| Studiegidsnr: | 1007FLWTLT | | Vakgebied: | Film en theater | | Semester: | 2e semester
| | Contacturen: | 30 | | Studiepunten: | 4 | | Studiebelasting: | 112 | | Contractrestrictie(s): | Geen contractrestrictie
| | Instructietaal: | Nederlands
| | Examen: | 2e semester
| | Lesgever(s) | Kurt Vanhoutte
|
Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof 1. Aanvangscompetenties
Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken: Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel: Geen specifieke aanvangscompetenties.
2. Eindcompetenties
De student begrijpt in welke mate de kunst zich tussen de laat negentiende eeuw en de tweede wereldoorlog heeft ontwikkeld op het ritme van industriële revoluties (mechanische reproductie, massacirculatie en consumptie), nieuwe cultuurverschijnselen (grootstad, pretpark, grootwarenhuis, variété) en manieren van kijken, denken en beleven (optische en medische technieken, utopismen en ervaringscultuur, psychoanalyse). Tegen de achtergrond van wisselwerkingen met wetenschap, populair amusement en alledaags leven worden tendenzen in film, literatuur en theater inzichtelijk die de moderne cultuur hebben bepaald.
3. Inhoud
De moderniteit laat zich best verstaan uit interdisciplinair oogpunt. De tijdgenoot omarmt het ‘nieuwe’, ontmantelt vaste categorieën en ontwerpt een andere levenskunst. Vooruitgang en emancipatie worden sleutelwoorden in een cultuur die zichzelf presenteert als exponent van technologische innovaties en grensverleggende ervaringen. De toekomst is nu: de geschiedenis wordt tot een punt van breken gebracht. De kunst articuleert dit spanningsveld en laat zich bijgevolg als vanzelf situeren tussen uiteenlopende disciplines en technieken. Niet toevallig zijn fragment en montage centrale vormprincipes. Ze accepteren de verbrokkelde ervaringen van de moderniteit in de massamedia en de metropool. We brengen deze heterogeniteit onder in clusters die patronen in de ontwikkeling van film, theater en literatuur zichtbaar maken. Ze vormen telkens een thematische verzameling van beelden en ideëen. Aan bod komen respectievelijk: de wereld van morgen, het gemechaniseerde kijken, exotisme en vitaliteit, spektakel en sensatie/schok, de mannequin en de fetisj, observatie en controle/detectie, electriciteit en magie/spiritisme.
We benaderen de moderniteit van theater, film en literatuur als een constellatie van beelden en ideëen. Elk lesonderdeel bestaat uit een theoretisch exposé en een visueel gedeelte (met fragmenten uit vroege film en theater, actualiteiten, vormgeving en architectuur, enzovoort), dat de reflectie niet alleen illustreert en concretiseert maar ook alternatieve betekenisvormen aanreikt. Deze methode laat zich inspireren door het Passagen-werk van Walter Benjamin, een interdiscplinaire kroniek van de moderniteit die het fragment tot basisprincipe verheft.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesOefeningensessies
5. Evaluatievormen
Examen: Schriftelijk met mondelinge toelichting Portfolio: met mondelinge toelichting
6. Studiemateriaal
6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
Lieven De Cauter, Archeologie van de kick (over moderne ervaringshonger), Uitgeverij Vantilt: Nijmegen, 2009.
6.2 Facultatief studiemateriaal
Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden. Susan Buck-Morss, The Dialectics of Seeing: Walter Benjamin and the Arcades Project (MIT Press, 1991).
7. Contactgegevens en begeleiding
(+)laatste aanpassing: 06/09/2011 12:29 kurt.vanhoutte
|