

    Met het oog op de inleidende aard van deze cursus zal de meeste aandacht gaan naar kortere teksten, meer bepaald naar poëzie. Waar relevant worden fragmenten van langere teksten in de colleges besproken, met uitvoerige verduidelijking door de docent. Studenten lezen enkel één langere tekst, in Nederlandse vertaling (zie 6).

    Deze cursus is een inleiding in een literatuur verwant aan het Nederlands in termen van taal en dus komt het (theoretische) concept relationaliteit vanzelf aan de orde. Relationaliteit is een groeiend interessegebied in de geesteswetenschappen (zie het boek van Kaja Silverman Flesh of my Flesh en het artikel van Lamont en Molnár (2002:167-195) ‘The study of boundaries in the social sciences’ in Annual Review of Sociology, 28(1)).

    Centraal in deze cursus staat de Afrikaanse literatuur en haar unieke relatie met de Nederlandse literatuur. Deze relatie komt voort uit het historisch verband tussen Nederland en Zuid-Afrika, tussen het Nederlands en Afrikaans. De (post-)koloniale relatie tussen Nederland en Zuid-Afrika wordt om deze reden kort behandeld, net zoals de (post-)koloniale relatie met ondermeer het Zuid-Afrikaanse landschap.

    Relationaliteit is een breed concept dat textuele en estethische relaties omvat, met inbegrip van vertalingskwesties[1] maar ook het ruimtelijke, het interpersoonlijke en het lichamelijke. Het schenkt verscheidene mogelijkheden, niet enkel voor (post-)koloniale studies, maar ook voor bijvoorbeeld genderperspectieven. Gezien de geschiedenis van het land roept de naam Zuid-Afrika het probleem van relationaliteit op. Apartheid had een onmiskenbare invloed op het relationele, en het literaire engagement hiertegen had op zich nog andere implicaties voor het relationele. Uitgaand van Jan Rabies kortverhaal ‘Droogte’ wordt het engagement van de ‘zestigers’ verkend met verwijzingen naar Adam Small, André Brink en Breyten Breytenbach. Van Breytenbach wordt zijn gedicht uit 1970 ‘Bruin reisbrief’ besproken en op basis hiervan worden bepaalde (intertextuele) lijnen getrokken terug naar Van Wyk Louws bundel Tristia (het hoogtepunt van zijn oeuvre en een mijlpaal in de Afrikaanse poëzie) en A.G. Visser (vroege 20ste eeuw) en verder naar Antjie Krogs Lady Anne (1989) en ’n Ander tongval (2005).

    In deze cursus is het relationele een centraal begrip met specifieke aandacht voor het werk van Elisabeth Eybers (1915-2007), de Afrikaanse dichteres die van 1961 tot aan haar dood in Amsterdam woonde en die in 1991 de P.C. Hooftprijs ontving voor haar werk (in het Afrikaans!). Ena Jansens studie over Eybers in Amsterdam, met de erg gepaste (aan Eybers ontleende) titel Afstand en verbintenis, zal dienen als toetssteen. De relatie met Nederland is niet de enige die Eybers verkent in haar werk: er is ondermeer ook haar relatie met zichzelf, met poëzie, met haar ouders, met haar kinderen en, meer in het algemeen, met ‘het kind’.

    Verdere aandacht in de cursus gaat naar Marlene van Niekerks Die sneeuslaper waarin niet enkel fascinerende textuele verbanden (bv. in termen van genre) verkend worden maar waarin ook plaats is voor reflectie over de relatie met schrijven en auteurschap, en de relatie tussen schrijven en ‘waarheid’. Vriendschap op zich is nadrukkelijk aanwezig, net zoals andere relaties, bv. tussen student en docent. In termen van ruimte zijn zowel Nederland als Zuid-Afrika opgenomen in dit boek. Ook in Van Niekerks voorgaande werk Memorandum (2006) wordt het relationele verkend, zelfs op een onvergetelijke manier in de roman Agaat (2004) waarin we getuige zijn van een complexe ommekeer in de verhouding tussen Milla, die stervende is, en haar dienster Agaat. Naar deze romans wordt enkel verwezen, ze zijn geen verplichte literatuur. Studenten lezen de in het Nederlands vertaalde tekst, De sneeuwslaper, waarbij er ook aandacht kan gaan naar ‘vertaling’ op zich.

