Universiteit van Antwerpen
20/07/2018 - 05:13
(c)
http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=.OOD2012&n=105008&ct=105008&e=289922&all=true
Master of Science in de chemie
Deel 1 (MCHE)
 
Verplichte opleidingsonderdelen
voor optie 'Onderzoek' en 'Bedrijf en Maatschappij'
voor optie 'Onderwijs' slechts 18 sp te kiezen en aan te vullen met 12 sp uit module onderwijs
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
2001WETFOCPhysical organic chemistryEngels1e semester
253Blockhuys,Frank
2001WETNMRAdvanced NMR techniquesEngels1e semester
253Dommisse,Roger
2001WETGATAdvanced analytical techniquesEngels1e semester
253Janssens,Koen
2001WETTBCApplied biochemistryNederlands1e semester
253Sobott,Frank
2001WETCHIChemical instrumentationEngels1e semester
253Van Vaeck,Luc
2001WETPCHPolymeerchemieNederlands1e semester
253Heuts,Johan
2001WETTKAToegepaste katalyseNederlands1e semester
254Cool,Pegie
2001WETPRKChemische proceskundeNederlands1e semester
405Baets,Herman
2001WETAUPAutomatisatie en upscalingNederlands1e semester
203Verschaeren,Jan
2001WETWERWetenschappelijk rapporterenNederlands2e semester
253Blockhuys,Frank
2001WETMCHMedicinale chemieNederlands2e semester
253Augustyns,Koen
Module Onderwijs
Verplichte opleidingsonderdelen (18 SP)
Semester 1=12 sp en semester 2=6 sp
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
6101OIWIDIInleiding in de didactiekNederlands1e semester
183Meeus,Wil
6232OIWNATDidactiek natuurwetenschappen basisNederlands1e semester
183Pinxten,Annie
6234OIWCHEDidactiek chemieNederlands1e semester
183Pinxten,Annie
6400OIWOEFOefenlessenNederlands1e semester
363Janssenswillen,Paul
6102OIWLLBLeerlingenbegeleidingNederlands2e semester
183Struyf,Elke
6500OIWINLInleefstageNederlands2e semester
03Struyf,Elke
Keuzeopleidingsonderdelen onderwijs: 1 te kiezen (3 SP)
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
6301OIWBZLBegeleid zelfstandig lerenNederlands2e semester
183NNB,-
6302OIWBVVBeleidsvoerend vermogen van scholenNederlands2e semester
183Van Petegem,Peter
6308OIWVEDVolwasseneneducatieNederlands2e semester
183Gijbels,David
6310OIWVOEVakoverschrijdende educatiesNederlands2e semester
183Van Petegem,Peter
6305OIWLDPLeer- en denkprocessenNederlands2e semester
183Van Petegem,Peter
6312OIWFJVFilosoferen met jongeren en volwassenenNederlands2e semester
183Braeckmans,Luc
Profileringsruimte
voor optie 'Onderzoek' en 'Bedrijf en Maatschappij' 24 sp te kiezen
voor optie 'Onderwijs' slechts 21 sp te kiezen en aan te vullen met 9 sp uit module onderwijs*

* Mits indiening en goedkeuring van een gemotiveerd verzoek bij de onderwijscommissie kunnen de studenten ook ten belope van maximum 9sp keuzevakken kiezen uit het gehele aanbod aan opleidingsonderdelen van de AUHA-instellingen.
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
2001WETPPR(Parallel) ProgrammerenNederlands2e semester
606Herrebout,Wouter
2001WETGKWGevorderde kwantumchemieNederlands2e semester
253Van Alsenoy,Kris
2001WETLVTLigandveld theorieNederlands2e semester
253Blockhuys,Frank
2001WETGMSGevorderde molecuulspectroscopieNederlands2e semester
253Herrebout,Wouter
1002WETEXTExperimentele technieken: optica en laserspectroscopieNederlands2e semester
303Wenseleers,Wim
2001WETCSIPlasma modellingEngels2e semester
606Bogaerts,Annemie
2001WETGAMGeavanceerde anorganische materialenNederlands2e semester
253Cool,Pegie
1001WETHYDHydrodynamicaNederlands2e semester
153Partoens,Bart
2001WETSMCSupramoleculaire chemieNederlands2e semester
253Dehaen,Wim
9001VUBDFTDFT en chemische reactiviteitNederlands1e semester
253Geerlings,Paul
2001WETCOCCapita selecta organische chemie, inclusief practicumNederlands2e semester
909Maes,Bert
2001WETMEAModerne elektrochemische analyse, inclusief sensorenNederlands2e semester
253Nagels,Luc
2001WETAMCInorganic environmental chemistryEngels2e semester
253De Wael,Karolien
2002WETGMSGevorderde massaspectrometrieNederlands2e semester
253Van Vaeck,Luc
2001WETLCTAdvanced LCMSEngels2e semester
253Lemiere,Filip
2001WETCNCChemical nanocharacterisationEngels2e semester
353Van Vaeck,Luc
2004WETCSICapita selecta internationalisering: Nieuwe methoden in de atoomspectrometrieEngels2e semester
253Broekaert,José
2002WETCSICapita selecta internationalisationEngels2e semester
253NNB,-
2003WETCSICapita selecta internationalisation: Natural product and tandem chemistryEngels2e semester
253Orru,Romano
2001WETSCICapita selecta internationalisation: Applied inorganic chemistryEngels2e semester
253Potgieter,Johannes
2005WETCSIBiomolecules and bio-analytical methodsEngels2e semester
253Sobott,Frank
2001WETXABCapita selecta: X-ray analysis and analytical imagingEngels2e semester
506Janssens,Koen
2001WETPSSCapita selecta internationalisation: Plasmas for a sustainable societyEngels2e semester
253van de Sanden,Richard
Masterproef Deel I
Studenten uit optie 'onderwijs' of 'onderzoek' hebben de keuze om reeds in Ma1 te starten met een eerste deel van de masterproef. Hierdoor verschuiven 9sp van de profileringsruimte naar Ma2.
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
2002WETMAPMasterproef (optie 'onderwijs'), deel INederlands2e semester
09NNB,-
2006WETMAPMasterproef (optie 'onderzoek'), deel INederlands2e semester
09NNB,-
Deel 2 (MCHE)
 
Verplichte opleidingsonderdelen
voor optie 'Onderzoek' en 'Bedrijf en Maatschappij' 30 SP
voor optie 'Onderwijs' slechts 21 sp te kiezen en aan te vullen met 9 sp uit module onderwijs*

* Mits indiening en goedkeuring van een gemotiveerd verzoek bij de onderwijscommissie kunnen de studenten ook ten belope van maximum 9sp keuzevakken kiezen uit het gehele aanbod aan opleidingsonderdelen van de AUHA-instellingen
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
2001WETCHPChemical reaction engineeringEngels1e semester
223Bogaerts,Annemie
2001WETCHKChemometrics, lab accreditation and quality managementEngels1e semester
304Van Espen,Piet
2001WETPOCToegepaste polymeerchemieNederlands1e semester
304Heuts,Johan
2002WETTCHToegepaste chemieNederlands1e semester
284Van Dyck,Stefaan
2001WETBITBiotechnologieNederlands1e semester
223Potters,Geert
2001WETJSAJuridische en sociale aspecten in de chemische industrie1e semester
405Bosman,Martin
1001WETPBEPrincipes van de bedrijfseconomieNederlands1e semester
303Bostyn,Frank
2001WETEVTEnergiebeheer, veiligheid en transportNederlands1e semester
314De Waele,Johan
Module Onderwijs
Verplichte opleidingsonderdelen (6 SP)
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
6103OIWOOBOnderwijsorganisatie en -beleidNederlands1e semester
183Van Petegem,Peter
6600OIWINSInstapstageNederlands2e semester
03Rymenans,Rita
Braeckmans,Luc
Simons,Mathea
Janssenswillen,Paul
Meeus,Wil
Pinxten,Annie
Deprez,Johan
Smits,Tom
Schelfhout,Wouter
Keuzeopleidingsonderdelen: 1 te kiezen (3 SP)
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
6304OIWKLMKlasmanagementNederlands1e semester
183Struyf,Elke
6306OIWOAAOnderwijs aan achtergesteldenNederlands1e semester
183Mahieu,Paul
6300OIWTELTaal en lerenNederlands1e semester
183Rymenans,Rita
6314OIWONTOnderwijstechnologieNederlands1e semester
183Colpaert,Jozef
Masterproef
Studenten die in deel 1 reeds gestart zijn met de Masterproef kiezen nu Masterproef deel II. Andere studenten kiezen Masterproef Deel I+II.
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
2003WETMAPMasterproef (optie 'onderwijs'), deel II1e en 2e semester
021NNB,-
2007WETMAPMasterproef (optie 'onderzoek'), deel IINederlands1e en 2e semester
021NNB,-
2001WETMAPMasterproef (optie 'onderwijs'), deel I+IINederlands1e en 2e semester
030NNB,-
2005WETMAPMasterproef (optie 'onderzoek'), deel I+IINederlands1e en 2e semester
030NNB,-
2004WETMAPMasterproef met industriële finaliteit (optie 'bedrijf en maatschappij'), deel I+IINederlands2e semester
030NNB,-
 

Deel 1 (MCHE)

 

Verplichte opleidingsonderdelen

voor optie 'Onderzoek' en 'Bedrijf en Maatschappij'
voor optie 'Onderwijs' slechts 18 sp te kiezen en aan te vullen met 12 sp uit module onderwijs

Physical organic chemistry
Studiegidsnr:2001WETFOC
Vakgebied:Chemie
Semester:1e semester
Contacturen:25
Studiepunten:3
Studiebelasting:84
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Engels
Examen:1e semester
Lesgever(s)Frank Blockhuys

 

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


1. Aanvangscompetenties

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
De student beschikt over alle basiskennis die tijdens de Bacheloropleiding werd aangeboden.



2. Eindcompetenties

De student is in staat de modellen die werden aangebracht in de cursus in eigen woorden uit te leggen, ziet de verbanden tussen de verschillende onderwerpen behandeld tijdens de hoorcolleges en kan deze verbanden toelichten. De student kan uitleggen hoe de modellen tot stand komen en kan ze evalueren, m.a.w. hij kan de sterkten en zwakten aanstippen en tot een waardeoordeel van de modellen komen. De student kan de modellen dan toepassen op nieuwe systemen.



3. Inhoud

In deze cursus wordt getracht op een intuïtieve manier een verband te leggen tussen de structuur van verbindingen en hun reactiviteit. Zowel interne (niet-bindende en zwakke interacties) als externe effecten (zouteffecten en oplosmiddelinvloeden), die het verloop of de snelheid van een reactie beïnvloeden, worden beschouwd. Na een algemenere inleiding over kinetiek en thermodynamica, wordt de invloed van de moleculaire geometrie op het energie-reactiecoördinaat-diagram bekeken, en een verband gezocht tussen de structuur van verbindingen en hun reactiviteit a.d.h.v. de Hammett- en soortgelijke relaties. Vervolgens komen enkele methoden voor het bepalen van reactiemechanismen aan bod, zoals de kinetische isotoopeffecten en de computationele chemie. Verder worden de invloed van het solvent op kinetiek en thermodynamica en de invloed van zwakke interacties op de reactiviteit toegelicht. Tot slot worden nog twee centrale topics uit de organische fysicochemie behandeld, nl. de fotochemie en aromaticiteit. Aan de hand van de E/Z-isomerisatie van C=C bindingen worden fotochemische processen geconfronteerd met hun thermochemische tegenhangers, en de structuur van de geëxciteerde toestand wordt nader toegelicht. Aromaticiteit, antiaromaticiteit en niet-aromaticiteit worden, na een kadering van de begrippen en de moeilijkheden die daarmee gepaard gaan, besproken i.f.v. de experimenteel toegankelijke en theoretisch berekenbare grootheden die kunnen gebruikt worden om de begrippen te kwantificeren, en wordt er gefilosofeerd over hoe nuttig ze uiteindelijk zijn.


4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Studiemateriaal is te bekomen op www.ua.ac.be/structuurchemie onder Education/Ma1 Chemie.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    -


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Frank Blockhuys
    Campus Drie Eiken
    Gebouw C, 2e verdieping
    Lokaal 2.06
    03.265.23.65
    frank.blockhuys@ua.ac.be

    (+)laatste aanpassing: 30/01/2012 16:06 jan.vos  

    Advanced NMR techniques
    Studiegidsnr:2001WETNMR
    Vakgebied:Chemie
    Semester:1e semester
    Contacturen:25
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Engels
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Roger Dommisse

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    2. Eindcompetenties

    De student heeft inzicht in de fundamentele achtergrond van NMR en de apparatuur die gebruikt wordt om de verschillende soorten spectra te bekomen. De student kan 1D en 2D NMR spectra interpreteren en beschrijven hoe de moleculaire structuur van een (an)organische verbinding tot uiting komt in deze spectra. De student kan 1D/2D NMR data combineren met UV-vis, IR en MS spectra om de moleculaire structuur van een onbekende te achterhalen. Koolstof-13 NMR wordt gebruikt om de vele meetmethodes uit te leggen die gelijk zijn bij de studie van alle heterokernen.




    3. Inhoud


    De cursus omvat volgende hoofdstukken:
    • Inleiding
    • Het ‘Fourier transform’ NMR experiment
    • De spectrale parameters van koolstof-13
    • 1D-NMR Technieken
    • 2D-NMR Technieken
    • Relaxatieverschijnselen
    • Geselecteerde toepassingen
    • Voorbeelden en oefeningen 
       

    •  



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Open boek


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Een Nederlandstalige cursus wordt aangeboden via de cursusdienst. Ook kopies van de gebruikte powerpoint presentaties kunnen via de cursusdienst aangeschaft worden.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Enkele mogelijke Engelstalige leerboeken worden, zonder verplichting, vermeld:

    • Spectroscopic Methods in organic Chemistry, D.H. Williams en I. Fleming, McGraw-Hill, ISBN: 0-07-709147-7
    • Structure elucidation by NMR in organic xchemistry, E. Breitmaier, Wiley, ISBN: 0-471-93381-3
    • Spectrometric Identification of Organic Compounds, R.M. Silberstein & F.X. Webster, , Wiley, New York, 1998 (6th Edition); ISBN 100-471-13457-0

       

     




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Docent: Prof. dr. R. Dommisse: roger.dommisse@ua.ac.be

     


    (+)laatste aanpassing: 27/08/2012 11:34 ellen.vermeiren  

    Advanced analytical techniques
    Studiegidsnr:2001WETGAT
    Vakgebied:Chemie
    Semester:1e semester
    Contacturen:25
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Engels
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Koen Janssens

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    • Engels
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Er wordt verwacht dat de studenten vertrouwd zijn met een aantal principes uit de statistiek, klassieke en instrumentele analytische chemie, fysisch chemie en natuurkunde, met name: 
    de analytische principes van atomaire en moleculaire absorptie/emissie en fluorescentie en bijbehorende instrumentatie, 
    de fysische eigenschappen van elektrische en magnetische velden, van elektromagnetische straling, van de gekwantiseerde aard van elektronische niveaus in atomen en moleculen. Ook wordt enige kennis van optica en van de interactie tussen straling en materie wordt verondersteld.




    2. Eindcompetenties

    Na afloop van de cursus zullen de studenten kennis en inzicht hebben verworven in verband met een aantal geavanceerde analysemethoden die is
    vele chemische laboratoria, firma's en onderzoeksinstituten aangewend worden, nl., de verschillende vormen en varianten electronenmicroscopie, scanning microscopieen zoals STM en AFM, FTIR- en Raman microscopie en fluorescentie microscopie. Ze zullen ook praktische ervaring hebben opgedaan in verband met het gebruik van enkele van deze methoden voor microscopische of nanoscopisch materiaal onderzoek. 
    De studenten verwerven de competentie om wanneer ze in de toekomst geconfronteerd zullen worden met een
    probleem dat analyse van heterogene vaste materialen vereist (a) over inzicht te beschikken over de werkingsprincipes, het nut en het toepassingsgebied van diverse, veelgebruikte, microscopische analysetechnieken, (b) een rangschikking te kunnen maken de analysemethoden die het best bij een specifiek probleem passen.  

    Deze cursus draagt bij tot het realiseren van de volgende algemene doelstellingen van de Masteropleiding Chemie: M5, M7, M8, M11, M12, MV3, MV5




    3. Inhoud

    De volgende onderwerpen worden behandeld: 1) Lichtmicroscopie en zijn beperkingen; transmissie en scanning electronenmicroscopie, 2) Scanning probe microscopies (SPMs): Scanning Tunneling Microscopy (STM), Atomic Force Microscopy (AFM) en Scanning Near-field Optical Microscopy (SNOM), 3) Infra-rood en Raman microscopie en 4) Moleculaire fluorescentie microscopie

    Deze methoden worden in toenemende mate gebruikt om nieuw gesynthetiseerde materialen, ofwel als onderdeel van ontwikkelingsprogramma's ofwel als onderdeel van routineproductie, te karakteriseren en aan de hand van de micro- of nanoscopische informatie aldus bekomen, verder ontwikkeling of productie te sturen. Zowel methoden die atomair, moleculaire als structurele informatie opleveren in het micro- en in het nanometergebied komen aan de orde.

     




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Practica



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk met mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Open vragen
  • Practicum

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Er is een cursus van ca 200 blz. beschikbaar. Deze is vrij volledig.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    -


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Prof. Koen Janssens,
    CDE campus, Departement Chemie, Gebouw B, 1e verdieping, lokaal B1.06
    Tel. +32 3 820 23 73, koen.janssens@ua.ac.be


    (+)laatste aanpassing: 31/01/2012 21:34 koen.janssens  

    Applied biochemistry
    Studiegidsnr:2001WETTBC
    Vakgebied:Chemie
    Semester:1e semester
    Contacturen:25
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Frank Sobott
    Sylvia Dewilde

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Engels
    Passieve beheersing van :
    • Engels
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Basiskennis scheikunde, biologie, wiskunde en fysica
    Structuur van biopolymeren , basiskennis replicatie, transcriptie en translatie



    2. Eindcompetenties


    Het is de bedoeling dat de studenten naast de algemene principes van biochemie, ook inzicht verkrijgen in de toepassingen en de biochemische technieken.
     Op het einde van dit opleidingsonderdeel moeten jullie het onderstaande kennen/kunnen:
     
    Vak-specifiek
    1.  de vier biomoleculen van de cel kunnen opnoemen, beschrijven en deze met elkaar in verband brengen.
    2. de besproken biochemische technieken kunnen beschrijven.
    3.  probleemstellingen kunnen oplossen aan de hand van de verschillende technieken die werden besproken en deze strategie motiveren. 
    4. gebruikmaken van de kennis verworven tijdens de hoorcolleges en verbanden leggen tussen de verschillende hoofdstukken.

    Generiek
    5.  in staat zijn  tot het begrijpend lezen van Engelstalige wetenschappelijke literatuur;
    6.  het correct en nauwkeurig gebruik van terminologie en symbolen.


    3. Inhoud

    De cursus Toegepaste Biochemie bouwt voort op de kennis en inzichten verkregen via het opleidingsonderdeel “Celbiologie en genetica” (Ba1).  Biochemie is de basiswetenschap die probeert een verklaring van het leven op moleculair-biologisch niveau te geven. De chemische reacties die bij een bepaald biologisch verschijnsel (proces) horen worden uitgezocht tot op moleculair niveau. In Toegepaste Biochemie zal de student worden geconfronteerd met de verschillende technieken die zich lenen om probleemstellingen in de biochemie op te lossen. Zo zullen we o.a. technieken bespreken om  eiwitten te zuiveren en te karakteriseren (eiwitextracties, scheidingsmethodes, sequentiebepaling, SDS-PAGE, Western blotting,  ELISA,…) en om nucleotiden te bestuderen (DNA en RNA extractie, PCR, sequentiebepaling, Northern en Southern blotting,…).  Recombinant DNA technologie zal ook een deel van de cursus uitmaken. We bestuderen hoe we een gen kunnen cloneren, maar ook de verschillende transgenetische technieken zullen worden besproken.  Om de technieken toe te lichten zal gewerkt worden aan de hand van enkele casussen.




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Werkcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Scriptie: Individueel

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


    5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Schriftelijk met mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Open vragen

  • Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Cursus nota's op Blackboard

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Engelstalig handboek: “Biochemistry”  Berg, Tymoczko, Stryer (2003) .
    Engelstalig handbook: Mathews, C. K. , van Holde, K. E. en Ahern, K. G. (2000) Biochemistry, 3rd. Edition Benjamin/Cummings.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Frank Sobott
    Departement Chemie
    Campus Groenenborger, Gebouw V, lokaal 408
    Universiteit Antwerpen
    Groenenborgerlaan 171
    2020 Antwerpen

    e-mail frank.sobott@ua.ac.be
    tel: 03 265 3388


    Sylvia Dewilde
    Departement Biomedische Wetenschappen
    Campus Drie Eiken, Gebouw T, lokaal 1.26
    Universiteit Antwerpen
    Universiteitsplein 1
    2610 Wilrijk
     
    email : sylvia.dewilde@ua.ac.be
    tel: 03 2652323
    (+)laatste aanpassing: 03/10/2013 10:16 frank.sobott  

    Chemical instrumentation
    Studiegidsnr:2001WETCHI
    Vakgebied:Chemie
    Semester:1e semester
    Contacturen:25
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Engels
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Luc Van Vaeck

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Passieve beheersing van :
    • Engels
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    basiskennis fysica


    2. Eindcompetenties


    - inzicht in de technische aspecten (opbouw en werking) van laboratorium instrumenten
    - kennis van basisbegrippen van analoge en digitale electronica
    - toepassing bij koppeling electronische apparatuur
    - basiskennis voor werken met optische instrumenten
    - vertrouwdheid met eenvoudige mechanische constructie
    - basiskennis vacuümtechnieken
    - behandeling en gebruik van gekoelde gassen


    3. Inhoud


    Er wordt een inleiding geven tot de electronica met de bedoeling een gevoel te krijgen voor zowel analoge als digitale electronica.  Basisbegrippen omtrent reactieve circuits, voedingen, filetering, ruis(onderdrukking), analoge versterkers, transistoren, dioden en meer gevorderde halfgeleider elementen, opamps en hun toepassingen komen aan bod.  Er wordt ingegaan op digitale poorten, de DAC en ADC operatie, de digitalisatieproblematiek vaan een signaal.  De theorie wordt practisch gehouden en sluit aan bij de toepassingen in een labo. De essentiële aspecten van meten en testen worden behandeld (gebruik van oscilloscopen, ruis, stabilisatie van voedingen, lineaire versterking, resonantie-circuits, dc vs. rf, etc.), sensoren. 
    Daarnaast komen de belangrijkste aspecten van druk en vacuümtechnologie aan bod : compressoren, vacuümpompen, conductanties, meting, gebruik van materialen voor hoogvacuüm, lekdetectie. 
    Een derde deel behandelt de optische componenten in een modern laboratorium, gaande van lasers, fiber optics tot datatransmissie. 
    Tenslotte wordt een inleiding gegeven op basisbegrippen bij het laten aanmaken van kleine onderdelen en instrumentele wijzigingen.   
     
     


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Oefeningen



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk met mondelinge toelichting
  • Gesloten boek

  • Permanente evaluatie:
  • Oefeningen
  • Medewerking tijdens de contactmomenten


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Cursus door de docent ter beschikking

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Vanuit verwijzingen in de cursus naar de literatuur


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Prof. dr. L. Van Vaeck, dept. Chemie (CDE), blok B 1.04
    tel 03 820 23 48
    e-mail vanvaeck@ua.ac.be
     
    (+)laatste aanpassing: 01/08/2011 12:04 luc.vanvaeck  

    Polymeerchemie
    Studiegidsnr:2001WETPCH
    Vakgebied:Chemie
    Semester:1e semester
    Contacturen:25
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Johan Heuts

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Van de studenten wordt verwacht dat ze een basiskennis beheersen van organische chemie, reactiekinetiek, wiskunde, natuurkunde en analytische chemie zoals bijvoorbeeld onderwezen in het bachelor-programma van de Universiteit Antwerpen.



    2. Eindcompetenties

    Polymeerchemie omvat de synthese en karakterisering van macromoleculen, met de nadruk op de bijzondere aspecten die voortkomen uit het feit dat we met lange moleculen te maken hebben. De (micro)structuur en eigenschappen van polymeren worden bepaald door het synthese-proces en het doel van de polymeerchemie is dit proces zo goed mogelijk te sturen. Het hoofddoel van dit vak is dat de student inzicht krijgt in de principes van de polymeerchemie, die kan toepassen bij het ontwerpen van polymeren met bepaalde structuren en de daarbij behorende eigenschappen en bij het sturen van polymerisatie-processen.
    A an het eind van deze cursus zal de student daarom bekend zijn met de belangrijkste begrippen uit de polymeerchemie en deze kunnen toepassen. Specifiek zal er van de student het volgende verwacht worden:
    - Keuzes maken m.b.t. polymerisatiemechanisme en polymerisatietechniek voor een bepaald monomeer, rekening houdend met de gewenste eigenschappen en toepassing van het gevormde polymeer.
    - Relaties kunnen leggen tussen polymerisatiecondities (mechanisme en techniek), molecuulgewichten, moleculaire microstructuur en eigenschappen.
    - Bekendheid met de belangrijkste karakteriseringstechnieken op het gebied van molecuulgewicht en chemische samenstelling.
    - Bekendheid met de belangrijkste mechanische en thermische eigenschappen van polymeren.
    - Bekendheid met de belangrijkste toepassingen van polymeren en polymere materialen.
     



    3. Inhoud

    Polymeerchemie is een multidisciplinair vak waarin verschillende aspecten uit de organische chemie, analytische chemie, natuurkunde en reaktiekinetiek gecombineerd worden.  In tegenstelling tot de klassieke organische chemie, waarbij het product meestal bestaat uit zuivere stof met een laag moleculair gewicht, wordt er in de polymeerchemie vrijwel altijd een mengsel gemaakt van moleculen van verschillende (hoge) moleculaire gewichten en vaak van verschillende samenstellingen of architecturen.  Deze verdelingen bepalen ook de uiteindelijke materiaaleigenschappen en slechts kleine veranderingen in de synthese kunnen leiden tot heel verschillende materialen.  Het sturen van de materiaaleigenschappen gebeurt daarom door de juiste combinatie van de reactanten en polymerisatiemechanisme (organische chemie) en de reactiecondities (kinetiek).  De belangrijkste typen polymeren en hun toepassingen zullen in dit college aan bod komen en de volgende polymerisatiemechanismen, met de bijbehorende reactiekinetiek en resulterende molecuulgewichtsverdelingen, zullen worden bestudeerd:  polycondensaties, radikaalpolymerisatie (met extra aandacht voor copolymerisaties, emulsiepolymerisatie en levende radikaalpolymerisatie), ionische polymersaties en katalytische polymerisaties (bestaande uit coördinatiepolymerisatie, ringopening polymerisatie, ROMP en enzymatische polymerisatie).  Aangezien de structuur van een polymeer sterk de eigenschappen bepaalt, zal er tijdens het college ook aandacht worden besteed aan de karakterisatie van polymeren, met de meeste nadruk op het bepalen van de gemiddelde molecuulgewichten en de molecuulgewichtsverdeling.  Hiertoe zal er een inleiding worden gegeven over het gedrag van polymeren in oplossingen, viscosimetrie, lichtverstrooingstechnieken en "size-exclusion chromatography".  De betekenis en bepaling van een aantal belangrijke mechanische en thermische eigenschappen van polymere materialen zullen ook kort aan bod komen.
     



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Oefeningensessies



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Open vragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Studieboek:  J .M.G. Cowie, V. Arrighi, Polymers: Chemistry and Physics of Modern Materials, 3rd Ed., CRC Press, Boca Raton: 2008.  ISBN-13: 978-0-8493-9813-1.
    Collegesheets  (Taal: Engels)
    Alle door de docent uitgereikte materialen  (Taal: Engels)


    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Andere goede boeken over polymeerchemie zijn de volgende:
    - G. Odian, Principles of Polymerization, 4th Ed., Wiley, Hoboken: 2004. (waarschijnlijk beste boek over polymerisatie-chemie, geen karakterisatie of fysica)
    - H.R. Allcock, F.W. Lample, J.E. Mark, Contemporary Polymer Chemistry, 3rd Ed., Pearson Education International, UpperSaddleRiver: 2003. (goed boek, vooral met betrekking tot eigenschappen en toepassingen)
    - G. Challa, A.J. Schouten, K. Loos, Inleiding in de Polymeerchemie, Rijksuniversiteit Groningen, ISBN 90-902-0071-1  (geschreven in het Nederlands)
    Goed boek over polymeerfysica: L.H. Sperling, Introduction to Physical Polymer Science, 4th Ed., Wiley, Hoboken: 2006



    7. Contactgegevens en begeleiding

    Tot nader bericht:
    Dr.ir. Hans Heuts
    Capaciteitsgroup Polymeerchemie
    Faculteit Scheikundige Technologie
    Technische Universiteit Eindhoven
    Postbus 513
    5600 MB Eindhoven, NEDERLAND
    e-mail : j.p.a.heuts@tue.nl

    (+)laatste aanpassing: 26/09/2011 16:27 jan.vos  

    Toegepaste katalyse
    Studiegidsnr:2001WETTKA
    Vakgebied:Chemie
    Semester:1e semester
    Contacturen:25
    Studiepunten:4
    Studiebelasting:112
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Pegie Cool
    Vera Meynen
    Philip Buskens

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    Passieve beheersing van :
    • Engels
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

    Notie hebben van de basisbegrippen van:
    Microsoft Word, Powerpoint
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    De basischemie organisch/ anorganisch (chemische bindingen, thermodynamica, kinetica, complexchemie) dient gekend.


    2. Eindcompetenties

    Deze cursus draagt bij tot het realiseren van de volgende doelstellingen van de Masteropleiding Chemie: M1, M4, M5, M6, M7, M8, M9, M10; M1O&B, M2O&B, M4O&B, M8O&B

     

    Verder moeten de studenten na het volgen van dit opleidingsonderdeel: 

     

    voor Partim I (katalyse):

    - de basisbegrippen met betrekking tot de activiteit, selectiviteit en stabiliteit van katalysatoren kennen

    - de verschillende reactiemechanismen bij heterogene katalyse kunnen formuleren

    - voor een gegeven katalytische reactie de verschillende reactiestappen kunnen onderscheiden en uitleggen

    - de verschillende aspecten die aan bod komen bij de aanmaak en formulering van katalysatoren en katalytische processen kunnen uitleggen

    - het onderscheid tussen de verschillende eigenschappen van heterogene, homogene en biokatalysatoren kunnen uitleggen en verschillen en overeenkomsten aangeven 

    - creatief en zelfstandig (in groepsverband) de eerste stappen in het ontwikkelingsproces van een katalysator te doorlopen

     

    voor Partim II (toegepaste katalyse):

    - kennis hebben van de belangrijkste basisreacties uit de industriële chemie

    - inzicht hebben in het toepassen van gekatalyseerde processen op industriële schaal

    - de belangrijkste factoren die een rol spelen in het productieproces (energetische factoren; rol en inbinding van de katalysator in het proces) kunnen toelichten




    3. Inhoud

    Het opleidingsonderdeel Toegepaste katalyse omvat twee partims.

    Partim I “Katalyse” (P. Cool, V. Meynen, 2 sp) omvat de algemeen theoretische aspecten bij gekatalyseerde chemische processen; relevante definities m.b.t. activiteit, selectiviteit en stabiliteit worden besproken om een verantwoorde katalysatorkeuze te kunnen maken voor diverse chemische processen; thermodynamische en kinetische aspecten gekoppeld aan het reactiemechanisme, algemene katalytische eigenschappen van heterogene gekatalyseerde reacties m.b.t. het katalytisch actief element, de aard, de rol, en de optimalisatie van het dragermateriaal. In een laatste hoofdstuk wordt een vergelijk gemaakt in eigenschappen tussen heterogene, homogene en biokatalysatoren.

     

    Partim II omvat “Chemie van industriële processen” (Ph. Buskens, 2 sp). Doel van dit onderdeel is inzicht te verkrijgen in de toepassingen van de katalyse in industriële processen. Aan de hand van de belangrijkste basisreacties uit de industriële chemie wordt, opbouwend op de cursus “katalyse”, de praktische toepassing van katalysatoren uitgewerkt. Belangrijke aspecten hierbij zijn de rol en de inbinding van de katalysator in de rest van het produktieproces naast de energetische facetten van het produktieproces. Verder wordt de belangrijke rol die katalysatoren spelen in de duurzame ontwikkeling van de chemische industrie toegelicht.

     

    Op het einde van het semester (in december) wordt in het kader van dit opleidingsonderdeel een bedrijfsbezoek gepland aan de site van BASF, Antwerpen.




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Casussen: In groep

  • Excursie


    5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Open vragen

  • Permanente evaluatie:
  • Casussen
  • Medewerking tijdens de contactmomenten


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Nederlandstalige cursussen voor de twee partims worden ter beschikking gesteld via de cursusdienst.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    C.H. Bartholomew, R.J. Farrauto, Fundamentals of Industrial Catalytic Processes, Wiley New Jersey (2006)




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Lesgevers Partim I: 

    Prof. Dr. Pegie Cool, Prof. V. Meynen

    Departement Chemie, Onderzoeksgroep Adsorptie en Katalyse

    Universiteit Antwerpen (CDE), lokalen B2.22 en B2.08

    Universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk,

    E-mail: pegie.cool@ua.ac.be; vera.meynen@ua.ac.be

    Website http://ua.ac.be/ADSKAT/

    Lesgever partim II:

    Dr. Philip Buskens, BASF (E-mail: philip.buskens@basf.com)


    (+)laatste aanpassing: 02/08/2012 13:24 jan.vos  

    Chemische proceskunde
    Studiegidsnr:2001WETPRK
    Vakgebied:Chemie
    Semester:1e semester
    Contacturen:40
    Studiepunten:5
    Studiebelasting:140
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Herman Baets

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Passieve beheersing van :
    • Nederlands
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    De basischemie organisch/ anorganisch (chemische bindingen, thermodynamica, kinetica, complexchemie) dient gekend.  De basiskennis van thermodynamica en fysica is een noodzaak



    2. Eindcompetenties

    Deze cursus draagt bij tot het realiseren van de volgende doelstellingen van de Masteropleiding Chemie: M2, M4, M5, M7, M12; M1O&B, M3O&B, M9O&B.

