| Studiegidsnr: | 1015FLWTLN | | Vakgebied: | Letterkunde | | Semester: | 2e semester
| | Inschrijvingsvereisten: | Volgtijdelijkheid voor Nederlandse letterkunde: renaissance. Dit opleidingsonderdeel kan pas worden gevolgd als de student een creditbewijs (minstens 10/20) behaalde voor Inleiding tot de studie van de oude Nederlandse letterkunde
| | Contacturen: | 30 | | Studiepunten: | 4 | | Studiebelasting: | 112 | | Contractrestrictie(s): | Geen contractrestrictie
| | Instructietaal: | Nederlands
| | Examen: | 2e semester
| | Lesgever(s) | Hubert Meeus
|
Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof 1. Aanvangscompetenties
Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
- Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs
Actieve beheersing van :nihil Passieve beheersing van :nihil - Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
Notie hebben van de basisbegrippen van: nihil Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel: De studenten moeten de cursus 'Inleiding tot de studie van de Nederlandse Letterkunde: Oude Teksten ' met succes hebben gevolgd.
2. Eindcompetenties
De studenten moeten inzicht verwerven in een aantal onderzoeksmethoden voor zeventiende-eeuwse teksten. Zij moeten de eigenheid van renaissancetoneel en van de komedie leren herkennen. Ze moeten zelfstandig een aspect ervan kunnen onderzoeken en daar mondeling en schriftelijk verslag over uitbrengen. Ze moeten een woordverklaring bij de tekst kunnen maken.
3. Inhoud
Aan de hand van twee toneelstukken uit de Renaissance periode, een spel van een gecanoniseerde auteur uit de Noordelijke Nederlanden en een minder bekend spel uit de Zuidelijke Nederlanden maken de studenten kennis met de problematiek van een wetenschappelijke benadering van historische teksten.
Gierigheid loont niet.
Onkuisheid op het toneel
Bredero’s Moortje (1615) ,geïnspireerd op Terentius Eunuchus, en Willem Ogiers Onkuysheydt (1646), een klucht uit de reeks van Seven Hooft-Sonden, tonen elk op hun manier de gevolgen van de onkuisheid. De studie van deze stukken biedt de mogelijkheid om kennis te maken met een aantal aspecten van het onderzoek van het 17de-eeuwse toneel, waarbij zowel de literaire en de historische achtergrond, de contemporaine toneelopvattingen, de reconstructie van oude opvoeringen, het gebruik van komische elementen, als de vergelijking tussen bewerking en origineel en editietechniek aan bod komen.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesWerkcolleges Eigen werk: Opdrachten:Individueel Excursie
5. Evaluatievormen
Schriftelijk werkstuk: zonder mondelinge toelichting Portfolio: zonder mondelinge toelichting Presentatie
6. Studiemateriaal
6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
Les- en studiemateriaal:
-
H. Meeus Syllabus: Bredero’s ‘Moortje’ (1615) & Ogiers ‘Onkuysheydt’ (1646) (Universitas).
- G.A. Bredero’s Moortje en Spaanschen Brabander. Bezorgd door E.K. Grootes. (Deltareeks), Athenaeum, Amsterdam, 1999.
6.2 Facultatief studiemateriaal
Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
R. Erenstein, Een theatergeschiedenis der Nederlanden. Amsterdam 1995. (ook in paperback verkrijgbaar)
Karel Porteman & Mieke Smits-Veldt, Een nieuw vaderland voor de muzen: geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1560-1700. Amsterdam, Bakker, 2008.
7. Contactgegevens en begeleiding
hubert.meeus@ua.ac.be
03/265 42 87
(+)laatste aanpassing: 29/07/2011 15:24 hubert.meeus
|