Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2012-2013  
    
Masterproef
Studiegidsnr:3008GENASO
Vakgebied:Geneeskunde
Semester:1e en 2e semester
Contacturen:0
Studiepunten:30
Studiebelasting:840
Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e en/of 2e semester
Lesgever(s)- NNB

 

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


1. Aanvangscompetenties

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
Eindtermen 'Master in de Geneeskunde'


2. Eindcompetenties

2.1. Algemene competenties

1.       Doeltreffend communiceren met en rapporteren aan andere specialisten en niet medische gezondheidsmedewerkers (communicator niveau 1/2/3).

2.       Kunnen participeren in klinisch wetenschappelijk onderzoek (wetenschapper niveau 1/2/3).

3.       Een wetenschappelijke houding bestendigen (wetenschapper niveau 1/2/3).

 

2.2. Domeinspecifieke competenties

1.      De ASO communiceert medische en wetenschappelijke informatie effectief (communicator, wetenschapper).

 

2.3. Leerresultaten

1.      Doelgericht participeren aan wetenschappelijk onderzoek als onderdeel van de masterproef.

2.      Meewerken aan het opzetten, uitvoeren en implementeren van wetenschappelijk onderzoek.




3. Inhoud

Tijdens de masterproef wordt de ASO geacht klinisch te kunnen reflecteren over de beroepssituatie en/of de wetenschappelijke aspecten, die de specialiteit onderbouwen. De masterproef reflecteert de algemeen kritisch-reflecterende ingesteldheid van de specialist m.b.t. een specifieke probleemstelling en zijn capaciteit om antwoorden te leveren op de bevraging, meestal afkomstig van een reële klinische observatie en/of studie. De masterproef laat toe het zelfstandig klinische werk en de onderzoeksvaardigheden te evalueren en de wetenschappelijke attitude levenslang te bestendigen.

 

A. Verplicht onderdeel: 20 studiepunten

 

De ASO dient in eerste instantie een keuze te maken tussen twee mogelijkheden (verplicht):

1)      Een wetenschappelijk eindwerk binnen het afstudeergebied met schriftelijke neerslag. Het betreft een origineel wetenschappelijk werk in de vorm van een wetenschappelijk artikel (eigen onderzoeksprotocol) of een systematisch literatuuronderzoek (meta-analyse).

Dit eindwerk wordt mondeling verdedigd voor een (inter)universitaire jury.

(20 studiepunten)

OF

2)      Een reflectietekst waarin het eigen doctoraatsonderzoek wordt getoetst aan de actuele stand van zaken in het onderzoeksdomein en waarin translationele aspecten van het onderzoek worden belicht. Dit kan uitmonden in een vervolgartikel. Het schriftelijke werkstuk dient verdedigd te worden voor een (inter)universitaire jury.

(20 studiepunten)

 

B. Keuzemogelijkheden: 10 studiepunten

 

De ASO vult verder aan tot 30 studiepunten door een keuze te maken uit onderstaande mogelijkheden:

1)      Een bijkomend wetenschappelijk artikel als eerste of tweede auteur (zoals gevraagd door het merendeel van de Erkenningscommissies) aanvaard voor publicatie in een peer reviewed tijdschrift.

(10 studiepunten)

Het wetenschappelijke artikel is uiterlijk op 1 mei van het promotiejaar aanvaard in een peer reviewed tijdschrift.

 

2)      Een case report met bijhorende wetenschappelijke toelichting, als eerste of tweede auteur, aanvaard voor publicatie in een peer reviewed tijdschrift.

(10 studiepunten)

Het case report is uiterlijk op 1 mei van het promotiejaar aanvaard in een peer reviewed tijdschrift.

 

3)      Een mededeling op een nationaal congres, m.i.v. bewijs en schriftelijke neerslag

(5 studiepunten) of op een internationaal congres m.i.v. bewijs en schriftelijke neerslag (10 studiepunten).

De voordracht of posterpresentatie wordt gegeven tijdens de opleiding tot ASO.

 

4)      Een reflectie op een portfolio van casuïstiek met bijhorende wetenschappelijke toelichting. Dit werkstuk wordt mondeling verdedigd voor een (inter)universitaire jury

(10 studiepunten)

·          Het onderwerp van de casuïstiek wordt door de ASO ingediend bij de universitaire stagemeester, uiterlijk bij aanvang van niveau 3.

De ASO stelt (met akkoord) een begeleider voor die behoort tot de vaste medische staf van de discipline in UZ Antwerpen of een geaffilieerde stagemeester.

De universitaire stagemeester keurt het project en de begeleider goed.

·          De ASO rapporteert om de 3 – 4 maanden de voortgang van de casuïstiek.

·          Het verslag wordt uiterlijk ingediend op 1 januari van het promotiejaar.

·          De mondelinge toelichting vindt plaats in maart of april van het promotiejaar.

 

 


4. Werkvormen
Eigen werk:
  • Scriptie: Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    Prof. dr. W. De Backer, voorzitter UCCOS, UZ Antwerpen – dienst Pneumologie,

    tel. 03/821.34.47 (Anja D’Eer)


    (+)laatste aanpassing: 27/10/2011 08:51 ellen.jeursen