     

    Verder wordt na het volgen van dit opleidingsonderdeel verwacht van de studenten dat ze: 

     

    - kennis hebben van de basisbegrippen van de procestechnologie

    - kennis hebben van de courant gebruikte schema’s uit de chemische industrie

    - inzicht hebben in het ontwerp en de opbouw van chemische productie-installaties

    - inzicht hebben in het procesontwerp zelf, als een keten van logisch verbonden unit operations

    - inzicht hebben in de praktische uitvoering van de unit operations (onder de vorm van oefeningen)




    3. Inhoud

    Dit opleidingsonderdeel wordt gedoceerd door Dr.ir.H. Baets (BASF). Het doel van de cursus is, vanuit de klassieke chemie de brug te slaan naar de chemische procestechnologie. In dit pakket wordt meer inzicht verworven over het ontwerp en de opbouw van chemische productie-installaties.  De nadruk ligt op de unit operations als bouwstenen, inclusief het fysisch voorkomen in de industrie.

    De cursus is opgedeeld in een aantal grotere blokken:

    - Basisbegrippen, waarin o.a. een aantal typische kengetallen worden toegelicht evenals de invloedsfactoren die in de chemische industrie mede een rol spelen

    - Het procesontwerp zelf, als een keten van logisch verbonden unit operations.  In dit blok komen de courant gebruikte schema’s uit de chemische industrie aan bod (P&ID, PFD, …) evenals de daarbij horende symboliek.

    - De unit operations zelf, waarin een aantal frequent voorkomende unit operations worden toegelicht.  Hier komen zowel de theoretische aspecten als de praktische uitvoering aan bod.

    - De transportmiddelen om de unit operations met elkaar te verbinden, inclusief de veiligheidsaspecten die hierbij aan bod komen.

     

    Tijdens dit opleidingsonderdeel is er een bedrijfsbezoek gepland aan BASF (tevens kaderend in het opleidingsonderdeel "Toegepaste katalyse", onder leiding van Dr. Ph. Buskens, Dr. H. Baets en Prof. P. Cool)




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Oefeningensessies

  • Eigen werk:
  • Oefeningen

  • Excursie


    5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Open boek
  • Open vragen

  • Permanente evaluatie:
  • Oefeningen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Cursus (aangevulde PPT slides) wordt ter beschikking gesteld via de cursusdienst.

    Eigen nota's. 



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    In de cursus worden een aantal boekwerken als facultatief studiemateriaal/researchmateriaal vermeld./


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Dr. ir. Herman Baets, BASF (E-mail: herman.baets@basf.com), vanaf 1/9/2012: herman.baets@telenet.be


    (+)laatste aanpassing: 02/08/2012 13:16 jan.vos  

    Automatisatie en upscaling
    Studiegidsnr:2001WETAUP
    Vakgebied:Chemie
    Semester:1e semester
    Contacturen:20
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Jan Verschaeren

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    De basischemie organisch/ anorganisch (chemische bindingen, thermodynamica, kinetica, complexchemie) dient gekend.


    2. Eindcompetenties

    Na het volgen van dit opleidingsonderdeel wordt van de studenten verwacht dat ze: 

     

    voor het Partim opschaling:

    - kennis hebben van de essentiële verschillen tussen een synthese op laboschaal en een opgeschaald proces

    - inzicht hebben in de manier waarop de synthese van API’s (Active Pharmaceutical Ingredients) wordt ontwikkeld tot een proces dat op ton-schaal kan worden toegepast.

    voor het Partim procesautomatisatie:

    - inzicht hebben in de verschillende concepten, systemen en apparaten die gebruikt worden voor de industriële procesautomatisering.

    - kennis hebben van de moderne procescomputersystemen (hardware en software)

    - kennis hebben van de verschillende methoden om een industrieel proces te visualiseren

     




    3. Inhoud

    Het opleidingsonderdeel "Automatisatie en opschaling" omvat twee onderdelen:

     

    Partim “Procestechnologie: opschaling” (1 sp). Dit onderdeel wordt gedoceerd door Dr. M. Guillaume, ir. T. Spittaels en ir. B. De Witte. De student verwerft een algemeen inzicht in de manier waarop de synthese van API’s (Active Pharmaceutical Ingredients) wordt ontwikkeld tot een proces dat op ton-schaal kan worden toegepast. De essentiële verschillen tussen een synthese op laboschaal en een opgeschaald proces worden uitgelegd: vergelijking met literatuurgegevens, keuze van solvent, reagentia, katalysatoren, reactieparameters. Bepaling van ideale condities voor work-up, bekomen van gewenst product in ad hoc vorm (oplossing of kristallijne vorm), procescontrole en eindanalyse, ...Verschillen tussen operaties op kleine/grote schaal en impact op de efficiëntie van processen.

     

    Partim “Automatisering” (2 sp) wordt gedoceerd door ir. Jan Verschaeren. De doelstelling is een inzicht te geven in de verschillende concepten, systemen en apparaten die gebruikt worden voor de industriële procesautomatisering. De opbouw van concrete automatiseringsloops wordt, aan de hand van echte praktijkvoorbeelden, toegelicht. Zo worden, naast de belangrijke meettechniek, ook de regeltechniek en de stuurtechniek uitvoerig behandeld. Moderne processen worden bestuurd door complexe procescomputersystemen. De opbouw hiervan, zowel wat de hardware als de software betreft, is een essentieel deel van de cursus. De methoden om een proces te visualiseren, met hun mogelijkheden en problemen worden eveneens behandeld. Tot slot komt ook de procesveiligheid aan bod.

    Tijdens dit opleidingsonderdeel is er een bedrijfsbezoek gepland aan Johnson&Johnson (kaderend in het partim opschaling), onder leiding van Prof. B. Maes en Dr. M. Guillaume. Tevens is er in het kader van het partim 'automatisering' een bedrijfsbezoek gepland aan BASF Antwerpen, onder leiding van ir. J. Verschaeren.




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Excursie


    5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Open vragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    -Volledige cursustekst met illustraties
    -Powerpoint die de essentie van de onderwerpen weergeeft
    -Oefeningen die jaarlijks verschillend zijn
     

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Geen


    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 20/09/2012 16:27 ingrid.swenters  

    Wetenschappelijk rapporteren
    Studiegidsnr:2001WETWER
    Vakgebied:Chemie
    Semester:2e semester
    Contacturen:25
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Frank Blockhuys

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    De student beschikt over alle basiskennis die tijdens de Bacheloropleiding werd aangeboden.



    2. Eindcompetenties

    De student kan zich op een efficiënte manier uitdrukken zowel over zijn specialisatie binnen de chemie als over de wetenschap in het algemeen. Hij is in staat dit te doen zowel voor een publiek van collega's uit hetzelfde vakgebied als voor een breed publiek bestaande uit niet-wetenschappers. Hij kan dit zowel schriftelijk als mondeling.



    3. Inhoud

    Deze cursus is gericht op het ontwikkelen van vaardigheden, enerzijds met betrekking tot het schrijven van een wetenschappelijke tekst voor verschillende soorten publiek, en anderzijds met betrekking tot het overtuigend mondeling presenteren van deze informatie. Hiervoor worden een vijftal schrijfopdrachten uitgevoerd. Door het analyseren van gespecialiseerde wetenschappelijke literatuur (analyseopdracht) krijgen de studenten inzicht in het wordingsproces van een artikel. De vaardigheden die vereist zijn om overtuigend mondeling presentaties te geven worden aangeleerd m.b.v. een peer-review systeem waarin de studenten elkaar evalueren (presentatie-opdracht). Een belangrijk aandachtspunt bij dit alles is de ontwikkeling van een aangepast taalgebruik.




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Opdrachten


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Studiemateriaal is te bekomen op www.ua.ac.be/structuurchemie onder Education/Ma1 Chemie.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Frank Blockhuys
    Campus Drie Eiken
    Gebouw C, 2e verdieping
    Lokaal 2.06
    03.265.23.65
    frank.blockhuys@ua.ac.be
    (+)laatste aanpassing: 30/01/2012 16:26 jan.vos  

    Medicinale chemie
    Studiegidsnr:2001WETMCH
    Vakgebied:Chemie
    Semester:2e semester
    Contacturen:25
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Koen Augustyns

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    De cursus "inleiding tot de medicinale chemie en geneesmiddelenontwikkeling" veronderstelt een grondige theoretische en praktische voorkennis van de chemie, vooral algemene en organische chemie. Verder moet er een zekere voorkennis bestaan van biochemie.




    2. Eindcompetenties

    Medicinale Chemie is een chemische discipline met aspecten van biologische, medische en farmaceutische wetenschappen. Het omvat onderzoek naar, design van, en bereiding van biologisch actieve moleculen, de studie van hun metabolisme, de interpretatie van hun werkingsmechanisme op moleculair niveau en het opstellen van een structuur-activiteitsrelatie. Het is dan ook een belangrijke discipline binnen het ontwikkelingsproces van een nieuw geneesmiddel.

    De eindtermen van deze cursus zijn de volgende:

    • De student heeft kennis van en inzicht in de farmacodynamische en farmacokinetische eigenschappen van geneesmiddelen die bijdragen aan hun werking.
    • De student heeft kennis van en inzicht in het proces van onderzoek en ontwikkeling naar nieuwe geneesmiddelen.
    • De student kan aan de hand van de scheikundige structuur en de fysicochemische eigenschappen van een molecule voorspellingen doen over de farmacodynamische en farmacokinetische eigenschappen.



    3. Inhoud

    Farmacodynamie en farmacokinetiek: Enzymen, receptoren en nucleïnezuren als geneesmiddeldoelwitten, interacties tussen geneesmiddel en doelwit, invloed van de scheikundige structuur op de farmacokinetische eigenschappen

    Geneesmiddelenonderzoek en -ontwikkeling: Doelwit onderzoek en validatie, "hit" en "lead" identificatie, "lead" optimalisatie (design, SAR, QSAR, verbetering van de farmacokinetische eigenschappen), ontwikkeling tot geneesmiddel (preklinische en klinische proeven, chemische en farmaceutische ontwikkeling)




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding
  • Gesloten boek
  • Open vragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    An Introduction to Medicinal Chemistry, third edition, Graham L. Patrick, Oxford University Press, ISBN-10: 0-19-927500-9, ISBN-13: 978-0-19-927500-7 (te bekomen via cursusdienst).



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Een afgeprinte versie van de handouts van de powerpointpresentatie die gegeven wordt in de les kan bekomen worden via de cursusdienst.




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Koen.Augustyns@ua.ac.be


    (+)laatste aanpassing: 02/02/2012 20:21 koen.augustyns  

    Module Onderwijs

    Verplichte opleidingsonderdelen (18 SP)
    Semester 1=12 sp en semester 2=6 sp

    Inleiding in de didactiek
    Studiegidsnr:6101OIWIDI
    Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
    Semester:1e semester
    Contacturen:18
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Wil Meeus
    Gilberte Verbeeck

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    De student dient minstens over de algemene eindcompetenties van een academische Bacheloropleiding te beschikken.




    2. Eindcompetenties

    De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen:

    • De beginsituatie van de lerende en de leergroep achterhalen;
    • Doelstellingen kiezen en formuleren;
    • De leerinhouden/leerervaringen selecteren;
    • De leerinhouden/leerervaringen structureren en vertalen in opdrachten;
    • Een aangepaste methodische aanpak en groeperingsvormen bepalen;
    • In teamverband leermiddelen kiezen en aanpassen;
    • Realiseren van een adequate leeromgeving;
    • Observatie/evaluatie voorbereiden;
    • Observeren/proces en product evalueren.

    De leraar als organisator

    • Een gestructureerd werkklimaat bevorderen;
    • Een soepel en efficiënt les- en/of dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning;
    • Op correcte wijze administratieve taken uitvoeren;
    • Een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de lerenden.

    Attitudes 

    • Leergierigheid;
    • Verantwoordelijkheidszin;
    • Flexibiliteit.



    3. Inhoud

    Volgende topics komen aan bod:

    • Motivatie voor het onderwijs;
    • De onderwijsopdracht: basiscompetenties en onderwijsvisie;
    • Didactisch referentiekader;
    • Lesvoorbereiding;
    • Beginsituatie;
    • Doelstellingen;
    • Leerinhouden;
    • Didactische evaluatie;
    • Didactische werkvormen;
    • Klasopstelling: groepering en klasschikking;
    • Onderwijsleermiddelen;
    • Leerprocessen.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Meeus W. (2012). Didactisch referentiekader. Handleiding bij de lesvoorbereiding. Leuven: Acco.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Zie Blackboard


    7. Contactgegevens en begeleiding

    Titularis: Prof.dr.Wil Meeus: wil.meeus@ua.ac.be
    Assistent: Mevr. Gilberte Verbeeck: gilberte.verbeeck@ua.ac.be

    (+)laatste aanpassing: 23/03/2012 16:30 wil.meeus  

    Didactiek natuurwetenschappen basis
    Studiegidsnr:6232OIWNAT
    Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
    Semester:1e semester
    Contacturen:18
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Annie Pinxten

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Eindcompetenties van academische bacheloropleiding

    Uitstekende domeinspecifieke kennis

    Correct taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk





    2. Eindcompetenties

    Aansluitend bij de basiscompetenties van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering:
    http://www.onderwijs.vlaanderen.be/nieuws/2007p/0420-basiscompetenties.htm
    Er zal vooral gewerkt worden aan volgende competenties:
    • Typefunctie 1 : de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
      1. De beginsituatie van de leerlingen en de leergroep achterhalen
      2. Doelstellingen kiezen en formuleren
      3. Leerinhouden en leerervaringen selecteren
      4. Leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten
      5. Aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen
      6. Individueel en in teamverband leermiddelen kiezen en aanpassen
      7. Realiseren van een krachtige leeromgeving, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep
      8. Observatie en evaluatie voorbereiden, individueel en indien nodig in team
      9. Proces en product evalueren met het oog op bijsturing, remediëring en differentiatie
      1. Leer- en ontwikkelingsproces adequaat begeleiden in Standaardnederlands, rekening houdend met het taalbeheersingsniveau van de leerlingen
      1. Leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten vanuit een vakoverschrijdende invalshoek

      • Typefunctie 3 : de leraar als inhoudelijk expert

        1. Domeinspecifieke kennis en vaardigheden beheersen, verbreden en verdiepen
        2. Verworven domeinspecifieke kennis en vaardigheden aanwenden
        3. Het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op begeleiding en oriëntering van de leerlingen
      • Typefunctie 4 : de leraar als organisator
        1. Een gestructureerd werkklimaat bevorderen
        2. Een soepel en efficiënt les- en dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning
        3. Op correcte wijze administratieve taken uitvoeren
      • Typefunctie 5 : de leraar als innovator - de leraar als onderzoeker
        1. Vernieuwende elementen aanwenden een aanbrengen
        2. Kennisnemen van toegankelijke resultaten van onderwijsonderzoek die relevant zijn voor de eigen praktijk
        3. Het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen
      • Typefunctie 7 : de leraar als lid van een schoolteam

             2.   Binnen het team over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven
             3.  De eigen pedagogische en didactische opdracht en aanpak in team bespreekbaar maken
             5.  In Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam
        • Typefunctie 9 : de leraar als lid van de onderwijsgemeenschap

                       1.   Deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijskundige thema's
        Algemene doelstellingen
        Kennis
        De studenten kunnen:
          • hedendaagse inzichten en concepten van wetenschapsdidactiek omschrijven;
          • het model van didactische analyse dat start bij de doelstellingen en eindigt bij de evaluatie weergeven
          • het vak (natuur)wetenschappen situeren in het secundair onderwijs;
          • omschrijven wat beoogd wordt met de gemeenschappelijke eindtermen natuurwetenschappen en met de vakoverschrijdende eindtermen;
          • toelichten welke didactische werkvormen en leermiddelen ingezet kunnen worden bij het vormgeven van een krachtige leeromgeving.




        Vaardigheden

        De studenten kunnen:
            • op een didactisch verantwoorde wijze een theorieles (natuur)wetenschappen voorbereiden, waarbij aandacht besteed wordt aan het:
            • verwerken van inzichten vanuit leertheoretisch oogpunt doorheen de diverse lesfasen,
            • inschatten van de beginsituatie,
            • uitschrijven van operationele doelstellingen,
            • kiezen van leerinhouden;
            • aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen;
            • hanteren van een didactisch verantwoorde opbouw,
            • kiezen van geschikte didactische werkvormen en leermiddelen in functie van de fase in het leerproces,
            • uitwerken van de gekozen didactische werkvormen;
            • (eventueel) verantwoord integreren van ICT;
            • kiezen van geschikte evaluatievormen in functie van de vooropgestelde doelstellingen.
            • een schoolboek beoordelen;
            • (nieuwe) media gepast hanteren.
            • reflecteren over ervaringen die ze opdoen in het kader van vaardigheidsessies omtrent hun didactisch handelen en dit op basis van de F(ricties),R(eflecteren), E(xpliciteren), D(oen)-spiraal.

        Attituden

        De studenten ontwikkelen beslissingsvermogen (A1(*)), kritische ingesteldheid (A3), leergierigheid (A4), organisatievermogen (A5), zin voor samenwerking (A6), verantwoordelijkheidszin (A7), creatieve gerichtheid (A8) en flexibiliteit (A9).

        (*): attitudes vanuit de basiscompetenties van de leraar.




        3. Inhoud

        De Didactiek Natuurwetenschappen basis tezamen met de Didactiek Biologie, Chemie of Fysica vormt één geheel. Hierbij wordt, vanuit een spiraalvormige ordening van leerinhouden, gewerkt aan de nodige competenties om op een didactisch verantwoorde wijze een les wetenschappen voor te bereiden en te geven. Vandaar dat sommige competenties, alsmede de inhouden die daaraan gekoppeld worden, aan bod komen in beide modules. De basismodule behandelt die inhouden die gemeenschappelijk zijn voor de drie natuurwetenschappen Biologie, Chemie en Fysica. De uitbreidingsmodules zorgen echter voor de nodige verdieping en verbreding binnen een specifieke vakdidactiek. Leren wordt in beide modules steeds gezien als het actief verwerken van aangeboden informatie tot nieuwe kennis, en dit op basis van voorkennis. De implicaties van deze visie voor het onderwijs van exacte vakken loopt als een rode draad doorheen de diverse onderdelen van cursus.

        Volgende topics komen aan bod:
        1. Het leren van wetenschappen: resultaten en inzichten van onderwijsonderzoek m.b.t. het leren van en de instructie in wetenschappen
        2. Visie op het onderwijs (natuur)wetenschappen in Vlaanderen
        3. Bepalen van leerinhouden
          1. Eindtermen, met bijzondere aandacht voor de gemeenschappelijke en de specifieke eindtermen natuurwetenschappen, en voor de vakoverschrijdende eindtermen
          2. Leerplannen – Ordening van leerinhouden
          3. Opbouw van een jaarplan – Keuze van leerinhouden
          4. Schoolboeken: criteria voor de keuze en de beoordeling van een schoolboek
        4. Doelstellingen
          1. Taxonomieën, i.h.b. classificatie van doelstellingen op basis van de kennissoorten binnen wetenschappen
          2. Formuleren van doelstellingen
        5. Concretisering van didactische werkvormen binnen wetenschappen
          1. Doceren – OLG – Klasgesprek
          2. Discussievormen
          3. (Digitaal) vertellen
          4. Maken van een presentatie, affiche, tentoonstelling
          5. Procesgerichte instructie
        6. Het maken van een lesvoorbereiding
        7. ICT en nieuwe media
          1. Cognitieve Belasting Theorie
          2. Implicaties van de CBT voor het ontwikkelen van leeromgevingen met ICT en nieuwe media
          3. Plaats van ICT in het onderwijs wetenschappen
          4. Gebruik van (nieuwe) media in het onderwijs wetenschappen (Transparanten, SmartBoard, …)
        8. Evalueren
          1. Formele toetsen – Productevaluatie
            1. Soorten
            2. Opstellen van formele toetsen – Vraagniveau
            3. Afname en corrigeren van toetsen
          2. Procesevaluatie
            1. Evalueren van vaardigheden, attitudes en Begeleid Zelfstandig Leren
            2. Schaal van Attitudemeting voor labo’s

        Aangezien het ontwikkelen van vaardigheden als één van de belangrijkste doelstellingen van de module gezien wordt, wordt tijdens de lessen van de studenten een actieve inbreng verwacht: leesopdrachten voor thuis, werken aan opdrachten in kleinere groepen, vaardigheidsoefeningen, deelname aan groepsdiscussies, ….
        Omdat aanwezigheid tijdens de lessen vereist is, is het niet mogelijk om voor dit onderdeel in te schrijven onder de vorm van een examencontract.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      1. Hoorcolleges
      2. Werkcolleges
      3. Vaardigheidstrainingen

      4. Eigen werk:
      5. Opdrachten:Individueel
      6. Opdrachten:In groep

      7. Portfolio


        5. Evaluatievormen

        Examen:
      8. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
      9. Gesloten boek
      10. Open boek

      11. Permanente evaluatie:
      12. Oefeningen
      13. Opdrachten

      14. Portfolio:
      15. zonder mondelinge toelichting


      16. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Syllabus en powerpointpresentaties beschikbaar gesteld op blackboard.


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Handboeken (natuur)wetenschappen secundair onderwijs.



        7. Contactgegevens en begeleiding

        Vaktitularissen:

        Prof. Dr. Rianne Pinxten (annie.pinxten@ua.ac.be), tel.: 03 265 22 92, lokaal D.B.0.25 en D.C.1.26


        (+)laatste aanpassing: 21/09/2012 16:18 annie.pinxten  

        Didactiek chemie
        Studiegidsnr:6234OIWCHE
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:1e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Annie Pinxten
        Inge Janssens

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Eindcompetenties van een academische bachelor.
        Uitstekende domeinspecifieke kennis.
        Correct taalgebruik, zowel mondeling als schriftelijk.
        Aangezien de Didactiek Chemie parallel loopt met de Didactiek Natuurwetenschappen zullen competenties aangebracht binnen de Didactiek Natuurwetenschappen aangewend en uitgebreid worden in de Didactiek Chemie.


        2. Eindcompetenties

        Aansluitend bij de basiscompetenties van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering:
        http://www.onderwijs.vlaanderen.be/nieuws/2007p/0420-basiscompetenties.htm
        Er zal vooral gewerkt worden aan volgende competenties:
        • Typefunctie 1 : de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
          1. De beginsituatie van leerlingen en de leergroep achterhalen
          2. Doelstellingen kiezen en formuleren
          3. Leerinhouden en leerervaringen selecteren
          4. Leerinhouden structureren en vertalen in leeractiviteiten
          5. Aangepaste werkvormen en groeperingsvormen bepalen
          6. Individueel en in teamverband leermiddelen kiezen en aanpassen
          7. Realiseren van een krachtige leeromgeving, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep
          8. Observatie en evaluatie voorbereiden, individueel en indien nodig in team
          9. Proces en product evalueren met oog op bijsturing, remediëring en differentiatie

           11.   Leer- en ontwikkelingsproces adequaat begeleiden in Standaardnederlands, rekening houdend met het taalbeheersingsniveau van  de leerlingen
           13. Stimuleren van leer- en ontwikkelingsprocessen vanuit een vakoverschrijdende invalshoek
        • Typefunctie 2 : de leraar als opvoeder
          1. In overleg een positief leefklimaat creëren voor de leerlingen in klasverband en op school
          1. Actuele maatschappelijke ontwikkelingen hanteren in een pedagogische context
        • Typefunctie 3 : de leraar als inhoudelijk expert
          1. Domeinspecifieke kennis en vaardigheden beheersen, verbreden en verdiepen
          2. De verworven domeinspecifieke kennis en vaardigheid aanwenden
          3. Het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod met het oog op begeleiding en oriëntering van de leerlingen
        • Typefunctie 4 : de leraar als organisator
          1. Een gestructureerd werkklimaat bevorderen
          2. Een soepel en efficiënt les- en dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning
          3. Op correcte wijze administratieve taken uitvoeren
          4. Een stimulerende en werkbare klasruimte creëren, rekening houdend met de veiligheid van de leerlingen
        • Typefunctie 5 : de leraar als innovator - de leraar als onderzoeker
          1. Vernieuwende elementen aanwenden en aanbrengen
          2. Kennisnemen van toegankelijke resultaten van onderwijsonderzoek die relevant zijn voor de eigen praktijk
          3. Het eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen
        • Typefunctie 7 : de leraar als lid van een schoolteam
          1. Binnen het team over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven
          2. De eigen pedagogische en didactische opdracht en aanpak in team bespreekbaar maken
          1. In Standaardnederlands adequaat in interactie treden met alle leden van het schoolteam
        • Typefunctie 8 : de leraar als partner van externen
          1. Met behulp van collega's contacten leggen, communiceren en samenwerken met externe instanties die onderwijsbetrokken initiatieven aanbieden
          1. In Standaardnederlands adequaat in interactie treden met medewerkers van onderwijsbetrokken initiatieven
        • Typefunctie 9 : de leraar als lid van de onderwijsgemeenschap
          1. Deelnemen aan het maatschappelijk debat over onderwijskundige thema's
        • Typefunctie 10 : de leraar als cultuurparticipant
          1. Actuele thema's en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen rond het cultureel-wetenschappelijk domein.

         
        Algemene doelstellingen

        Kennis

        De studenten kunnen:

            • de plaats van en de visie op het vak chemie in het secundair onderwijs omschrijven;
            • weergeven wat beoogd wordt met de vakspecifieke eindtermen en leerplannen chemie
            • een geschikte instap voor een les chemie bepalen rekening houdend met de beginsituatie, de leerinhoud en de leerdoelen voor de betrokken les
            • toelichten welke vakdidactische werkvormen, concepten en leermiddelen ingezet kunnen worden bij het vormgeven van een krachtige leeromgeving voor chemie
            • omschrijven hoe een vaklokaal chemie minimaal dient ingericht te worden
            • aangeven wat de rol van taal is bij wetenschappelijke begripsvorming.


        Vaardigheden

        De studenten kunnen:
            • op een didactisch verantwoorde wijze een les chemie voorbereiden, waarbij aandacht besteed wordt aan het:
            • verwerken van inzichten vanuit leertheoretisch oogpunt doorheen de diverse lesfasen,
            • inschatten van de beginsituatie,
            • uitschrijven van operationele doelstellingen,
            • kiezen van leerinhouden;
            • aansluiten bij de actualiteit en de leefwereld van de leerlingen;
            • uitwerken van een geschikte instap rekening houdend met de beginsituatie, de leerinhoud en de leerdoelen van de betrokken les;
            • hanteren van een didactisch verantwoorde opbouw,
            • kiezen van geschikte vakdidactische werkvormen, concepten en leermiddelen in functie van de fase in het leerproces,
            • uitwerken van de gekozen vakdidactische werkvormen en concepten;
            • (eventueel) verantwoord integreren van ICT en nieuwe media;
            • kiezen van geschikte evaluatievormen in functie van de vooropgestelde doelstellingen.
            • reflecteren over ervaringen die ze opdoen in het kader van vaardigheids- en oefensessies omtrent hun didactisch handelen en dit op basis van de F(ricties),R(eflecteren), E(xpliciteren), D(oen)-spiraal.

        Attituden

        De studenten ontwikkelen beslissingsvermogen (A1(*)), kritische ingesteldheid (A3), leergierigheid (A4), organisatievermogen (A5), zin voor samenwerking (A6), verantwoordelijkheidszin (A7), creatieve gerichtheid (A8) en flexibiliteit (A9).
        (*): attitudes vanuit de basiscompetenties van de leraar.




        3. Inhoud

        De Didactiek Natuurwetenschappen en de Didactiek Chemie vormen één geheel. Hierbij wordt, vanuit een spiraalvormige ordening van leerinhouden, gewerkt aan de nodige competenties om op een didactisch verantwoorde wijze een les chemie voor te bereiden en te geven. Vandaar dat sommige competenties, alsmede de inhouden die daaraan gekoppeld worden, aan bod komen in beide modules. De Didactiek Chemie zorgt echter voor de nodige verdieping en verbreding binnen de domeinspecifieke didactiek.
        Leren wordt in beide modules steeds gezien als het actief verwerken van aangeboden informatie tot nieuwe kennis, en dit op basis van voorkennis. De implicaties van deze visie voor het onderwijs van exacte vakken loopt als een rode draad doorheen de diverse onderdelen van cursus.

        Volgende topics komen aan bod:
        1. De plaats van en de visie op het vak chemie binnen het Vlaamse secundair onderwijs
        2. Bepalen van leerinhouden
          1. Vakgebonden eindtermen
          2. Leerplannen chemie
          3. Schoolboeken chemie
        3. Kiezen van de juiste instap
        4. Vakspecifieke didactische werkvormen
          1. Demonstratielabo’s en leerlingenpractica
            1. Plaats in het lesgebeuren
            2. Didactische aanpak
            3. Concrete experimenten
            4. Hulpmiddelen voor metingen en het bepalen van meetresultaten
            5. Experimenten met huis-, tuin- en keukenmateriaal
            6. Veiligheid en afvalverwijdering
          2. Groepswerk – projectwerk
          3. Probleemgestuurd leren in het chemieonderwijs
          4. Procesgerichte instructie in het chemieonderwijs
          5. Leren buiten de klas
            1. Excursie als didactische werkvorm
            2. Mogelijke excursieplaatsen in België
        5. Vakdidactische concepten
          1. Modellen – modelleren
          2. Analogieën
          3. Concept maps
          4. Tegenstrijdige gebeurtenissen
          5. Cartoons
          6. Misconcepties
          7. Voorbeeldoefeningen
        6. Didactische hulpmiddelen voor het onderwijs chemie
          1. Bronnen voor het construeren en stofferen van chemielessen
          2. De organisatie van het vaklokaal
          3. Leermiddelen
        7. ICT en nieuwe media
          1. Werken met applets
          2. Bruikbare websites
          3. Transparanten voor het chemieonderwijs
        8. De rol van taal in de wetenschappelijke begripsvorming

        Aangezien het ontwikkelen van vaardigheden als één van de belangrijkste doelstellingen van de module gezien wordt, wordt tijdens de lessen van de studenten een actieve inbreng verwacht: leesopdrachten voor thuis, werken aan opdrachten in kleinere groepen, vaardigheidsoefeningen, oefensessies, deelname aan groepsdiscussies, ….
        Omdat aanwezigheid tijdens de lessen vereist is, is het niet mogelijk om voor dit onderdeel in te schrijven onder de vorm van een examencontract.



        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      17. Hoorcolleges
      18. Werkcolleges
      19. Vaardigheidstrainingen

      20. Eigen werk:
      21. Opdrachten:Individueel
      22. Opdrachten:In groep

      23. Portfolio


        5. Evaluatievormen

        Permanente evaluatie:
      24. Oefeningen
      25. Opdrachten

      26. Portfolio:
      27. met mondelinge toelichting


      28. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Syllabus uitgedeeld tijdens de contactmomenten en gepubliceerd op Blackboard.

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Een belangrijke bron van aanvullend studiemateriaal wordt ongetwijfeld gevormd door de handboeken chemie voor het secundair onderwijs, en door basiswerken zoals:
        McMurry, J. & Fay, R. C. (2004). Chemistry. Upper Saddle River, N.J.: Pearson.
        Zumdahl, S.S. & Zumdahl, S.A. (2000). Chemistry. Boston: Houghton Mifflin.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        Titularis: Prof. Dr. Rianne Pinxten (annie.pinxten@ua.ac.be)

        Praktijkassistent: Inge Janssens (inge_janssens@yahoo.com)


        (+)laatste aanpassing: 20/09/2012 16:12 annie.pinxten  

        Oefenlessen
        Studiegidsnr:6400OIWOEF
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:1e semester
        Contacturen:36
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder credit- en examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Paul Janssenswillen
        Johan Deprez
        Rita Rymenans
        Wil Meeus
        Wouter Schelfhout
        Luc Braeckmans
        Annie Pinxten
        Mathea Simons
        Helma De Smedt
        Tom Smits
        Peter Visser

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
                    
                    - Eindcompetenties van een academische bacheloropleiding;
                    - Adequate taalvaardigheid in het Algemeen Nederlands, zowel mondeling als schriftelijk. 
         
        * De student moet de volgende opleidingsonderdelen afgewerkt hebben of gelijktijdig volgen met de oefenlessen: 

                    - Inleiding in de didactiek (6101OIWIDI); 
                    - Didactiek van de vakken die in de oefenlessen aan bod komen.


        2. Eindcompetenties

        De eindcompetenties sluiten aan bij de Basiscompetenties voor de leerkracht secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering en gegroepeerd volgens 10 functionele gehelen (http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13952#245903). Het gaat hierbij om eindcompetenties die een integratie van kennis, vaardigheden en attitudes veronderstellen.

        De competenties die prioritair aan bod komen tijdens de oefenlessen horen bij de volgende functionele gehelen:

        • De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen (functioneel geheel 1);
        • De leraar als inhoudelijk expert (functioneel geheel 3);
        • De leraar als organisator (functioneel geheel 4);
        • De leraar als innovator/onderzoeker (functioneel geheel 5).

        De attitudes die prioritair aan bod komen, zijn beslissingsvermogen, organisatievermogen en zin voor samenwerking.




        3. Inhoud

        In deze cursusinformatie worden alleen de belangrijkste principes beschreven. Voor meer informatie verwijzen we naar de Wegwijzer Oefenlessen in het Vademecum Praktijkcomponent (zie ook http://www.ua.ac.be/lerarenopleiding > Stage-informatie).

        Oefenlessen vormen de eerste kennismaking met de praktijk. De student krijgt een lesthema en bereidt individueel of in groep een les voor. Vervolgens geeft hij de les of een onderdeel ervan in een veilige omgeving, aan een beperkte groep van medestudenten of leerlingen/cursisten. Hij wordt hierbij intensief begeleid door de vakdidacticus en/of praktijkassistenten. Op die manier dragen de oefenlessen bij tot het inoefenen van welbepaalde onderwijsvaardigheden.