    Het is duidelijk dat de klemtoon op het relationele de kapstok is van deze cursus. Enkel al door te kijken naar bepaalde persoonlijke relaties in de Afrikaanse literatuur worden specifieke periodes en problematische kwesties sterk belicht. Neem bv. de broers W.E.G. Louw en N.P. van Wyk Louw die in de jaren 1930 de drijvende kracht vormden in de vernieuwing van de Afrikaanse literatuur. Het relationele komt erg naar voren in hun correspondentie die slechts onlangs werd gepubliceerd met als titel Ek ken jou goed genoeg (J.C. Kannemeyer et al. (eds.)). Er was ook de relatie tussen N.P. van Wyk Louw en Sheila Cussons (die ze in hun poëzie vergeleken met de relatie tussen Abélard en Héloïse), de vriendschap tussen Peter Blum en Ina Rousseau, en de stormachtige liefdesaffaire tussen Andre Brink en Ingrid Jonker (een geliefde dichteres die overleed op vrij jonge leeftijd), en, enkele decennia later, tussen de auteur Koos Prinsloo en de protestzanger Johannes Kerkorrel. Professionele en persoonlijke betrekkingen tussen Afrikaanse en Nederlandse auteurs komen ook voor, zo vroeg als bv. tussen Jan Greshoff en Van Wyk Louw.

    Sinds de democratisering van Zuid-Afrika is de interactie en samenwerking tussen Zuid-Afrika en het Nederlandse taalgebied toegenomen en uitgebreid, ook voor wat betreft onderzoek en gezamelijke onderzoeksprojecten. Tijdens de conferentie van de Nederlandse Taalunie eind 2010 tekende de Zuid-Afrikaanse regering een intentieverklaring met betrekking tot nauwere samenwerking met de Nederlandse Taalunie.

    Naast persoonlijke relaties zijn er ook verschillende voorbeelden van literaire verbanden en verwantschappen tussen Afrikaanse en Nederlandstalige auteurs. Dit gaat terug tot bv. C.M. van den Heever die in zijn romans Stijn Streuvels overbracht naar een Zuid-Afrikaanse context, en Elisabeth Eybers en Vasalis die zekere gelijkenissen vertonen.

    De verkenning van het relationele leidt echter ook tot de vraag: Waarin ligt dan het unieke van Afrikaanse literatuur – wat onderscheidt deze literatuur van haar voorouders en vrienden in het noorden?

    In haar (relatief korte) geschiedenis heeft de Afrikaanse literatuur vaak leentjebuur gespeeld, niet enkel bij het Nederlandse maar ook bij andere literaire systemen, in sommige gevallen met uitstekende resultaten, wat fascinerend materiaal biedt voor vergelijkend onderzoek. De grote vernieuwing van de jaren ’50 en ’60 in de Afrikaanse literatuur (voornamelijk in het proza), ging hand in hand met een sterk proces van internationalisering en een wending naar cosmopolitisme. Doelbewust lieten Afrikaanse auteurs de traditie van het lokale realisme, dat de periode voor 1950 kenmerkte, achter zich. De vernieuwing in de poëzie van de jaren 1930 vertoonde een gelijkaardige uitbreiding. Maar heeft de Afrikaanse literatuur intrinsieke eigenschappen die haar onderscheiden van andere literaturen?

    In een poging om antwoorden te vinden op deze vraag, en om de student in het midden van de Afrikaanse literatuurgeschiedenis te plaatsen, wordt een overzicht gegeven van enkele toonaangevende teksten van de jaren ’50 door schrijvers als Peter Blum, een buitenbeentje en overgangsfiguur die in zijn poëzie de verbintenis tussen Afrika en Europa op baanbrekende wijze verkent, en Jan Rabie die in zijn bundel kortverhalen, Een-en-twintig, kijkt naar het volwassen worden van de Afrikaanse literatuur maar ook naar zijn verblijf in Parijs. Dit decennium wordt algemeen gezien als inleiding op de revolutionaire jaren ’60. Vanuit dit ‘tussentijdperk’ maken we excursies over de grenzen van genres heen, terug in de tijd en voorwaarts in de tijd (tot vandaag), in een poging om centrale trends, ontwikkelingen, oorsprongen, interteksten, motieven, correlaties, enz. te identificeren. (In 1995 keek een ander figuur uit de jaren ’50, Ina Rousseau, de tweede oudste Afrikaanse dichteres, terug op de rol van Peter Blum als ‘bode’ in haar cyclus Steppewolf in haar bundel ’n Onbekende jaartal.)

