Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2012-2013  
    
Master in de Specialistische Geneeskunde
Het Koninklijk Besluit dd. 16 maart 1999 tot vaststelling van de nadere regelen voor erkenning van geneesheren-specialist en van huisartsen, stelt dat    
  • bij en nieuw stageplan een attest dient gevoegd dat aantoont dat de ASO door een faculteit geneeskunde aanvaard is voor het specialisme waarin hij moet opgeleid worden.   
  • bij de erkenningsaanvraag een attest dient gevoegd dat aantoont dat de ASO met vrucht een specifieke universitaire opleiding heeft gevolgd tijdens de eerste 2 jaar van zijn opleiding.

Het Ministerieel Besluit dd. 12 maart 2003 tot vaststelling van de algemene criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten stelt dat de kandidaat-specialist, bij de erkenning, dient te kunnen bewijzen dat hij minstens 30u opleiding heeft gevolgd inzake communicatie met patiënten en minstens 20u inzake evidence-based medicine (art.& § 12)
Onder meer deze wettelijke bepalingen hebben geleid tot het ontstaan van een nieuwe manama:  

Manama in de Specialistische Geneeskunde (MSG)


Toelatingsvoorwaarden
Diploma van arts of master in de geneeskunde

Tevens is de toelating afhankelijk van een bekwaamheidsonderzoek dat zich vertaalt in een erkend stageplan goedgekeurd door het Ministerie van Volksgezondheid, dienst geneeskundepraktijk, vergezeld van een attest dat aantoont dat de kandidaat door de faculteit geneeskunde aanvaard is voor de discipline waarin hij opgeleid wordt.
 
Voor de instroom in het specialisme Stomatologie wordt naast een diploma basisarts ook een masterdiploma tandheelkunde vereist als toelatingsvoorwaarde.
Te behalen diploma
Om het diploma van manama Specialistische Geneeskunde te behalen moet de student
  • ingeschreven zijn voor deze opleiding onder een diplomacontract of examencontract met het oog op het behalen van een diploma
  • alle examens hebben afgelegd die horen bij zijn/haar opleidingsprogramma
  • zich voor dat opleidingsprogramma geregistreerd hebben bij de examencommissie
  • alle 120 studiepunten hebben verworven. 

Opleiding

De opleiding heeft een studieomvang van 120 studiepunten. Per academiejaar worden in een modeltraject tussen 54 en 66 studiepunten opgenomen. 

Afhankelijk van de duur van de stage van je specialisatie, wordt bepaald hoeveel studiepunten per jaar je moet doen. 

Specialisatie

Duur

Coördinerend Stagemeester

Dermato-venereologie

4j

Lambert J.

Fysische geneeskunde en revalidatie

5j=2+3

Stassijns G.

Gerechtelijke geneeskunde

5j

Jacobs W.

Klinische biologie

5j=2+3

Goossens H.

Neurologie

5j

Cras P. / De Deyn P.

Nucleaire geneeskunde

5j=2+3

Stroobants S.

Pathologische anatomie

5j

Pauwels P.

Pediatrie

5j=2+3

Ramet J.

Kind- en jeugdpsychiatrie

5j=3+2

van West D.

Volwassenenpsychiatrie

5j=2+3

Sabbe B.

Radiotherapie

5j

Van den Weyngaert D.

Röntgendiagnose

5j

Parizel P.M.

Urgentiegeneeskunde /
              Acute geneeskunde

6j
3j

Beaucourt L.

 

Anesthesie-reanimatie

5j=2+3

Vercauteren M.  

Gynaecologie-verloskunde

5j=2+3

Jacquemyn Y.

Heelkunde

6j

Vaneerdeweg W. /   Hendrickx L./   Vanderveken M.   / Van der Stighelen Y./Huyghe M.

Neurochirurgie

6j

Maas A.

Oftalmologie

4j

Tassignon M.J.

Orthopedische heelkunde

6j

Somville J.

Otorhinolaryngologie

5j

Van de Heyning P.

Plastische heelkunde

7j

Mertens M.

Urologie

6j

Wyndaele J.J.

(Stomatologie en) Mond, Kaak en Aangezichtschirurgie

4 j tandheelk. +4j

Nadjmi N.

 

Inwendige geneeskunde
  +1j
   (polarisatie of bijz.beroepstitel)

5j

Stevens W.   (tot 30/09/10)

Cardiologie

6j

Vrints C.