        Tijdens de oefenlessen leert de student eveneens gericht observeren, reflecteren over de les die hij gegeven heeft en inschatten hoe hij zelf overkomt. Aangezien het gaat om permanente training en evaluatie, is aanwezigheid en actieve inbreng tijdens alle oefenlessen vereist.

        De oefenlessen sluiten aan bij de vakdidactiek die de student volgt. Voor studenten die twee vakdidactieken volgen, worden de oefenlessen gelijkmatig verdeeld over de gekozen vakdidactieken. Concrete richtlijnen over en toelichting bij de invulling, opvolging en evaluatie van het opleidingsonderdeel Oefenlessen worden tijdens de colleges van de respectieve vakdidactieken gegeven.

         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      29. Oefeningensessies
      30. Vaardigheidstrainingen

      31. Eigen werk:
      32. Oefeningen
      33. Opdrachten:Individueel
      34. Opdrachten:In groep

      35. Portfolio


        5. Evaluatievormen

        Permanente evaluatie:
      36. Oefeningen
      37. Opdrachten
      38. Medewerking tijdens de contactmomenten

      39. Portfolio:
      40. zonder mondelinge toelichting


      41. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        • Wegwijzer Oefenlessen en richtlijnen van de vakdidacticus
        • Lesvoorbereidingsformulier
        • Observatieformulier
        • Lesreflectieformulier


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Wordt bepaald volgens de gevolgde vakdidactiek.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        (+)laatste aanpassing: 29/06/2012 16:56 rita.rymenans  

        Leerlingenbegeleiding
        Studiegidsnr:6102OIWLLB
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:2e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Elke Struyf
        Carlijne Ceulemans

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Geen specifieke voorkennis vereist.


        2. Eindcompetenties

        De eindcompetenties voor dit opleidingsonderdelen sluiten aan bij de basiscompetenties (kenniselementen, vaardigheden en attitudes) van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering:

         

        1. De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelprocessen (basiscompetenties 1.1, 1.7, 1.9, 1.10, 1.11, 1.12, 1.13)

        2. De leraar als opvoeder (basiscompetenties 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.5, 2.6, 2.7)

        6.  De leraar als partner van ouders (basiscompetenties 6.1, 6.2, 6.3, 6.4, 6.5, 6.6)

        7. De leraar als lid van een schoolteam (basiscompetenties 7.1, 7.3)  

        8. De leraar als partner van externen (basiscompetenties 8.1, 8.2, 8.3, 8.4)

        9. De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap (basiscompetenties 9.1, 9.2) 

         

        De attitudes die prioritair aan bod komen, zijn:

        relationale gerichtheid

        zin voor samenwerking

        -  verantwoordelijkheidszin

        -  flexibiliteit




        3. Inhoud

        Het opleidingsonderdeel 'Leerlingenbegeleiding' introduceert de studenten in dit brede domein.  Volgende kaders en thema's worden tijdens de contactsessies behandeld:

        • een geïntegreerde visie op leerlingenbegeleiding;
        • principes van het zorgcontinuüm in het onderwijs;
        • actuele ontwikkelingen op vlak van zorg in het Vlaamse Onderwijs (o.m. via resultaten van een grootschalig survey-onderzoek naar het zorgbeleid in Vlaamse scholen);
        • principes van handelingsgericht werken;
        • actief luisteren en gesprekstechnieken in functie van gesprekken voeren met leerlingen en ouders;
        • omgaan met diversiteit en leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften;
        • aanzetten tot reflectie omtrent het 'labelen' van jongeren in onderwijs;
        • de vakoverschrijdende eindtermen 'Leren leren' en 'Studiekeuzebegeleiding'.

         

         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      42. Hoorcolleges

      43. Eigen werk:
      44. Opdrachten:Individueel



      45. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      46. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
      47. Gesloten boek
      48. Meerkeuzevragen
      49. Open vragen


      50. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        De cursus bestaat uit 1) een boek en 2) een samengestelde cursus:

        Struyf, E., Adriaensens, S., & Verschueren, K. (2013). Geïntegreerde zorg op school. Een inspiratieboek voor de praktijk. Leuven/Antwerpen: Acco.

        Struyf, E. & Ceulemans, C. (2013). Leerlingenbegeleiding. Antwerpen: Universiteit Antwerpen. (te koop bij Universitas).



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Beschikbaar via blackboard.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        Carlijne Ceulemans, Venusstraat 35, lokaal 205, 2000 Antwerpen. Carlijne.Ceulemans@ua.ac.be


        (+)laatste aanpassing: 05/07/2013 16:04 carlijne.ceulemans  

        Inleefstage
        Studiegidsnr:6500OIWINL
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:2e semester
        Contacturen:0
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder credit- en examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Elke Struyf
        Wouter Brandt
        Ingrid Imbrecht

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands

        2. Eindcompetenties

        De eindcompetenties sluiten aan bij de basiscompetenties (kennis,vaardigheden en attitudes) van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering en gegroepeerd volgens 10 functionele gehelen. De basiscompetenties die prioritair aan bod komen tijdens de inleefstage horen bij de volgende functionele gehelen: 

        • De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen  
        • De leraar als opvoeder  
        • De leraar als organisator
        • De leraar als lid van een schoolteam  

        De attitudes die prioritair aan bod komen, zijn leergierigheid, organisatievermogen, verantwoordelijkheidszin en flexibiliteit.




        3. Inhoud


        In deze vakbeschrijving worden alleen de belangrijkste principes beschreven. Voor meer gedetailleerde informatie verwijzen we naar de Wegwijzer Inleefstage, in het Vademecum Praktijkcomponent.
         
        Tijdens de inleefstage maken de studenten kennis met een breed spectrum van activiteiten, inherent aan het leraarsberoep. Naast observatie van het lesgeven (micro-niveau) gaat aandacht naar activiteiten op het niveau van de school (meso-niveau) en hoe de school als organisatie omgaat met richtlijnen van de overheid (macro-niveau). Wanneer de studenten lessen observeren, is de invalshoek niet zozeer die van de eigen discipline, maar ligt de klemtoon op het opmerken van de interactie tussen leraar en leerlingen, van de leefwereld van de adolescent, enz. De studenten bestuderen ook de schoolcontext via bv. het schoolwerkplan, het beleid dat de school voert inzake leerlingenbegeleiding, het taalbeleid, het participatiebeleid van de school, enz. en dit vanuit de decretale richtlijnen terzake. De wegwijzer beschrijft de concrete opdrachten die je uitvoert tijdens deze stage.
         
        Studenten doorlopen hun inleefstage in een secundaire bso/tso school. De meerwaarde van de inleefstage ligt in de ervaringen die studenten opdoen in voor hen minder bekende onderwijs- en leersettings waardoor ze hun blik verruimen. Studenten lopen daarom geen inleefstage in een school waar ze zelf onderwijs genoten. Je wordt toegewezen aan een stageschool in functie van de beschikbaarheid van stagescholen en rekening houdend met een aantal eigen desiderata.

        De evaluatie van de inleefstage gebeurt aan de hand van een stagemap die bestaat uit een logboek, een syntheseverslag en enkele verplichte bijlagen.




        4. Werkvormen
        Eigen werk:
      51. Opdrachten:Individueel

      52. Stage


        5. Evaluatievormen

        Portfolio:
      53. zonder mondelinge toelichting


      54. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Wegwijzer Inleefstage (zie ook Vademecum Praktijkcomponent), inclusief overzicht van de opdrachten.   
         



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

         


        7. Contactgegevens en begeleiding

        Studenten kunnen terecht bij mevrouw Ingrid Imbrecht voor inhoudelijke vragen over dit opleidingsonderdeel. Met organisatorische vragen/problemen kunnen ze terecht bij de stagecoördinator.
        (+)laatste aanpassing: 15/06/2011 17:46 elke.struyf  

        Keuzeopleidingsonderdelen onderwijs: 1 te kiezen (3 SP)

        Begeleid zelfstandig leren
        Studiegidsnr:6301OIWBZL
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:2e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)- NNB

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De studenten hebben reeds een deel van de theoretische component van de specifieke lerarenopleiding gevolgd, waardoor ze de beginselen van het ontwerpen van een leeromgeving kennen en reeds toegepast hebben.


        2. Eindcompetenties

        Aansluitend bij de basiscompetenties van de leraar secundair onderwijs:
        • De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen;
        • De leraar als organisator;
        • De leraar als innovator.

        Attitudes:

        • Beslissingsvermogen;
        • Kritische ingesteldheid;
        • Organisatievermogen.
        De volgende competenties komen aan bod:
        • Ontwerpen van een leeromgeving waarin begeleid zelfstandig leren kan worden bewerkstelligd;
        • De leeractiviteiten van leerlingen begeleiden zodat ze inzicht verwerven in hun leerproces en er meer greep op krijgen;
        • De evaluatie van het ontwikkelingsproces van leerlingen integreren in de begeleiding.



        3. Inhoud

        De leerzelfstandigheid van leerlingen is het centrale thema. De studenten maken kennis met de concepten inzake begeleid zelfstandig leren en leren deze vertalen in concrete portfoliotoepassingen.


        4. Werkvormen
        Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


        5. Evaluatievormen

        Schriftelijk werkstuk:
      55. zonder mondelinge toelichting


      56. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        • Meeus, W. (Ed.). (2007). Portfolio als leermiddel. Een inspiratieboek voor lesgevers. Mechelen: Wolters Plantyn.

        • Meeus, W. (Ed.). (2010). Portfolio in het secundair onderwijs. Pilootprojecten uit de proeftuinen. Mechelen: Plantyn.



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Zie Blackboard


        7. Contactgegevens en begeleiding

        (+)laatste aanpassing: 21/08/2010 13:41 wil.meeus  

        Beleidsvoerend vermogen van scholen
        Studiegidsnr:6302OIWBVV
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:2e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Peter Van Petegem
        Wouter Brandt

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De studenten hebben een aantal competenties verworven die relevant zijn voor het bereiken van de voorgeschreven Basiscompetenties leraar secundair onderwijs, via de algemeen-didactische opo's en in de Inleefstage.




        2. Eindcompetenties

        Een aanzet geven tot de basiscomptenties voor de leraar secundair onderwijs, met name de leraar als
        - partner van ouders/verzorgers;
        - lid van een schoolteam;
        - partner van externen;
        - lid van de onderwijsgemeenschap.




        3. Inhoud

        De cursus omvat inleidende en werksessies aangaande de inbreng van alle participanten aan (aspecten van) het schoolbeleid, met inbegrip van interne en externe kwaliteitszorg, onderwijsinnovatie en documenten als schoolwerkplan (SWP) en schoolreglement (SR).

        Daartoe worden ervaringsmomenten ingebouwd waarbij kennis genomen kan worden van de visie van prominenten uit diverse beleids(ondersteunende) instanties.


        Een concrete casus dient te worden uitgewerkt ter peiling van de wijze waarop het vormgeven van resp. het participeren aan schoolbeleid in concreto tot stand kan/kunnen komen.



        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      57. Hoorcolleges
      58. Werkcolleges
      59. Vaardigheidstrainingen

      60. Eigen werk:
      61. Casussen: In groep
      62. Scriptie: Individueel
      63. Scriptie: In groep

      64. Portfolio
        Projectwerk:
      65. Individueel

      66. Projectwerk:
      67. In groep



      68. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      69. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
      70. Open boek
      71. Practicum

      72. Permanente evaluatie:
      73. Oefeningen
      74. Opdrachten
      75. Casussen
      76. Medewerking tijdens de contactmomenten

      77. Portfolio:
      78. zonder mondelinge toelichting


      79. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        - Vanhoof en Van Petegem (2006). Pei/ijlen naar succesvol schoolbeleid. Praktijkboek voor de beleidseffectieve school. Wolters/Plantyn. (verkrijgbaar bij ACCO, Prinsstraat).

        - Syllabus (print, verkrijgbaar bij cursusdienst Prinsesstraat) met de diverse sessiebundels, en daarenboven houdende:

                 - verplichte groepsopdracht en individuele keuzeopdrachten.

                 - een geactualiseerde reader.

        - Ondersteunende interactieve site via Bb (cf. supra).



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Cf. uitgebreide reader als bijlage bij syllabus; hinsts en links voor het vervullen van de keuzetaken via de knop "uitdieping" op Bb.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        wouter.brandt@ua.ac.be

         


        (+)laatste aanpassing: 04/06/2011 12:32 peter.vanpetegem  

        Volwasseneneducatie
        Studiegidsnr:6308OIWVED
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:2e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)David Gijbels
        Ingrid Imbrecht

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De cursus staat open voor alle SLO-studenten.


        2. Eindcompetenties

        De studenten krijgen inzicht op het brede veld van de volwasseneducatie (volwassenenonderwijs, arbeidsmarkt- en beroepsgerichte opleiding, sociaal- cultureel vormingswerk) en verwerven inzicht in de kenmerken van leren van volwassenen vanuit verschillende theoretische invalshoeken.




        3. Inhoud

        De studenten krijgen inzicht op het brede veld van de volwasseneducatie (volwassenenonderwijs, arbeidsmarkt- en beroepsgerichte opleiding, sociaal- cultureel vormingswerk) en verwerven inzicht in de kenmerken van leren van volwassenen vanuit verschillende theoretische invalshoeken:

        • deliberate practice (Erickson)
        • workplace curriculum (Billet)
        • transformational learning (Mezirow)
        • experiental learning (Kolb)
        • communities of practice (Lave and Wenger)
        • reflective practitioner (Schön)
        • systems thinking (Senge)
        • organisational learning (Argyris)
        • expansive learnign (Engeström)

         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      80. Hoorcolleges
      81. Werkcolleges

      82. Eigen werk:
      83. Opdrachten:Individueel
      84. Opdrachten:In groep
      85. Casussen: In groep

      86. Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


        5. Evaluatievormen

        Examen:
      87. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
      88. Gesloten boek

      89. Schriftelijk werkstuk:
      90. zonder mondelinge toelichting

      91. Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Boek: Theories of learning for the workplace: building blocks for training and development programs. Routledge


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        • DIVA (2003). Levenslang en levensbreed leren in Vlaanderen. Gegevens, ontwikkelingen en beleidsmaatregelen.  Leuven: Hoger Instituut voor de Arbeid.
        • Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (2005). Vlaanderen leert. Cijfers en beleidsontwikkelingen. Brussel: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
        • Van Valckenborgh, K., & Douterlunge, M. (2004). Flexibilisering van het volwassenenonderwijs in Vlaanderen: wens of werkelijkheid na het decreet van 1999? De positie en knelpunten van het volwassenenonderwijs in de context van levenslang leren.  Leuven: Hoger Instituut voor de Arbeid.
        • Mampuys, J. (red., 2007). Vorming in beweging. Heverlee: Sociale school.



        7. Contactgegevens en begeleiding

        (+)laatste aanpassing: 12/12/2012 11:34 ingrid.imbrecht  

        Vakoverschrijdende educaties
        Studiegidsnr:6310OIWVOE
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:2e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Peter Van Petegem
        Monique Sys

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        Relevante documentatie kunnen opzoeken.

        Documentatie kritisch kunnen interpreteren en beoordelen.

        Communicatief ingesteld zijn.

        Een eigen standpunt kunnen innemen en verdedigen ten aanzien van maatschappelijke thematieken.

        Basiskennis hebben over onderwijsbeleid.

        Basiskennis hebben van didactiek. 




        2. Eindcompetenties

        Vakoverschrijdende educaties beoogt de studenten competenties bij te brengen die inzetbaar zijn voor (1) vakoverschrijdend educaties en (2) educatie voor duurzame ontwikkeling. Dit houdt in:

        Actuele thema's en ontwikkelingen opvolgen en kritisch benaderen rond verschillende maatschappelijke domeinen: sociale, politieke, economische, levensbeschouwelijke, cultureel-esthetische, wetenschappelijke.

        Onderliggende verschillen in normen en waarden bespreekbaar kunnen maken.

        De eigen professionalisering bevorderen door zelfstudie, nascholing, interne en externe begeleiding.

        Kennis verwerven over educatie voor duurzame ontwikkeling, en deze kunnen toepassen in een vakoverschrijdend project.




        3. Inhoud

        Elke secundaire school heeft vanuit haar opvoedende taak de opdracht om mee te werken aan het ontwikkelen van maatschappelijk belangrijk geachte vaardigheden en attitudes bij leerlingen. Het stimuleren van milieusparend gedrag, het ontwikkelen van een positief zelfbeeld en respect voor andere, het stimuleren van autonomie en verantwoordelijkheid zijn waarden en attitudes die gedragen worden door o.a. de vakoverschrijdende eindtermen, zoals geformuleerd door het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Educatie voor Duurzame Ontwikkeling vormt de leidraad voor de colleges en de uitwerking van een vakoverschrijdend project op school.


        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      92. Hoorcolleges
      93. Oefeningensessies
      94. Werkcolleges

      95. Eigen werk:
      96. Opdrachten:Individueel
      97. Opdrachten:In groep

      98. Portfolio
        Projectwerk:
      99. In groep



      100. 5. Evaluatievormen

        Schriftelijk werkstuk:
      101. met mondelinge toelichting

      102. Portfolio:
      103. zonder mondelinge toelichting

      104. Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        presentaties en aanvullend studiemateriaal worden voorzien tijdens de cursus.

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        De bibliotheek bevat een ruim aanbod aan referentiewerken.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        monique.sys@ua.ac.be 

        UA/CDE-Instituut voor Milieu & Duurzame Ontwikkeling


        (+)laatste aanpassing: 05/02/2013 10:42 monique.sys  

        Leer- en denkprocessen
        Studiegidsnr:6305OIWLDP
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:2e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Peter Van Petegem
        Jan T'Sas

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        *Algemene competenties
        Geen specifieke voorkennis vereist




        2. Eindcompetenties

        Aansluitend bij de basiscompetenties van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse regering:
         
        Typefunctie 1: De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
        1.1. De beginsituatie van de leerlingen en de leerlingengroep achterhalen
        1.5 Een aangepaste methodische aanpak en groeperingvormen bepalen
        1.7 Realiseren van een krachtige leeromgeving
        1.10 Leer‑ en ontwikkelingsprocessen vanuit een vakoverstijgende invalshoek opzetten
         
        Typefunctie 3: De leraar als inhoudelijk expert
        3.1 Basiskennis beheersen en recente evoluties in verband met inhouden en vaardigheden uit de leergebieden/vakgebieden volgen en bevragen
        3.3 Het eigen vormingsaanbod situeren en integreren in het geheel van het onderwijsaanbod
         
        Typefunctie 5: De leraar als innovator – de leraar als onderzoeker
        5.1 Vernieuwende elementen aanwenden en aanbrengen
        5.2 Kennisnemen van de resultaten van onderwijsonderzoek
        5.3 Het eigen functioneren kunnen bevragen en bijsturen
         
        Attitudes:
        A5 Kritische ingesteldheid
        A6 Leergierigheid

         

        Algemene doelstellingen

         

        Kennis

         

        De studenten

        -          kunnen de kenmerken van leren volgens de constructivistische visie beschrijven;

        -          kunnen factoren benoemen die het leren bevorderen, resp. belemmeren;

        -          kunnen de kenmerken van de ‘moderne professional’ vertalen naar gewenste kenmerken van leren

        -          kunnen de diverse leerfactoren (leerverwachting, inzetbereidheid, bekwaamheid, leermogelijkheid) opnoemen;

        -          kunnen de componenten van vaardig leren beschrijven;

        -          kunnen de begrippen leeractiviteit, leerfunctie en leerstijl omschrijven;

        -          hebben inzicht in de leerstijltheorieën van D.Kolb en J.Vermunt;

        -          kunnen de samenhang tussen leerstijl en doceerstijl illustreren;

        -          kunnen diverse vormen van zelfwerkzaamheid onderscheiden (zelfstandig werken, zelfstandig samenwerken, zelfstandig leren, zelfverantwoordelijk leren);

        -          kennen diverse modellen die kenmerken van leren als uitgangspunt hanteren (het ladekastmodel, ontwikkelend onderwijs, metacognitieve instructie, VAARDIG-model);

        -          kennen de eindtermen ‘leren leren’ (en de uitgangspunten) voor de diverse graden van het secundair onderwijs;

        -          kunnen de verschillende fasen bij probleemoplossend denken opnoemen;

        -          kunnen diverse aspecten onderscheiden die bij de implementatie van de eindtermen ‘leren leren’ een rol spelen.

         

        Vaardigheden

         

        De studenten

        -          kunnen didactische consequenties koppelen aan de factoren die leren bevorderen, resp. belemmeren;

        -          kunnen een aantal didactische consequenties afleiden uit de kenmerken van leren volgens de constructivistische visie;

        -          kunnen didactische conclusies afleiden uit de kenmerken van de ‘moderne professional’ en de daaraan gekoppelde kenmerken van leren;

        -          kunnen didactische conclusies afleiden uit de diverse leerfactoren;

        -          kunnen didactische consequenties afleiden uit de componenten van vaardig leren;

        -          kunnen hun eigen leerstijl bepalen aan de hand van de onderzoeksinstrumenten van Kolb en Vermunt;

        -          kunnen hun eigen doceerstijl bepalen aan de hand van de Inventaris DoceerStijlen;

        -          kunnen op, basis van inzicht in de eigen leer- en doceerstijl, conclusies formuleren voor het eigen lesgedrag;

        -          kunnen didactische werkvormen kiezen in functie van de gewenste mate van zelfstandig leren van leerlingen (leerkrachtsturing, gedeelde sturing, zelfsturing);

        -          kunnen een les(voorbereiding) kritisch analyseren en/of opstellen aan de hand van een zelf gekozen didactisch-leerpsychologisch model;

        -          kunnen de eindtermen ‘leren leren’ voor het secundair onderwijs verbinden met begrippen uit de constructivistische visie op leren;

        -          kunnen didactische conclusies afleiden uit de kenmerken van probleemoplossend denken;

        -          kunnen een ontwerp maken voor een les waarin probleemoplossend denken gestimuleerd wordt;

        -          kunnen een kritische beoordeling formuleren bij een door een schoolteam gepresenteerde leerlijn ‘leren leren’, onder meer op basis van de belangrijke aspecten die een rol spelen bij de implementatie van vernieuwing op school.

         

        Attitudes

        De studenten ontwikkelen een kritische instelling tegenover de eigen opvattingen over leren;

        De studenten ontwikkelen een passie voor het eigen leren en het leren van leerlingen.

         

         




        3. Inhoud

        Volgende topics worden behandeld
        1.
        Didactische toepassingen van diverse ‘oudere’ leertheorieën
        Het eigen leren
        Kenmerken van leren (volgens de constructivistische visie) en didactische consequenties hiervan
        Leerfactoren
        De moderne professional (vlogens Kaldeway)
        2.
        Componenten van vaardig leren (kennisbestand, zoekstrategieën, metacognitieve kennis en vaardigheden, affectieve component)
        De concepten leertaak, leeractiviteit, leerfunctie, leerstijl
        De leerstijlentheorie van David Kolb
        De leerstijlentheorie van Jan Vermunt
        Instrument ILS (Inventaris Leerstijlen)
        3.
        Didactische modellen die leerpsychologische kenmerken als uitgangspunt hanteren:
        - Ladekastmodel (Crasborn & Henissen)
        - Ontwikkelend onderwijs (Van Parreren)
        - Metacognitieve instructie (Simons)
        - VAARDIG-model (Korthagen)
        Instrument IDS (Inventaris DoceerStijlen)
        4.
        De samenhang tussen leerstijl en doceerstijl en de didactische consequenties hiervan
        De krachtlijnen bij de eindtermen ‘leren leren’ voor het secundair onderwijs
        Overzicht van de eindtermen ‘leren leren’ voor het secundair onderwijs
        De constructivistische vise op leren als grondslag voor de eindtermen ‘leren leren’
        5.
        De implementatie van ‘leren leren’ op schoolniveau:
        - een conceptueel kader
        - visie, innovatievermogen, innovatiestrategie
        6.
        Presentatie door een schoolteam (onderwerp: implementatie van ‘leren leren’ op schoolniveau) gevolgd door een kritische bespreking
        7.
        Probleemoplossend denken:
        - Kenmerken van een ‘probleem’
        - Soorten problemen
        - Probleemoplossend denken
        o Overzicht van onderzoeksgegevens
        o Didactische begeleiding van probleemoplossend denken




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      105. Oefeningensessies
      106. Werkcolleges

      107. Eigen werk:
      108. Oefeningen
      109. Opdrachten:Individueel
      110. Opdrachten:In groep

      111. Portfolio


        5. Evaluatievormen

        Portfolio:
      112. zonder mondelinge toelichting


      113. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal



        Voor het uitvoeren van de portfolio-opdrachten:
        - apart aan te schaffen bundel met onderzoeksmateriaal en leesopdrachten
        Per sessie, via Blackboard:
        -  werkbundel met opdrachten
        -  handouts presentatieslides
        -  uitgebreide cursusinhoud (theoretische toelichting, doorverwijzing naar achtergrondliteratuur en interessante websites)

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



        7. Contactgegevens en begeleiding

        peter.vanpetegem@ua.ac.be

        jan.tsas@ua.ac.be

         

         


        (+)laatste aanpassing: 26/04/2012 14:10 jan.tsas  

        Filosoferen met jongeren en volwassenen
        Studiegidsnr:6312OIWFJV
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:2e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Luc Braeckmans
        Peter Visser

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

        • Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs

        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Passieve beheersing van :
        • Frans
        • Engels
        • Duits
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        Beschikken over een academische basisvorming met uitgesproken interesse voor fundamentele vorming voor en door het lerarenambt. Bereid zijn om in een open leercontext zo goed mogelijk gebruik te maken van rationele en kritische vermogens.




        2. Eindcompetenties

        Beschikken over de nodige vakdidactische kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes om:

        - op te treden als volwaardig filosofisch gespreksleider voor een groep leerlingen van de derde graad in ASO/TSO/BSO;

        - op te treden voor groepen in het kader van hogeschoolopleidingen van één cyclus (professionele bacheloropleidingen);

        - op te treden voor groepen in het kader van diverse bijzondere vormingsprogramma’s voor jongeren en volwassenen.






        3. Inhoud

        (Hernieuwde) kennismaking beleven met de eigenheid van de filosofische vraagstelling. Denkoefeningen uitvoeren (individueel, in duo’s en in groep) om de criteria te ontdekken bij het wijsgerig bevragen van mens en wereld. Problemen en vraagstukken analyseren die rijzen als gevolg van ons bestaan als mens door logisch argumenteren.

        Elk onderdeel van de standaardprocedure voor goed opgebouwde filosofische gesprekken uitdiepen en variaties kunnen aanbrengen:

        -          een bruikbaar onderzoeksplan kunnen opstellen;

        -          procedures kunnen hanteren om een filosofische openingsvraag te selecteren;

        -          gevarieerde en gepaste vragen kunnen stellen om het onderzoek verder te zetten;

        -          een groep subtiel kunnen ‘regisseren’ en breed evalueren (metagesprek);

        -          het verwerken van elk gesprek en aanzetten kunnen geven tot verder onderzoek;

        Verder ontwikkelen van interactieve werkvormen bij de aanzet, het verloop, de evaluatie en de verwerking van een filosofisch gesprek.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      114. Oefeningensessies
      115. Seminaries
      116. Werkcolleges
      117. Vaardigheidstrainingen

      118. Eigen werk:
      119. Oefeningen
      120. Opdrachten:Individueel
      121. Opdrachten:In groep
      122. Casussen: Individueel
      123. Casussen: In groep

      124. Portfolio


        5. Evaluatievormen

        Permanente evaluatie:
      125. Oefeningen
      126. Opdrachten
      127. Casussen
      128. Medewerking tijdens de contactmomenten

      129. Portfolio:
      130. zonder mondelinge toelichting


      131. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Klassevol filosoferen, Handboek voor leerkrachten (deel 4 uit de FMKJ- reeks uitgeverij Plantyn)

         

        Auteurs: Willy Poppelmonde, Danny Wyffels    m.m.v. Peter Visser, Diederik Vandendriessche

        ISBN-10: 9030192577  ISBN-13: 9789030192572 Prijs: 19,00 EUR

         

        Niveau:  

        academische (leraren)opleidingen (incl. hoger, secundair en basisonderwijs)

         

        Beschrijving:

        Dit vierde boekdeel is bestemd voor leraren en iedereen die geïnteresseerd is in het ‘zo goed mogelijk gebruik van de rede'. Het biedt noodzakelijke ondersteuning en achtergrond bij de drie andere delen en verwijst er ook regelmatig naar. Het bevat ook verschillende oefeningen en brengt een stimulerende wisselwerking tot stand tussen theorie en praktijk. Het zet je op weg om een bekwaam filosofisch gespreksleider te worden. Het kan gebruikt worden in lerarenopleidingen of voor zelfstudie.

        Inhoud:

        1 Wat is 'filosoferen'?
        2 Waarom filosoferen op school?
        3 Basisdidactiek van het filosoferen
        3.1 De rol en de houding van de gespreksleider
        3.2 De kunst van het vragen stellen
        3.3 De filosofische onderzoeksgroep
        3.4 Bijzondere doelgroepen
        3.5 Filosofische gesprekken evalueren
        4 Verdieping en uitbreiding van de didactiek
        5 De juiste plaats voor filosoferen?



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Alle beschikbare FMKJV-materiaal (zie o.a. Bibliotheek bij: http://www.filosoferen.eu/ ) met verwijzing naar diverse auteurs in binnen- en buitenland: Anthone/Mortier, Poppelmonde, van der Leeuw, Mostert, Heesen, Lipman, Matthews, Martens, Achenbach, Onfray, Brenifier, ...


        7. Contactgegevens en begeleiding

        - Titularis:

        Prof. dr. Luc Braeckmans, UA - 'Ten Prinsenhove', Koningstraat 8, BE - 2000 Antwerpen.

        T.: 00 - 32 (0)3 - 220 46 60.

        F.: 00 - 32 (0)3 - 220 46 52.

        E-mail: Luc.Braeckmans@ua.ac.be

         

        - M.m.v.:

        Assistent Peter Visser

        E-mail: Peter.Visser@ua.ac.be


        (+)laatste aanpassing: 15/06/2011 17:52 luc.braeckmans  

        Profileringsruimte

        voor optie 'Onderzoek' en 'Bedrijf en Maatschappij' 24 sp te kiezen
        voor optie 'Onderwijs' slechts 21 sp te kiezen en aan te vullen met 9 sp uit module onderwijs*

        * Mits indiening en goedkeuring van een gemotiveerd verzoek bij de onderwijscommissie kunnen de studenten ook ten belope van maximum 9sp keuzevakken kiezen uit het gehele aanbod aan opleidingsonderdelen van de AUHA-instellingen.

        (Parallel) Programmeren
        Studiegidsnr:2001WETPPR
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:60
        Studiepunten:6
        Studiebelasting:168
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Wouter Herrebout
        Kris Van Alsenoy
        Piet Van Espen

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Passieve beheersing van :
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

        Notie hebben van de basisbegrippen van:
        Het gevolgd hebben van 'Wetenschappelijke rekenomgevingen' tijdens de bacheloropleiding is een pluspunt, maar is geen expliciete vereiste.  Voor studenten die 'Wetenschappelijke Rekenomgevingen' niet gevolgd hebben mag verwacht worden dat zij uit interesse reeds de nodige PC vaardigheden meebrengen en/of de nodige interesse hebben om eventuele hiaten in hun vooropleiding via (begeleide) zelfstudie op te vangen.
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        Het volgen van Wetenschappelijke rekenomgevingen in de bacheloropleiding chemie strekt tot aanbeveling, maar is niet noodzakelijk.  De verschillende programmeeropdrachten sluiten aan bij de individuele interesse van de studenten.




        2. Eindcompetenties

        De student heeft noties van programmeren in Fortran77, Fortran90, C/C++ en is staat om eenvoudige chemische modelsystemen gebaseerd op wiksundige en/of fysische modellen correct te implementeren

         

        De student heeft noties van parallel programmeren via Open MP en MPI libraries en is in staat om deze technieken correct te implementeren 

         

        De student kan de verschillende programmeertalen en libraries onderling vergelijken, en voor een gesteld probleem de keuze voor programmeertaal en / of libraries kritisch beoordelen en becommentariëren.

         

        Deze cursus draagt bij tot het realiseren van de volgende algemene doelstellingen van de Masteropleiding Chemie: MM1-8, M10-12.

         

         

         

         

         


        3. Inhoud

        In een eerste, relatief beperkt gedeelte, worden de basisbegrippen van programmeren in Fortran en c/c++ behandeld, en worden de basibegrippen van parallel programmeren (openMP voor Shared Memory systemen, en MPI voor Distributed Memory systemen) toegelicht.  Na deze toelichting worden verschillende programmeeropdrachten uitgewerkt en mondeling toegelicht.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      132. Hoorcolleges
      133. Oefeningensessies

      134. Eigen werk:
      135. Oefeningen
      136. Opdrachten:Individueel
      137. Opdrachten:In groep

      138. Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
        Portfolio
        Projectwerk:
      139. Individueel

      140. Projectwerk:
      141. In groep



      142. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      143. Mondeling met schriftelijke voorbereiding
      144. Practicum

      145. Permanente evaluatie:
      146. Oefeningen
      147. Opdrachten

      148. Schriftelijk werkstuk:
      149. met mondelinge toelichting

      150. Portfolio:
      151. met mondelinge toelichting


      152. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Noodzakelijl studiemateriaal wordt ter beschikking gesteld.

        Voor het gedeelte parallel programeren zijn de slides te vinden op www.ua.ac.be/structuurchemie/Education onder Ma 1 Chemie.



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        informatie wordt ter beschikking gesteld en is, indien nodig, ter beschikking in het studielandschap


        7. Contactgegevens en begeleiding

        de betrokken titularissen zijn per mail makkelijk te bereiken. Voor meer contactgegevens wordt verwezen naar de persoonlijke webpagina's van de lesgevers
        (+)laatste aanpassing: 29/09/2012 17:07 wouter.herrebout  

        Gevorderde kwantumchemie
        Studiegidsnr:2001WETGKW
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Kris Van Alsenoy

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Beginselen van kwantummechanika en van kwantumchemie zijn noodzakelijk. Begrippen van computationele chemie zullen zeker een hulp zijn.


