| Studiegidsnr: | 2005GENGE1 | | Vakgebied: | Geneeskunde | | Semester: | 1e semester
| | Contacturen: | 44 | | Studiepunten: | 4 | | Studiebelasting: | 112 | | Contractrestrictie(s): | Faculteit beslist op basis van het studentdossier
| | Instructietaal: | Nederlands
| | Examen: | 1e semester
| | Lesgever(s) | Gert Verpooten
|
Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof 1. Aanvangscompetenties
Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
- Competenties die corresponderen met de eindtermen van het secundair onderwijs
Actieve beheersing van :Passieve beheersing van :- Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel: Competenties bachelor geneeskunde
2. Eindcompetenties
Leerdoel 1 : De student kan de nodige kennis over de normale werking van de nier
reproduceren, alsook de gevolgen op het lichaam van een gestoorde werking van
dit orgaan. Leerdoel
2 : De student kan de meest
voorkomende nefrologische ziektebeelden beschrijven en aantonen dat hij/zij de
symptomatische behandeling hiervan kent door deze behandelingen uit te leggen. Leerdoel
3 : De student kan de
basiskennis betreffende de (patho)fysiologie van de nierfunctie navertellen,
alsook de regelingsmechanismen waarbij de nier een essentiƫle rol vervult,
waardoor hij/zij eveneens de toekomstige ontwikkelingen kan bespreken. Leerdoel
4 : De student kan de
voornaamste nefrologische ziektebeelden en de symptomatische behandeling ervan
navertellen (zie leerdoel 2). Dit veronderstelt dat de student de kennis van
onderliggende oorzaken, van de effecten op andere orgaansystemen, de
diagnostische procedures, hun prognose en therapeutische mogelijkheden kan
reproduceren. Leerdoel
5: De student kan de
epidemiologie in brede zin navertellen en kan de gevolgen, diagnosestelling en
behandeling van hypertensie in de diepte navertellen. Leerdoel
6 : De student kan aantonen
dat hij/zij de stoornissen in de elektrolyten-, vocht- en zuurbasehuishouding
kan herkennen en etiologische aanpak ervan kan uitvoeren. Leerdoel
7 : De student kan aantonen
dat hij/zij praktische kennis heeft van het geneesmiddelenvoorschrift en van
het effect van geneesmiddeleninteracties bij patiƫnten met nierziekten.
3. Inhoud
-
werking van de nier
- diagnose en behandeling van de meest voorkomende nierziekten
- pathofysiologie, regelingsmechanisme en toekomstige ontwikkelingen
- onderliggende oorzaken van nefrologishe aandoeningen, effecten op andere
orgaansystemen
- epidemiologie
- hypertensie
- elektrolyten-, vocht- en zuurbasehuishouding
- geneesmiddelenvoorschriften en -interacties
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesOefeningensessiesVaardigheidstrainingen Eigen werk: OefeningenCasussen: In groep Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges) Excursie
5. Evaluatievormen
Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingMeerkeuzevragen
6. Studiemateriaal
6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
Manual of Nephrology (7th Edition - R.W. Schrier)
6.2 Facultatief studiemateriaal
Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden. http://www.kidneyatlas.org/ "(of:
http://www.cybernephrology.ualberta.ca/cn/Schrier/Default6.htm)
7. Contactgegevens en begeleiding
http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=gert.verpooten
(+)laatste aanpassing: 22/10/2012 11:55 david.kums
|