Gastro-enterologie

6j

Pelckmans P.

Geriatrie

6j

Vandewoude M.

Medische oncologie

6j

Specenier P.

Pneumologie

6j

De Backer W.

Reumatologie

6j

De Clerck L.


    De MSG wordt opgedeeld in 3 niveaus.
    • Niveau 1: Specialiteitoverschrijdende opleiding voor alle disciplines
    • Niveau 2: Basisopleiding voor een (groep van) disciplines (22 subgroepen)
    • Niveau 3: Disciplinespecifieke opleiding per afstudeerrichting (30 subgroepen)
    • Masterproef
    De vakken die aangeboden worden, worden opgedeeld per rol die de specialist van morgen moet kunnen invullen.
    • Wetenschapper
    • Medicus
    • Manager
    • Communicator


Doelstellingen opleiding
De master-na-masteropleiding beoogt de vorming van de arts-specialist die over de adequate kennis en vaardigheid beschikt om hoogwaardige patiëntenzorg te verlenen in zijn specifieke vakgebied.  

De master-na-masteropleiding betracht eveneens een klinisch competente medische specialist af te leveren die zich door een houding van wetenschappelijke nieuwsgierigheid en leergierigheid levenslang spontaan en zelfstandig kan blijven informeren in een vakgebied dat zowel wetenschappelijk als technologisch snel uitbreidt.

De algemene competenties hebben betrekking op het maatschappelijke handelen als arts-specialist, binnen een economisch verantwoord kader en rekening houdend met sociale en ethische aspecten van de medische specialistische praktijk. Deze behoeften werden reeds vertaald in de eindtermen tot basisarts, maar zijn ook van toepassing in de vervolgopleiding (opleidingscontinuüm). De algemene competenties kennis en wetenschap, zullen zoals in het medisch handelen specifiek voor het vakdomein, betrekking hebben op het kunnen stellen van de juiste vragen, het doelmatig zoeken naar, en het beoordelen van de kwaliteit van de onderbouwing in de literatuur en het op de hoogte blijven van de onderbouwde zorgnormen.  
    
Tijdens de master-na-master verwerft de arts-specialist in opleiding (ASO) de noodzakelijke wetenschappelijke kennis, vaardigheden en attitudes, voor zijn toekomstige beroepsleven. Deze zijn niet weg te denken van de beroepsvorming, zoals wettelijk bepaald door de Erkenningcommissies. 

1.     Continuering van het verwerven van medische kennis (en kennis van inbreng van basale wetenschappen in de klinische praktijk) en inzicht.
2.     Diepgaande kennis verwerven in het specialisme. 
3.     Vaardigheden verwerven, eigen aan het specialisme.
4.      Probleemoplossend vermogen ontwikkelen en toepassen in de praktijk. 
5.     Correct en op een humane-empathische wijze communiceren met patiënt en zijn of haar omgeving. 
6.     Doeltreffend communiceren met en rapporteren aan andere specialisten en niet medische gezondheidsmedewerkers. 
7.     Op adequate wijze feedback kunnen geven en kunnen omgaan met het krijgen van feedback. 
8.     Kunnen participeren in klinisch wetenschappelijk onderzoek. 
9.     De aangeboden wetenschappelijke kennis interpreteren, analyseren en rapporteren (kritische beoordeling literatuur: Evidence Based Medicine, klinische epidemiologie). 
10.   Een wetenschappelijke houding bestendigen. 
11.   Participeren in de organisatie van de gezondheidszorg en in het beleid van een dienst van het specialisme. 

De competenties per specialisme (30 specialismen) zijn opgesteld door de subcommissies specialismen (per groep 1 vertegenwoordiger uit het specialisme per faculteit) o.l.v. de VLIR en zijn uitgedrukt in termen van academische en beroepscompetenties nodig voor het uitoefenen van het specialisme. Per specialisme zijn algemene competenties, domeinspecifieke competenties en leerresultaten per niveau gedefinieerd. Deze competenties zijn opgelijst in de vakbeschrijvingen. De kennis, vaardigheden en attitudes zijn benaderd vanuit het principe van de learning outcomes, met name ‘wat behoort de ASO aan minimale competenties te beheersen op het einde van zijn/haar opleiding?’.

Contactpersonen
Ellen Jeursen, Dossierbeheerder domein Master in de Specialistische Geneeskunde
ellen.jeursen@ua.ac.be

Marleen Van Barel, Verantwoordelijke stages