        2. Eindcompetenties

        De student kan publicaties uit de hedendaagse wetenschappelijke literatuur begrijpen. Hij heeft inzicht in de verschillende methoden om diverse moleculaire eigenschappen te berekenen. De student kan methoden uiteenzetten om op numerieke wijze bepaalde integralen over moleculaire orbitalen of de electronendensiteit te berekenen.
        Deze cursus draagt bij tot het realiseren van de volgende algemene doelstellingen van de Masteropleiding Chemie: M2, M7, M8, M12.



        3. Inhoud

        Het doel van de cursus is de student vertrouwd te maken met topics die in het hedendaags wetenschappelijk onderzoek aan bod komen. De student kan de afleiding van bepaalde vergelijkingen maken die in verband staan met de behandelde topics. De student moet  de fysische achtergrond van de geziene topics in eigen woorden kunnen uitleggen.
        In overleg met de studenten zal een lijst opgemaakt worden van topics die in een bepaald jaar zullen bestudeerd worden. Mogelijke topics zijn : gelocaliseerde orbitalen en hun toepassingen, de electron localisatie functie, Hirshfeld ladingen op atomen in een molecule en hun berkeningswijze, analytische en numerieke berekening van kwantumchemische grootheden waaronder twee-electron integralen en DFT functionalen, coupled Hartree-Fock en coupled Kohn-Sham vergelijkingen en hun toepassingen voor de berekening van tweede-orde grootheden, zoals polarisibiliteit en het verband hiervan met dispersie interacties of chemische verschuivingen zoals gemeten in NMR.


        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      153. Hoorcolleges
      154. Werkcolleges

      155. Eigen werk:
      156. Opdrachten:In groep



      157. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      158. Mondeling zonder schriftelijke voorbereiding

      159. Schriftelijk werkstuk:
      160. met mondelinge toelichting


      161. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Er is geen noodzakelijk studiemateriaal


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        A. Szabo, N. Ostlund, Modern Quantum Chemistry:Introduction to Advanced Electronic Structure Theory, McMillan




        7. Contactgegevens en begeleiding

        C. Van Alsenoy, campus CDE, Gebouw C, 2de verdieping, lokaal 5
        kris.vanalsenoy@ua.ac.be

        (+)laatste aanpassing: 02/08/2012 13:38 jan.vos  

        Ligandveld theorie
        Studiegidsnr:2001WETLVT
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Frank Blockhuys

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De student beschikt over alle basiskennis die tijdens de Bacheloropleiding werd aangeboden.



        2. Eindcompetenties

        De student kan de verschillenden theorieën uit de cursus in eigen woorden uitleggen, de methodologie verklaren en de aan de hand van de theorie bekomen resultaten evalueren, t.t.z. de mogelijkheden en beperkingen aanstippen en bespreken. De student kan de theorie toepassen op andere systemen.



        3. Inhoud

        In deze cursus worden de fundamentele aspecten van de ligandveldtheorie, als onderdeel van de moleculaire-orbitaal-theorie, voor het beschrijven van de structuur en de eigenschappen van transitiemetaalcomplexen behandeld. Na een korte inleiding die wat begrippen uit de groepentheorie herhaalt, worden achtereenvolgens de kristalveld- en ligandveldtheorieën besproken en wordt op een intuïtieve manier behandeld hoe men de energietoestanden van transitiemetaalcomplexen kan berekenen om zo de elektronische spectra van dit soort verbindingen te voorspellen en verklaren. De cursus sluit af met een inleiding op Elektronspinresonantiespectroscopie (ESR), een techniek die uitermate geschikt is voor de studie van transitiemetaalcomplexen.


        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      162. Hoorcolleges
      163. Oefeningensessies



      164. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      165. Mondeling met schriftelijke voorbereiding


      166. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Studiemateriaal is te bekomen op www.ua.ac.be/structuurchemie onder Education/Ma1 Chemie.

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.




        7. Contactgegevens en begeleiding

        Frank Blockhuys
        Campus Drie Eiken
        Gebouw C, 2e verdieping
        Lokaal 2.06
        03.265.23.65
        frank.blockhuys@ua.ac.be
        (+)laatste aanpassing: 30/01/2012 16:18 jan.vos  

        Gevorderde molecuulspectroscopie
        Studiegidsnr:2001WETGMS
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Wouter Herrebout

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Passieve beheersing van :
        • Engels

        Deze lessenreeks is gebaseerd op een uitgeschreven Engelstalige tekst die als basis dient voor zowel Fysische Grondslagen van de Spectroscopie in Ba3 chemie als Gevorderde Molecuulspectroscopie in Ma1 chemie. Ook de gerefereerde handboeken zijn Engelstalig.

        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

        Notie hebben van de basisbegrippen van:

        Tijdens de theoretische oefeningen worden begrippen uit de theoriecursus geillustreerd aan de hand van molecular modelling software.  Het gebruik van deze software vereist een basiskennis (of ten minste de interesse om deze te verwerven) van begrippen uit wetenschappelijke rekenomgevingen zoals het gebruik van Linux, .... Voor de interpretatie van de bekomen gegevens volstaat een basiskennis omtrent het gebruik van rekenbladen.


        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Bachelor in de chemie met sterke interesse in Fysische en Computionele Chemie, Toegepaste Wiskunde en Fysica


        2. Eindcompetenties


        De student heeft een breed overzicht verworven omtrent experimentele en theoretische methodes en spectorscopische technieken gebruikt bij de studie en simulatie van diverse modelsystemen, en is zich bewust van de randvoorwaarden waarbinnen de diverse methoden kunnen toegepast worden.
         
        De student heeft inzicht in de belangrijkste methodologieën gebruikt bij de experimentele studie van individuele moleculen, clusters van moleculen, vaste stoffen of vloeistoffen, en is in staat om de gegevens bekomen met deze technieken correct te analyseren en te interpreteren,
         
        De student beschikt over voldoende wiskundige en natuurkundige bagage om wetenschappelijke publicaties rond toegepaste wiskunde en fysica te begrijpen


        De student is in staat om eenvoudige systemen te beschrijven met behulp van courante, wiskundige en fysische modellen, en is in staat om deze modellen te implementeren via computersimulaties.




        3. Inhoud

        De inhoud van het opleidingsonderdeel sluit nauw aan bij de inhoud van de opleidingsonderdelen Fysische Grondslagen van de Spectroscopie en Quantumchemie in de bacheloropleiding chemie.  De inhoud van de opleidingsonderdelen wordt mede bepaald door de persoonlijke interesses van de betrokken studenten.  Mogelijke onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn bv. FT-microgolf spectroscopie gecombineerd met moleculaire bundeltechnieken, hoge-resoultie infrarood spectrosocpie, koppelingspatronen in NMR spectroscopie,  invloed van anharmoniciteit en zgn. Fermi en Darling-Dennisson resonanties, ... 

        Naast het meer theoretisch luik wordt  ruimte voorzien voor praktische oefeningen waarbij de aangeleerde onderwerpen in de praktijk worden toegepast, o.v. via project-werk

         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      167. Hoorcolleges
      168. Oefeningensessies

      169. Eigen werk:
      170. Oefeningen
      171. Opdrachten:Individueel
      172. Opdrachten:In groep

      173. Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
        Projectwerk:
      174. Individueel

      175. Projectwerk:
      176. In groep

      177. Faciliteiten voor werkstudenten

        Andere:
        geen


        5. Evaluatievormen

        Examen:
      178. Mondeling zonder schriftelijke voorbereiding

      179. Permanente evaluatie:
      180. Oefeningen
      181. Casussen

      182. Schriftelijk werkstuk:
      183. met mondelinge toelichting

      184. Portfolio:
      185. met mondelinge toelichting


      186. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        wordt ter beschikking gesteld

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        wordt ter beschikking gesteld / is aanwezig in de bibliotheek


        7. Contactgegevens en begeleiding

        wouter.herrebout@ua.ac.be
        (+)laatste aanpassing: 29/09/2012 17:04 wouter.herrebout  

        Experimentele technieken: optica en laserspectroscopie
        Studiegidsnr:1002WETEXT
        Vakgebied:Fysica
        Semester:2e semester
        Inschrijvingsvereisten:Minimum 8/20 voor 'Wiskundige methoden voor de fysica I', 'Wiskundige methoden voor de fysica II', Algemene fysica I: kinematica, dynamica, warmteleer, gastheorie', Algemene fysica II: thermodynamica, golven, optica', 'Experimentele fysica I', 'Inleiding
        Contacturen:30
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Wim Wenseleers

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Algemene fysicakennis, zoals verworven in de curriculumonderdelen in 1ste en 2de Bachelor Fysica, en i.h.b. een algemeen inzicht in de principes en basistechnieken van experimenteel onderzoek in de Fysica zoals gedoceerd in het vak "Experimentele Technieken: signaalverwerking, vacuum, lage temperaturen", of in de Bachelor Chemie.


        2. Eindcompetenties

        U verwerft een inzicht in de principes, doelstellingen en methoden van experimenteel onderzoek gebruik makend van optische technieken en lasers. U kan inschatten welke technieken voor welke doelstellingen in aanmerking komen.
        Voor de Masterstudenten  Chemie draagt deze cursus specifiek bij tot het realiseren van de volgende algemene
        doelstellingen van hun opleiding: M1, M2, M3, M5, M7, MV5, MO3.



        3. Inhoud

        Optische technieken en lasers zijn niet meer weg te denken uit het wetenschappelijk onderzoek en de huidige technologie. De werkingsprincipes, technische aspecten en mogelijkheden van de meest gebruikte technieken voor de generatie, manipulatie, selectie (polarisatie, golflengte), en detectie van licht worden eerst uitgelegd. Vervolgens wordt in meer detail ingegaan op de werking van lasers: Hoe wordt de golflengte bepaald, hoe worden korte of heel energetische pulsen gegenereerd, kortom, welke lasers zijn geschikt voor welke doeleinden ? De meest frequent gebruikte optische spectroscopische methoden worden, opnieuw vanuit een technische/praktische invalshoek, besproken.


        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      187. Hoorcolleges
      188. Oefeningensessies



      189. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      190. Schriftelijk met mondelinge toelichting
      191. Gesloten boek


      192. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Cursusnota's worden ter beschikking gesteld.

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Voor wie zich na het volgen van deze cursus verder wil verdiepen in meer geavanceerde laserspectroscopische technieken, of in een meer rigoureuse beschrijving van de werking en eigenschappen van lasers, is het volgende boek een aanrader: 'Laser Spectroscopy', door Wolfgang Demtröder, 3rd edition, Springer Verlag, 2002.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        Vragen zijn steeds welkom voor, tijdens, of na de les, of op mijn kantoor (CDE, N2.19). Om u ervan te vergewissen wanneer ik aanwezig ben kan u me ook steeds contacteren per email.
        (+)laatste aanpassing: 27/03/2013 13:26 wim.wenseleers  

        Plasma modelling
        Studiegidsnr:2001WETCSI
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:60
        Studiepunten:6
        Studiebelasting:168
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Annemie Bogaerts
        Erik Neyts

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        Passieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De studenten hebben basiskennis nodig van fysica, van kinetiek van gassen en chemische reacties, en van plasmatechnologie, zoals gedoceerd in de bachelor-jaren. Enige programmeerervaring wordt aangeraden.


        2. Eindcompetenties

        * De student kan eenvoudige modellen opstellen om plasma's te bestuderen.

        * De student kan de verschillende methoden om plasma's te bestuderen via numerieke simulaties, in eigen woorden uitleggen, en kan de voor- en nadelen van deze modellen benoemen.

        * De student kan zelf de werking van een plasma begrijpen aan de hand van bestaande computercodes en daarmee uitgevoerde parameterstudies.




        3. Inhoud

        Een plasma is een (partieel of volledig) geïoniseerd gas, d.w.z. het bestaat uit neutrale deeltjes (atomen, moleculen, radicalen) maar ook uit ionen en elektronen. Plasma komt voor in de natuur, nl. meer dan 99% van het zichtbare heelal is in plasma-toestand. Voorbeelden zijn de zon en andere sterren, (planetaire) nevels , aurora, bliksem,… Op aarde wordt plasma ook kunstmatig opgewekt, bv. om kernfusie tot stand te brengen, en voor diverse technologische toepassingen, zoals in de micro-elektronica (voor het maken van chips), de materiaaltechnologie (bv. coating van materialen), als lampen, lasers, plasma TV’s, in de analytische chemie, voor milieutoepassingen (bv. afbraak van giftige componenten) en biomedische doeleinden (bv. sterilisatie). Om deze toepassingen te optimaliseren is een goed inzicht in de plasmaprocessen vereist. Dit kan verkregen worden via computersimulaties.

        In dit opleidingsonderdeel worden de studenten vertrouwd gemaakt met de computationele beschrijving van plasma’s, d.w.z. het ontwikkelen van computermodellen om het gedrag te beschrijven van de verschillende soorten deeltjes die voorkomen in plasma’s, en om te voorspellen onder welke omstandigheden optimale resultaten voor de diverse toepassingen kunnen bekomen worden.

        De cursus bestaat uit een (beperkt) aantal theorielessen, aangevuld met praktische opdrachten. Verschillende stukken code zullen aangereikt worden. Studenten zullen leren werken met een eenvoudig 0D kinetisch model, een fluid model, een Monte Carlo model, een hybride model en moleculaire dynamica simulaties. Op basis van hun ervaringen zullen ze tijdens de laatste les een korte presentatie geven voor hun medestudenten, waarin ze elk 2 modellen, met hun voor- en nadelen, uitleggen aan hun medestudenten.

        Deze cursus draagt bij tot het realiseren van de volgende algemene doelstellingen van de Masteropleiding Chemie: M1, M2, M5, M6, M7, M10, M11. 




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      193. Hoorcolleges
      194. Practica

      195. Eigen werk:
      196. Opdrachten:Individueel

      197. Projectwerk:
      198. Individueel



      199. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      200. Practicum

      201. Permanente evaluatie:
      202. Medewerking tijdens de contactmomenten

      203. Schriftelijk werkstuk:
      204. met mondelinge toelichting

      205. Debatexamen
        Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Cursusmateriaal van de docent (powerpoint slides).

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

        Engelstalige artikels, aangereikt door de docent.




        7. Contactgegevens en begeleiding

        Prof. Dr. Annemie Bogaerts

        Departement Chemie, Onderzoeksgroep PLASMANT

        Universiteit Antwerpen (CDE)

        Universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk.

        Tel: +32 3 820 23 77

        Fax: +32 3 820 23 76

        E-mail: annemie.bogaerts@ua.ac.be

        Website: http://ua.ac.be/plasmant/


        (+)laatste aanpassing: 01/08/2012 14:49 jan.vos  

        Geavanceerde anorganische materialen
        Studiegidsnr:2001WETGAM
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Pegie Cool

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Passieve beheersing van :
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

        Notie hebben van de basisbegrippen van:
        Microsoft Word, Excel en Powerpoint presentatie
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        De student dient te beschikken over een algemeen inzicht in de atomaire opbouw van vaste stoffen en eigenschappen van materialen, chemie van de vaste stof




        2. Eindcompetenties

        Deze cursus draagt bij tot het realiseren van de volgende doelstellingen van de Masteropleiding Chemie: M1, M4, M5, M8, M10, M2O&B, M5O&B, M7O&B, M8O&B.

        En verder:

        • De student heeft kennis van en inzicht in de opbouw, de structuur en de voornaamste toepassingen van een selectie van belangrijke geavanceerde materialen
        • De student heeft inzicht in de verschillende methoden ter bereiding van geavanceerde materialen (zowel bulk als deklagen) om een verantwoorde keuze in aanmaak methode mogelijk te maken, gebaseerd op ecologische en economische aspecten
        • De student bezit de vaardigheid om zelfstandig een schriftelijke paper uit te werken over een welgedefinieerd onderwerp, met inbegrip van literatuur opzoeking
        • De student bezit de vaardigheid om de paper over een bepaald onderwerp mondeling klassikaal toe te lichten en kennnis over te brengen aan medestudenten



         




        3. Inhoud

        De leerstof bestrijkt het uitgebreide domein van de nieuwe anorganische materialen (synthese, eigenschappen, toepassingsmogelijkheden). Materialen zoals poreuze katalysatoren, neokeramieken, vloeibare kristallen, isolatoren, halfgeleiders en geleiders worden in detail besproken. Tevens worden processen besproken welke voor de klassieke materialen betere chemische, fysische en/of mechanische eigenschappen tot gevolg hebben. Zo wordt een overzicht van verschillende technieken besproken tot het bekomen van keramische deklagen (chemical and physical vapour deposition technieken, alsook chemische oppervlakte modificatie technieken). Een inleiding wordt gegeven tot het interessante domein van de ‘nanochemie’; procedures voor de aanmaak van nano-bouwéénheden worden beschreven en hoe deze bouwéénheden zich kunnen organiseren tot complexe geordende functionele systemen.
        Aan de hand van een aantal gerichte case-studies worden de interessante toepassingsmogelijkheden van deze geavanceerde materialen besproken. Voorbeelden zijn het gebruik van titania als fotokatalysator om zelfreinigende bouw- en textielmaterialen te ontwikkelen; toepassing van neokeramieken op menselijk bot- en weefselontwikkeling; de constructie van vlakke schermen (GSM, televisie) gebaseerd op vloeibare kristallen en plasmatechnologie.
        Huidige problemen en toekomstige uitdagingen in de synthese van nieuwe geavanceerde materialen worden besproken. 

        In het kader van de cursus wordt een bezoek aan de laboratoria materiaal- en membraan onderzoek van de onderzoeksinstelling VITO (Mol) georganiseerd.
         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      206. Hoorcolleges
      207. Vaardigheidstrainingen

      208. Eigen werk:
      209. Casussen: Individueel

      210. Projectwerk:
      211. Individueel



      212. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      213. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
      214. Gesloten boek
      215. Open vragen

      216. Permanente evaluatie:
      217. Casussen

      218. Schriftelijk werkstuk:
      219. met mondelinge toelichting


      220. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Een nederlandstalige cursus wordt ter beschikking gesteld; slides gebruikt tijdens de les worden op Blackboard geplaatst; eigen nota's



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        - C.N.R. Rao, Chemistry of Advanced Materials, Blackwell Scientific Publications, Oxford , 1993
        - W.D. Callister, Materials Science and Engineering: an introduction, J. Wiley & Sons, New York, 1994
        - G.A. Ozin, A.C. Arsenault, Nanochemistry: a chemical approach to nanomaterials, RSC Publishing, Cambridge , 2005




        7. Contactgegevens en begeleiding

        Prof. Dr. P. Cool

        Departement Chemie, Onderzoeksgroep Adsorptie en Katalyse

        Universiteit Antwerpen (CDE), lokaal B2.22

        Universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk,

        Tel. 03 265 23 55; Fax. 03 265 23 74; E-mail: pegie.cool@ua.ac.be

        Website http://ua.ac.be/ADSKAT/


        (+)laatste aanpassing: 02/08/2012 13:46 jan.vos  

        Hydrodynamica
        Studiegidsnr:1001WETHYD
        Vakgebied:Fysica
        Semester:2e semester
        Inschrijvingsvereisten:Minimum 8/20 voor 'Wiskundige methoden voor de fysica I', 'Wiskundige methoden voor de fysica II', 'Inleiding analytische mechanica' en 'Inleiding klassieke veldentheorie' OF masterstudent scheikunde
        Contacturen:15
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Bart Partoens

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Klassieke mechanica Vectorrekenen


        2. Eindcompetenties

        Het kunnen afleiden van de basisvergelijkingen van de de hydrodynamica, begrijpen wanneer welke benadering gerechtvaardigd is: samendrukbare versus niet-samendrukbare stromingen, en viskeuze versus niet-viskeuze stromingen. Het exact kunnen oplossen van eenvoudige problemen. Inzicht in een aantal hardnekkige misconcepties omtrent de wet van Bernouilli. 


        3. Inhoud

        In de hydrodynamica bestudeert men het transport van vloeistoffen en gassen. De stroming van een vloeistof of gas wordt beschreven door een set van partiële differentiaalvergelijkingen die het behoud van massa, impuls en energie uitdrukken. Dit zijn de Navier-Stokes vergelijkingen voor visceuze stromingen, en de Euler-vergelijkingen voor niet-visceuze vloeistoffen. Het oplossen van deze vergelijkingen laat toe om het transport van vloeistoffen te begrijpen en te voorspellen. De hydrodynamica heeft belangrijke en diverse toepassingen, van het ontwerpen van vliegtuigen tot het simuleren van de bloedstroming in het hart. Deze cursus behandelt de basisconcepten van de hydrodynamica: afleiding van de basisvergelijkingen, exact oplosbare problemen, lift, turbulentie, stroming door covergerende-divergerende buizen, schokgolven, subsonische en supersonische stroming, ... 


        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      221. Hoorcolleges



      222. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      223. Schriftelijk met mondelinge toelichting
      224. Gesloten boek
      225. Open vragen


      226. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Transparanten en boek beschikbaar op Blackboard.

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        * “Fluid mechanics”, L. D. Landau en E. M. Lifshitz. 
        * “Principles of fluid mechanics”, A. Alexandrou, Prentice Hall, 2001. 
        * “Computational fluid dynamics”, J. D. Anderson, Mc Graw Hill, 1995.



        7. Contactgegevens en begeleiding

        U316 Campus Groenenborger
        bart.partoens@ua.ac.be
        03 265 36 63

        (+)laatste aanpassing: 27/03/2013 13:18 bart.partoens  

        Supramoleculaire chemie
        Studiegidsnr:2001WETSMC
        Vakgebied:Chemie
        Tweejaarlijks opleidingsonderdeel:Gedoceerd in acad.jaar aanvangend in ONEVEN jaar
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Wim Dehaen

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Passieve beheersing van :
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

        Notie hebben van de basisbegrippen van:
        algemene chemie, analytische chemie, organische chemie
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Deze cursus bouwt verder op concepten uit cursussen over spectroscopische meetprincipen, metalen en katalyse, analytische basistechnieken, organische chemie en chemische thermodynamica.



        2. Eindcompetenties

        -De studenten kunnen de basisbegrippen van de supramoleculaire chemie in eigen woorden weergeven en kunnen deze benoemen binnen een concrete situatie
        -De studenten kunnen de patronen van moleculaire herkenning tussen gast en gastheer, en de niet-covalente interacties die erbij betrokken zijn, aangeven;-De studenten kunnen een voorstel formuleren voor het design en de synthese van verschillende gastheersysteem.



        3. Inhoud

        In dit opleidingsonderdeel wordt een grondige inleiding tot de supramoleculaire chemie gegeven. Enkele inleidende begrippen (niet-covalente interacties, zelf-processen) komen uitvoerig aan bod. In een eerste deel worden de synthese en eigenschappen van  ionreceptoren behandeld (kroonetheranaloga), en hun toepassingen in synthetische en analytische chemie. De principes die de vorming van macroringen bepalen (effectieve molariteit, templaateffect, hoge-verdunningsprincipe, cesiumeffect) worden aangereikt. Naast de receptoren voor kationen wordt ook kort aandacht besteedt aan de moleculaire herkenning van neutrale moleculen en anionen. In een tweede deel worden de synthese en eigenschappen cyclofanen behandeld. Begrippen zoals het hydrofoob effect en de lineaire vrije energie verhouding worden uitgelegd. Verschillende types van cyclofanen, waaronder calix[n]arenen, resorcinarenen, cycloveratrylenen, calixpyrrolen worden behandeld. In een laatste deel worden enkele recente markante voorbeelden uit de literatuur van de supramoleculaire chemie behandeld.

        Algemene inleiding, niet-covalente interacties,zelf-processen
        -kroonetheranalogen : syntheseprincipes van macrocyclisatiereacties, verband tussen structuur en (bindings-) eigenschappen, natuurlijke ionoforen, cyclodextrinen, sideroforen, toepassingen in organische synthese en analytische chemie
        -cyclofanen, calixarenen : synthese en eigenschappen, hydrofobe binding, kritische aggregatieconcentratie
        -fysicochemische aspecten van moleculaire herkenning, negatieve en positieve coöperativiteit, Hammett relaties-rotaxanen en catenanen : syntheseprincipes, moleculaire machines




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      227. Hoorcolleges



      228. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      229. Schriftelijk met mondelinge toelichting


      230. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Tekst en slides worden ter beschikking gesteld

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

        -




        7. Contactgegevens en begeleiding

        Prof. Dr. Wim Dehaen
        Department of Chemistry K. U. Leuven
        wim.dehaen@chem.ku.leuven.be
        (+)laatste aanpassing: 06/02/2012 09:48 jan.vos  

        DFT en chemische reactiviteit
        Studiegidsnr:9001VUBDFT
        Vakgebied:Chemie
        Semester:1e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Paul Geerlings

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

        2. Eindcompetenties




        3. Inhoud

        Dit vak wordt aan de VUB gegeven. Zie de vakbeschrijving aldaar.

        http://we.vub.ac.be/~algc/algc_new/2de%20Ma%20engl.htm

         




        4. Werkvormen


        5. Evaluatievormen


        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



        7. Contactgegevens en begeleiding

        (+)laatste aanpassing: 29/08/2011 14:07 jan.vos  

        Capita selecta organische chemie, inclusief practicum
        Studiegidsnr:2001WETCOC
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:90
        Studiepunten:9
        Studiebelasting:252
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Bert Maes
        Kourosch Abbaspour Tehrani

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Passieve beheersing van :
        • Engels

        De practica zijn vaak gebaseerd op een Engelstalig wetenschappelijk artikel.

        De literatuuropdracht heeft betrekking op de veelal Engelstalige wetenschappelijke tijdschriften.

        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

        Notie hebben van de basisbegrippen van:
        Gebruik Scifinder en UA bibliotheekwebsite.
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De cursus vereist voorkennis in het domein van de organische scheikunde zoals deze kan verworven worden in de opleidingsonderdelen Organische Chemie (Ba1 Chemie), Organische Reacties (Ba2 Chemie) en Heterocyclische Chemie (Ba3 Chemie).



        2. Eindcompetenties

        De student krijgt een aantal gevorderde organische chemie topics te verwerken om vertrouwd te worden met het moderne organische synthesechemie onderzoek. De nadruk van de cursus ligt hierbij op inzicht verwerven en verbanden leggen, zodat in de toekomst ook nieuwe topics zelfstandig kunnen verwerkt worden op basis van een wetenschappelijk boek of review artikel. De cursus legt voor de student de basis om na het uitvoeren van een master thesis in organische synthesechemie zelfstandig wetenschappelijk onderzoek in deze subdiscipline te kunnen uitvoeren.


        3. Inhoud

        In de hoorcolleges zullen volgende topics worden behandeld: a) Pd gekatalyseerde reacties en organometaalchemie, b) microgolf-geassisteerde reacties, c) carbenen (inclusief metathese reacties) en nitrenen, d) pericyclische reacties (cycloaddities, elektrocyclische reacties en sigmatrope omleggingen), e) stereoselectieve reacties, f) schermgroepen, g) combinatoriële chemie.

        Het practicum bestaat uit experimenten uit het onderzoek van de groep Organische Synthese. De master student werkt mee met een doctorandus teneinde zijn/haar experimenteel en theoretisch inzicht te vergroten en een goed idee te krijgen van wetenschappelijk onderzoek op het vlak van organische chemie. Het gaat hier niet om nieuwe reacties maar reacties die tijdens het doctoraat van de betrokken doctorandus reeds op punt werden gesteld en relevant zijn voor het lopende doctoraat. Speciale aandacht gaat naar wetenschappelijke literatuur en belangrijke databanken (Scifinder).




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      231. Hoorcolleges
      232. Oefeningensessies
      233. Practica

      234. Eigen werk:
      235. Opdrachten:Individueel



      236. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      237. Schriftelijk met mondelinge toelichting
      238. Gesloten boek
      239. Practicum

      240. Permanente evaluatie:
      241. Opdrachten


      242. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Eigen lesnota's.

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        J. Clayden, N. Greeves, S. Warren, P. Wothers, Organic Chemistry, Oxford University Press (2001). Het handboek en het bijbehorend werkboek kunnen in het 'Studielandschap' van de bibliotheek geraadpleegd worden.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        Prof. Dr. B. Maes (bert.maes@ua.ac.be)

        Prof. Dr. ir. K. Abbaspour Tehrani (Kourosch.AbbaspourTehrani@ua.ac.be)

        Groenenborgerlaan 171, 2020 Antwerpen (Campus Groenenborger)

        Lokaal V226 en V211 (gebouw V, 2de verdieping)

         


        (+)laatste aanpassing: 26/01/2013 20:16 kourosch.abbaspourtehrani  

        Moderne elektrochemische analyse, inclusief sensoren
        Studiegidsnr:2001WETMEA
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Luc Nagels

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De student dient begrippen te hebben over elektrochemie, die normaal vervat zijn in een cursus Algemene Chemie: Het concept van halfreacties, redox potentialen, de werking van een elektrochemische cel, de wetten van Nernst en Faraday.  Kennis van organisch chemische structuren en complexen, een ruw idee van de opbouw van proteïnen en van anorganische materialen is nuttig. Ook de basisprincipes van thermodynamica en reactiekinetiek dienen gekend te zijn.


        2. Eindcompetenties

        Op het einde van de lessen is de student in staat om de basisprincipes van amperometrische en potentiometrische analysemethoden en sensoren te begrijpen. De cursus geeft toegang tot het begrijpen van elektrochemische analysemethoden, en legt de basis voor het begrijpen van de eigenschappen van  materialen die dikwijls ionair of elektronisch geleidend zijn. De student leert hoe een amperometrische sensor werkt. Dit geeft hem/haar ook inzicht in hoe een molecule zich gedraagt tegenover een elektrode oppervlak dat op verschillende potentialen geplaatst wordt. Er wordt bekeken hoe men de elektrodematerialen chemisch kan aanpassen om elektronenoverdracht tussen molecule en elektrodeoppervlak te verbeteren. Er wordt aangeleerd dat dergelijke gemodificeerde materialen niet alleen in sensoren, maar ook in brandstofcellen en batterijen gebruikt worden. De elektrochemische karakterizeringsmethoden die redox- en geleidings eigenschappen van moleculen en  van allerlei materialen opmeten, worden uitgelegd: cyclische voltammetrie en impedantiespectroscopie. De student dient een model te hebben van de werking van een potentiometrische sensor. Hij/zij dient te begrijpen hoe een potentiaal wordt opgebouwd aan een oppervlak bij contact met een geladen analiet molecule, en welke fysicochemische parameters van de molecule nodig zijn om die potentiaal op te bouwen via molecuul-oppervlak interacties. De student krijgt een beeld van het gedrag van ionaire systemen, zowel in de natuur als in nieuwe materialen.  




        3. Inhoud

        Een eerste deel handelt over amperometrische systemen, die momenteel versneld in ontwikkeling zijn. In de cursus wordt uitgelegd hoe elektron overdracht tussen molecule en elektrode oppervlak kan bestudeerd worden via hydrodynamische voltammogrammen, en via cyclische voltammetrie. Er wordt getoond hoe materialen chemisch kunnen aangepast worden om elektronenoverdracht te versnellen. De laatste nieuwe ontwikkelingen op dit gebied zoals het gebruik van nanopartikels, biopartikels, en moderne chemische oppervlaktetechnieken worden doorgegeven. Van de aangemaakte nieuwe materialen worden applicaties gegeven in analysen, en in toepassingen die sterk in ontwikkeling zijn zoals sensoren, en materialen voor batterijen en brandstofcellen. Een tweede deel geeft een overzicht van de potentiometrische systemen. Hier is vooral de laatste 5 jaar in de literatuur een grote vooruitgang gemaakt in zowel het begrijpen van de werking, als in het ontwikkelen van nieuwe toepassingen. Bij die nieuwe toepassingen krijgen vooral sensoren voor organische verbindingen aandacht, maar ook sensoren voor biotechnologische producten (DNA), en belangrijke biopartikels (Virussen, bacterieën) 

         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      243. Hoorcolleges
      244. Practica

      245. Eigen werk:
      246. Oefeningen
      247. Opdrachten:In groep
      248. Casussen: In groep



      249. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      250. Mondeling zonder schriftelijke voorbereiding
      251. Open vragen


      252. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Een cursus is in voorbereiding. Mogelijk is deze in het Engels aangezien hij ook gebruikt wordt door de docent voor lessen in het buitenland.

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Waarschijnlijk geen


        7. Contactgegevens en begeleiding

        luc.nagels@ua.ac.be

        Bureau van de docent: campus Groenenborgerlaan, blok V, V107 (1e verdieping)


        (+)laatste aanpassing: 16/04/2013 13:26 luc.nagels  

        Inorganic environmental chemistry
        Studiegidsnr:2001WETAMC
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Karolien De Wael

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Basiskennis chemie


        2. Eindcompetenties

        De student heeft inzicht in de oorzaken, chemische mechanismen en remedies van lucht- en waterverontreiniging, en in de onderlinge verbanden tussen luchtpolluenten.


        3. Inhoud

        Naast een beknopte bespreking van specifieke analysemethoden, zal in deze cursus ruim aandacht worden besteed aan de milieuproblematiek en de onderlinge verbanden tussen de verschillende componenten. In verband met luchtpollutie worden zowel gassen als aërosolen behandeld. Van SO2, SO3, CO, CO2, NOx, O3 worden besproken : natuurlijke kringloop, belangrijkste pollutiebronnen, toxicologische en economische aspecten, mogelijke bestrijdingsvormen en speciale analysetechnieken. Aan globale klimaatsveranderingen en 'zure regen' wordt bijzondere aandacht besteed. Van aërosolen ("fijn stof") worden de bronnen, dispersie- en verwijderingsprocessen, natuurlijke concentraties en monstername-technieken bestudeerd; daarna wordt gesproken over geschikte rechtstreekse analysemethoden. Daarnaast worden enkele meteorologische aspecten behandeld die rechtstreeks belang hebben bij de dilutie van polluentemissies.
        Het gedeelte over waterpollutie omvat : rol van O2 in waterkwaliteit en waterzuivering, bepaling van DO, COD en BOD, analyse van toxische elementen en van niet-specifieke anorganische parameters.


