| Studiegidsnr: | 1004FLWTLA | | Vakgebied: | Bibliotheekwetenschappen | | Semester: | 1e en 2e semester
| | Contacturen: | 30 | | Studiepunten: | 4 | | Studiebelasting: | 112 | | Contractrestrictie(s): | Geen contractrestrictie
| | Instructietaal: | Nederlands
| | Examen: | 2e semester
| | Lesgever(s) | Hubert Meeus Goran Proot Maartje De Wilde
|
Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof 1. Aanvangscompetenties
Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
- Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs
Actieve beheersing van :Passieve beheersing van :- Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel: De studenten moeten een basiskennis bezitten van taal- en letterkunde, zodat zij wetenschappelijke bijdragen met enige kennis van zaken kunnen verwerken.
2. Eindcompetenties
De studenten moeten de principes van de historische kritiek kennen en kunnen toepassen. De studenten moeten zelfstandig wetenschappelijke informatie op het vlak van taal- en letterkunde kunnen opsporen via bibliografieën, catalogi en het internet. Zij moeten de informatie kunnen opzoeken in bibliotheken. Zij moeten uit de verzamelde informatie de waardevolle en bruikbare bronnen op een kritische manier kunnen selecteren. De studenten moeten een literatuurlijst kunnen samenstellen volgens de regels en ze moeten kunnen verwijzen naar de gebruikte bronnen. Kortom ze moeten beschikken over de nodige technische kennis om een bachelor- en masterscriptie te schrijven. Ze moeten het bewijs leveren dat ze inzicht hebben in de materiële samenstelling van een boek door een exemplaar uit de handpersperiode te beschrijven.
3. Inhoud
Deze cursus wil de studenten de theoretische achtergrond en de praktische basisvaardigheden bijbrengen die horen bij de verschillende stappen in een wetenschappelijk onderzoek in de taal- en letterkunde. Uitgaande van een wetenschappelijke vraagstelling leren de studenten bronnen en informatie verzamelen uit bibliografieën, bibliotheken en via internet. Daarbij wordt vooral aandacht geschonken aan de voornaamste naslagwerken op het gebied van de Duitse, Engelse, Franse, Italiaanse, Nederlandse en Spaanse taal- en letterkunde.In een tweede stap leren de studenten de gevonden primaire en secundaire bronnen kritisch evalueren en selecteren. De studenten maken kennis met de basisprincipes van de historische kritiek. Daartoe hoort ook kennis over de informatiedragers (handschrift, boek, cd-rom, website,...). Vooral het oude gedrukte boek uit de handpersperiode krijgt bijzondere aandacht, enerzijds om inzicht te verwerven in de technische aspecten van het boek als informatiedrager, anderzijds om als praktische oefening te dienen voor de andere vaardigheden aangeleerd in de cursus. In een derde stap leren de studenten de resultaten van een wetenschappelijk onderzoek presenteren (o.a. bibliografische beschrijvingen, citeren, literatuurverwijzingen e.d.)
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesSeminaries Excursie Portfolio
5. Evaluatievormen
Permanente evaluatie: Opdrachten Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting Portfolio: met mondelinge toelichting
6. Studiemateriaal
6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
H. Meeus, Wetenschappelijke vaardigheden. 2011 (Universitas). H. Meeus, Heuristiek. 2011 (Universitas).
6.2 Facultatief studiemateriaal
Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden. Internetaansluiting
7. Contactgegevens en begeleiding
Vragen kunnen worden gesteld via blackboard.
(+)laatste aanpassing: 29/07/2011 23:31 hubert.meeus
|