Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2011-2012  
    
Inleiding tot de studie van de oude Nederlandse letterkunde
Studiegidsnr:1003FLWTLN
Vakgebied:Letterkunde
Semester:2e semester
Contacturen:30
Studiepunten:4
Studiebelasting:112
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Hubert Meeus
Frank Willaert
Maartje De Wilde

 

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


1. Aanvangscompetenties

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

  • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

Actieve beheersing van :
  • Nederlands
  • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

Elementaire  kennis van de Nederlandse grammatica, te verwerven (bijvoorbeeld) in het college 'Basisbegrippen Nederlandse grammatica'.




2. Eindcompetenties

Aan het eind van de cursus hebt u een elementaire competentie verworven in het begrijpend lezen, vertalen, analyseren en (literair-)historisch situeren van Middelnederlandse, zestiende- en/of zeventiende-eeuwse literaire teksten. U bent in staat  de belangrijkste papieren en elektronische hulpmiddelen (BNTL, dbnl, Middelnederlandsch Woordenboek, Woordenboek der Nederlandsche Taal, grammatica's van het middeleeuwse en zeventiende-eeuwse Nederlands, literatuurgeschiedenissen etc.) te hanteren. 



3. Inhoud

Middeleeuwen (deel 1): 

De nadruk ligt op het vertalen van Middelnederlandse literaire teksten. Daarom wordt in de colleges aandacht besteed aan een elementaire kennis van de grammatica van het Middelnederlands en aan het leren gebruiken van de belangrijkste lexicografische hulpmiddelen, inzonderheid het Middelnederlandsch Woordenboek, zowel in de papieren als in de elektronische versie. Deze onderdelen vormen op zich geen examenstof, maar staan ten dienste van een adequate vertaling van de tekst. Elke week krijgen de studenten dan ook een verplichte oefening mee, die bij de aanvang van het eerstvolgende college wordt besproken. Tijdens de colleges wordt ook aandacht besteed aan de literair-historische situering en de genrekenmerken van de teksten, waaruit passages worden vertaald. Bij dit onderdeel van de cursus hoort ook een beperkte literatuurlijst, waarover tijdens het college twee schriftelijke toetsen worden afgenomen. 

Rederijkerstijd en Renaissance (deel 2)

Voor het gedeelte Renaissance krijgen de studenten een introductie in het toneel en in de lyriek van de rederijkers en de zeventiende eeuw aan de hand van enkele geselecteerde teksten. De moeilijker toegankelijkheid van oude teksten ligt deels in de taal die afwijkt van het moderne Nederlands, deels in de culturele achtergrond die anders is dan die van moderne teksten. De zeventiende-eeuwse taal zal worden ingeoefend via vertaaloefeningen. De culturele en literair-historische context verwerft de student in de hoorcolleges en via bijkomende lectuur.




4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Oefeningensessies

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding
  • Gesloten boek
  • Open boek
  • Open vragen

  • Permanente evaluatie:
  • Oefeningen
  • (tussentijdse) testen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    - F. Willaert, H. Meeus, M. De Wilde, Inleiding tot de studie van de oude Nederlandse letterkunde, dl. 1: middeleeuwen (syllabus, Universitas).

    - F. Willaert, H. Meeus, M. De Wilde, Inleiding tot de studie van de oude Nederlandse letterkunde, dl. 2: rederijkers en renaissance (syllabus, Universitas)

    - De reis van Sint Brandaan. Een reisverhaal uit de twaalfde eeuw. Vertaald door Willem Wilmink. Ingeleid door W.P. Gerritsen. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus / Bert Bakker 1994. 

    - Orlanda S.H. Lie (eindred.), Het Boek van Sidrac. Een honderdtal vragen uit een middeleeuwse encyclopedie. Hilversum: Verloren, 2006.

    - P.C. Hooft, Granida. Spel. Met een inleiding en aantekeningen door Lia van Gemert. Amsterdam, Amsterdam University Press, 1998.

    - Ton van Strien (ed.) Hollantsche Parnas. Nederlandse gedichten uit de zeventiende eeuw. Amsterdam, Amsterdam University Press, 1997.

    - Herman Pleij, Het gevleugelde woord: geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1400-1560. Amsterdam, Bakker, 2007. 

    - Marijke Mooijaart en Marijke van der Wal, Nederlands van Middeleeuwen tot Gouden Eeuw. Cursus Middelnederlands en Vroegnieuwnederlands, 2e herziene druk.  Nijmegen, Vantilt, 2011. ISBN 978-94600407-64 

    - http://gtb.inl.nl. Dit is de Geïntegreerde Taalbank van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, waarop verschillende woordenboeken te vinden zijn. Van belang vooral voor het Middelnederlandsch Woordenboek en voor het Woordenboek der Nederlandsche Taal

    Een deel van het materiaal wordt tijdens de colleges ter beschikking gesteld.

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    J. Verdam, Middelnederlandsch handwoordenboek. 's-Gravenhage, Martinus Nijhoff, z.j.

    René van Stipriaan, Het volle leven: Nederlandse literatuur en cultuur ten tijde van de Republiek (ca. 1550-1800). Amsterdam, Prometheus, 2002.

    Karel Porteman & Mieke Smits-Veldt, Een nieuw vaderland voor de muzen: geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1560-1700. Amsterdam, Bakker, 2008.




    7. Contactgegevens en begeleiding


    frank.willaert@ua.ac.be 












     

    (+)laatste aanpassing: 07/09/2011 00:40 frank.willaert