Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2012-2013  
    
Te behalen diploma
Om het diploma van master of Science in de wiskunde te behalen moet de student
  • ingeschreven zijn voor deze opleiding onder een diplomacontract of examencontract met het oog op het behalen van een diploma
  • alle examens hebben afgelegd die horen bij zijn/haar opleidingsprogramma
  • zich voor dat opleidingsprogramma geregistreerd hebben bij de examencommissie
  • tenminste 120 studiepunten hebben verworven. 
De opleiding heeft een studieomvang 120 studiepunten.
Per academiejaar worden in een modeltraject tussen 54 en 66 studiepunten opgenomen.
Toelatingsvoorwaarden
Rechtstreeks: academische bachelor in de wiskunde
Andere bacheloropleidingen kunnen na toelating van de Onderwijscommissie Wiskunde en mits een voorbereidingsprogramma worden toegelaten.
Doelstellingen - eindtermen

M1  De master heeft zich verdiept in een deelgebied van de wiskunde dat kadert binnen de onderzoekspecialisaties in het departement: algebra, meetkunde, analyse en topologie, financiële wiskunde, statistiek of numerieke wiskunde. Hij/zij heeft deze studie op minstens één deelgebied grondiger verdergezet of heeft zich gespecialiseerd in de didactiek van de wiskunde en heeft hierover een masterthesis geschreven.

 

M2  De master kan zelfstandig complexe wiskundige problemen analyseren en oplossen.

a.         kan voor een concreet wiskundig probleem een geschikte oplossingsmethode bedenken, uitvoeren en interpreteren.

b.         kan daar waar nodig zelf zijn/haar kennis uitbreiden en bestaande oplossingsmethoden aanpassen.

c.         kan zelf de nodige technologische middelen selecteren en ze constructief gebruiken en kan wetenschappelijke bronnen opzoeken, raadplegen en verwerken.

 

M3  De master kan correct mondeling en schriftelijk wetenschappelijk rapporteren.

a.         kan een correct wiskundig rapport schrijven.

b.         kan de resultaten van zijn/haar werk presenteren zowel aan een gespecialiseerd als aan een breder publiek.

 

M4  De master heeft een attitude verworven van levenslang leren.

a.         is in staat tot het lezen van de algemene vakliteratuur en heeft zich de attitude eigen gemaakt ontwikkelingen in zijn/haar specialisatiegebied te volgen.

b.         kent belangrijke tijdschriften in het door hem/haar gekozen specialisatiegebied.

c.         heeft voldoende kennis van courante wetenschappelijke talen om lessen en voordrachten te volgen en internationale vakliteratuur te kunnen lezen.

 

M5  De master kan met een grote mate van zelfstandigheid een fundamenteel of toegepast wiskundig onderzoek of een onderzoek in de didactiek van de wiskunde plannen en uitvoeren, kan de betreffende probleemstellingen en onderzoeksstrategieën kritisch evalueren en kan over de resultaten van het onderzoek rapporteren.

 

M6  De master heeft competenties die specifiek zijn voor de door hem/haar gekozen afstudeerrichting:

(a)   Afstudeerrichting Financiële Wiskunde

·         Heeft uitgebreide kennis van belangrijke deelgebieden van de toegepaste wiskunde, in het bijzonder numerieke wiskunde, kanstheorie en statistiek.

·         Heeft ruime kennis van financiële en actuariële wiskunde.

·         Is creatief in het oplossen van complexe, toegepast wiskundige problemen, in het bijzonder in de numerieke wiskunde, kanstheorie, statistiek en financiële en actuariële wiskunde.

·         Heeft inzicht in de samenhang tussen theoretische kennis en de praktische toepassing ervan.

·         Heeft ruim kennis gemaakt met toepassingsgebieden van de wiskunde in de exacte of economische wetenschappen.

·         Heeft kennis gemaakt met wetenschappelijk onderzoek op internationaal niveau.

(b)   Afstudeerrichting Fundamentele Wiskunde

·         Heeft uitgebreide kennis van belangrijke deelgebieden van de fundamentele wiskunde, in het bijzonder van de analyse, stochastiek, algebra of meetkunde.

·         Heeft wetenschappelijke competenties verworven die nodig zijn voor de zelfstandige beoefening van wetenschappelijk onderzoek.

·         Kan wetenschappelijk materiaal dat nog in volle ontwikkeling is leren opzoeken en verwerken en kan een originele bijdrage leveren.

·         Heeft de internationale dimensie van het onderzoek ervaren via publicaties, deelname aan seminaries en lezingen.

(c)    Afstudeerrichting Wiskunde Onderwijs

·         Heeft kennis van belangrijke deelgebieden van de fundamentele of toegepaste wiskunde.

·         Beheerst de specifieke aspecten van de wiskundige didactiek.

·         Heeft, na het volgen van de volledige Specifieke Lerarenopleiding van 60 studiepunten, de basiscompetenties verworven die door de Vlaamse Overheid vereist worden. De basiscompetenties omschrijven de kennis, vaardigheden en attitudes waarover een beginnend leraar moet beschikken. Ze zijn geordend volgens tien rollen die de leraar vervult:

o   Begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen

o   Opvoeder

o   Inhoudelijk expert

o   Organisator

o   Innovator/onderzoeker

o   Partner van de ouders/verzorgers

o   Lid van een schoolteam

o   Partner van externen

o   Lid van de onderwijsgemeenschap

o   Cultuurparticipant

De acht attitudes die van beginnende leraren verwacht worden, zijn: beslissingsvermogen, relationele gerichtheid, kritische ingesteldheid, leergierigheid, organisatievermogen, zin voor samenwerking, verantwoordelijkheidszin en flexibiliteit.

 


Toegang tot verdere studies
Een masterdiploma geeft toegang tot master-na-masteropleidingen, afhankelijk van de specifieke toelatingsvoorwaarden voor een bepaalde master-na-masteropleiding.
Eindexamen
Het eindtotaal van een student is een gewogen gemiddelde van de examenresultaten die de student behaalde op alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma. 

Voor het berekenen van het eindtotaal worden de studiepunten van de corresponderende opleidingsonderdelen gebruikt als gewichten van de examenresultaten.
 
Het eindtotaal wordt uitgedrukt in gehele punten op 100.

Een student die een eindtotaal van minder dan 50 op 100 heeft behaald, kan nooit geslaagd worden verklaard.

Een student is geslaagd voor het geheel van zijn/haar opleiding als hij/zij voor alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma een creditbewijs heeft behaald.

Voor meer informatie zie het Onderwijs- en Examenreglement.
ECTS-coördinator

Prof. dr. L. Le Bruyn, lieven.lebruyn@ua.ac.be