        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      253. Hoorcolleges



      254. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      255. Schriftelijk met mondelinge toelichting
      256. Gesloten boek
      257. Open vragen


      258. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Gedetailleerde, volledige en actuele cursus (200 blz.) in het engels beschikbaar. Alle gebruikte PowerPoint slides staan op Blackboard.


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



        - W. Stumm, J.J. Morgan, Aquatic Chemistry, John Wiley & Sons, Chichester, UK, 1996.

        - Environmental Chemistry, G.W. Van Loon & S.J. Duffy, Oxford Univeristy Press, second edition, 2005



        7. Contactgegevens en begeleiding

        Prof. Dr. Karolien De Wael

        Department of Chemistry

        Antwerp University

        Campus Drie Eiken

        Universiteitsplein 1

        BE-2610 Wilrijk

        Belgium

        Tel: +32-3-265.23.46

        Email: Karolien.DeWael@ua.ac.be


        (+)laatste aanpassing: 01/09/2011 20:02 karolien.dewael  

        Gevorderde massaspectrometrie
        Studiegidsnr:2002WETGMS
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Luc Van Vaeck

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Passieve beheersing van :
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        basiskennis organische en anorganische chemie


        2. Eindcompetenties


        - kennis van de principes en toepassingen van geavanceerde massaspectrometrische methoden
        - inzicht in de moderne lokaal analyse van vaste stoffen met hoge spatiale resolutie
        - kunnen toepassen van deze kennis op problemen in de materiaalanalyse
        - deductieve interpretatie van de massaspectra
        - inzicht in de mogelijkheden van moleculaire nano-analyse 


        3. Inhoud

        De cursus begint met een overzicht van de moderne en geavanceerde methoden voor de analyse van materialen via massaspectrometrie en leert hoe een gegeven methode te selecteren in functie van het specifieke probleem.  Een tweede deel focuseert zich op de bundelmethoden (SIMS, S-SIMS, LMMS, SNMS) voor anorganische en organische (moleculaire) analyse van vaste materialen met hoge laterale en/of diepteresolutie.  De link tussen de fysica van het ionenvormingsproces en de instrumentatie naar de chemische toepassing wordt gelegd. Vanuit deze basis worden de analytische mogelijkheden en beperkingen alsook toepassingen behandeld.   Een derde deel (ca. 50 % van de tijd) wordt gewijd aan de deductieve interpretatie van de massaspectra, zowel organische als anorganische.   Dit gebeurt in collectieve en individuele oefeningen.  Dit is een essentiele vaardigheid bij het gebruik van de massaspectrometrie voor analyse en karakterisatie van materialen op sub-micrometer en nanometerschaal. 




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      259. Hoorcolleges
      260. Oefeningensessies

      261. Eigen werk:
      262. Oefeningen



      263. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      264. Schriftelijk met mondelinge toelichting
      265. Gesloten boek

      266. Permanente evaluatie:
      267. Oefeningen
      268. Medewerking tijdens de contactmomenten


      269. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        cursus van de docent beschikbaar

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

        Via verwijzingen in de cursus naar de literatuur




        7. Contactgegevens en begeleiding

        Prof. dr. L. Van Vaeck, dept. Chemie (CDE), blok B 1.04
        tel 03 820 23 48
        e-mail vanvaeck@ua.ac.be
        (+)laatste aanpassing: 01/08/2011 12:02 luc.vanvaeck  

        Advanced LCMS
        Studiegidsnr:2001WETLCT
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Filip Lemiere

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        deze cursus kan in het Engels gegeven worden in functie van de aanwezigheid van niet-Nederlandstalige studenten.
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        Basiskennis chromatografie, vloeistofchromatografie in het bijzonder.

        Basiskennis massaspectrometrie, zowel in toepassing als instrumenteel.

         




        2. Eindcompetenties

        De student kan een voor een gegeven analytisch probleem een optimale LC-MS methode voorstellen, voor en nadelen van de mogelijke keuzes toelichten. 

        Daartoe heeft de student:

        • Inzicht in de de technische problematiek van LC-MS
        • Inzicht in het potentieel van de toepassing van LC-MS in verchillende onderzoeksdomeinen
        • Kennis van de meest gebruikte LC technieken in combinatie met MS
        • Kennis van de meest gebruikte MS technieken in combinatie met LC
        • Kennis van de verschillende LC-MS koppelingstechnieken
        • Kennis van nieuwe ontwikkelingen in LC-MS technieken en toepassingen

            




        3. Inhoud

         

        Waarom zouden we LC-MS doen?

        Vloeistofchromatografie

        Massaspectrometrie en mass analysers

        Het LC-MS probleem

        Koppelingstechnieken voor LC-MS

        Nieuwe ontwikkelingen in LC-MS

         

        Enkele sessies worden besteed in het LC-MS laboratorium.

         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      270. Seminaries



      271. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      272. Mondeling met schriftelijke voorbereiding

      273. Permanente evaluatie:
      274. Medewerking tijdens de contactmomenten


      275. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Handouts
        Artikels


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Fundamentals of contemporary mass spectrometry, C. Dass, Wiley



        7. Contactgegevens en begeleiding

        prof. dr. Filip Lemière
        Dept. Chemie
        V424
        Groenenborgerlaan 171
        2020 Antwerpen

        tel : +32-3-2653406
        e-mail filip.lemiere@ua.ac.be
        (+)laatste aanpassing: 06/06/2012 11:57 filip.lemiere  

        Chemical nanocharacterisation
        Studiegidsnr:2001WETCNC
        Vakgebied:Fysica
        Semester:2e semester
        Contacturen:35
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Luc Van Vaeck

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        basiskennis chemie




        2. Eindcompetenties



        - kennis van de methoden voor chemische nanokarakterisatie
        - het kunnen toepassen op een probleem van kwalitatieve en kwantitatieve lokaalanalyse
        - vertrouwd zijn met de specifieke eisen van nano-analyse
        - ervaring met de voordelen en mogelijkheden van moleculaire analyse
        - inzicht in de rol van chemische nano-analyse bij de aanmaak van nanomaterialen


        3. Inhoud

        In een korte lessenreeks (15u) wordt een overzicht gegeven van de meest belangrijke methoden voor de chemische analyse van vaste stoffen met hoge laterale, diepte of spatiale resolutie. Daarbij wordt telkens ingegaan op het principe, het type informatie, het toepassingsbereik en de analytische karakteristieken van elke methode.  Er wordt zowel aandacht naar  de organische als naar anorganische analyse. In het bijzonder komen aan bod een reeks methoden gebaseerd op detectie van X-stralen (vnl. XRF, TXRF, PIXE), electronen (vnl. XPS, Auger spectrometrie), ionen (Ion scattering, Rutherford back scattering, massaspectrometrie met vnl. secundaire ionen massaspectrometrie (dynamisch en statisch) en laser microprobe massaspectrometrie). Er wordt meer uitgebreid ingegaan op de methoden die in het practische gedeelte zullen worden gebruikt, nl. statische secundaire ionenmassaspectrometrie en atomic force microscopy.

        Het practische gedeelte (20u) omvat experimenteel werk (instrumenteel, geen natte chemie) op S-SIMS en AFM waarbij de studenten zelf de instrumenten bedienen en de resultaten verwerken. De experimenten omvatten hoge resolutie imaging en moleculaire diepteprofilering van organische materialen uit de practijk van de nano-analyse.  Het zijn materialen die direct aansluiten bij de industriele R&D.   




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      276. Hoorcolleges
      277. Practica

      278. Eigen werk:
      279. Oefeningen



      280. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      281. Schriftelijk met mondelinge toelichting
      282. Practicum

      283. Permanente evaluatie:
      284. Medewerking tijdens de contactmomenten

      285. Schriftelijk werkstuk:
      286. met mondelinge toelichting


      287. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        cursus nota's van de docent beschikbaar



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        op basis van verwijzingen in de cursus en ter beschikking gestelde overzichtsartikels


        7. Contactgegevens en begeleiding

        Prof.dr.L. Van Vaeck, dept. Chemie (CDE), Blok B, lokaal B 1.04.
        tel 03 265 23 48; fax 03 265 23 76 ; e-mail : luc.vanvaeck@ua.ac.be
         

        (+)laatste aanpassing: 13/08/2012 10:45 luc.vanvaeck  

        Capita selecta internationalisering: Nieuwe methoden in de atoomspectrometrie
        Studiegidsnr:2004WETCSI
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)José Broekaert
        Koen Janssens

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        Basiskennis analytische chemie




        2. Eindcompetenties

        Deze cursus draagt bij tot het realiseren van de volgende doelstellingen van de Master opleiding Chemie : M1, M2, M4, M7, M8, M10, M11, MV2, MV3, MV5, MV8.
         
        - De studenten beschikken over kennis in verband met recente ontwikkelingen in en navorsingsgebieden uit de analytische chemie, met bijzondere referentie tot de atoomspectrometrie.
         
        - De studenten bezitten de vaardigheid zich in één van de betreffende gebieden zelf in de literatuur en het vakgebied in te werken en hierover een voordracht te houden.
         


        3. Inhoud

        Nieuwe methoden in de atoomspectrometrie
        De leerstof omvat begrippen en methoden voor de diagnostiek van plasmas, de opbouw en mogelijkheden van optische spectrometers en detectoren voor de atoomspectrometrie, de atoomabsorptie met bijzondere aandacht voor de achtergrondcorrectie en het gebruik van kontinue bronnen, de monsterintroductie voor de plasmaspectrometrie, het gebruik van microplasmas voor de atoomspectrometrie, de mogelijkheden van glimontladingen voor bulk- en diepteprofielanalyse en van de lasergeinduceerde emissie- en fluorescentiespectrometrie, de speciatie door koppeling van chromatografie en plasmaspectrometrie alsook de directe speciatie met atoomspectrometrie en de toepassingen van speciatie in de levens- en milieuwetenschappen


        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      288. Hoorcolleges



      289. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      290. Schriftelijk met mondelinge toelichting


      291. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Een nederlandstalige cursus wordt ter beschikking gesteld door de cursusdienst en is beschikbaar via Blackboard; hij omvat de folien gebruikt tijdens de les; eigen nota´s
         

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        J.A.C. Broekaert "Analytical atomic spectrometry with flames and plasma's", Wiley-VCH (2005)


        7. Contactgegevens en begeleiding

        Prof. Dr. José Broekaert
        Institute for Inorganic and Applied Chemistry, University of Hamburg,
        Martin-Luther-King-Platz 6, D-20146 Hamburg, Germany
        Tel.: +49(0)40 428383111; FAX: +49(0)40428384381;
        E-mail: jose.broekaert@chemie.uni-hamburg.de
        Website: http://www.chemie.uni-hamburg.de/ac/aks/broekaert
        (+)laatste aanpassing: 29/08/2011 10:18 jan.vos  

        Capita selecta internationalisation
        Studiegidsnr:2002WETCSI
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)- NNB

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

        2. Eindcompetenties




        3. Inhoud

        Dit opleidingsonderdeel zal vanaf het academiejaar 2010-2011 worden gedoceerd.




        4. Werkvormen


        5. Evaluatievormen


        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



        7. Contactgegevens en begeleiding

        (+)laatste aanpassing: 15/01/2010 11:01 koen.janssens  

        Capita selecta internationalisation: Natural product and tandem chemistry
        Studiegidsnr:2003WETCSI
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Romano Orru
        Bert Maes

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

        Notie hebben van de basisbegrippen van:
        Organische chemie
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Gevorderd begrip van Organische chemie


        2. Eindcompetenties


        Het doel van de cursus Natuurprodukten en Tandemchemie in de master-opleiding is enerzijds het ontwikkelen van een overzicht van in de natuur voorkomende produkten (natuurprodukten) en de reacties en reagentia die betrokken zijn bij hun biosynthese, en anderzijds het relateren hiervan tot actuele “state of the art” ontwikkelingen in tandem- en multicomponent chemie.
        Na het volgen van deze cursus zouden de studenten in staat moeten zijn tot het volgende :
        -         herkennen en tussen elkaar uitwisselen van diverse voorstellingsvormen van natuurpodukten (bvb. koolhydraten)
        -         klassificeren en analyseren van natuurprodukten al naargelang hun biosynthetische oorsprong en de reacties beschrijven die voorkomen in hun biosynthese
        -         de mechanismen van de belangrijke biosynthetische reactiepaden verklaren
        -         aannemelijke mechanismen geven voor omzettingen in de biosynthese van natuurprodukten gebaseerd op de bestudeerde voorbeelden uit handboeken
        -         verklaren welk type organisme een specifieke verbinding produceert gebaseerd op het type secundair metabolisme dat betrokken is bij de biosynthese
        -         beschrijven welke belangrijke gebeurtenissen binnen en functies van een cel (evenals de plaats daarvan binnen de celcyclus) kunnen worden verstoord door natuurprodukten
        -         structuurwijzigingen aan biologisch actieve natuurprodukten analyseren die (semi-) synthetische derivaten opleveren, en verklaren hoe deze zouden kunnen bijdragen tot betere farmaceutische eigenschappen
        -         de principes begrijpen die specificiteit en activiteit van enzymen bepalen, evenals de mechanismen van enkele enzymereacties op moleculaire schaal
        -         relateren van de principes van biosynthetische reactiepaden aan tandemreacties in de organische synthese
        -         een idee hebben van de algemene principes in tandem- en multicomponent chemie
         


        3. Inhoud

        Dit vak wordt in het Engels gedoceerd (tenzij het hele publiek NL-talig (Vlaams?) is) / Raadpleeg ook de Engelstalige vakbeschrijving

        De cursus Natuurprodukten & Tandemchemie geeft een gedetailleerd overzicht van de fundamentele klassen natuurprodukten in relatie met moderne ontwikkelingen in tandem en multicomponent synthese.  Niet alleen fundamentele structuur- en fysische eigenschappen vormen een belangrijk deel van deze cursus, maar ook aspecten van synthese en biosynthese.  Verder zal ook de rol van natuurprodukten in biologische studies en farmaceutische ontwikkeling worden besproken.  Belangrijke reactiepaden in de biosynthese worden besproken vanuit een organisch chemisch standpunt.  Daarenboven zal de actuele “state of the art” situatie in tandem en multicomponent synthese worden besproken met betrekking tot synthesestrategieën die diversiteit en complexiteit genereren.  De cursus zal de relatie tussen biosynthesewegen en tandemchemie belichten.


        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      292. Hoorcolleges
      293. Seminaries



      294. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      295. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
      296. Open vragen


      297. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Collegemateriaal, powerpoints



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Voor het onderdeel Natuurprodukten wordt zeer sterk het handboek “Medicinal Natural Products – A Biosynthetic Approach”, 2nd edition, Paul M. Dewick, John Wiley & Sons, 2001, ISBN 13 978 0 471 49641 0, aanbevolen.


        7. Contactgegevens en begeleiding


        Prof. Dr. ir Romano V.A. Orru
        Synthetic & Bioorganic Chemistry, Vrije Universiteit Amsterdam

        orru@few.vu.nl


        (+)laatste aanpassing: 03/02/2012 11:37 jan.vos  

        Capita selecta internationalisation: Applied inorganic chemistry
        Studiegidsnr:2001WETSCI
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Herman Potgieter
        Pegie Cool

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Engels
        Specific prerequisites for this course:
        - insight in the atomic structure of solids and properties of solid materials, chemistry of the solid phase




        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

        2. Eindcompetenties

        Competencies acquired by completing this topic

        Upon completion of this topic, students should be able to:

        1.      Identify the relevant mineral ores and geographical occurrence of the treated metals / substances.

        2.      Describe the historical and modern day uses, technical applications and role of the treated metals/substances.

        3.      Understand and give and account of the chemistry of the extraction and refining process of each of the treated metals/substances.

        4.      Develop and/or suggest alternative extraction and refining routes of each of the treated metals/substances.

        5.      Understand the environmental impact of the various extraction and refining processes of each of the treated metals/substances, and potential ways to alleviate/limit it.

        6.      Grasp the fundamentals of microwave dissolution technology as applied to various types of materials/samples.

        7.      Suggest a safe and appropriate method of sample preparation utilizing microwave dissolution for each of the treated metals/substances.

        8.      Choose a suitable analytical technique for determining the purity of each of the treated metals/substances.




        3. Inhoud

        This course will deal with advanced Inorganic Metals and Minerals Chemistry.   

        Description : This particular topic will deal with a number of key and important metals and resources of modern day society. The role of each one in today’s economy and how they underpin technical applications used in everyday life and industry will be analysed and discussed. Finally, a thorough treatment on how to prepare these metals and their source ores for various chemical analyses by using microwave dissolution methods, will conclude the topic.

        Metals and Minerals Extraction Chemistry

        The process and extraction chemistry of the following metals/substances will be covered:

        (a)    Gold

        (b)   Iron

        (c)    Aluminium

        (d)   Coal

        Every metal/substance will be discussed in terms of:

        (i)                 Discovery, origin and history

        (ii)               Typical/usual process chemistry for recovery from its ores

        (iii)             Alternative chemical processes to obtain it.

        (iv)             Potential and conventional applications

        (v)               The environmental chemistry and effects of the recovery and application processes

        Chemical analyses of the various metals and substances form an important part of their chemistry, and the modern approach followed in many laboratories is to employ microwave dissolution techniques as a first step in the sample preparation process. This will be dealt wioth under the following headings:

        Microwave applications and use

        (a)    Microwave heating – Concepts and Equipment Design

        (b)   Guidelines for developing Microwave Dissolution Techniques:

        (i)                       Geological samples

        (ii)                         Metallurgical samples

        (iii)                        Biological and food samples

        (iv)                        Pharmaceutical samples

        (c)    Monitoring and predicting parameters in microwave dissolution

        (d)   Safety guidelines for microwave systems

         

         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      298. Hoorcolleges



      299. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      300. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


      301. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Powerpoint presentation available via Blackboard and selected notes are available.

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



        7. Contactgegevens en begeleiding

        Prof. Herman Potgieter

        Head: Analytical Development

        School of Research, Enterprise and Innovation

        Manchester Metropolitian University

        All Saints Campus

        Oxford Road

        Manchester, M15 6BH

        UK

        Tel: +44 (0)161 247 1428

        Mobile +44 (0)778 667 4729

        E-mail: h.potgeiter@mmu.ac.uk

         


        (+)laatste aanpassing: 10/02/2012 12:59 pegie.cool  

        Biomolecules and bio-analytical methods
        Studiegidsnr:2005WETCSI
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Frank Sobott
        Filip Lemiere

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Engels

        Cursus wordt uitsluitend in het Engels gegeven.

        Passieve beheersing van :
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De student kent vooraf de belangrijkste biomoleculen (aminozuren, nucleotiden, suikers), de structurele basis van biopolymeren (proteinen, DNA) en heeft een basiskennis van biochemie. Basiskennis van de principes van analytische technieken (microscopie, spectroscopie) is vereist.




        2. Eindcompetenties

        Je begrijpt hoe de structuur van biomoleculen, in het bijzonder biopolymeren zoals polypeptiden en oligonucleotiden, verbonden is aan hun functie.

        Je analyseert de conformationele ruimte van biopolymeren en de implicaties daarvan op secundaire/tertiaire/quaternaire structuur en hun functie.

        Je bgrijpt hoe bioanalytiche methodes worden gebruikt om structurele en functionele aspecten te bestuderen.

        Je kent toepassingen van moderne gekoppelde technieken voor de analyse van complexe biologische systemen.




        3. Inhoud

        Biomolecules - hun 3D structuu en hoe deze verbonden is met hun functie.

        Niet-covalente interacties tussen biomoleculen in hun cellulaire context, en hoe complexe netwerken de moleculaire levensprocessen reguleren.


        Basic bioanalytische en biofysische methodes: NMR, MS, IR, UV/CD spectroscopie, ITC, SPR, microscopie etc.

        Casussen van succesvolle toepassing van bioanalytische en biofysische methodes in moleculaire biologie.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      302. Hoorcolleges
      303. Seminaries

      304. Eigen werk:
      305. Opdrachten:Individueel
      306. Casussen: Individueel
      307. Scriptie: Individueel

      308. Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


        5. Evaluatievormen

        Examen:
      309. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
      310. Mondeling met schriftelijke voorbereiding
      311. Open boek
      312. Open vragen

      313. Permanente evaluatie:
      314. Oefeningen
      315. Opdrachten

      316. Schriftelijk werkstuk:
      317. met mondelinge toelichting

      318. Portfolio:
      319. met mondelinge toelichting

      320. Debatexamen
        Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Geschikte handboeken (biochemie, fysicochemie) worden geraadpleegd waar nodig.

        Specifieke wetenschappelijke publicaties zullen ter beschikking gesteld worden.

        Internet bronnen kunnen gebruikt worden en wordt aangemoedigd, inzoverre de nodige verwijzingen/referenties gemaakt worden.



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Biochemie handboeken



        7. Contactgegevens en begeleiding

        Frank Sobott
        Department of Chemistry
        Groenenborger Campus
        Building V, 4th floor, Room 408

        frank.sobott@ua.ac.be

        (+)laatste aanpassing: 14/08/2013 14:50 frank.sobott  

        Capita selecta: X-ray analysis and analytical imaging
        Studiegidsnr:2001WETXAB
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:50
        Studiepunten:6
        Studiebelasting:168
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Koen Janssens
        Piet Van Espen

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Passieve beheersing van :
        • Engels

        Notie hebben van de basisbegrippen van:

        Er wordt van uitgegaan dat de studenten bekend zijn met de interactie van geladen deeltjes met electrische en magnetische velden, met atoom- en molecuulopbouw en aanverwante begripen. Enig inzicht in de werking van elektronische circuits gebruikt in versterkers, analoog-tot-digitaal convertoren etc. is nuttig.


        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Er wordt verwacht dat de studenten reeds bekend zijn met de (micro)analytische methoden besproken in de vakken "Instrumentele Analyse" en "Gevorderde Analyse", in het bijzonder met electronmicroscopie en X-straal analyse.


        2. Eindcompetenties

        Na afloop van deze cursus hebben de studenten in detail kennis en inzicht verworven in verband met meest courante varianten van X-straal analyse, zowel diegene gebaseerd op conventionele X-straal bronnen (i.e., X-straalbuizen) als die gebaseerd op synchrotronstraling Sommige van deze methoden zijn geschikt voor micro- en oppervlakteanalyse. De studenten zullen in staat zijn om het werkingsprincipe van iedere variant uit te leggen, alsook de implicaties van de randvoorwaarden (op instrumenteel gebied en ter hoogte van de te analyseren materialen) waaronder iedere variant functioneert te begrijpen en uit te leggen. De studenten zullen de competentie verwerven om    de voor- en nadelen van de methoden tegen over elkaar af te wegen. Ze zullen tevens praktijkervaring opdoen met het gebruik van enkele varianten tijdens een kort (en eventueel buitenlands) experiment. 

        Deze cursus draagt bij tot het realiseren van de volgende algemene doelstellingen van de Masteropleiding Chemie: M5, M7, M8, M11, M12, MV3, MV5




        3. Inhoud

        De volgende onderwerpen komen aan bod: 

        (a) bulk-XRF: energie- en golflengte dispersieve instrumentatie en electronica, 

        (b) kwantitatieve analyse met behulp van bulk-XRF: spectrum evaluatie en kwantificatiemodellen, 

        (c) micro-XRF: X-straal optica, toepassingen, vergelijking met andere micro-analytische methoden; 

        (d) total reflection XRF: principe, voor- en nadelen ten opzichte van conventionele XRF, 

        (e) proton-induced X-ray emission en andere IBA (ion-beam analysis) methoden, 

        (f) synchrotron straling: opbouw van een synchrotron, voordelen van het gebruik van synchrotron straling met inbegrip van vergelijking met conventionele vormen van XRF, kristal- en multilaag-monochromatoren 

        (g) X-straal absorptie spektroskopie, X-straal foto-electron spectroscopie en Auger electron spectroscopie en 

        (h) X-straal radiografie en tomografie.

         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      321. Hoorcolleges
      322. Practica



      323. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      324. Mondeling met schriftelijke voorbereiding
      325. Gesloten boek
      326. Open vragen
      327. Practicum


      328. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Er is een cursus beschikbaar (ca 150 blz.) + enkele wetenschappelijke artikels.



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

        Koen H.A Janssens., Freddy C.V. Adams, Anders Rindby, (Eds.), "Microscopic X-ray fluorescence analysis", Chichester : Wiley, 2000. - 419 p. - ISBN 0-471-97426-9.

        Koen H.A Janssens. R.E. Van Grieken (Eds.), "Non-destructive Microanalysis of Cultural Heritage Materials", Elsevier, Amsterdam, The Netherlands, 2004 - 800 p. - ISBN 0-444-50738-8.




        7. Contactgegevens en begeleiding

        De studenten kunnen vragen stellen aan de docenten tijdens de pauzes of daarbuiten en maken voor dit laatste  best een afspraak per email.

        Prof. Koen Janssens,
        CDE campus, Departement Chemie, Gebouw B, 1e verdieping, lokaal B1.06
        Tel. +32 3 265 23 73, 
        koen.janssens@ua.ac.be

        Prof. Piet Van Espen,
        CDE campus, Departement Chemie, Gebouw B, gelijkvloers, lokaal B0.15
        Tel.
        +32 3 265 23 58, piet.vanespen@ua.ac.be

         


        (+)laatste aanpassing: 06/03/2012 09:37 koen.janssens  

        Capita selecta internationalisation: Plasmas for a sustainable society
        Studiegidsnr:2001WETPSS
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:25
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Richard van de Sanden
        Annemie Bogaerts

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        Passieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De studenten hebben basiskennis nodig van fysica en chemie (meerbepaald thermodynamica, Maxwell vergelijkingen, Newton mechanica, en basis kwantummechanica: orbitalen, chemische binding), en van plasmatechnologie, zoals gedoceerd in de bachelor-jaren.


        2. Eindcompetenties

        -  De student kan de problemen met betrekking tot duurzame energie omschrijven en toelichten hoe plasmatechnologie kan bijdragen aan een oplossing hiervan, meerbepaald rond de thema’s van zonnecellen en plasmafusie.
        -  De student kan toelichten hoe plasma’s kunnen bijdragen tot “groene chemie”, meerbepaald een beter gebruik van energie en materialen, plasmakatalyse, plasma reforming,...
        -  De student kan op basis van literatuur actuele onderzoekstopics rond dit thema bestuderen en deze toelichten aan zijn medestudenten.


        3. Inhoud

        1)       Introductie Plasmafysica/chemie: met belangrijke plasma concepten zoals lading, quasi-neutraliteit, niet-evenwicht. energieverdelingsfuncties, overview plasma regimes
        2)       Plasma’s voor duurzame energie: 
           a.         Welke problemen zijn er en komen op ons af, hoe kan plasmatechnologie bijdragen aan de oplossng er van. 
           b.       Plasma voor materiaalbehandeling 
           c.        Plasma’s voor zonnecellen: efficientie, stand-van-zaken, uitdagingen 
           d.       Plasma’s voor kernfusie
        3)       Plasma’s voor groene chemie 
           a.        Hoe kan plasma bijdragen aan een beter gebruik van energie en materialen 
           b.       Plasmakatalyse 
           c.        Plasma reforming etc.
        4)       Opdracht: literatuurstudie (op basis van papers uitgedeeld door de docent rond deze thema's) en schrijven van een paper rond deze thematiek.


        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      329. Hoorcolleges
      330. Werkcolleges

      331. Eigen werk:
      332. Opdrachten:Individueel
      333. Scriptie: Individueel



      334. 5. Evaluatievormen

        Schriftelijk werkstuk:
      335. zonder mondelinge toelichting


      336. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Kopie van de powerpoint slides van de docent

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Engelstalige artikels als achtergrondinformatie


        7. Contactgegevens en begeleiding


        Prof.dr.ir. M.C.M. van de Sanden (Richard)
         
        FOM Institut e for Plasma Physics Rijnhuizen
        P.O.Box 1207
        3430 BE Nieuwegein
        The Netherlands
        tel: +31-30-6096914/827
        fax: +31-30-6031204
        m.c.m.vandesanden@rijnhuizen.nl
        http://www.rijnhuizen.nl/
         

        en
         
        Group Plasma & Materials Processing
        Department of Applied Physics
        Eindhoven University of Technology
        P.O.Box 513
        5600 MB Eindhoven
        The Netherlands
        tel: +31-40-2473474/4880
        fax: +31-40-2456442
        http://www.phys.tue.nl/pmp/
         
        Of: verantwoordelijke contactpersoon bij UA:
         
        Prof. Dr. Annemie Bogaerts
        Research group PLASMANT
        Department of Chemistry, University of Antwerp
        Campus Drie Eiken, Universiteitsplein 1
        BE-2610 Wilrijk-Antwerp, Belgium
        Tel: +32-3-265.23.77
        Fax: +32-3-265.23.43
        E-mail: annemie.bogaerts@ua.ac.be
        http://www.ua.ac.be/plasmant
         
        (+)laatste aanpassing: 07/09/2011 19:15 annemie.bogaerts  

        Masterproef Deel I

        Studenten uit optie 'onderwijs' of 'onderzoek' hebben de keuze om reeds in Ma1 te starten met een eerste deel van de masterproef. Hierdoor verschuiven 9sp van de profileringsruimte naar Ma2.

        Masterproef (optie 'onderwijs'), deel I
        Studiegidsnr:2002WETMAP
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:0
        Studiepunten:9
        Studiebelasting:252
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)- NNB

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De Masterproef is een verplicht opleidingsonderdeel voor all studenten en vormt het sluitstuk van de opleiding.  De Masterproef wordt ingediend op het eind van het tweede Masterjaar maar kan reeds in het eerste Masterjaar aangevat worden.  Beide onderdelen worden apart geëvalueerd en leiden elk tot een credit.
        De masterproef voltooit de masteropleiding en steunt op de voorkennis van de opleidingsonderdelen  van de masteropleiding.


        2. Eindcompetenties

        Met de Masterproef toont de student aan dat hij/zij voldoende kennis en vaardigheden heeft verworven om, onder begeleiding, een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren waarbij hij/zij (i) blijk geeft van de nodige wetenschappelijke bagage; (ii) in staat is om primaire literatuur op een kritische manier te verwerken en (iii) de eigen bevindingen op een correcte en adequate manier in een bondig document kan verwoorden. In het onderdeel ‘verhandeling’ dient de kritisch-reflecterende ingesteldheid en/of de onderzoeksingesteldheid weerspiegeld te worden. Het onderzoek op zich moet een voldoende hoog wetenschappelijk gehalte hebben maar dient niet absoluut vernieuwend te zijn.

         




        3. Inhoud

        Door middel van de verhandeling dient het persoonlijk werk van de student duidelijk tot uiting te komen. De vorm van de verhandeling volgt deze van een referentiemodel waarin de diverse inhoudelijke aspecten worden weergegeven; o.a. samenvattingen, de gebruikte onderzoeksmethodes en de resultaten ervan, de literatuurgegevens, inleiding en situering van het onderzoek, aanknopingspunten van het onderzoek, bespreking en conclusies, toekomstperspectief. Meer practische aspecten worden verduidelijkt in een bijlage ter beschikking gesteld en geviseerd door de richtingspecifieke onderwijscommissie.

        Zie reglement Masterproef Chemie.

        De evaluatie is gebaseerd op het schriftelijke verslag van de Masterproef en op een openbare verdediging. Het referentiemodel voor de Masterproef is een wetenschappelijk artikel in een vaktijdschrift.  De Masterproef wordt in het Nederlands geschreven. Een uitzondering is enkel mogelijk indien de Masterproef grotendeels of geheel aan een anderstalige instelling wordt voorbereid. 

        Door middel van de verhandeling dient het persoonlijk werk van de student duidelijk tot uiting te komen. Elke Masterproef wordt beoordeeld door de promotor (hierin eventueel bijgestaan door copromotoren of begeleiders) en twee lezers. Bij de evaluatie wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de kwaliteit van de voorliggende verhandeling. Er wordt gekeken naar het gehalte van het wetenschappelijke werk, het niveau van de dataverwerking, de bespreking en de conclusies die worden getrokken, de bondigheid en de algemene presentatie en schrijfstijl. De kwaliteit van de verdediging, zowel presentatie als discussie, speelt een bijkomende rol.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      337. Practica

      338. Eigen werk:
      339. Scriptie: Individueel

      340. Projectwerk:
      341. Individueel



      342. 5. Evaluatievormen

        Permanente evaluatie:
      343. Medewerking tijdens de contactmomenten

      344. Schriftelijk werkstuk:
      345. met mondelinge toelichting

      346. Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        De student kan beroep doen op alle middelen die de betrokken onderzoeksgroep bezit voor het verwezenlijken van wetenschappelijk onderzoek.

        Het studiemateriaal dat nodig is in de voorbereidende fase van de Master thesis zal door de promotor worden ter beschikking gesteld.


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Ev. facultatief studiemateriaal zal door de promotor worden geidentificeerd.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        De Masterthesis verloopt in de eerste plaats onder de begeleiding van de promotor. Gelieve hem of haar rechtstreeks te contacteren.

        (+)laatste aanpassing: 15/02/2012 12:54 kris.vanalsenoy  

        Masterproef (optie 'onderzoek'), deel I
        Studiegidsnr:2006WETMAP
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:0
        Studiepunten:9
        Studiebelasting:252
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)- NNB

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De Masterproef is een verplicht opleidingsonderdeel voor alle studenten en vormt het sluitstuk van de opleiding.  De Masterproef wordt ingediend op het eind van het teerde Masterjaar maar kan reeds in het eerste Masterjaar aangevat worden. Beide onderdelen worden apart geëvalueerd en leiden elk tot een credit.
        De masterproef voltooit de masteropleiding en steunt op de voorkennis van de opleidingsonderdelen  van de masteropleiding.


        2. Eindcompetenties

        Met de Masterproef toont de student aan dat hij/zij voldoende kennis en vaardigheden heeft verworven om, onder begeleiding, een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren waarbij hij/zij (i) blijk geeft van de nodige wetenschappelijke bagage; (ii) in staat is om primaire literatuur op een kritische manier te verwerken en (iii) de eigen bevindingen op een correcte en adequate manier in een bondig document kan verwoorden. In het onderdeel ‘verhandeling’ dient de kritisch-reflecterende ingesteldheid en/of de onderzoeksingesteldheid weerspiegeld te worden. Het onderzoek op zich moet een voldoende hoog wetenschappelijk gehalte hebben maar dient niet absoluut vernieuwend te zijn.


