Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2011-2012  
    
Cultuurgeschiedenis van de Nederlanden
Studiegidsnr:1001FLWTLN
Vakgebied:Geschiedenis
Semester:1e semester
Contacturen:30
Studiepunten:4
Studiebelasting:112
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e semester
Lesgever(s)Frank Willaert

 

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


1. Aanvangscompetenties

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

  • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

Passieve beheersing van :
  • Nederlands
Studenten die het Nederlands niet als moedertaal hebben wordt verzocht bij het begin van de colleges contact op te nemen met de docent.
  • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

Vaardigheid in het nemen van notities.




2. Eindcompetenties

Kennis van de grote lijnen van de geschiedenis van de Nederlanden en van de belangrijkste vormen van creativiteit van de mensen die vóór ons het territorium van het huidige Nederland, België en Noord-Frankrijk hebben bewoond. Bekwaamheid om representatieve artefacten uit het verleden te duiden in hun historische context. Inzicht dat de huidige opvattingen over (nationale) identiteit, ruimtelijke ordening, levensbeschouwing, kunst, onderwijs en politiek geen vanzelfsprekendheden zijn, maar het vaak onvoorspelbare resultaat van een samenspel van talrijke factoren.


3. Inhoud

Het vak volgt het stramien van het hieronder vermelde, niet verplichte maar als achtergrondliteratuur wel aanbevelenswaardige handboek van Blom & Lamberts (zie onder "Facultatief studiemateriaal"). De uiteenzetting is ingedeeld in de volgende hoofdstukken:

1. Een lange aanvangsperiode (tot en met tiende eeuw): het landschap en zijn bewoners in de tijd van Kelten, Romeinen, en Germanen; de Merovingische periode en de herkerstening; de Karolingische periode met bijzondere aandacht voor de zogenaamde "Karolingische renaissance"; de desintegratie van het Karolingische rijk, de opkomst van de feodaliteit en van de landsheerlijkheid Vlaanderen.

2. De periode van de landsheerlijkheden (elfde-dertiende eeuw): de opkomst van Vlaanderen, Brabant, Holland; het in cultuur brengen van het landschap en de opkomst van de steden; de Gregoriaanse hervorming en de opkomst van nieuwe religieuze bewegingen in de twaalfde en dertiende eeuw; kerkelijke bouwkunst in het Maasland en in het Scheldebekken; edelsmeedkunst in het Maasland.

3. De vorming van een politieke unie (veertiende-zestiende eeuw):

- de crisissen van de veertiende eeuw; de politieke macht van de steden en de doorbraak van een burgercultuur;

- de Bourgondische vereniging in de vijftiende eeuw; laatmiddeleeuwse religiositeit gekenmerkt door formalisme en emotionaliteit; de Vlaamse Primitieven; laatmiddeleeuwse burgerlijke architectuur, muziek, tapijtkunst, miniatuurkunst; Bourgondische en stedelijke theatraliteit en de rol van de rederijkers;

- de eeuw van Habsburg: Antwerpens gouden eeuw; exuberante laatgotiek en renaissance; humanisme en boekdrukkunst; muziek; nieuwe genres in de schilderkunst; Pieter Bruegel; de Opstand.

4. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1588-1780): de bestuursvorm van de Republiek; de twisten van het Twaalfjarig Bestand; het goud van de Gouden Eeuw: VOC en WIC; de Hollandse schildersschool; Hals, Rembrandt, Vermeer; de handelsoorlogen en het eerste stadhouderloze tijdperk; het rampjaar; Willem III, het tweede stadhouderloze tijdperk en het verval van de Republiek; classicisme en Verlichting.

5. De Spaanse en Oostenrijkse Nederlanden: de aartshertogen; de versterking van het absolutisme; de triomf van de Contrareformatie; de barok in architectuur en schilderkunst; Rubens en Van Dyck; de Oostenrijkse periode; de doorbraak van de Verlichting.

6. Revolutie in Noord en Zuid (1780-1830): de Patriotten en de Bataafse Revolutie in het Noorden ; de hervormingen van Jozef II, de Brabantse Omwenteling en de aanechting bij Frankrijk in het Zuiden; het Verenigd Koninkrijk en de onafhankelijkheid van België.

7. België sinds 1830:

- de liberale burgerstaat (1830-1890): industrialisering van Wallonië; klerikalisme en antiklerikalisme; schoolstrijd; Belgisch nationalisme en de opkomst van de Vlaamse Beweging; de sociale kwestie.

- de integratie van de sociale bewegingen (1890-1940): hervormingen van het kiesstelsel; de veralgemening van de leerplicht; belgicisme, flamingantisme en wallingantisme; activisme en frontbeweging; het interbellum.

- de verkaveling van de nationale staat (1940-): collaboratie, jodenvervolging en weerstand; opkomst van de welvaartstaat; de nieuwe media; een specifieke jongerencultuur; de invloed van de Angelsaksische cultuur; van een unitaire naar een federale staat.

8. Nederland sinds 1830

Thorbecke; godsdienstige ontwikkelingen (het Reveil en de rooms-katholieke emancipatie; de verzuiling); de sociale kwestie; de grote infrastructuurwerken; de Duitse bezetting; anti-burgerlijke bewegingen na WO II; nieuwe onzekerheden.




4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Open vragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Wordt via Blackboard ter beschikking gesteld. Daarnaast is er een beknopte syllabus van de docent, verkrijgbaar bij Universitas.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Lamberts, Emiel, Blom, J.C.H. (red.), Geschiedenis van de Nederlanden, 3e ed. Rijswijk, 2003.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Kamer D.120

    frank.willaert@ua.ac.be


    (+)laatste aanpassing: 14/06/2011 16:59 frank.willaert