    Speciale aandacht gaat uit naar N.P. van Wyk Louw (vooraanstaande figuur in de jaren ’30) en zijn latere bundel Nuwe verse (1954), en dan voornamelijk het deel Klipwerk waarin hij, intrigerend genoeg, de oude Afrikaanse volkstraditie toepast, meer bepaald het ‘volkskwatrijn’. In deze reeks gedichten, opgevat tijdens Van Wyk Louws jaren als professor in Amsterdam, keert de meester van de vernieuwing terug naar de landelijke omgeving en het idioom van zijn jeugd. Typisch is het feit dat aan het einde van de jaren ’50 I.W. van der Merwe (Boerneef) net binnen dit volkse idioom zijn stem als dichter vond.

    Van Wyk Louw was in die periode een van de eerste Zuid-Afrikaanse uitwijkelingen. In de afgelopen twee decennia heeft een steeds groter wordende groep Zuid-Afrikanen in het buitenland gewoond en gewerkt, en hiermee groeide de uitwijkelingenliteratuur. In deze cursus wordt er specifiek verwezen naar As almal ver is: Suid-Afrikaners skryf huis toe (Als iedereen ver weg is: Zuid-Afrikanen schrijven naar huis), samengesteld door Danie Marais (2009). De poëzie van Danie Marais wordt in dit opzicht ook besproken.

    De klemtoon op de Afrikaanse literatuur wordt voortdurend aangevuld met enerzijds belangrijke en relevante Zuid-Afrikaanse geschiedenis en anderzijds met cruciale momenten in de bredere Zuid-Afrikaanse (Engelse) literatuur. Bovendien krijgen studenten een inleiding in het werk van belangrijke Afrikaanse (en Zuid-Afrikaanse) literaire academici.


    [1] ‘Vertaling’ wordt hier in een bredere zin gezien dan enkel de linguistische.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Werkcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Cruciale bronnen zoals literatuurgeschiedenissen en auteurprofielen zijn aanwezig in de bibliotheek. Ander materiaal zal elektronisch beschikbaar gemaakt worden.
    Studenten moeten slechts één boek lenen/aankopen, namelijk de Nederlandse vertaling van Marlene van Niekerks Die sneeuslaper.
     
    Van Niekerk, Marlene. De sneeuwslaper. Querido.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    Na afspraak met de docent.
    (+)laatste aanpassing: 16/05/2011 14:18 myriam.demeulenaere  

    "Dit kom van ver af": Historische ontwikkeling van het Afrikaans
    Studiegidsnr:1020FLWTLA
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Afrikaans
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Jako Olivier

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    Notie hebben van de basisbegrippen van:
    Een basiskennis van de taalkunde is vereist, maar geen voorkennis van het Afrikaans. Aandacht zal besteed worden aan de verschillen tussen Afrikaans en Nederlands waarbij relevante concepten en terminologie verklaard zullen worden. Een Nederlandstalige student zal in staat zijn om de lezingen en het studiemateriaal te begrijpen zonder al te grote moeilijkheden.

    2. Eindcompetenties

    Aan het einde van de cursus zullen de deelnemers kennis en inzichten verworven hebben in de historische ontwikkeling van het Afrikaans uit het 17de eeuws Nederlands aan de hand van sleutelmomenten die geleid hebben tot de standardisering van het Afrikaans. Studenten zullen een basiskennis van de grammaticale beschrijving van het Afrikaans verworven hebben en in staat zijn om de meest prominente grammaticale verschillen tussen het Afrikaans en het Nederlands te identificeren.


    3. Inhoud

    De inhoud van de cursus is thematisch en valt uiteen in twee luiken:
    1. Een overzicht van de geschiedenis en ontwikkeling van het Afrikaans uit het 17de eeuws Nederlands;
    2. Een inleiding in de grammaticale beschrijving van het Afrikaans, met aandacht voor de verschillen tussen Afrikaans en Nederlands zodat de gelijkenissen maar ook de significante verschillen tussen de twee zustertalen inzichtelijk worden.
     
    In het eerste deel wordt er aandacht besteed aan de genealogische ontwikkeling van het Afrikaans, maar ook aan de positie van de taal in het grotere geheel van talen in de wereld.
    De focus zal verschuiven van een taal van Europese afkomst naar een taal ontstaan in het zuidelijke kustgebied van Afrika.
     
    Er wordt aandacht besteed aan factoren die in de Kaap van de 17de tot de 19de eeuw een invloed hadden op de ontwikkeling van het Nederlands in een nieuwe taal: meertaligheid, kolonisatie, de Britse bezetting, de grensoorlogen, die Groot Trek, de Afrikaanse taalbewegingen en de Anglo-Boeren oorlog.
     