        3. Inhoud

        Door middel van de verhandeling dient het persoonlijk werk van de student duidelijk tot uiting te komen. De vorm van de verhandeling volgt deze van een referentiemodel waarin de diverse inhoudelijke aspecten worden weergegeven; o.a. samenvattingen, de gebruikte onderzoeksmethodes en de resultaten ervan, de literatuurgegevens, inleiding en situering van het onderzoek, aanknopingspunten van het onderzoek, bespreking en conclusies, toekomstperspectief. Meer practische aspecten worden verduidelijkt in een bijlage ter beschikking gesteld en geviseerd door de richtingspecifieke onderwijscommissie.

        Zie reglement Masterproef Chemie.

        De evaluatie is gebaseerd op het schriftelijke verslag van de Masterproef en op een openbare verdediging. Het referentiemodel voor de Masterproef is een wetenschappelijk artikel in een vaktijdschrift.  De Masterproef wordt in het Nederlands geschreven. Een uitzondering is enkel mogelijk indien de Masterproef grotendeels of geheel aan een anderstalige instelling wordt voorbereid. 

        Door middel van de verhandeling dient het persoonlijk werk van de student duidelijk tot uiting te komen. Elke Masterproef wordt beoordeeld door de promotor (hierin eventueel bijgestaan door copromotoren of begeleiders) en twee lezers. Bij de evaluatie wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de kwaliteit van de voorliggende verhandeling. Er wordt gekeken naar het gehalte van het wetenschappelijke werk, het niveau van de dataverwerking, de bespreking en de conclusies die worden getrokken, de bondigheid en de algemene presentatie en schrijfstijl. De kwaliteit van de verdediging, zowel presentatie als discussie, speelt een bijkomende rol.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      347. Practica

      348. Eigen werk:
      349. Scriptie: Individueel

      350. Projectwerk:
      351. Individueel



      352. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      353. Practicum

      354. Permanente evaluatie:
      355. Medewerking tijdens de contactmomenten

      356. Schriftelijk werkstuk:
      357. met mondelinge toelichting

      358. Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        De student kan beroep doen op alle middelen die de betrokken onderzoeksgroep bezit voor het verwezenlijken van wetenschappelijk onderzoek.

        Het studiemateriaal dat nodig is in de voorbereidende fase van de Master thesis zal door de promotor worden ter beschikking gesteld.


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Ev. facultatief studiemateriaal zal door de promotor worden geïdentificeerd.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        De Masterthesis verloopt in de eerste plaats onder de begeleiding van de promotor. Gelieve hem of haar rechtstreeks te contacteren
        (+)laatste aanpassing: 15/02/2012 12:56 kris.vanalsenoy  

        Deel 2 (MCHE)

         

        Verplichte opleidingsonderdelen

        voor optie 'Onderzoek' en 'Bedrijf en Maatschappij' 30 SP
        voor optie 'Onderwijs' slechts 21 sp te kiezen en aan te vullen met 9 sp uit module onderwijs*

        * Mits indiening en goedkeuring van een gemotiveerd verzoek bij de onderwijscommissie kunnen de studenten ook ten belope van maximum 9sp keuzevakken kiezen uit het gehele aanbod aan opleidingsonderdelen van de AUHA-instellingen

        Chemical reaction engineering
        Studiegidsnr:2001WETCHP
        Vakgebied:Chemie
        Semester:1e semester
        Contacturen:22
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Annemie Bogaerts

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De studenten hebben basiskennis nodig van wiskunde (afleiden en integreren), fysica (basis mechanica), en kinetiek van gassen en chemische reacties, zoals gedoceerd in bachelor 1, 2 en 3.


        2. Eindcompetenties

        * De student kan de verschillen en gelijkenissen analyseren van drie soorten chemische reactoren, nl. batch reactor, plugstroom reactor en continue roertank reactor.

        * De student kan de materiaalbalans opstellen voor deze 3 soorten reactoren.

        * De student kan op basis van deze materiaalbalans het gewenste reactorvolume en de residentietijd berekenen voor deze 3 soorten reactoren, en ook voor reactoren in serie.

        * De student kan op basis van de materiaalbalans voor meervoudige reacties (in parallel of in serie) het rendement en de selectiviteit van de reactieproducten berekenen, voor een gegeven reactorvolume of residentietijd, voor deze 3 soorten reactoren

        * De student kan de energiebalans opstellen voor deze 3 soorten chemische reactoren, en kan temperatuurseffecten op de reactiesnelheid analyseren.

        * De student kan het verschil analyseren tussen ideale en niet-ideale reactoren, en kan de verblijftijd en conversie van de reactants in niet-ideale reactoren berekenen.




        3. Inhoud

        Deze cursus bestaat uit 5 hoofdstukken. In hoofdstuk 1 worden materiaalbalansen voor chemische reactoren (batch reactor, plugstroom reactor en continue roertank reactor) opgesteld. In hoofdstuk 2 wordt uitgelegd hoe het gewenste reactorvolume en de residentietijd kunnen berekend worden voor deze 3 soorten reactoren, en ook voor reactoren in serie. In hoofdstuk 3 worden meervoudige reacties (d.i. in parallel of in serie) behandeld. In hoofdstuk 4 wordt de energiebalans van reactoren opgesteld en worden temperatuurseffecten beschreven. Tenslotte, worden in hoofdstuk 5  niet-ideale reactoren in het kort behandeld (berekening van verblijftijd en conversie van de reactants).

        Naast de theoretische basis wordt heel veel tijd besteed aan het kunnen toepassen van de theorie, via het oplossen van wetenschappelijke problemen (oefeningen). De oefeningen in de cursus worden meestal klassikaal opgelost. Op het einde van de hoofdstukken staan ook een reeks oefeningen die de studenten individueel maken en die verzameld worden in een soort portfolio-systeem.

        Om de inhoud van deze cursus te concretiseren, wordt ook een bedrijfsbezoek gepland aan Lanxess, Antwerpen. De studenten krijgen daar concrete voorbeelden te zien en te horen, naar optimalizatie van de reactoren.

        Deze cursus draagt bij tot het realiseren van de volgende algemene doelstellingen van de Masteropleiding Chemie: M1, M2, M4, M5, M6, M7, M11, M1O&B.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      359. Hoorcolleges
      360. Oefeningensessies

      361. Eigen werk:
      362. Oefeningen

      363. Excursie
        Portfolio


        5. Evaluatievormen

        Examen:
      364. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
      365. Gesloten boek
      366. Open vragen

      367. Permanente evaluatie:
      368. Oefeningen
      369. Medewerking tijdens de contactmomenten

      370. Portfolio:
      371. zonder mondelinge toelichting


      372. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Nederlandstalige cursus van de docent, ter beschikking gesteld via de cursusdienst. Indien gewenst, kunnen ook de slides gebruikt tijdens de lessen op Blackboard geplaatst worden.

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        De cursus is gebaseerd op het Engeltalige handboek: Chemical Reaction Engineering: A First Course, Ian S. Metcalfe, Oxford Chemistry Primers, Oxford Science Publications, 1997.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        Prof. Dr. Annemie Bogaerts

        Departement Chemie, Onderzoeksgroep PLASMANT

        Universiteit Antwerpen (CDE)

        Universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk.

        Tel: +32 3 820 23 77

        Fax: +32 3 820 23 76

        E-mail: annemie.bogaerts@ua.ac.be

        Website: http://ua.ac.be/plasmant/


        (+)laatste aanpassing: 02/08/2012 14:44 jan.vos  

        Chemometrics, lab accreditation and quality management
        Studiegidsnr:2001WETCHK
        Vakgebied:Chemie
        Semester:1e semester
        Contacturen:30
        Studiepunten:4
        Studiebelasting:112
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Engels
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Piet Van Espen
        Johan De Waele

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        Passieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Partim Chemometrie - P. Van Espen
        Bij de aanvang wordt van de studenten verwacht dat zij een basiskennis hebben van de statistische begrippen en competenties zoals aangebracht in de cursus "Statistische verwerking van meetresultaten", 1Ba Chemie. Verder is een elementaire kennis nodig van lineaire algebra en matrixrekenen zoals gedoceerd in de cursussen wiskunde van de bachelorsopleiding chemie. Standaard notie van integratie en differentie is vereist. Goede kennis van werken met rekenbladen (spreadsheets) en tekstverwerking worden verondersteld gekend te zijn.

        Partim Kwaliteitsmanagement en Laboratorium-accreditatiein - J. De Waele
        Algemene kennis van chemie & chemometrie basisbegrippen.
        Algemeen inzicht in de rol dat optimale kwaliteitszorg momenteel wereldwijd bekleedt in bedrijven en instellingen, om door zakelijke partners en opdrachtgevers te worden geaccepteerd en erkend.
        Algemeen inzicht in het feit dat het winnen van vertrouwen van de opdrachtgever en het bouwen aan langdurig partnership cruciaal is in succesvol ondernemingsschap, en dat het nastreven van optimaal kwaliteitsmanagement hiertoe een belangrijke bijdrage geeft.  * Algemeen inzicht in het feit dat voor laboratoria het principiëel belangrijk is een accuraat werkend kwaliteitsmanagementsysteem in te voeren waarbij technische competentie en resultaatvalidatie centraal staat. 



        2. Eindcompetenties

        Partim Chemometrie - P. Van Espen 
        Na afloop van de cursus moeten de studenten een duidelijk overzicht hebben van de verschillende methodes en technieken die gebruikt worden in de chemometrie; deze kunnen situeren, hun nut en functionaliteit beoordelen en op eenvoudige problemen kunnen toepassen.

        Partim Kwaliteitsmanagement en Laboratorium-accreditatie - J. De Waele
        De student beschikt over voldoende kennis i.v.m. de historiek in de begripsvormen rond kwaliteit en het ontstaan van verschillende normeringen en managementsystemen.
        De student heeft voldoende inzicht in de cursus om de verschillende kwaliteitsnormen toe te lichten en de basisbegrippen m.b.t. het opzetten van een kwaliteitsmanagementsysteem te beheersen en in de praktijk toe te passen. De student kan voldoende inschatten dat een optimaal functionerend kwaliteitsmanagementsysteem dé structuur biedt die een bedrijf nodig heeft om de prestaties op welk gebied dan ook te kunnen volgen én verbeteren.
        De student beschikt over voldoende kennis i.v.m. het belang van industriële toepassing van geldende kwaliteitsnormen opdat verhoogde klantentevredenheid wordt bereikt, door te voldoen aan de eisen van de klant, de eigen eisen van het bedrijf én aan de geldende wet- en regelving.De student beschikt over voldoende kennis m.b.t. de waarde én belangrijkheid van laboratorium-accreditatie waarbij technische competentie en analytische deskundigheid centraal staat. De student heeft als dusdanig voldoende inzicht in de verschillende management- en technische basisprincipes van de toegepaste ISO 17025 normstandaard.


        3. Inhoud


        Partim Chemometrie - P. Van Espen
        De cursus start met een herhaling van de belangrijkste concepten van de klassieke statistiek (waarschijnlijkheidsdichtheidsfuncties, intervalschatting en statistische tests) aangevuld met een aantal statistische methodes die belangrijk zijn voor kwaliteitscontrole.
        Vervolgens bestuderen we regressie en de kleinste-kwadraten methode voor algemeen lineaire en niet-lineaire functies.
        Een belangrijk hoofdstuk is gewijd aan het statistisch proefopzetten (experimental design) aangevuld met de principes van optimalisatie.
        Het laatste deel van de cursus behandelt een aantal multivariate technieken voor patroonherkenning en modellering van grote datasets: clusteranalyse, hoofdcomponentenanalyse en partiële kleinste kwadraten.
        Tijdens de cursus wordt gewerkt met rekenblad programma's (spreadsheets) en met de wetenschappelijke rekenomgeving Octave (of zijn equivalent Matlab).

        Partim Kwaliteitsmanagement en Laboratorium-accreditatie - J. De Waele
        De volgende begrippen worden aan de hand van praktijkvoorbeelden toegelicht:
        •          Overzicht van de historiek in de begripsvormen rond kwaliteit en het ontstaan van verschillende normeringen en managementsystemen
        •          De 8 universele kwaliteitsmanagementprincipes voorgesteld door de ISO 9000 normserie
        •          De kernelementen van de huidige ISO 9001 kwaliteitsmanagement norm
        •          De kernelementen van de huidige ISO/IEC 17025 norm, toegepast voor laboratorium-accreditatie
        •          De link van ISO 9001 naar de milieumanagement norm (ISO 14001) en de veiligheids- en gezondheidsmanagement norm (OHSAS 18001), belangrijk voor het integreren van managementsystemen
        •          De link van ISO 9001 naar de laboratorium-accreditatie norm ISO/IEC 17025
        •          Het model van een op processen gebaseerd kwaliteitsmanagementsysteem
        •          Het invoeren van een laboratorium management systeem gebaseerd op ISO/IEC 17025, als basis voor succesvolle laboratorium-accreditatie
        •          Risicomanagement door procesbenadering
        •          Principes van procesmanagement en resultaatmanagement
        •          Het “Plan – Do – Check /study – Act” principe (kwaliteitscirkel van Deming / Shewhart) als creatief hulpmiddel voor kwaliteitsmanagement en probleem-oplossen
        •          Wat specifiek te meten & analyseren en de relatie met continue verbetering
        •          Interne en externe auditing en de link naar managementsysteem certificatie én laboratorium-accreditatie
        •          Integrale kwaliteitszorg (IKZ) –Total Quality Management (TQM), als managementstroming gericht op voortdurende verbetering van algemene bedrijfsprestaties met focus op het voldoen aan klanteneisen en de bedrijfsstrategie
        •          Toelichting m.b.t. enkele vooraanstaande kwaliteits”goeroes”
        •          Literatuuroverzicht & referenties.
         



        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      373. Hoorcolleges
      374. Oefeningensessies

      375. Eigen werk:
      376. Oefeningen
      377. Opdrachten:Individueel



      378. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      379. Mondeling zonder schriftelijke voorbereiding
      380. Open boek
      381. Open vragen

      382. Permanente evaluatie:
      383. Oefeningen
      384. Medewerking tijdens de contactmomenten


      385. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


        Partim Chemometrie - P. Van Espen
        Kopien van de presentaties worden ter beschikking gesteld. Deze zijn ook als pdf-bestanden beschikbaar op Blackboard.

        Partim Kwaliteitsmanagement en Laboratorium-accreditatie - J. De Waele 
          Een door de docent samengestelde cursus wordt ter beschikking gesteld door de cursusdienst.
        Eigen nota’s m.b.t. de cursus.Diverse afdrukken van publiek toegankelijke websites (nationaal & internationaal) m.b.t. kwaliteitszorg & kwaliteitsmanagement en laboratorium-accreditatie.

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

        Partim Chemometrie - P. Van Espen
        Aanvullende teksten, publicaties, tabellen, werkbladen (spreadsheets) en programma's (m-files voor Matlab en Octave) worden ter beschikking gesteld op Blackboard.

        Partim Kwaliteitsmanagement en Laboratorium-accreditatie - J. De Waele

        Consulteren van publiek toegankelijke websites (nationaal & internationaal) m.b.t. kwaliteitszorg & kwaliteitsmanagement en laboratorium-accreditatie.   
        •          Website www.iso.org  (International Organisation for Standardisation – Genève, CH)
        •          “Praktijkboek Kwaliteit” – losbladig naslagwerk / 14 hoofdstukken – WEKA uitgeverij B.V., NL (2009) –  ISBN 9058830195 – website www.weka.nl
        •          “Kwaliteitsmanagement – een praktische handleiding voor de invoering van kwaliteitszorg” – Bernadette van Pampus – Boom Onderwijs, NL (2007) – ISBN 9789047300069 – Boek : 276 pagina’s
        •          “Kwaliteitsmanagement” – Ron Emmerik – Pearson / Prentice Hall, Benelux (2007) – ISBN 9789043012676 – Boek : 326 pagina’s
        •          “Zorgen voor kwaliteit – Handboek kwaliteitsontwikkeling voor non-profit organisaties” – Guido Cuyvers – Lannoo Campus (2009) – ISBN 9789020969498 – Boek : 277 pagina’s
        •          “Kwaliteitsmanagement in beweging – van blauwdruk naar contingenties en dynamiek” – Hans Van der Bij / Manda Broekhuis / José Gieskes – Kluwer, NL (2007) – ISBN 9789014080895 – Boek : 400 pagina’s
        •          “ISO 9000:2000-serie, strategie en aanpak” – C.T.B. Ahaus / A. De Heer / W.K.J. Swinkels – Kluwer, NL (2001) – ISBN 9014068174 – Boek : 220 pagina’s
        •          “Implementing ISO 9000:2000” – Matt Seaver – Gower Publishing Ltd, GB (2001) – ISBN 0566083736 – Boek : 262 pagina’s
        •          “Management van processen – identificeren, besturen, beheersen en vernieuwen” – T.W. Hardjono / R.J.M. Bakker – Kluwer, NL (2006) – ISBN 9013034446 – Boek : 295 pagina’s
        •          “Juran’s quality handbook” – Joseph M. Juran / A. Blanton Godfrey - >McGraw-Hill, GB (1999) – ISBN 007034003-X – Boek : 48 hoofdstukken
        •          “ISO/IEC 17025 standard - General Requirements for the Competence of Testing and Calibration Laboratories" - Geneva (2005)
        •          BELAC website http://belac.fgov.be  (FPS Economy, Brussels)
        •          “ISO/IEC Guide 98-3 / Part 3 - Guide to the Expression of Uncertainty in Measurement" - Geneva (2008)
        •          LabCompliance website http://www.labcompliance.com  ("Understanding and implementing ISO/IEC 17025" (Agilent Technologies, Inc. 2009)•          “Management Review Checklist for ISO/IEC 17025 quality management system" - D.G. Theodorou and P.C. Anastasakis - Accred Qual Assur (2009) volume 14: 107-110.



        7. Contactgegevens en begeleiding

        Partim Chemometrie - P. Van Espen
        Departement Chemie, Onderzoeksgroep MiTAC
        Universiteit Antwerpen, Campus Drie Eiken
        Lokaal B0.15
        Universiteitsplein 1
        B-2610 Antwerpen (Wilrijk)
        Tel: 03-820 23 58
        Fax: 03-820 23 76
        Email: piet.vanespen@ua.ac.be
         
        Partim Kwaliteitsmanagement en Laboratorium-accreditatie - J. De Waele

        Email: johan.dewaele@nynas.com

         



        (+)laatste aanpassing: 16/08/2011 15:00 jan.vos  

        Toegepaste polymeerchemie
        Studiegidsnr:2001WETPOC
        Vakgebied:Chemie
        Semester:1e semester
        Contacturen:30
        Studiepunten:4
        Studiebelasting:112
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Johan Heuts

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        Van de studenten wordt verwacht dat ze een basiskennis beheersen van de polymeerchemie, zoals die bijvoorbeeld wordt onderwezen in het master-programma van de Universiteit Antwerpen.




        2. Eindcompetenties

        Het hoofddoel van dit vak is de student kennis te laten maken met een aantal relevante (industriële) toepassingen van polymere materialen en recente ontwikkelingen in dit gebied.  Aan het eind van de cursus zal het volgende van de student verwacht worden:

        • Bekend zijn met de structuur en eigenschappen van polymeren in de vaste toestand.
        • Bekend zijn met de rheologie van polymere smelten en mechanische eigenschappen van polymere materialen.
        • Bekend zijn met de belangrijkste polymeerverwerkings- en modificatietechnieken.
        • Bekend zijn met een aantal belangrijke polymeertoepassingen in zowel de meer traditionele gebieden als engineering plastics als de meer recente gebieden als polymere medicijnen.



        3. Inhoud

        In dit vak worden een aantal toepassingen en (industriële) productieprocessen van polymere materialen behandeld.  Het vak bestaat uit een aantal algemene en een aantal gespecialiseerde colleges.   De algemene hoorcolleges omvatten enkele essentiële onderdelen uit de polymeerfysica en polymeerverwerking die zullen dienen als de benodigde achtergrond voor gespecialiseerde colleges over specifieke toepassingen.  Deze algemene colleges omvatten een inleiding over structuur-eigenschap relaties en moleculaire karakteriseringsmethoden, polymeereigenschappen in de vaste stof (kristallijn, vloeibaar-kristallijn, amorf en vernet), rheologie, plasticiteit en visco-elasticeit, polymeerverwerking (molding, extrusion, compounding, fibre spinning) en polymeermodificatie (reactive extrusion, plasma).  De gespecialiseerde colleges zullen verzorgd worden door een aantal gastdocenten en omvatten een reeks van toepassingen, uiteenlopend van engineering plastics tot polymere medicijnen.

         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      386. Hoorcolleges
      387. Oefeningensessies

      388. Eigen werk:
      389. Oefeningen



      390. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      391. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
      392. Gesloten boek


      393. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        - Cursus (Engels)

        - Alle door de docent(en) uitgereikte materialen.



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        • J.M.G. Cowie, V. Arrighi, Polymers: Chemistry and Physics of Modern Materials, 3rd Ed., CRC Press, Boca Raton: 2008.
        • L.H. Sperling, Introduction to Physical Polymer Science, 4th Ed., Wiley, Hoboken: 2006.
        • N.G. McCrum, C.P. Buckley, C.B. Bucknall, Principles of Polymer Engineering, 2nd Ed., Oxford Science Publications, Oxford: 1999.



        7. Contactgegevens en begeleiding

        Dr.ir. Hans Heuts

        Capaciteitsgroup Polymeerchemie

        Faculteit Scheikundige Technologie

        Technische Universiteit Eindhoven

        Postbus 513

        5600 MB Eindhoven, NEDERLAND

        e-mail : j.p.a.heuts@tue.nl


        (+)laatste aanpassing: 26/09/2011 16:28 jan.vos  

        Toegepaste chemie
        Studiegidsnr:2002WETTCH
        Vakgebied:Chemie
        Semester:1e semester
        Contacturen:28
        Studiepunten:4
        Studiebelasting:112
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Stefaan Van Dyck
        Serge Claessens

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        Partim Levensmiddelen - S. Van Dyck
        Basiskennis van de organische chemie: nomenclatuur, functionele groepen en hun reacties.
        Basiskennis van de analytische chemie


        Partim Metallurgie – S. Claessens 
        - Inzicht in de atomaire opbouw van vaste stoffen en kristallijne structuren
        - Basiskennis van de electrochemische eigenschappen van metallen




        2. Eindcompetenties

        Partim Levensmiddelen - S. Van Dyck
        -Basiskennis verwerven van de hoofdcomponenten van voeding en hun functionaliteit.
        -Inzicht verwerven in chemische reacties en fysische interacties in voedingsmiddelen.
        -Theoretische inzichten in de context kunnen plaatsen van concrete toepassingen in de levensmiddelenchemie (analyse, productontwikkeling, design of experiment).

        Partim Metallurgie – S. Claessens 
        - de student heeft inzicht in het mechanisch gedrag van metalen in functie van de temperatuur en omgevingsfactoren.
        - de student heeft inzicht in de oppervlaktefenomen van metalen, en de invloed van legeringsvorming hierop.
        - de student beschikt over voldoende kennis om een verantwoorde materiaalkeuze uit te voeren afhankelijk van de toepassing




        3. Inhoud

        Partim Levensmiddelen (3 sp) - S. Van Dyck
        Deze cursus heeft als doel een duidelijk inzicht te verschaffen in de chemische samenstelling en functionaliteit van de hoofdingrediënten in levensmiddelen alsook van een aantal veelvuldig gebruikte additieven. Deze kennis zal meteen worden toegepast in een onderdeel levensmiddelentechnologie waar de chemische reacties en fysische veranderingen aan bod kunnen komen die veelvuldig voorkomen bij het verwerken, ontwikkelen en bewaren van levensmiddelen.
        Na deze eerste sessies is er voldoende basiskennis aanwezig om dieper in te gaan op de analyse van levensmiddelen, zowel naar chemische samenstelling als functionaliteit, chemische en fysische interacties tussen de ingrediënten en houdbaarheid.
        Het derde luik van deze module heeft als doel de theoretische achtergrond om te zetten naar de praktijk via voorbeelden en case studies uit productontwikkeling en kwaliteitscontrole.

        Partim Metallurgie (1 sp) – S. Claessens 
        De cursus is opgesplitst in twee grote delen:
        Een eerste luik, na een algemene inleiding aangaande metalen en hun eigenschappen, concentreert zich op het mechanisch gedrag van metalen.  De verschillende verstevigingsmechanismes worden uitgelegd op basis van het atomaire gedrag van het materiaal onder elastische en plastische vervorming.  Er wordt tevens verduidelijkt hoe men op basis van een aantal fysische en thermodynamische parameters kan voorspellen hoe een metaal zich zal gedragen, en wat de invloed is van de temperatuur en de aard van de mechanische sollicitatie.  Elk van de verschillende verstevingsmechanismes zal toegepast worden op industrieel beschikbare staal-, Ti-, Al- en Cu-legeringen, en er wordt beschreven welke mechanische testen geschikt zijn om een bepaalde mechanische eigenschap te evalueren.  
        Een tweede luik omvat de oppervlakte-eigenschappen en het corrosiegedrag van metalen.  Na een inleiding aangaande electrochemische eigenschappen van en segregatiegedrag in metalen zal uitgelegd worden hoe door legeringsontwerp deze eigenschappen kunnen gestuurd worden.  De uitgelegde theorie zal dan getoetst worden op industrieel belangrijke corrosiebestendige legeringen zoals roestvast staal, (geanodiseerd) Al en hoog Ni-legeringen voor gebruik op hoge temperatuur.


        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      394. Hoorcolleges

      395. Faciliteiten voor werkstudenten
        Contactmomenten:
        • Seminaries/werkcolleges: vervangingsopdracht mogelijk


        5. Evaluatievormen

        Examen:
      396. Schriftelijk met mondelinge toelichting
      397. Gesloten boek
      398. Open vragen


      399. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Partim Levensmiddelen - S. Van Dyck
        Slides die gebruikt werden tijdens de hoorcolleges

        Partim Metallurgie – S. Claessens 
        Cursus
        Slides die gebruikt worden tijdens de hoorcolleges 


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Partim Levensmiddelen - S. Van Dyck
        -Belitz, H.-D., W. Grosch and P. Schieberle; Food Chemistry; 3rd Ed.; Springer; 2004
        -Potter, N. N. and Hotchkiss, J. H; Food Science; Springer, 1998
        -Nielsen, S. S; Food Analysis; Third edition; Springer; 2004

        Partim  Metallurgie - S. Claessens
        - Mechanical Metallurgy, George Dieter, McGraw-Hill Science Engineering
        - Corrosion of Metals: Physicochemical Principles and Current Problems, Helmut Kaesche, Springer Verlag
        - Materials Science and Engineering, W. D. Calister, John Wiley & Sons
        - Modern Physical Metallurgy and Materials Engineering, E. Smallman & R. Bishop, Butterworth Heinemann
        - M.F. Ashby, Materials Selection in Mechanical Design, Elsevier Press
        - Steels: Microstructures and Properties by R.W.K. Honeycombe, Edward Arnold
        - The Physical Metallurgy of Steel, W.C. Leslie, McGraw Hill



        7. Contactgegevens en begeleiding

        Levensmiddelen: e-mail: stefaan.vandyck@kemin.com
        (+)laatste aanpassing: 25/07/2013 18:57 stefaan.vandyck  

        Biotechnologie
        Studiegidsnr:2001WETBIT
        Vakgebied:Chemie
        Semester:1e semester
        Contacturen:22
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Geert Potters
        Yves Guisez

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Passieve beheersing van :
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        basiskennis biochemie en celbiologie



        2. Eindcompetenties

        De student kent de basisbewerkingen in een biotechnologisch proces.
        De student kan verschillende biotechnologische industriële processen beschrijven.
        De student kan een eenvoudig biotechnologisch proces ontwerpen.
        De student kan de ethische aspecten van verschillende takken van de biotechnologie weergeven en er kritisch over reflecteren.

        Deze cursus draagt bij tot het realiseren van de volgende algemene doelstellingen van de Masteropleiding Chemie: M1, M2, M5, M6 en M9.





        3. Inhoud

        Om te beginnen, bij wijze van opwarming, wordt een algemeen overzicht van de biotechnologie gegeven. Hierbij besteden we aandacht aan de geschiedenis, de belangrijskte wetenschappelijke mijlpalen en de maatschappelijke raakvlakken van de biotechnologie.
        Hierna gaan we in detail in op technieken en toepassingen uit de microbiële wereld (kweek en transformatie van bacteriën, kweek van virussen, vaccins, toepassingen in de medische en milieutechnologische wereld), uit de plantenbiotech (verschillende vormen van plantenkweek in vitro, transformatie van planten) en de biotech rond dierlijke cellen (hybridomatechnologie, stamcellen, transformatie van dierlijke cellen). Noodzakelijke biologische kennis voor het begrijpen van deze lessen wordt gaandeweg opgefrist of aangehaald (bv. basis immunologie). Alles wordt zoveel mogelijk ondersteund door het bespreken van actuele voorbeelden (bv. transgene biobrandstoffen, DNA vaccins, sanering van het milieu met transgene micro-organismen, ...)


        In parallel krijgen de studenten een lessenreeks over de nieuwste technieken in de eiwitscheiding, -detectie en -identificatie, zodat ze mee zijn met de proteomicstechnologie die de dag van vandaag aan belang wint.


        We sluiten af met een debat rond ethische gevolgen van biotechnologische ontwikkelingen.

         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      400. Hoorcolleges
      401. Oefeningensessies
      402. Werkcolleges

      403. Eigen werk:
      404. Casussen: In groep



      405. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      406. Schriftelijk met mondelinge toelichting
      407. Mondeling met schriftelijke voorbereiding
      408. Gesloten boek

      409. Permanente evaluatie:
      410. Casussen


      411. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Eigen cursusteksten, powerpoints, collectie van achtergrondmateriaal (wordt tijdens de les ter beschikking gesteld, of via BB).

        Voor het eiwitbiotechnochnologisch luik is er een gedrukte cursus beschikbaar.



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Geen


        7. Contactgegevens en begeleiding






        Dr. Geert Potters
        V612
        geert.potters@ua.ac.be
        03/265 3675

        Prof. Dr. Y. Guisez
        Campus Groenenborger 
        Gebouw U 6de verdieping
        Groenenborgerlaan 171
        2020 Antwerpen
        yves.guisez@ua.ac.be 
        secretariaat : mevr. Suzanne Pooters
        tel 03 265 3421
        (+)laatste aanpassing: 01/02/2013 11:43 yves.guisez  

        Juridische en sociale aspecten in de chemische industrie
        Studiegidsnr:2001WETJSA
        Vakgebied:Chemie
        Semester:1e semester
        Contacturen:40
        Studiepunten:5
        Studiebelasting:140
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Martin Bosman
        Pascale Redig
        Anne Smekens
        Carine Vanoeteren
        Kelly Reyniers

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        Partim Sociaal recht- Kelly Reyniers 
        Er zijn geen vakspecifieke vereisten.
        Partim HRM - Martin Bosman
        Er zijn geen vakspecifieke competenties noodzakelijk
        Partim Milieurecht - Carine Vanoeteren
        De aanvangscompetenties zijn verworven na de bacheloropleiding .

        Het gaat hier om een algemene basiskennis van  scheikunde en natuurkunde. Een specifieke competentie is niet vereist.

        Partim communicatie en expressie - Anne Smekens

        Basisgebruik van Microsoft Powerpoint en een e-mailsoftware is noodzakelijk.

        Partim Intellectuele Eigendom- N.N.
        Er zijn geen vakspecifieke competenties noodzakelijk.




        2. Eindcompetenties

        Partim Sociaal recht- Kelly Reyniers
        De student heeft een algemeen inzicht in de structuur van de sociale wetgeving en kan algemene problemen situeren. Hij kan ook bepaalde juridische effecten van tewerkstellingssituaties begrijpen. 

        Partim HRM – Martin Bosman

        - kennis van de algemene grote management theorieën
        - kennis en inzicht in de organisatie theorieën en het processen die een rol spelen in de interactie mens & organisatie
        - kennis en inzicht in het aanwervingsproces
        - kennis en inzicht in het verloningsproces
        - kennis en inzicht in het performantie management proces
        - kennis en inzicht in een mogelijk leerproces in een organisatie
        - kennis en inzicht van een intermenselijk proces: actief luisteren

        Partim Milieurecht - C. Vanoeteren
        De student  is vertrouwd met de Vlaamse instellingen die instaan voor het wetgevend werk inzake leefmilieu en kent de bevoegdheden van de federale en Europese overheden op dat vlak.

        De student kent de structuur van de milieuvergunningregelgeving en kan via de toegang tot bepaalde websites ook de belangrijkste decreten en uitvoeringsbesluiten raadplegen ( Vlarem I, Vlarem II ,..)

        De student kan zelfstandig de indelingslijst ( Vlarem I, bijlage 1) raadplegen en kan op basis daarvan  de algemene en sectorale  voorwaarden waaraan moet worden voldaan afleiden ( Vlarem II ).

        De student kent het doel en de inhoud van het Milieueffectrapport en het Veiligheidsrapport welke deel uitmaken van de milieuvergunningsaanvraag .

        De student is vertrouwd met de wijze waarop milieuvoorwaarden tot stand komen , worden opgelegd , moeten worden nageleefd en door de overheid worden gehandhaafd .

        De student kent de bedrijfsinterne milieuzorg en de taken van de milieucoördinator .

        De student is vertrouwd met de Europese en Vlaamse regelgeving omtrent afvalstoffen  en bodembeheer ( Vlarebo, Vlarea ) en kan zelfstandig afleiden in welke gevallen  welke bodemonderzoeken noodzakelijk zijn.

         
        Partim communicatie en expressie - Anne Smekens
        De student kent de basisprincipes van communicatie en kent een aantal afspraken die in het bedrijfsleven bestaan rond verschillende aspecten van inerne communicatie (vergaderen, mailgebruik, brainstorm,…).De student krijgt tips over hoe een presentatie boeiend en gericht op het doelpubliek te geven en zal dat ook inoefenen.  
        Partim Intellectuele Eigendom- N.N.
        Het doel van de cursus is een overzicht te krijgen van de verschillende intellectuele eigendomsrechten en een inzicht te krijgen in het hoe en waarom van octrooien. De student moet hierbij inzicht verwerven in welke maatregelen hij moet treffen bij de organisatie van zijn onderzoek om de intellectuele eigendomsrechten verbonden aan dit onderzoek optimaal te beschermen. 



