Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2011-2012  
    
Literatuursociologie: literaire instituties
Studiegidsnr:1006FLWTLT
Vakgebied:Letterkunde
Semester:2e semester
Contacturen:30
Studiepunten:4
Studiebelasting:112
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Sabine Hillen
Kevin Absillis

 

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


1. Aanvangscompetenties

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
Passieve beheersing van :
  • Nederlands
  • Frans
  • Engels
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
Over een goede schriftelijke en mondelinge kennis van het Nederlands beschikken, Engelse en Franse teksten begrijpend kunnen lezen. Voorkennis van de literatuur- en kunstsociologie is niet noodzakelijk: inzicht over de verschillende sleutelbegrippen wordt stap voor stap aangereikt.


2. Eindcompetenties


Inzicht verschaffen in de sociologie, het kunstbeleid en de wijze waarop literatuur en cultuur werkzaam zijn binnen het maatschappelijk veld. Voorbereiding op professionalisering binnen de cultuursector.




3. Inhoud


Hoe komt het dat sommige romans invloed blijven uitoefenen, waar anderen na enkele weken naar de ramsj verhuizen? Behoort literatuur vandaag nog tot de legitieme cultuur of zijn het eerder de nieuwe media die het voortouw nemen? Is de band tussen boeken en gezag dan voorgoed doorbroken? Kort en lang boekenplankleven biedt een antwoord op deze vragen en toont, aan de hand van denkers zoals William Marx, Bruno Latour en Bernard Lahire, dat print niet langer tot de algemeen gedeelde cultuur behoort maar een andere weg te bieden heeft. Volgens kunstsocioloog Bernard Lahire kan er slechts sprake zijn van legitimiteit als het verlangen van het publiek massaal gemobiliseerd wordt, als er een verschil tussen waardevolle en minder waardevolle handelingen bestaat en als instituties zoals onderwijs en politiek erin slagen een literair of artistiek canon op te leggen. Ook aan hen die er spontaan niet toe geneigd zijn.

In antwoord op zijn visie geeft dit essay aan dat film en nieuwe media het verlangen van een breed publiek in even sterke, zoniet sterkere mate inlossen, dat literatuur moeilijk een plaats verovert binnen de populaire cultuur en dat ze telkens een buitenstaander blijft in het kader van de opkomende cultuurindustrieën. Bovendien worden verschillen in culturele of literaire beleving zoveel mogelijk uitgevlakt in het licht van toenemende migratiestromen en globalisering. Ook politieke en educatieve instellingen verliezen hun greep op de distributie van literatuur ten opzichte van één speler die zijn wetten oplegt aan al de anderen: de economie. Om die reden is het enige antagonisme dat nog toelaat de nieuwe machtsverschuivingen te begrijpen binnen de culturele wereld dat van de consument, die alles koopt, en de netocraat, die informatie en taal tot een kunst maakt. Het is enkel door het dichten van die kloof en de inrichting van nieuwe criteria dat kunst zich nog een weg kan banen door de filter van de media.

Indien literatuur minder dan voordien het verlangen van de massa aanwakkert, indien ze minder dan Bourdieu het dacht cultureel kapitaal vertegenwoordigt en indien ze een tijdverdrijf tussen andere dreigt te worden, dan en alleen dan zijn we op weg naar een samenleving die haar leden “middelmatig” maakt. Wat deze middelmaat maakt, heet dan ook steeds minder kunst of literatuur maar kortweg: cultuur.




4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Casussen: In groep

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


    5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk met mondelinge toelichting
  • Gesloten boek

  • Permanente evaluatie:
  • Opdrachten
  • Casussen
  • (tussentijdse) testen

  • Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Een syllabus met het leermateriaal wordt ter beschikking gesteld van de studenten bij acco.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.


    Bernard LAHIRE, La Culture des individus, Parijs, la découverte, 2004.

    Mark DEUZE en Henk BLANKEN, Popup. De botsing tussen oude en nieuwe media, Atlas, 2007. 

    Bruno LATOUR, Reassembling the social, Oxford, Oxford University Press, 2005.

    Walter WEYNS, Het geval Canetti, Leuven, Acco, 2008.




    7. Contactgegevens en begeleiding

    sabine.hillen@ua.ac.be
    (+)laatste aanpassing: 23/05/2011 13:17 sabine.hillen