    Als intermezzo bespreken we de standaardisatie van het Afrikaans en de ontwikkeling van het Afrikaans als cultuurtaal. Deze colleges vormen de basis voor het volgende onderdeel van de cursus met als thema de grammatica van het Afrikaans, met nadruk op de verschillen tussen het Afrikaans en het Nederlands, zoals verschillen in uitspraak, spelling, woordvorming, zinsbouw, woordbetekenis, enz.
     
    De hoofddoelstelling van dit onderdeel is studenten inzicht bijbrengen in de taalstructuur en vertrouwd maken met de taal zodat ze Afrikaans kunnen analyseren en zelfs een paar basiszinnen kunnen produceren.


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Werkcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Opdrachten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    De volgende basisbronnen zijn niet allemaal beschikbaar via de UA-bibliotheek, maar zullen door de docent ter beschikking gesteld worden:
     
    ·        RAIDT, EH 1991.  Afrikaans en sy Europese verlede. Kaapstad: Nasou.  [Jy kan ook die ouer uitgawes – 1976, 1982 – gebruik, maar die voordeel van die 1991-uitgawe is dat dit op datum gebring is en ook beter geor­ga­niseerd is as die vorige uitgawes.]
    ·        VAN RENSBURG, C (red.) 1997. AfrikaansinAfrika.  Pretoria: JL van Schaik Akade­mies.
    ·        PONELIS, F. 1978. Afrikaanse sintaksis. Pretoria: JL van Schaik
    ·        VAN DER MERWE, H.J.J.M. 1968. Afrikaans: sy aard en ontwikkeling. JL van Schaick.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 16/05/2011 14:29 myriam.demeulenaere  

    Digital humanities
    Studiegidsnr:1016FLWTLA
    Vakgebied:Informatiewetenschappen
    Semester:2e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Dirk Van Hulle
    Walter Daelemans
    Thomas Crombez

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Geen


    2. Eindcompetenties

    • Inzichtelijk maken van de veranderende  ( omgang met )  primaire bronnen in de literatuurstudie door de toenemende beschikbaarheid van gedigitaliseerde boeken en manuscripten
    • Een overzicht verwerven op de recente evoluties in taalkundig en historisch onderzoek voortvloeiend uit de introductie van AI-technieken (machine learning)
    • Praktische ervaring opdoen met standaarden en methodes uit de Digital Humanities , binnen één van de volgende domeinen : het samenstellen en representeren van een digitaal corpus; een bronnencollectie online ontsluiten; het aanwenden van computationele tools voor onderzoeksvraagstellingen



    3. Inhoud

    DEEL 1 Digital Humanities: Een overzicht
    Werkvorm:  Hoorcolleges
    Structuur:  acquisitie -- verwerking -- presentatie  van digitale bronnen
    • 1 ( acquisitie ) Digitalisering van geluid, spraak, beeld, video, tekst. Formaten en conversie, standaarden, dragers, digitale duurzaamheid 
    • 2 ( acquisitie ) Representatie en codering van tekst in corpora (HTML en XML, TEI) 
    • 3 ( acquisitie, verwerking ) Corpora van literaire teksten en historische documenten 
    • 4 ( acquisitie, verwerking ) Corpora van linguïstische data en corpusannotatie; het internet als corpus
    • 5 ( acquisitie, verwerking ) Digitalisering van een (literair) manuscript
    • 6 ( presentatie ) Presentatie en communicatie van onderzoek in de Digital Humanities: onlinecorpora, onderzoekswebsites, visualisaties, demo's, blogs, wiki's 
    • 7 Overzicht van lopend onderzoek / Linguïstiek
    • 8 Overzicht van lopend onderzoek / Geschiedenis en literatuurwetenschap  

    DEEL 2 Practicum Digital Humanities
    Werkvorm: Werkseminarie
    Structuur: Keuze uit Practicum Literatuur, Practicum Linguïstiek, Practicum Geschiedenis 



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries
  • Practica

  • Eigen werk:
  • Oefeningen



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Opdrachten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    • Eigen syllabus (= lesnotities bij hoorcolleges 1 tot 6) onder de vorm van collectief bewerkte Google Documenten (met links ernaar van op de Blackboard-pagina)
    • A Companion to Digital Humanities  (eds. Schreibman, Siemens, Unsworth), 2004


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 23/06/2010 11:56 walter.daelemans  

    Nationale en regionale variëteiten van het Duits
    Studiegidsnr:1016FLWTLD
    Vakgebied:Taalkunde en Taalbeheersing
    Semester:1e semester
    Contacturen:30
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Duits
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Tom Smits

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Duits
    Passieve beheersing van :
    • Nederlands
    • Duits
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    - fundierte Deutschkenntnisse
    - Grundkenntnisse der Linguistik

    (NL: degelijke kennis van het Duits en basiskennis linguïstiek)



    2. Eindcompetenties

    Der Kurs beschäftigt sich mit regionaler Variation im Deutschen auf den Ebenen der Dialekte, der regionalen Umgangssprachen und der (polyzentrischen) deutschen Standardsprache(n). Er soll Einsicht vermitteln in die vielfältigen Ausprägungen, Varietäten genannt, des Deutschen.