        3. Inhoud


        Partim Sociaal recht (1 sp)- K. Reyniers  

        In dit opleidingsonderdeel wordt een overzicht gegeven van enkele belangrijke onderdelen van het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht (samen het ‘sociaal recht’ genoemd). De cursus wordt als volgt gestructureerd:

        I. INLEIDING

         

        - Beknopte maatschappelijke en historische situering van het arbeidsrecht en het socialezekerheidsrecht

        - Drie “professionele statuten”: werknemer, ambtenaar, zelfstandige

        - Bronnen van het sociaal recht

         

          II. ARBEIDSRECHT

        A. INDIVIDUEEL ARBEIDSRECHT (AANWERVEN, TEWERKSTELLEN EN ONTSLAAN)

        *de arbeidsovereenkomst:

        - definitie en bestanddelen (wat is arbeid? loon? gezag?)

        - types arbeidsovereenkomsten (bv. voor bepaalde of onbepaald tijd, voor deeltijdse/voltijdse arbeid, voor arbeiders/bedienden)

        - het sluiten van een arbeidsovereenkomst

         

        *Tewerkstelling

        - rechten en plichten van de werknemer en werkgever

        - aansprakelijkheid

        - gronden tot schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (bv. wegens ziekte of ongeval, zwangerschap, ouderschap, betaald educatief verlof enz.)

         

        *Beëindiging van de arbeidsovereenkomst

        - algemene beëindigingswijzen (bv. door verstrijken van de termijn, overlijden van één van de partijen, onderlinge toestemming…)

        - Beëindiging door opzegging

        - Ontslag om dringende reden


        B. COLLECTIEF ARBEIDSRECHT

         

        * De actoren:

        - de sociale gesprekspartners: vakbonden en werkgeversorganisaties

        - de rol van de overheid

         

        * Het collectief overleg

        - nationaal niveau: de Nationale Arbeidsraad, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk

        - het sectoraal niveau: paritaire (sub)comités

        - ondernemingsniveau : Ondernemingsraad, Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk ; Vakbondsafvaardiging

         

        * De Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO)

         

        * Werkstaking en lock –out (uitsluiting)


        II. HET SOCIALEZEKERHEIDSSTELSEL VOOR WERKNEMERS

        *een korte inleiding en positionering van de ziekteverzekering
        * een korte inleiding en positionering van de arbeidsongevallen en beroepsziekten
        * een korte inleiding en positionering van de kinderbijslagen
        * een korte inleiding en positionering van de werkloosheid

        * een korte inleiding en positionering van de pensioenwetgeving

        Partim HRM (1 sp) - M. Bosman
        De cursus heeft de bedoeling te fungeren als een kompas waarbij men kennis maakt met een aantal belangrijke elementen uit het human resources gebeuren, welke in een later professioneel leven hun rol zullen of kunnen spelen, als medewerker, researcher, supervisor of manager. Men zal later - al naargelang de organisatie waar men terechtkomt - een grote variatie van de inhoud van deze processen leren kennen en deel van uitmaken. Met de kennis en inzichten uit deze cursus weten dat human resouces meer is dan loonadministratie alleen, en dat het in feite een grote rol speelt in hoe de menselijke factor de werkomgeving kan bepalen. De eindcompetenties geven aan welke elementen besproken zullen worden tijdens de lessen, en bestaan uit de human recources processen die men in het algemen in de meeste grote organisaties kan terugvinden


        - wat is Human Resources Management, hoe wordt men 'the best one can be" op de werkplek - alles vertrekt van de interactie tussen de mens en de organisatie ... en belang van aandacht voor het individu (Hawthorne) en common sense (maar niet altijd common practice) ... wat  is een HR cyclus ? 

         - aanwerving en selectie: van vacature tot assessment, en hoe/waarom doet met dit? Wat is er waardevol en wat niet - welke dynamieken spelen zich af bij het beoordelen? Wat is de waarde van een interview? 

          - organisatie en - cultuur: wat zijn de verschillende manieren waarop men meestal een type organisatie kan herkennen en hoe ze werkt, en wat is organisatiecultuur en het effect op 'hoe de dingen gedaan worden' in de praktijk 

          - performance management: beoordelingen / appraisals en hoe werkt dit? Waarom is dit een sleutelmoment in het functioneren en ontwikkelen? Verlonings of ontwikkelingsinstrument? Wat is 'the logical level of change'? 

          - functiebeschrijvingen, - beoordeling, competenties : het belang van een functiebeschrijving, hoe verhouden verschillende functies zich tot elkaar en wat heeft dit dan te maken met competenties (en wat zijn competenties)? Verband met een kwaliteitssysteem? 
                
           - groepsdynamica / communicatie / experienteel leren: hoe werken groepen, wat zegt de oude maar  nog altijd actuele formule van Kurt Lewin - waarom is communicatie van zo een groot belang (en zo dikwijls vergeten) - en hoe leer je verder in de praktijk (leercyclus van Kolb die in de praktijk ook werkt) 

          - verloning: hoe werkt dit in de praktijk en hoe is dit verbonden met het individu, de functie, het functiegewicht, de markt .... wat is basis en wat is variabel, wat zijn benefits? Wat is een payroll? Hoe kan je een loon bepalen ... hoe werkt variabele verloning (en wat zijn de gevaren ervan)

        Partim Milieurecht (1 sp) - C. Vanoeteren
        De cursus heeft tot doel de student wegwijs te maken in de samenhang tussen Europese, federale en regionale wetgevende structuren op het vlak van leefmilieu .
        Verder is het de bedoeling duidelijk te maken met welke belangrijke decreten en uitvoeringsbesluiten een ( hinderlijk) bedrijf in Vlaanderen rekening moet houden om op een legale en duurzame manier zijn activiteiten te ontplooien.
        Daarom wordt aandacht besteed aan de regelgeving inzake milieuvergunningen, bedrijfsinterne milieuzorg,  de afvalstoffenwetgeving en de wetgeving inzake bodembescherming en –sanering.
        Tijdens de cursus wordt in groep geoefend om voor  een voorbeeldbedrijf , op basis van de indelingslijst uit Vlarem I , de van toepassing zijnde rubrieken af te leiden, na te gaan uit welke onderdelen de mileuvergunningsaanvraag of melding moet bestaan en aan welke milieuvoorwaarden moet worden voldaan ( toepassing Vlarem I, Vlarem II, Vlarea, Vlarebo ).

        Partim Intellectuele Eigendom (1 sp) 
        In deze cursus wordt een inleiding gegeven tot het intellectueel eigendomsrecht.
        De verschillende intellectuele eigendomsrechten zullen aangehaald worden, waarna er dieper wordt ingegaan op het octrooirecht. Het belang van octrooien en de mate van bescherming die erdoor geboden wordt zal besproken worden. De octrooibaarheidscriteria en de verschillende octrooiprocedures worden uitgelegd, dit alles steeds geïllustreerd via praktijkvoorbeelden. Verder zal een inleiding gegeven worden tot het opzoeken van patentliteratuur.
        In een derde luik zal de nodige aandacht besteed worden aan hoe best intellectuele eigendomsrechten te vrijwaren. Topics zoals het afsluiten van geheimhoudingsovereenkomsten, materiaal transfer overeenkomsten en onderzoeksovereenkomsten, alsook het gebruik van laboratory notebooks komen hierbij aan bod.    

        Partim communicatie en expressie (1 sp)- A. Smekens 
         Het primaire doel van de cursus is om de studenten bewust te maken van de verschillende nevenaspecten van communicatie (nl. lichaamstaal, communicatiestijlen). Daarnaast zullen een groot aantal typische werk-gerelateerde communicatievoorbeelden besproken worden (nl. vergadering, presentatie, brainstorm, evaluatie, slecht-nieuws situaties,...). Aan de hand van levensechte voorbeelden zullen typische juiste en foute communicatiemanieren uitgelegd worden. Ook interculturele communicatie zal worden toegelicht. Het communicatiemodel van Wiliam Bridges wordt uitgelegd.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      412. Hoorcolleges

      413. Eigen werk:
      414. Oefeningen
      415. Casussen: In groep



      416. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      417. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
      418. Mondeling zonder schriftelijke voorbereiding
      419. Mondeling met schriftelijke voorbereiding
      420. Gesloten boek
      421. Open boek
      422. Open vragen

      423. Permanente evaluatie:
      424. Oefeningen

      425. Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Partim sociaal recht – K. Reyniers

        Een (Nederlandstalig) tekstbundel zal via de cursusdienst ter beschikking worden gesteld .

         
        Partim HRM - M. Bosman
        Lesmaterialen (slides)  ter beschikking via de cursusdienst, incl. de reading van Carlsson, Keane en Martin

        Partim Milieurecht – C. Vanoeteren

        Een Nederlandstalige cursus  wordt ter beschikking gesteld door de cursusdienst. De slides gebruikt tijdens de les worden als hardcopy aan de studenten bezorgd
         
        Partim communicatie en expressie - A. Smekens
        Het cursusmateriaal wordt elke les ter beschikking gesteld.

        Partim Intellectuele Eigendom- N.N. 
        Cursusmateriaal wordt voorafgaand aan elke les bezorgd.


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

        Partim sociaal recht – K. Reyniers

        Een lijst van facultatief studiemateriaal zal opgenomen worden in de tekstbundel.

        Partim HRM - M. Bosman
        - Wayne F. Cascio (1991), Applied Psychology in Personnel Management, 4th Edition, Prentice Hall, Englewood Cliffs, New Jersey
        - Goffee, R. & Jones, G. (1998). The Character of a Corporation. Harper Collins Publishers Inc, New York
        - Mintzberg, H. (1979). The Structuring of organizations, a synthesis of the research. Prentice-Hall inc., Englewood Cliffs

        Partim Milieurecht – C. Vanoeteren
        Via de websites getoond tijdens de les


         



        7. Contactgegevens en begeleiding

        Carine Vanoeteren
        Bayer Antwerpen NV
        Haven 507-Scheldelaan 420
        2040 Antwerpen
        Tel. 03 540 39 51
         
        Kelly Reyniers
        kelly.reyniers@ua.ac.be
         
        Martin Bosman
        HR Manager
        Nynas Bitumen Continental
        Nynas NV
        Excelsiorlaan 87
        1930 Zaventem
        martin.bosman@nynas.com
        reception  0032 2 725 18 18
        direct         0032 2 709 68 03
        mobile      0032 475 80 02 35

        Anne Smekens
        Manager HR Projects
        Umicore Precious Metals Refining
        A. Greinerstraat 14  - B-2660 Hoboken
        tel. +32 3 821 64 68 
        anne.smekens@umicore.com
         
         

        (+)laatste aanpassing: 18/09/2012 09:51 ingrid.swenters  

        Principes van de bedrijfseconomie
        Studiegidsnr:1001WETPBE
        Vakgebied:Economische wetenschappen
        Semester:1e semester
        Contacturen:30
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Frank Bostyn

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        Er is geen specifieke voorkennis noodzakelijk




        2. Eindcompetenties

        De student(e) kan de principes van de algemene boekhouding uitleggen en toepassen. Verder kan hij/zij de basisprincipes van financiële analyse en de kostprijsberekening  van een onderneming uitleggen en doorrekenen. De student(e) kan de essentiële elementen van budgetteren en kasplanning uitleggen en toepassen. Hij/zij kent de verschillende economische en financiële basistechnieken die verband houden met investeringsanalyse en kan deze in vraagstukken toepassen.

        Studenten zullen zo enkele kerncompetenties van een bachelor in de informatica en een bachelor in de bio-ingenieurswetenschappen verwerven. De studenten krijgen zicht op een andere wetenschappelijke discipline, namelijk de economische wetenschappen. Ook leren studenten vlot omgaan met abstracte modellen om formele redeneringen en argumentaties mogelijk te maken. Ook leren ze op een correcte manier economische data te interpreteren en er de nodige conclusies aan te verbinden.



        3. Inhoud

        Eerst worden de principes van de algemene en industriële boekhouding behandeld, gevolgd door de analyse de financiële structuur en financiering van een onderneming. Vervolgens wordt ingegaan op studie van de kostprijssystemen , de budgettereing en kasplanning. De cursus geeft verder inzicht in de financiële en economische technieken van de investeringen. Daarbij aansluitend worden de basistechnieken besproken die aangewend worden bij de opvolging en planning van activiteiten in de uitvoering van een project.


        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      426. Hoorcolleges
      427. Oefeningensessies

      428. Eigen werk:
      429. Oefeningen
      430. Opdrachten:Individueel



      431. 5. Evaluatievormen

        Schriftelijk werkstuk:
      432. met mondelinge toelichting


      433. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        handboek: Principes van bedrijfseconomie / Clarence Van der Putte & Fred Rienstra / Pearson Education 2008

        Extra studiemateriaal (o.a. slides) zal via blackboard beschikbaar worden gesteld.



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

        jaarverslagen




        7. Contactgegevens en begeleiding

        steven.vanpassel@ua.ac.be
        (+)laatste aanpassing: 20/07/2011 21:28 steven.vanpassel  

        Energiebeheer, veiligheid en transport
        Studiegidsnr:2001WETEVT
        Vakgebied:Chemie
        Semester:1e semester
        Contacturen:31
        Studiepunten:4
        Studiebelasting:112
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Johan De Waele
        Jan Van Bael
        Koen Herrebout
        Serge Tavernier
        Dirk De Keukeleere

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        Passieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Engels
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        Partim Energiebeheer - D. De Keukeleere, J. Van Bael, G. Mulder

        De student dient vertrouwd te zijn met:

        • Thermodynamica
        • Chemische procestechnieken
        Partim veiligheid (algemeen, opslag/transport/industriële procesunits)- J. De Waele
        Algemene kennis van chemische basisbegrippen.
        Algemeen inzicht in de gevaren die kunnen optreden tijdens het gebruik & opslag van chemische producten en het toepassen van chemische industrieprocessen.



        2. Eindcompetenties

        Partim Energiebeheer - D. De Keukeleere, J. Van Bael, G. Mulder

        - de student kent de energieproblematiek van de industrie en in het bijzonder van de chemische industrie en kan dit kaderen in het Vlaamse beleid

        - de student heeft voldoende inzicht in het energiesysteem om verantwoorde keuzes te maken in het kader van de energie-efficiëntie van een chemische installatie (bij ontwerp of bij verbeteringsacties)

        - de student kent de verschillende mogelijkheden om de gewenste energiedragers te produceren om optimale keuzes te maken

        - de student kan de pinch-theorie toepassen om tot optimale warmtestromen in het bedrijf of tussen bedrijven te komen

        - de student is in staat om berekeningen uit te voeren naar de energiebalans van een installatie en het primaire energieverbruik van een proces

        - de student kent de verschillende innovatieve energietechnologieën die kunnen toegepast worden met hun voor- en nadelen.


        Partim veiligheid (opslag/transport/industriële procesunits)- J. De Waele
        De student beschikt over voldoende kennis i.v.m. toepassing van preventie en welzijn op dagdagelijkse werkactiviteiten in het kader van zijn/haar scheikundige opleiding.
        De student heeft voldoende inzicht in de cursus om diverse chemische veiligheidsrisico’s te kunnen inschatten en toepasselijke beheersingstechnieken toe te lichten.
        De student heeft voldoende inzicht in de wetgeving en reglementering m.b.t. preventie en welzijn op het werk en m.b.t. de beheersing van chemische risico’s en gevaren van ongevallen met gevaarlijke stoffen (cfr. gebruik, opslag en vervoer).



        3. Inhoud

        Partim Energiebeheer (2 sp)- D. De Keukeleere, J. Van Bael, G. Mulder

        Dit vak is bedoeld om de student de kennis te laten verwerven om tot een optimaal energiebeheer van een industriële installatie te komen.  Vertrekkende van het algemene kader van de huidige/toekomstige energieproblematiek (beschikbaarheid, bevoorrading, kostprijs, milieu-impact, …) en het Vlaamse beleid wordt de student wegwijs gemaakt in de trias energetica in de volledige keten van de nodige energiefunctie tot de energiebron.  De keuze om tot optimale energiestromen te komen vertrekt immers van de keuze van het proces en de noodzakelijke energiefunctie hieraan gekoppeld.  Dit resulteert ten slotte in het verbruik van primaire energiebronnen afhankelijk van keuzes die men maakt rond procesintegratie, produktie van de energiedragers en gebruikte energiebronnen.

        De cursus behandelt dan ook de verschillende energiebronnen (aardolie, aardgas, steenkool, uranium, hernieuwbare, …) met hun verschillende karakteristieken, de verschillende energiedragers (elektriciteit, warmte, stoom, …),de technologieën om deze dragers te produceren,  de verschillende energiebehoeften in processen en installaties, de verschillende mogelijkheden tot energieverlies/besparing, de verschillende mogelijkheden tot energierecuperatie en de interactie tussen energiestromen in een bedrijf (pinch).

         

        Partim Brandstoffen/biobrandstoffen (1 sp) - K. Herrebout/ S. Tavernier
        Raffinage en krakingsprocessen / K. Herrebout
        De cursus is een introductie tot de petrochemische processen in raffinage (refining) en basischemie. Naast een beschrijving van de meest courante petrochemische processen die gebruikt worden in de verwerking van ruwe aardolie petroleum tot afgewerkte produkten (benzine, diesel, stookolie...) en de productie van de basisstoffen voor de petrochemie (ethyleen, propyleen, benzeen...), geeft de cursus ook een overzicht hoe deze processen ontwikkeld en aangepast werden in de loop van de jaren in functie van de markt aanvraag, de nieuwe specificaties en het aanbod van aardolie kwaliteit en hoeveelheden.
        Speciale aandacht zal ook besteed worden aan de duurzame ontwikkeling, meer bepaald hoe de petrochemische processen aangepast werden om hun energie efficiëntie te verhogen, welke maatregelen er getroffen werden om de uitstoot van zwavel en green house gassen te verminderen en hoe biofuels kunnen geintegreerd worden in de bestaande petrochemische processen.
        Brandstoffen en (bio)-brandstoffen / S. Tavernier
        Een overzicht wordt gemaakt van de situatie rond energie in de wereld. Zowel aanbod als afname worden in kaart gebracht (historisch perspectief, actuele situatie en trends naar de toekomst) met aandacht voor het aandeel in rerserves en het aandeel in hernieuwbare vorm.
        Het begrip ‘kwaliteit’ van de energie wordt ingeleid en toegelicht aan de hand van factoren als energiedichtheid, eenvoud bij gebruik, impact op milieu en mens en het facet afval (residu en/of emissies) bij gebruik.
        Het begrip hernieuwbaarheid en CO2-neutraliteit wordt toegelicht waarbij het belang van een totaal-aanlyse wordt aangegeven.
        In detail wordt ingegaan op vloeibare/gasvormige brandstoffen. Hierbij worden zowel de klassieke als bio-brandstoffen (bio-ethanol, biodiesel, biogas, ...) behandeld. De diverse types worden met elkaar vergeleken in een sterkte-zwakte analyse; 
             - Ruwe grondstof en winning
             - Huidige en potentiele voorraad of omzet
             - Raffinage en/of omzettingen
             - Typiche eigenschappen
             - Gebruik
             - Voor- en nadelen
             - Economisch en ecologisch aspect
             - Mogelijke competitie met anderer sectoren (voeding, chemische industrie, ...)

        In een laatste deel wordt ingegaan op toekomstige trends en vooral op de chemische/biochemische uitdagingen op gebied van katalyse en navolgende transformaties, vermits veelal gekoppelde processen (biochemisch en chemisch) zich aandienen.
         
        Partim veiligheid (opslag/transport/industriële procesunits; 1 sp)- J. De Waele
        Preventie – Welzijn op het werk 
             ·        Aspecten en motivatie
             ·        Reglementering en normalisatie
             ·        Organisatorische structuren en taakverdeling
             ·        Preventiebeleid: principes, organisatie en opvolging
             ·        Interne en externe noodplanning
             ·        Ergonomie en psychosociale arbeidsbelasting / specifieke risicogroepen 
         
        Veiligheidsrisico ’s m.b.t. arbeidsplaatsen / omgevingsfactoren / fysische agentia / arbeidsmiddelen 
             ·        Signalisatie
             ·        Brandveiligheid / electriciteit / vallen & uitglijden / explosieveiligheid
             ·        Opslag van chemicaliën
             ·        Vaste en mobiele werkplaatsen
             ·        Omgevingsfactoren: klimaat / lawaai / trillingen / stralingen
             ·        Arbeidsmiddelen / machines / beeldschermen
             ·        Persoonlijke en collectieve beschermingsmiddelen 
          
        Veiligheidsrisico ’s m.b.t. chemische, kankerverwekkende, mutagene en biologische agentia 
             ·        Definities en basisregelgeving
             ·        Indeling van producten met gevaarlijke eigenschappen
             ·        Opslag
             ·        Signalisatie / informatie / preventie
             ·        REACH (Europese verordening inzake chemische stoffen) en GHS (Globally Harmonised System)
          
        Beheersing van chemische risico ’s en gevaren van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen 
             ·        Seveso II richtlijnen en informatie-campagnes
             ·        COMAH richtlijnen (Control of Major Accidents Hazards)
             ·        Belgisch Samenwerkingsakkoord Welzijn en Milieu (SWA 99)
             ·        Risicobeheerssystemen: principes / analyse / evaluatie
             ·        Procesveiligheidsstudie: introductie tot een practische leidraad
             ·        Inspectie-instrumenten en –checklists
             ·        Metatechnisch Evaluatie Systeem (MES): audittools
             ·        Veiligheids- en GezondheidsManagementSysteem (SHMS – OHSAS 18001)
                      o       Overzicht normclausules en -auditering
                      o       Link met KwaliteitsManagementSysteem (QMS – ISO 9001) en MilieuManagementSysteem (EMS – ISO 14001) norm 
          
        Veiligheidsrisico ’s m.b.t. transport van gevaarlijke stoffen

             ·        Algemene principes en definities
             ·        Stoffenlijst m.b.t. gevarengoed
             ·        Gevaarssymbolisatie
             ·        Specifieke transportmodules en inter/nationale wetgeving:
                       o       Wegtransport (ADR) 
                       o       Spoortransport (RID) 
                       o       Binnenscheepvaart (ADNR)
                       o       Zeescheepvaart (IMDG)
                       o       Luchtvaarttransport (IATA)

         



        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      434. Hoorcolleges
      435. Oefeningensessies

      436. Eigen werk:
      437. Oefeningen
      438. Opdrachten:Individueel



      439. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      440. Mondeling zonder schriftelijke voorbereiding
      441. Open boek
      442. Open vragen

      443. Permanente evaluatie:
      444. Oefeningen
      445. Medewerking tijdens de contactmomenten


      446. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Partim energiebeheer -D. De Keukeleere, J. Van Bael, G. Mulder
         
        slides gebruikt tijdens de les worden op Blackboard gezet; eigen nota's

        Partim veiligheid (opslag/transport/industriële procesunits)- J. De Waele
        Een door de docent samengestelde nederlandstalige cursus wordt ter beschikking gesteld door de cursusdienst.
        Eigen nota’s m.b.t. de cursus.
        Diverse afdrukken van publiek toegankelijke websites (nationaal & internationaal) m.b.t. preventie en welzijn op het werk, veiligheidsrisico’s & –beheersing en transport van gevaarlijke stoffen.


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Partim energiebeheer -D. De Keukeleere, J. Van Bael, G. Mulder

        Energie zakboek, Prof. Ir. P.H.H. Leijendeckers (Reed business Information)

        Partim veiligheid (opslag/transport/industriële procesunits)- J. De Waele
        Consulteren van publiek toegankelijke websites (nationaal & internationaal) m.b.t. preventie en welzijn op het werk, veiligheidsrisico’s & –beheersing en transport van gevaarlijke stoffen:   
        1. Referentie-standaardwerk “Welzijn op het Werk” – 10de herwerkte uitgave 2005 – Provinciaal Veiligheidsinstituut PVI Antwerpen (ISBN 9066250720) – 44 hoofdstukken
        2. Referentie-zakboekje “Welzijn op het Werk” – editie 2008 – Wolters Kluwer Belgium N.V. (ISBN 9789046514566) – 928 pagina’s
        3. FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO; Brussel) – brochures en overzichtslijst procedures / formulieren / publicaties – website www.werk.belgie.be en Afdeling van het Toezicht op de Chemische Risico’s - website www.milieu-inspectie.be
        4. Vlaamse Overheid – departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE) – Milieu-, Natuur- en Energiebeleid (Brussel) – dienst Veiligheidsrapportering – website http://veiligheidsrapportage.lne.be
        5. Seveso-campagne – website http://www.seveso.be/hp/hp.asp
        6. Europees Agenstschap OSHA – website http://osha.europe.eu/nl/topics/ds/indexhtml
        7. REACH – website http://economie.fgov.be/reach.htm en http://echa.europe.eu
        8. Globally Harmonised System (GHS) – website http://ec.europe.eu/entreprise/reach/ghs_en.htm
        9. UNECE Transport Division website http://www.unece.org/trans/danger/publi/adr/adr_e.html



        7. Contactgegevens en begeleiding

        Partim energiebeheer -D. De Keukeleere, J. Van Bael, G. Mulder

        Docenten: Dr. D. De Keukeleere, E-mail: Dirk.de.keukeleere@ennovation.be; Dr. Johan Van Bael, E-mail: johan.vanbael@vito.be


        Partim veiligheid (opslag/transport/industriële procesunits)-
        Docent: Dr. J. De Waele (PhD.Sc)
        e-mail: johan.dewaele@nynas.com


        (+)laatste aanpassing: 16/08/2011 15:07 jan.vos  

        Module Onderwijs

        Verplichte opleidingsonderdelen (6 SP)

        Onderwijsorganisatie en -beleid
        Studiegidsnr:6103OIWOOB
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:1e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Peter Van Petegem
        Ingrid Imbrecht

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Naast de eindcompetenties van een academische bacheloropleiding en een correct taalgebruik worden de competenties die werden verworven in eerdere opleidingsonderdelen als voorkennis vereist.


        2. Eindcompetenties

        Aansluitend bij de basiscompetenties van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering: 
         
        De leraar als lid van een schoolteam
        - Participeren aan samenwerkingsstructuren
        - Binnen het team over een taakverdeling overleggen en die naleven
        - Zich documenteren over de eigen rechtszekerheid en die van de lerende 
         
        De leraar als partner van externen 
        - In overleg contacten leggen, communiceren en samenwerken met externe instanties die onderwijsbetrokken initiatieven aanbieden 
         
        De leraar als lid van een onderwijsgemeenschap 
        -  Deelnemen aan het maatschappelijke debat over onderwijskundige thema's 
        -  Reflecteren over het beroep van de leraar en de plaats ervan in de samenleving 
         
        De leraar als cultuurparticipant
        Actuele thema's en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen rond voornamelijk het sociaal-politieke domein en het sociaaleconomische domein


        3. Inhoud

        Volgende topics worden behandeld:
        1. overzicht van het onderwijssysteem in Vlaanderen;
        2. evaluatie van het onderwijs en het onderwijssysteem in Vlaanderen;
        3. onderwijzend personeel: arbeidsvoorwaarden en statuut;
        4. onderwijsbeleid van de Vlaamse regering (beleidsnota’s en beleidsbrief); 
        5. het gelijke onderwijskansenbeleid.

        De focus kan verschillen naargelang de onderwijsactualiteit.

        Basisonderwijs, secundair onderwijs, hoger onderwijs, volwassenenonderwijs en onderwijs voor leerlingen met bijzondere onderwijsbehoeften komen aanbod in het cursusboek.
        Aandacht voor de onderwijsactualiteit.

         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      447. Hoorcolleges

      448. Eigen werk:
      449. Opdrachten:In groep



      450. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      451. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
      452. Open boek


      453. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Van Petegem, P. en Imbrecht, I. (2012). Wegwijs in het Vlaamse Onderwijs. Onderwijsorganisatie en -beleid in kaart gebracht. Mechelen: Wolters Plantyn. (Verkrijgbaar bij ACCO, Prinsstraat)

        De op dat ogenblik meest recente beleidsnota van de Minister van Onderwijs.
         
        De informatiebundel en ander studiemateriaal (artikels, dvd, ...) beschikbaar op Blackboard bij dit opleidingsonderdeel.
         


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



        7. Contactgegevens en begeleiding

        Titularis Prof. Dr. Peter Van Petegem

        peter.vanpetegem@ua.ac.be

         

        Praktijkassistent mevrouw Ingrid Imbrecht

         

        ingrid.imbrecht@ua.ac.be

         


        (+)laatste aanpassing: 07/06/2012 11:24 peter.vanpetegem  

        Instapstage
        Studiegidsnr:6600OIWINS
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:2e semester
        Inschrijvingsvereisten:De student dient 10/20 behaald te hebben of moet ingeschreven zijn voor volgende OO's:
        - Inleiding in de didactiek
        - Oefenlessen
        - Inleefstage
        - Didactiek
        Contacturen:0
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder credit- en examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)Rita Rymenans
        Luc Braeckmans
        Mathea Simons
        Paul Janssenswillen
        Wil Meeus
        Annie Pinxten
        Johan Deprez
        Tom Smits
        Wouter Schelfhout

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        • Eindcompetenties van een academische bacheloropleiding;
        • Adequate taalvaardigheid in het Algemeen Nederlands, zowel mondeling als schriftelijk.

        De student moet de volgende opleidingsonderdelen afgewerkt hebben of gelijktijdig volgen met de instapstage:

        • Inleiding in de didactiek (tot academiejaar 08-09: Inleiding in de onderwijskunde);
        • Didactiek van de vakken die in de instapstage aan bod komen;
        • Oefenlessen;
        • Inleefstage.



        2. Eindcompetenties

        De eindcompetenties sluiten aan bij de basiscompetenties (kennis, vaardigheden en attitudes) van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering en gegroepeerd volgens 10 functionele gehelen (http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13952#245903). De basiscompetenties die prioritair aan bod komen tijdens de instapstage horen bij de volgende functionele gehelen:

        • De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen;
        • De leraar als opvoeder;
        • De leraar als inhoudelijk expert;
        • De leraar als organisator.

        De attitudes die prioritair aan bod komen, zijn beslissingsvermogen en flexibiliteit.




        3. Inhoud

        In deze vakbeschrijving worden alleen de belangrijkste principes beschreven. Voor meer informatie verwijzen we naar de Wegwijzer Instapstage in het Vademecum praktijkcomponent.

        Tijdens de instapstage maak je op het terrein kennis met het functioneren als vakleraar. Ze sluit daarom aan bij de vakdidactiek(en) die je gekozen hebt. Als je twee vakdidactieken gekozen hebt, doe je de instapstage voor je eerste vakdidactiek.

        De stage gebeurt in één school. Je wordt toegewezen aan een stageschool in functie van de beschikbaarheid van stagescholen en rekening houdend met een aantal eigen desiderata.

        De instapstage bevat een groot onderdeel observeren. Je voert 6 observaties uit, waarbij je telkens een van de observatieopdrachten uit de wegwijzer uitvoert. Je geeft ook een beperkt aantal (4) lessen.

        De begeleiding op de stagescholen gebeurt door een vakmentor. Vanuit de universiteit word je begeleid en opgevolgd door de vakdidacticus en de praktijkassistenten. Voor de instapstage stel je een stagemap samen. De evaluatie van de instapstage gebeurt door de vakdidacticus, die zich een totaalbeeld vormt van de stage op basis van informatie van de mentoren en van jezelf.

        Voor sommige vakdidactieken doen studenten hun instapstage in duo.




        4. Werkvormen
        Stage


        5. Evaluatievormen

        Stage-evaluatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        • Wegwijzer Instapstage
        • Referentiewerken, schoolboeken en leerplannen secundair onderwijs voor het betreffende vak
        • Leermaterialen uitgewerkt door de vakmentor


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Nihil


        7. Contactgegevens en begeleiding

        zie Wegwijzer instapstage in het Vademecum praktijkcomponent
        (+)laatste aanpassing: 01/05/2012 21:04 johan.deprez  

        Keuzeopleidingsonderdelen: 1 te kiezen (3 SP)

        Klasmanagement
        Studiegidsnr:6304OIWKLM
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:1e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Elke Struyf
        Gilberte Verbeeck

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Passieve beheersing van :
        • Engels
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Geen specifieke voorkennis vereist


        2. Eindcompetenties

        Aansluitend bij de basiscompetenties van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering:

         

        1  De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelprocessen

        Realiseren van een krachtige leeromgeving (1.7) 

         

        2  De leraar als opvoeder

        Creëren van een positief leefklimaat voor leerlingen in klasverband en op school (2.1)

        Door attitudevorming leerlingen op individuele ontplooiing en maatschappelijke participatie voorbereiden (2.3)

        Adequaat omgaan met leerilngen in sociaal-emotionele probleemsituaties of met gedragsmoeilijkheden (2.5) 


        3 De leraar als organisator

        Een gestructureerd werkklimaat bevorderen (4.1) 

        Een soepel en efficiënt les- en/of dagverloop creëren, passend in een tijdsplanning (4.2) 

        Op correcte manier administratieve taken uitvoeren (4.3)

        Een stimulerende, veilige en werkbare klasruimte creëren (4.4)

         

        4  De leraar als innovator - als onderzoeker

        Eigen functioneren ter discussie stellen en bijsturen (5.3) 

         

        De attitudes die prioritair aan bod komen, zijn:

        - beslissingsvermogen

        - relationale gerichtheid

        - organisatievermogen

        - flexibiliteit




        3. Inhoud

        Volgende topics worden behandeld (Voor meer detail: zie studiewijzer op blackboard):

         

        - De klas als leefmilieu

        - Proactieve klasmanagementvaardigheden

        - Beheer van tijd en ruimte

        - Belang van regels en procedures

        - Ordebeschermers en ordebewakers

        - Ordehandhaving en ordeherstel 

        - Motiveren van leerlingen

        - Bevorderen van een gunstig klasklimaat

        - Het Model Interpersoonlijk Leraarsgedrag

        - Klasmanagement in de grootstedelijke context

        - Opvattingen van leraren en leerlingen over klasmanagement.

