|
|
|
De expert in het evidence based zorgproces
|
|
|
|
| | Studiegidsnr: | 2006GENVEV | | Vakgebied: | Verpleeg- en vroedkunde | | Semester: | 1e semester
| | Contacturen: | 22 | | Studiepunten: | 5 | | Studiebelasting: | 140 | | Contractrestrictie(s): | Faculteit beslist op basis van het studentdossier
| | Instructietaal: | Nederlands
| | Examen: | 1e semester
| | Lesgever(s) | Etienne Vermeire Bart Geurden
|
Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof 1. Aanvangscompetenties
Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken: Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
*Algemene competenties
- Grondige kennis van fysiopathologische processen van belang voor een adequate
verpleegkundige en vroedkundige zorgverlening
- Kennis van en beheersen van relevante zorgprocessen in de verpleegkunde en de
vroedkunde en deze plaatsen in het huidige kader van verpleegkundige en
vroedkundige theorievorming
*Volgtijdelijkheid
Beschikken over competenties zoals beschreven in de vakbeschrijving of geslaagd
zijn in het schakeljaar
2. Eindcompetenties
De studenten zijn in staat om als expert in het
evidence based gezondheidszorgproces op te treden. Hierbij onderscheiden we een
aantal deelvaardigheden.
Leerdoel 1: De student  kan de
historische achtergronden van Evidence based nursing in eigen woorden uitleggen.
Leerdoel 2: De student kan een klinische vraag of een zorgvraag omzetten in een
PICO-vraag.
Leerdoel 3: De student kan een PICO-vraag omzetten in de juiste zoektermen in
elektronische databanken en zoekmachines.
Leerdoel 4: De student kan de
verschillende soorten evidence uitleggen en onderscheiden .
Leerdoel 5: De student kan evidence beoordelen op haar kwaliteit door gebruik
te maken van beoordelingslijsten (Dutch Cochrane Centre, Agree).
Leerdoel 6: De student  kan de graden van
evidence en de graden van aanbeveling uitleggen/reproduceren.
Leerdoel 7: De student kan de betekenis van de gevonden evidence uitleggen en
onderling vergelijken gebruik makend van de grootte van het gevonden effect
(RR, OR, NNT) en de precisie (95% CI).
Leerdoel 8: De student kan voor de implementatie van de gevonden evidence
rekening houden met alle relevante factoren.
Leerdoel 9: De student kan een zorgprobleem in de praktijk op een
evidence-based manier oplossen.
3. Inhoud
Deze module wil Evidence
Based Health Care voorstellen. De belangrijkste begrippen worden uitgelegd. De
nodige vaardigheden worden aangeleerd om een probleem uit de dagelijkse
praktijk om te zetten tot onderzoekbare PICO-vragen, de nodige evidence op te
zoeken, deze te beoordelen, verschillende bronnen van evidence onderling te
vergelijken en deze ook te implementeren in de zorg of in de organisatie van de
zorg.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesOefeningensessiesWerkcolleges Eigen werk: Opdrachten:IndividueelOpdrachten:In groep
5. Evaluatievormen
Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting
6. Studiemateriaal
6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
Cursustekst
Offringa M, Assendelft WJJ, Scholten RJPM. Inleiding in evidence-based
medicine. Klinisch handelen gebaseerd op
bewijsmateriaal. Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2008
Minerva. Verklarende woordenlijst van
Evidence-Based Medicine. (www.minerva-ebm.be)
(verkrijgbaar op de cursusdienst)
6.2 Facultatief studiemateriaal
Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden. /
7. Contactgegevens en begeleiding
Begeleiding individueel en
in groep.
Docent via e-mail en via Blackboard
(+)laatste aanpassing: 16/08/2011 15:22 david.kums
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|