    (NL: De cursus behandelt regionale variatie in het Duits op het niveau van de dialecten, de regionale omgangstalen en de -polycentrische- Duitse standaardtaal/-talen. De cursus verschaft inzicht in de veelsoortige verschijningsvormen, "Varietäten" genoemd, van het Duits.)



    3. Inhoud

    "Ein Berliner tritt in Wien in einen Laden und verlangt eine Reisemütze. Der Verkäufer berichtigt ihn:'Sie wünschen eine Reisekappe' und legt ihm einige vor. Der Berliner bemerkt:'Die bunten liebe ich nicht.' Der Verkäufer übersetzt dies in sein Deutsch:'Die färbigen gefallen Ihnen nicht.' Denn der Wiener liebt nur Personen, aber nicht Sachen. Der Berliner fragt schließlich:'Wie teuer ist diese Mütze?' und macht sich unbewußt wieder eines groben Berolinismus schuldig. Teuer bedeutet ja doch einen den normalen übersteigenden, übertrieben hohen Preis (...) Der Wiener sagt nur: Was kostet das? Der Berliner sucht die Kasse und findet eine Aufschrift Kassa. Er verläßt den Laden, weil es früh ist, mit dem Gruß:'Guten Morgen!' und erregt die Verwunderung des Wieners, der diesen Gruß nur bei der Ankunft, aber nicht beim Abschied gebraucht. Der Wiener selbst erwidert den mit Ich habe die Ehre! Guten Tag! was wieder den Berliner in Erstaunen versetzt" (Paul Kretschmer, Wortgeographie der hochdeutschen Umgangssprache, 1918)

    Nach einer Beschreibung des Deutschen aus internationaler Perspektive und einer Definition seiner unterschiedlichen Realisierungsformen wird die areale Gliederung der deutschen Dialekte und deren soziolinguistische Funktion besprochen.
    Anschließend beschäftigen wir uns mit den Kennzeichen und der Funktion des regionalen Substandards und seiner Abgrenzung gegenüber den Dialekten einerseits und der deutschen Standardsprache andererseits.
    Ebenfalls werden Normprobleme im Standarddeutschen wie mögliche Ost-West- und Nord-Süd-Unterschiede, österreichische und schweizerische Besonderheiten usw. behandelt.
    In den (Kurz)Referaten der TeilnehmerInnen werden die in der Einführung vorgestellten Grundzüge am Beispiel konkreter Fallstudien vertieft.

    (NL: Na een beschrijving van het Duits uit internationaal perspectief en een definitie van zijn verschillende realisatievormen wordt de geografische indeling van de Duitse dialecten en hun sociolinguïstische functie besproken. Vervolgens behandelen we de aspecten en de functie van de regionale substandaard en diens afbakening tegenover de dialecten enerzijds en de Duitse standaardtaal anderzijds. Eveneens worden normproblemen in het Standaardduits zoals mogelijke oost-west- en noord-zuid-verschillen, Oostenrijkse en Zwitserse bijzonderheden enz. besproken. In de (korte) referaten van de deelnemers worden de hoofdlijnen die in de inleiding gepresenteerd werden a.h.v. concrete voorbeelden uitgediept.)



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Seminaries



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

  • Kurzskript Areallinguistik: nationale und regionale Varietäten des Deutschen. Antwerpen: Universitas.
  • König, Werner (letzte Ausgabe): dtv-Atlas deutsche Sprache . Deutscher Taschenbuch Verlag.


  • 6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Ammon, Ulrich: Die deutsche Sprache in Deutschland, Österreich und der Schweiz. Das Problem der nationalen Varietäten. Berlin, New York: de Gruyter.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    CST: D-126

    03 220 42 63

    tom.smits@ua.ac.be


    (+)laatste aanpassing: 20/05/2011 12:08 tom.smits  

     
    Inhoudsverantwoordelijke(n) : Facultaire administratie