         




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      454. Hoorcolleges

      455. Eigen werk:
      456. Casussen: In groep



      457. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      458. Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
      459. Gesloten boek
      460. Open vragen


      461. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        1. Eigen ontwikkeld cursusmateriaal ('Cursus' en 'reader' Klasmanagement), te koop bij Universitas
        2. Studiemateriaal beschikbaar op Blackboard: slides getoond tijdens de les.  



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Zie Blackboardsite


        7. Contactgegevens en begeleiding

        Titularis: Prof. dr. E. Struyf, Elke.Struyf@ua.ac.be

        Assistent: Mevr. G. Verbeeck, Gilberte.Verbeeck@ua.ac.be

         


        (+)laatste aanpassing: 06/09/2012 15:08 gilberte.verbeeck  

        Onderwijs aan achtergestelden
        Studiegidsnr:6306OIWOAA
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:1e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Paul Mahieu
        Carlijne Ceulemans

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        Geen specifieke competenties vereist.


        2. Eindcompetenties

        Het opleidingsonderdeel “Onderwijs aan achtergestelden” beoogt drie doelstellingen:

         

        1. Het sensibiliseren van de studenten voor de problematiek van de relatie tussen onderwijs en kansarmoede, en het vormen van attitudes teneinde als leerkracht bij te dragen tot bewustmaking over en remediëring van deze problematiek.

         

        1. Het informeren van de studenten over de overheidsmaatregelen ten aanzien van deze problematiek en de consequenties hiervan voor het schoolbeleid en voor het professioneel handelen van leerkrachten.

         

        1. Het aanleren van enkele basisvaardigheden gericht op het detecteren en remediëren van sociale achterstelling.



        3. Inhoud

        Dit opleidingsonderdeel verkent de problematiek van het onderwijzen aan achtergestelde groepen, wiens sociaal-economische en/of culturele situatie afwijkt van die van de gemiddelde leerling in het Vlaamse onderwijs. Bijzondere aandacht wordt besteed aan allochtone en kansarme autochtone leerlingen. Aan de hand van statistische gegevens, bevindingen uit onderzoek en getuigenissen wordt een beeld geschetst van de omvang van de problematiek, verklaringen en mogelijkheden tot remediëring. Er wordt een overzicht geboden van de initiatieven genomen door de Vlaamse overheid, de noodzakelijke en gewenste voorwaarden op schoolniveau en de handelingsmogelijkheden voor de individuele leerkracht.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      462. Hoorcolleges
      463. Oefeningensessies

      464. Eigen werk:
      465. Opdrachten:Individueel



      466. 5. Evaluatievormen

        Permanente evaluatie:
      467. Medewerking tijdens de contactmomenten

      468. Schriftelijk werkstuk:
      469. zonder mondelinge toelichting


      470. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Syllabus met uitgebreide literatuurverwijzing.

        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Terug te vinden op blackboard.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        (+)laatste aanpassing: 05/07/2013 16:18 carlijne.ceulemans  

        Taal en leren
        Studiegidsnr:6300OIWTEL
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:1e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Rita Rymenans
        Jan T'Sas

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        - Eindcompetenties van een academische master;
        - Uitstekende kennis van het eigen vakgebied;
        - Adequate taalvaardigheid in het Algemeen Nederlands, zowel mondeling als schriftelijk.
         
        Dit opleidingsonderdeel is enkel toegankelijk voor studenten die het opleidingsonderdeel Inleiding in de Didactiek (6101OIWIDI) hebben gevolgd. Het richt zich tot studenten uit de niet-taaldidactieken.
         
        Er wordt een numerus clausus ingesteld op 30 studenten.
         


        2. Eindcompetenties


        2.1. Basiscompetenties

        Het opleidingsonderdeel sluit aan bij de basiscompetenties van de leraar secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering  (http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13952#245903), waarbij vooral gewerkt wordt aan volgende competenties:

        Typefunctie 1: de leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen
        1.7 De leerkracht kan een krachtige leeromgeving realiseren, met aandacht voor de heterogeniteit binnen de leergroep.
        1.11. De leerkracht kan het leer- en ontwikkelingsproces adequaat begeleiden in Standaardnederlands en daarbij rekening houden met het taalbeheersingsniveau van de leerlingen.
        1.13 De leerkracht kan leer- en ontwikkelingsprocessen opzetten, zowel vanuit de inhouden van zijn/haar vakgebied, als vanuit een vakoverschrijdende invalshoek.
        De leerkracht kan:
        1. met zijn leerlingen doelgericht gesprekken voeren en daarbij een functioneel taalaanbod doen, functionele taalproductie stimuleren en er feedback op geven;
        2. teksten beoordelen en schriftelijk en mondeling toegankelijk maken door ze te bewerken op het vlak van taal en door een aangepaste didactiek;
        3. vragen, opdrachten, evaluatie en feedback mondeling, indien nodig met visuele of andere ondersteuning helder formuleren en herformuleren;
        4. vragen, opdrachten, evaluatie en feedback schriftelijk helder formuleren, indien nodig ondersteund met visuele of andere hulpmiddelen;
        5. een heldere uiteenzetting geven, met integratie van schriftelijke of andere ondersteuning, en alles, indien nodig, flexibel aanpassen;
        6. vertellen en voorlezen, en is zich daarbij bewust van zijn eigen mogelijkheden om die vaardigheden optimaal in te zetten en eventuele beperkingen te compenseren;
        7. constructief reageren op het taalgebruik van de leerling.
         
        Typefunctie 3: de leraar als inhoudelijk expert
        De leerkracht kan:
        3.3.1 horizontale en verticale verbanden leggen tussen inhouden uit het eigen vakgebied, en tussen die inhouden en de inhouden uit verwante vakgebieden en vakoverschrijdende domeinen
         
        Typefunctie 7: de leraar als lid van een schoolteam
        1. De leerkracht kan overleggen en samenwerken binnen het schoolteam (met name over de uitvoering van het taalbeleid);
        2. De leerkracht kan binnen het team over een taakverdeling overleggen en de afspraken naleven (met name in het kader van het vooropgestelde taalbeleid);
        3. De leerkracht kan de eigen pedagogische en didactische opdracht en aanpak in het team (in functie van het vooropgestelde taalbeleid).
         
        2.2. Algemene doelstellingen 

        Kennis
        De studenten kunnen:
        - de rol van taal bij het leren toelichten;
        - methodieken voor taalondersteuning en taalgerichtheid in hun eigen vak en andere schoolvakken omschrijven;
        - methodieken voor het ontwikkelen en implementeren van een taalbeleid omschrijven.

        Vaardigheden
        De studenten kunnen:
        -  methodieken voor taalondersteuning en taalgerichtheid in hun eigen vak toepassen;
        -  een vooropgesteld taalbeleid interpreteren en implementeren in hun eigen vak.

        Attitudes
        - de studenten ontwikkelen een permanente alertheid voor het verband tussen leerprocessen en taalcompetenties bij leerlingen;
        - de studenten ontwikkelen beslissingsvermogen (A1), relationele gerichtheid (A2), kritische ingesteldheid (A3), leergierigheid (A4), organisatievermogen (A5), zin voor samenwerking (A6), verantwoordelijkheidszin (A7) en flexibiliteit (A8) (*). 
        (*): attitudes uit de basiscompetenties van de leraar




        3. Inhoud

        Tijdens dit opleidingsonderdeel komen de volgende leerinhouden aan  bod: 
         

        1 – Taalgericht vakonderwijs in het algemeen: hoe geef je taliger les?

        2 – Mondelinge vragen stellen en instructies geven

        3 – Schriftelijke vragen en opdrachten formuleren

        4 – Teksten beoordelen en toegankelijk maken

        5 – Evalueren en feedback geven

        6 – Sprekend leren en taalbeleid

        Onze aanpak is procesmatig, wat betekent dat praktijk en theorie met elkaar verweven worden. Er wordt weinig of geen theorie gedoceerd, maar inductief gewerkt via activerende werkvormen. Om die reden is aanwezigheid tijdens alle colleges vereist.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      471. Oefeningensessies
      472. Werkcolleges

      473. Eigen werk:
      474. Opdrachten:Individueel
      475. Opdrachten:In groep



      476. 5. Evaluatievormen

        Permanente evaluatie:
      477. Oefeningen
      478. Opdrachten
      479. Medewerking tijdens de contactmomenten

      480. Schriftelijk werkstuk:
      481. zonder mondelinge toelichting


      482. 6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Rymenans, R. & T'Sas, J.: Vademecum Taal en leren 2012-2013.

        Paus, H., Rymenans, R. & Van Gorp, K. (2003). Dertien doelen in een dozijn. Een referentiekader voor taalcompetenties van leraren in Nederland en Vlaanderen. Den Haag: Nederlandse Taalunie. 
        Kan gedownload worden van:  http://taalunieversum.org/onderwijs/taalcompetenties

        Ander studiemateriaal wordt ter beschikking gesteld tijdens de colleges.





        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

        Hajer, M. & Meestringa, T. (1995). Schooltaal als struikelblok. Bussum: Coutinho.

        Hajer, M. & Meestringa, T. (2009). Handboek Taalgericht Vakonderwijs. Bussum: Coutinho (2de herziene druk). 

        Berends, R. (2007). De leraar taalvaardig. 13 praktische taaldoelen voor studenten aan de pabo. Assen: Koninklijke Van Gorcum.
         




        7. Contactgegevens en begeleiding

        (+)laatste aanpassing: 15/05/2012 14:50 rita.rymenans  

        Onderwijstechnologie
        Studiegidsnr:6314OIWONT
        Vakgebied:Opl.- & onderwijswetenschappen
        Semester:1e semester
        Contacturen:18
        Studiepunten:3
        Studiebelasting:84
        Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:1e semester
        Lesgever(s)Jozef Colpaert
        Margret Oberhofer

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Actieve beheersing van :
        • Nederlands
        Passieve beheersing van :
        • Engels
        De studenten worden verondersteld relevante wetenschappelijke literatuur in het Engels te kunnen lezen.
        • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet

        2. Eindcompetenties

        Dit vak beoogt het bijbrengen van de nodige kennis, vaardigheden, inzicht en attitude voor het kunnen selecteren, implementeren, gebruiken en evalueren van technologie in de onderwijspraktijk, en dit op een gefundeerde en verantwoord(bar)e manier. 


        3. Inhoud

        De studenten maken kennis met een aantal technologieën zoals interactieve leerprogramma’s, digiborden, stemsystemen, presentatietools, tools voor collaboratief schrijven, wikis, spreadsheets, relationele databanken, electronische leeromgevingen, serious games, mobiele systemen, simulatoren en toetsen. Deze technologieën worden klassikaal gedemonstreerd, hands-on uitgetest en/of als opdracht geanalyseerd en gepresenteerd (indvidueel of in groep).

        De studenten maken kennis met een typologie om beschikbare technologieën te klasseren volgens hun mogelijke functie in het leer- en onderwijsproces: Informatie, Communicatie, Interactie, Constructie en Administratie.

        De studenten maken kennis met een aantal modellen (Educational Engineering, Distributed Learning, …) om de toegevoegde waarde, rol en vorm van technologie te bepalen in functie van concrete leersituaties.

        De studenten krijgen als groepsopdracht het bespreken van een actueel thema, en als individuele opdracht de toepassing ervan op het eigen vak. Thema's voor dit academiejaar zijn:

        • -          Collaborative writing
        • -          Interactive exercises and tests
        • -          Construction Tools
        • -           Presentation tools
        • -           Student Response Systems
        • -          Social Tools and Networks
        • -          Open Educational Resources
        • -          Virtual Environments
        • -          The use of mobile devices inside & outside the classroom 

        Meer gedetailleerde informatie volgt in de studiewijzer op Blackboard (onder Studiemateriaal).




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      483. Hoorcolleges
      484. Werkcolleges

      485. Eigen werk:
      486. Opdrachten:Individueel
      487. Opdrachten:In groep



      488. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      489. Practicum

      490. Permanente evaluatie:
      491. Oefeningen
      492. Opdrachten

      493. Schriftelijk werkstuk:
      494. met mondelinge toelichting

      495. Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Literatuurlijst op Blackboard (Studiemateriaal)
        Wiki


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



        7. Contactgegevens en begeleiding

        Prof. dr. Jozef COLPAERT

        Universiteit Antwerpen   -   CST
        Venusstraat 35     -    Room 404        

        2000 Antwerpen      -    Belgium         

        Tel:         32 - (0)3 265 45 20         

        jozef.colpaert@ua.ac.be


        (+)laatste aanpassing: 02/10/2012 11:29 jozef.colpaert  

        Masterproef

        Studenten die in deel 1 reeds gestart zijn met de Masterproef kiezen nu Masterproef deel II. Andere studenten kiezen Masterproef Deel I+II.

        Masterproef (optie 'onderwijs'), deel II
        Studiegidsnr:2003WETMAP
        Vakgebied:Chemie
        Semester:1e en 2e semester
        Contacturen:0
        Studiepunten:21
        Studiebelasting:588
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)- NNB

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De Masterproef is een verplicht opleidingsonderdeel voor all studenten en vormt het sluitstuk van de opleiding.  De Masterproef wordt ingediend op het eind van het tweede Masterjaar maar werd reeds in het eerste Masterjaar aangevat.
        De masterproef voltooit de masteropleiding en steunt op de voorkennis van de opleidingsonderdelen  van de masteropleiding.




        2. Eindcompetenties

        Met de Masterproef toont de student aan dat hij/zij voldoende kennis en vaardigheden heeft verworven om, onder begeleiding, een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren waarbij hij/zij (i) blijk geeft van de nodige wetenschappelijke bagage; (ii) in staat is om primaire literatuur op een kritische manier te verwerken en (iii) de eigen bevindingen op een correcte en adequate manier in een bondig document kan verwoorden. In het onderdeel ‘verhandeling’ dient de kritisch-reflecterende ingesteldheid en/of de onderzoeksingesteldheid weerspiegeld te worden. Het onderzoek op zich moet een voldoende hoog wetenschappelijk gehalte hebben maar dient niet absoluut vernieuwend te zijn.



        3. Inhoud

        Door middel van de verhandeling dient het persoonlijk werk van de student duidelijk tot uiting te komen. De vorm van de verhandeling volgt deze van een referentiemodel waarin de diverse inhoudelijke aspecten worden weergegeven; o.a. samenvattingen, de gebruikte onderzoeksmethodes en de resultaten ervan, de literatuurgegevens, inleiding en situering van het onderzoek, aanknopingspunten van het onderzoek, bespreking en conclusies, toekomstperspectief. Meer practische aspecten worden verduidelijkt in een bijlage ter beschikking gesteld en geviseerd door de richtingspecifieke onderwijscommissie.

        Zie reglement Masterproef Chemie.

        De evaluatie is gebaseerd op het schriftelijke verslag van de Masterproef en op een openbare verdediging. Het referentiemodel voor de Masterproef is een wetenschappelijk artikel in een vaktijdschrift.  De Masterproef wordt in het Nederlands geschreven. Een uitzondering is enkel mogelijk indien de Masterproef grotendeels of geheel aan een anderstalige instelling wordt voorbereid. 

        Door middel van de verhandeling dient het persoonlijk werk van de student duidelijk tot uiting te komen. Elke Masterproef wordt beoordeeld door de promotor (hierin eventueel bijgestaan door copromotoren of begeleiders) en twee lezers. Bij de evaluatie wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de kwaliteit van de voorliggende verhandeling. Er wordt gekeken naar het gehalte van het wetenschappelijke werk, het niveau van de dataverwerking, de bespreking en de conclusies die worden getrokken, de bondigheid en de algemene presentatie en schrijfstijl. De kwaliteit van de verdediging, zowel presentatie als discussie, speelt een bijkomende rol.



        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      496. Practica

      497. Eigen werk:
      498. Scriptie: Individueel

      499. Projectwerk:
      500. Individueel



      501. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      502. Practicum

      503. Permanente evaluatie:
      504. Medewerking tijdens de contactmomenten

      505. Schriftelijk werkstuk:
      506. met mondelinge toelichting

      507. Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        De student kan beroep doen op alle middelen die de betrokken onderzoeksgroep bezit voor het verwezenlijken van wetenschappelijk onderzoek

        Het studiemateriaal dat nodig is in de voorbereidende fase van de Master thesis zal door de promotor worden ter beschikking gesteld.


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        -Ev. facultatief studiemateriaal zal door de promotor worden geïdentificeerd.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        De Masterthesis verloopt in de eerste plaats onder de begeleiding van de promotor. Gelieve hem of haar rechtstreeks te contacteren.
        (+)laatste aanpassing: 15/02/2012 12:58 kris.vanalsenoy  

        Masterproef (optie 'onderzoek'), deel II
        Studiegidsnr:2007WETMAP
        Vakgebied:Chemie
        Semester:1e en 2e semester
        Contacturen:0
        Studiepunten:21
        Studiebelasting:588
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)- NNB

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
        De Masterproef is een verplicht opleidingsonderdeel voor all studenten en vormt het sluitstuk van de opleiding.  De Masterproef wordt ingediend op het eind van het tweede Masterjaar maar werd reeds in het eerste Masterjaar aangevat.
        De masterproef voltooit de masteropleiding en steunt op de voorkennis van de opleidingsonderdelen  van de masteropleiding.



        2. Eindcompetenties

        Met de Masterproef toont de student aan dat hij/zij voldoende kennis en vaardigheden heeft verworven om, onder begeleiding, een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren waarbij hij/zij (i) blijk geeft van de nodige wetenschappelijke bagage; (ii) in staat is om primaire literatuur op een kritische manier te verwerken en (iii) de eigen bevindingen op een correcte en adequate manier in een bondig document kan verwoorden. In het onderdeel ‘verhandeling’ dient de kritisch-reflecterende ingesteldheid en/of de onderzoeksingesteldheid weerspiegeld te worden. Het onderzoek op zich moet een voldoende hoog wetenschappelijk gehalte hebben maar dient niet absoluut vernieuwend te zijn.


        3. Inhoud

        Door middel van de verhandeling dient het persoonlijk werk van de student duidelijk tot uiting te komen. De vorm van de verhandeling volgt deze van een referentiemodel waarin de diverse inhoudelijke aspecten worden weergegeven; o.a. samenvattingen, de gebruikte onderzoeksmethodes en de resultaten ervan, de literatuurgegevens, inleiding en situering van het onderzoek, aanknopingspunten van het onderzoek, bespreking en conclusies, toekomstperspectief. Meer practische aspecten worden verduidelijkt in een bijlage ter beschikking gesteld en geviseerd door de richtingspecifieke onderwijscommissie.

        Zie reglement Masterproef Chemie

        De evaluatie is gebaseerd op het schriftelijke verslag van de Masterproef en op een openbare verdediging. Het referentiemodel voor de Masterproef is een wetenschappelijk artikel in een vaktijdschrift.  De Masterproef wordt in het Nederlands geschreven. Een uitzondering is enkel mogelijk indien de Masterproef grotendeels of geheel aan een anderstalige instelling wordt voorbereid. 

        Door middel van de verhandeling dient het persoonlijk werk van de student duidelijk tot uiting te komen. Elke Masterproef wordt beoordeeld door de promotor (hierin eventueel bijgestaan door copromotoren of begeleiders) en twee lezers. Bij de evaluatie wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de kwaliteit van de voorliggende verhandeling. Er wordt gekeken naar het gehalte van het wetenschappelijke werk, het niveau van de dataverwerking, de bespreking en de conclusies die worden getrokken, de bondigheid en de algemene presentatie en schrijfstijl. De kwaliteit van de verdediging, zowel presentatie als discussie, speelt een bijkomende rol.



        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      508. Practica

      509. Eigen werk:
      510. Scriptie: Individueel

      511. Projectwerk:
      512. Individueel



      513. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      514. Practicum

      515. Permanente evaluatie:
      516. Medewerking tijdens de contactmomenten

      517. Schriftelijk werkstuk:
      518. met mondelinge toelichting

      519. Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        De student kan beroep doen op alle middelen die de betrokken onderzoeksgroep bezit voor het verwezenlijken van wetenschappelijk onderzoek.

        Het studiemateriaal dat nodig is in de voorbereidende fase van de Master thesis zal door de promotor worden ter beschikking gesteld.


        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
        Ev. facultatief studiemateriaal zal door de promotor worden geïdentificeerd.


        7. Contactgegevens en begeleiding

        De Masterthesis verloopt in de eerste plaats onder de begeleiding van de promotor. Gelieve hem of haar rechtstreeks te contacteren.
        (+)laatste aanpassing: 15/02/2012 12:42 kris.vanalsenoy  

        Masterproef (optie 'onderwijs'), deel I+II
        Studiegidsnr:2001WETMAP
        Vakgebied:Chemie
        Semester:1e en 2e semester
        Contacturen:0
        Studiepunten:30
        Studiebelasting:840
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)- NNB

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        De Masterproef is een verplicht opleidingsonderdeel voor alle studenten en vormt het sluitstuk van de opleiding. De Masterproef wordt ingediend op het eind van het tweede Masterjaar; het praktisch werk start bij het begin van het tweede semester van dit jaar.
        De masterproef voltooit de masteropleiding en steunt op de voorkennis van de opleidingsonderdelen  van de masteropleiding.





        2. Eindcompetenties

        Met de Masterproef toont de student aan dat hij/zij voldoende kennis en vaardigheden heeft verworven om, onder begeleiding, een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren waarbij hij/zij (i) blijk geeft van de nodige wetenschappelijke bagage; (ii) in staat is om primaire literatuur op een kritische manier te verwerken en (iii) de eigen bevindingen op een correcte en adequate manier in een bondig document kan verwoorden. In het onderdeel ‘verhandeling’ dient de kritisch-reflecterende ingesteldheid en/of de onderzoeksingesteldheid weerspiegeld te worden. Het onderzoek op zich moet een voldoende hoog wetenschappelijk gehalte hebben maar dient niet absoluut vernieuwend te zijn.




        3. Inhoud

        De Masterproef komt formeel overeen met 1 opleidingsonderdeel dat deel uitmaakt van het tweede Masterjaar. De formele start van het praktische werk is voorzien bij het begin van het tweede semester, maar de werkzaamheden kunnen in de praktijk ook vroeger een aanvang nemen.  

        De  studenten kiezen het onderwerp van hun Masterproef uiterlijk in mei van het eerste Masterjaar. De voorstellen voor onderwerpen worden bekendgemaakt in de loop van het voorjaar van het eerste Masterjaar. De procedures voor de keuze, uitvoering en evaluatie van de Masterproef vormen het onderwerp van een specifieke richtlijn die op de webpagina’s van de faculteit en de onderwijscommissie te vinden zijn.

        Zie reglement Masterproef Chemie


        De evaluatie is gebaseerd op het schriftelijke verslag van de Masterproef en op een openbare verdediging. Het referentiemodel voor de Masterproef is een wetenschappelijk artikel in een vaktijdschrift.  De Masterproef wordt in het Nederlands geschreven. Een uitzondering is enkel mogelijk indien de Masterproef grotendeels of geheel aan een anderstalige instelling wordt voorbereid.

        Door middel van de verhandeling dient het persoonlijk werk van de student duidelijk tot uiting te komen. Elke Masterproef wordt beoordeeld door de promotor (hierin eventueel bijgestaan door copromotoren of begeleiders) en twee lezers. Bij de evaluatie wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de kwaliteit van de voorliggende verhandeling. Er wordt gekeken naar het gehalte van het wetenschappelijke werk, het niveau van de dataverwerking, de bespreking en de conclusies die worden getrokken, de bondigheid en de algemene presentatie en schrijfstijl. De kwaliteit van de verdediging, zowel presentatie als discussie, speelt een bijkomende rol.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      520. Practica
      521. Vaardigheidstrainingen

      522. Eigen werk:
      523. Scriptie: Individueel

      524. Projectwerk:
      525. Individueel



      526. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      527. Practicum

      528. Permanente evaluatie:
      529. Medewerking tijdens de contactmomenten

      530. Schriftelijk werkstuk:
      531. met mondelinge toelichting

      532. Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        De student kan beroep doen op alle middelen waar de betrokken onderzoeksgroep over beschikt voor het verwezenlijken van wetenschappelijk onderzoek.

        Het studiemateriaal dat nodig is in de voorbereidende fase van de Master thesis zal door de promotor worden ter beschikking gesteld.



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

        Ev. facultatief studiemateriaal zal door de promotor worden geïdentificeerd.




        7. Contactgegevens en begeleiding

        De Masterthesis verloopt in de eerste plaats onder de begeleiding van de promotor. Gelieve hem of haar rechtstreeks te contacteren.


        (+)laatste aanpassing: 15/02/2012 12:58 kris.vanalsenoy  

        Masterproef (optie 'onderzoek'), deel I+II
        Studiegidsnr:2005WETMAP
        Vakgebied:Chemie
        Semester:1e en 2e semester
        Contacturen:0
        Studiepunten:30
        Studiebelasting:840
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)- NNB

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        De Masterproef is een verplicht opleidingsonderdeel voor alle studenten en vormt het sluitstuk van de opleiding. De Masterproef wordt ingediend op het eind van het tweede Masterjaar; het praktisch werk start bij het begin van het tweede semester van dit jaar.
        De masterproef voltooit de masteropleiding en steunt op de voorkennis van de opleidingsonderdelen  van de masteropleiding.

        Nota:
        Onderstaande bepalingen reflecteren het algemeen reglement masterproef van de faculteit Wetenschappen. Gezien de specificiteit van de afstudeerrichtingen zal voor elke richting een aanvullend reglement ter beschikking gesteld worden. 
         




        2. Eindcompetenties

        Met de Masterproef toont de student aan dat hij/zij voldoende kennis en vaardigheden heeft verworven om, onder begeleiding, een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren waarbij hij/zij (i) blijk geeft van de nodige wetenschappelijke bagage; (ii) in staat is om primaire literatuur op een kritische manier te verwerken en (iii) de eigen bevindingen op een correcte en adequate manier in een bondig document kan verwoorden. In het onderdeel ‘verhandeling’ dient de kritisch-reflecterende ingesteldheid en/of de onderzoeksingesteldheid weerspiegeld te worden. Het onderzoek op zich moet een voldoende hoog wetenschappelijk gehalte hebben maar dient niet absoluut vernieuwend te zijn.

         




        3. Inhoud

        De Masterproef komt formeel overeen met 1 opleidingsonderdeel dat deel uitmaakt van het tweede Masterjaar. De formele start van het praktische werk is voorzien bij het begin van het tweede semester, maar de werkzaamheden kunnen in de praktijk ook vroeger een aanvang nemen.  

        De  studenten kiezen het onderwerp van hun Masterproef uiterlijk in mei van het eerste Masterjaar. De voorstellen voor onderwerpen worden bekendgemaakt in de loop van het voorjaar van het eerste Masterjaar. De procedures voor de keuze, uitvoering en evaluatie van de Masterproef vormen het onderwerp van een specifieke richtlijn.

        Zie reglement Masterproef Chemie

        De evaluatie is gebaseerd op het schriftelijke verslag van de Masterproef en op een openbare verdediging. Het referentiemodel voor de Masterproef is een wetenschappelijk artikel in een vaktijdschrift.  De Masterproef wordt in het Nederlands geschreven. Een uitzondering is enkel mogelijk indien de Masterproef grotendeels of geheel aan een anderstalige instelling wordt voorbereid.

        Door middel van de verhandeling dient het persoonlijk werk van de student duidelijk tot uiting te komen. Elke Masterproef wordt beoordeeld door de promotor (hierin eventueel bijgestaan door copromotoren of begeleiders) en twee lezers. Bij de evaluatie wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de kwaliteit van de voorliggende verhandeling. Er wordt gekeken naar het gehalte van het wetenschappelijke werk, het niveau van de dataverwerking, de bespreking en de conclusies die worden getrokken, de bondigheid en de algemene presentatie en schrijfstijl. De kwaliteit van de verdediging, zowel presentatie als discussie, speelt een bijkomende rol.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      533. Practica
      534. Vaardigheidstrainingen

      535. Eigen werk:
      536. Scriptie: Individueel

      537. Projectwerk:
      538. Individueel



      539. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      540. Practicum

      541. Permanente evaluatie:
      542. Medewerking tijdens de contactmomenten

      543. Schriftelijk werkstuk:
      544. met mondelinge toelichting

      545. Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        De student kan beroep doen op alle middelen waar de betrokken onderzoeksgroep over beschikt voor het verwezenlijken van wetenschappelijk onderzoek.

        Het studiemateriaal dat nodig is in de voorbereidende fase van de Master thesis zal door de promotor worden ter beschikking gesteld.



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

        Ev. facultatief studiemateriaal zal door de promotor worden geidentificeerd.




        7. Contactgegevens en begeleiding

        De Masterthesis verloopt in de eerste plaats onder de begeleiding van de promotor. Gelieve hem of haar rechtstreeks te contacteren.


        (+)laatste aanpassing: 13/02/2012 16:39 jan.vos  

        Masterproef met industriële finaliteit (optie 'bedrijf en maatschappij'), deel I+II
        Studiegidsnr:2004WETMAP
        Vakgebied:Chemie
        Semester:2e semester
        Contacturen:0
        Studiepunten:30
        Studiebelasting:840
        Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
        Instructietaal:Nederlands
        Examen:2e semester
        Lesgever(s)- NNB

         

        Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


        1. Aanvangscompetenties

        Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
        Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

        De Masterproef is een verplicht opleidingsonderdeel voor alle studenten en vormt het sluitstuk van de opleiding. De Masterproef wordt ingediend op het eind van het tweede Masterjaar; het praktisch werk start bij het begin van het tweede semester van dit jaar.
        De masterproef voltooit de masteropleiding en steunt op de voorkennis van de opleidingsonderdelen  van de masteropleiding.
        Nota:
        Onderstaande bepalingen reflecteren het algemeen reglement masterproef van de faculteit Wetenschappen. Gezien de specificiteit van de afstudeerrichtingen zal voor elke richting een aanvullend reglement ter beschikking gesteld worden.




        2. Eindcompetenties

        Met de Masterproef toont de student aan dat hij/zij voldoende kennis en vaardigheden heeft verworven om, onder begeleiding, een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren waarbij hij/zij (i) blijk geeft van de nodige wetenschappelijke bagage; (ii) in staat is om primaire literatuur op een kritische manier te verwerken en (iii) de eigen bevindingen op een correcte en adequate manier in een bondig document kan verwoorden. In het onderdeel ‘verhandeling’ dient de kritisch-reflecterende ingesteldheid en/of de onderzoeksingesteldheid weerspiegeld te worden. Het onderzoek op zich moet een voldoende hoog wetenschappelijk gehalte hebben maar dient niet absoluut vernieuwend te zijn. Tijdens de masterthesis die doorgang vindt in een industrieel bedrijf is het bovendien de bedoeling dat de student een goed inzicht krijgt in het functioneren van dit bedrijf en van de wijze waarop een Master in de Chemie hier op nuttige wijze deel van kan uitmaken. Met een dergelijke thesis zijn twee promotoren geassocieerd: een academische promotor die tot de universiteit behoort en een industriele co-promotor die tot het bedrijf in kwestie behoort.


        3. Inhoud

        De Masterproef komt formeel overeen met 1 opleidingsonderdeel dat deel uitmaakt van het tweede Masterjaar. De formele start van het praktische werk is voorzien bij het begin van het tweede semester, maar de werkzaamheden kunnen in de praktijk ook vroeger een aanvang nemen.  

        De  studenten kiezen het onderwerp van hun Masterproef uiterlijk in mei van het eerste Masterjaar. De voorstellen voor onderwerpen worden bekendgemaakt in de loop van het voorjaar van het eerste Masterjaar. De procedures voor de keuze, uitvoering en evaluatie van de Masterproef vormen het onderwerp van een specifieke richtlijn.

        Zie reglement Masterproef Chemie

        De evaluatie is gebaseerd op het schriftelijke verslag van de Masterproef en op een openbare verdediging. Het referentiemodel voor de Masterproef is een wetenschappelijk artikel in een vaktijdschrift.  De Masterproef wordt in het Nederlands geschreven. Een uitzondering is enkel mogelijk indien de Masterproef grotendeels of geheel aan een anderstalige instelling wordt voorbereid.

        Door middel van de verhandeling dient het persoonlijk werk van de student duidelijk tot uiting te komen. Elke Masterproef wordt beoordeeld door de (co)promotor (hierin eventueel bijgestaan door begeleiders) en twee lezers. Bij een thesis in een industrieel bedrijf fungeert de co-promotor als een van de lezers. Bij de evaluatie wordt in de eerste plaats rekening gehouden met de kwaliteit van de voorliggende verhandeling. Er wordt gekeken naar het gehalte van het wetenschappelijke werk, het niveau van de dataverwerking, de bespreking en de conclusies die worden getrokken, de bondigheid en de algemene presentatie en schrijfstijl. De kwaliteit van de verdediging, zowel presentatie als discussie, speelt een bijkomende rol.




        4. Werkvormen
        Contactmomenten:
      546. Practica
      547. Vaardigheidstrainingen

      548. Eigen werk:
      549. Scriptie: Individueel

      550. Projectwerk:
      551. Individueel



      552. 5. Evaluatievormen

        Examen:
      553. Practicum

      554. Permanente evaluatie:
      555. Medewerking tijdens de contactmomenten

      556. Schriftelijk werkstuk:
      557. met mondelinge toelichting

      558. Presentatie

        6. Studiemateriaal

        6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

        Voor het verwezenlijken van de activiteiten van zijn masterthesis kan de student een beroep doen op de nodige middelen van het bedrijf waarin zijn thesis doorgang vindt en ev. op de middelen van de onderzoeksgroep van de academische promotor. 
        Het studiemateriaal dat nodig is in de voorbereidende fase van de Master thesis zal door de (co)promotor worden ter beschikking gesteld.



        6.2 Facultatief studiemateriaal

        Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

        Ev. facultatief studiemateriaal zal door de (co)promotor worden geidentificeerd.




        7. Contactgegevens en begeleiding

        De Masterthesis verloopt in de eerste plaats onder de begeleiding van de (co)promotor. Gelieve hem of haar rechtstreeks te contacteren.


        (+)laatste aanpassing: 15/02/2012 12:46 kris.vanalsenoy