Start | Personen | Google | Route | Contact | AfdrukkenLogin 
Opleidingsonderdelen 2011-2012  
    
Bachelorproef Bedrijfskunde - Strategie en organisatie
Studiegidsnr:1301TEWSBS
Vakgebied:Managementwetenschappen
Semester:1e en 2e semester
Inschrijvingsvereisten:De student dient een credit behaald te hebben voor de volgende OO'en of deze in het studieprogramma op te nemen:
- 'Competitive strategy'
- 'Organisatiegedrag'
Contacturen:15
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:Permanente evaluatie
Lesgever(s)Hans Verboven
Koen Vandenbempt
Paul Matthyssens

 

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


1. Aanvangscompetenties

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

  • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

Actieve beheersing van :
  • Nederlands
  • Engels
  • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
Geen specifieke competenties vereist.


2. Eindcompetenties

De student dient na het afleggen van de bachelorproef in staat te zijn om een wetenschappelijk werkstuk te schrijven en voor te stellen. De student gebruikt de verworven competenties in de andere opleidingsonderdelen om een probleem te kunnen analyseren, om wetenschappelijk bronnen materiaal errond te verzamelen en om een synthetische en kritische samenvatting te schrijven van het probleem op wetenschappelijke wijze. Daarna moet de student in staat zijn om het probleem in al zijn facetten op heldere wijze te communiceren naar zijn medestudenten.


3. Inhoud

In mondiale en snel veranderende marktomgevingen worden ondernemingen geconfronteerd met vele uitdagingen. Managers moeten steeds nieuwe wegen zoeken om de concurrentiekracht en onderscheidend vermogen van hun onderneming te verhogen. Dit impliceert niet enkel een goede marktpositionering, maar ook het excelleren in de aansturing van de eigen organisatie. Het onderzoek naar ‘excellence in management’ is ongeveer 30 jaar oud. Sinds de publicatie van ‘In search of Excellence’ van Peters & Waterman in 1982 is er een hele stroom van literatuur verschenen die de kenmerken van succesvolle ondernemingen hebben trachten te detecteren en te vergelijken met de kenmerken van ‘falende ondernemingen’. Het meest recente spraakmakende boek over deze problematiek is waarschijnlijk ‘Good to Great’ van Jim Collins (2001). De kernvragen in deze literatuur kunnen we als volgt samenvatten: wat zijn kenmerken van succesvolle ondernemingen? En, wat doen falende ondernemingen verkeerd?  

In de bachelorproef ‘Strategie en Organisatie’ gaan we deze problematiek verder bestuderen en toepassen op Belgische/Europese/Mondiale ondernemingen. De concrete selectie van de ondernemingen wordt gedaan tijdens de eerste sessie van de bachelorproef. Het is de bedoeling dat we per team van studenten één onderneming analyseren, gebruikmakend van de literatuur en denkkaders omtrent ‘excellence in management’. Studenten gaan op zoek naar de ‘best-practices’ of naar problemen en verbeterpunten in het management van de geselecteerde onderneming. De studenten maken hierbij vooral gebruik van secondaire data en informatie (websites, business press, jaarrekeningen & andere secondaire informatiebronnen) om een zo volledig beeld te krijgen van hun onderneming. De uiteindelijke bedoeling is dat we op een analytische en kritische wijze kijken naar ondernemingen en op deze wijze de succesfactoren kunnen afleiden.

De concrete thema's verschillen per jaar. In de vorige jaargangen kwamen aan bod:

  • “Excellence in Management" binnen geselecteerde sectoren: Wat zijn kenmerken van succesvolle ondernemingen? Wat doen falende ondernemingen verkeerd? Wat zijn best practices?
  • Overlevings- en groeipotentieel van Belgische beursgenoteerde ondernemingen.
  •  Post-recessiestrategie van industriele concerns.

De bovenstaande werkwijze combineert praktische relevantie met analytisch inzicht. De selectie van bedrijven gebeurt in samenwerking met de studenten tijdens de eerste sessie van de bachelorproef. Enkele voorbeelden van sectoren waaruit ondernemingen in de vorige jaren zijn bestudeerd:

  • Automotive
  • Express dienstverlening
  • Chemiesector
  • Distributiesector
  • Banken en verzekeringen.



4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Seminaries
  • Werkcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:In groep
  • Scriptie: In groep

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
    Projectwerk:
  • In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Opdrachten
  • Medewerking tijdens de contactmomenten

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    • Een readerbundel wordt via Blackboard beschikbaar gesteld.
    • Handboek Wetenschappelijk Economisch Werk - Leidraad en methode voor het schrijven van de bachelor- en masterproef. (Hans Verboven e.a.) Te verkrijgen bij Wikings Education.


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Nihil


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Prof. dr. Paul Matthyssens - paul.matthyssens@ua.ac.be - Peter Benoitgebouw lokaal Z-410 - tel: 03/275.50.63

    Prof. dr. Koen Vandenbempt - koen.vandenbempt@ua.ac.be - Peter Benoitgebouw lokaal Z-405 - tel: 03/275.50.57


    (+)laatste aanpassing: 06/09/2011 09:38 hans.verboven  

     
    Inhoudsverantwoordelijke(n) : Facultaire administratie