Universiteit van Antwerpen
18/06/2018 - 07:53
(c)
http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=.OOD2012&n=105055&ct=105055&e=290222&all=true
Master of Medicine in de specialistische geneeskunde: radiotherapie-oncologie
 
Niveau 1
Specialiteitsoverschrijdende opleiding - 18 studiepunten
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
3001GENASOEvidence Based Medicine voor gevorderdenNederlands2e semester
03Verpooten,Gert
Van Royen,Paul
3002GENASOVerdere inzichten in klinisch wetenschappelijk onderzoekNederlands2e semester
03Francque,Sven
Hendriks,Jeroen
Verhulst,Stijn
3003GENASOCapita selecta voor de ziekenhuisarts, inclusief praktische oefeningenNederlands2e semester
06De Backer,Wilfried
Ysebaert,Dirk
3004GENASOOrganisatie van de praktijkvoeringNederlands1e semester
03Tassignon,Marie-Jose
3005GENASOCommunicatievaardigheden voor gevorderdenNederlands1e semester
443Van Royen,Paul
Niveau 2
Basisopleiding - 36 studiepunten
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
3001GENRADPraktische oefeningen in Evidence Based Medicine, deel 1 radiotherapie-oncologieNederlands1e en 2e semester
03Van Den Weyngaert,Danielle
3002GENRADWetenschappelijke verdieping in radiotherapie, deel 1Nederlands1e en 2e semester
06Van Den Weyngaert,Danielle
3003GENRADAanvullingen in radiotherapie, deel 1Nederlands1e en 2e semester
06Van Den Weyngaert,Danielle
3004GENRADProbleemoplossend vermogen en vaardigheden in radiotherapie, deel 1Nederlands1e en 2e semester
015Van Den Weyngaert,Danielle
3005GENRADPraktische oefeningen in communicatie, deel 1 radiotherapie-oncologieNederlands1e en 2e semester
03Van Den Weyngaert,Danielle
3006GENASOSturing van zorgprocessenNederlands1e semester
03Tassignon,Marie-Jose
Niveau 3
Disciplinespecifieke opleiding - 36 studiepunten
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
3006GENRADPraktische oefeningen in Evidence Based Medicine, deel 2 radiotherapie-oncologieNederlands1e en 2e semester
03Van Den Weyngaert,Danielle
3007GENRADWetenschappelijke verdieping in radiotherapie, deel 2Nederlands1e en 2e semester
06Van Den Weyngaert,Danielle
3008GENRADAanvullingen in radiotherapie, deel 2Nederlands1e en 2e semester
06Van Den Weyngaert,Danielle
3009GENRADProbleemoplossend vermogen en vaardigheden in radiotherapie, deel 2Nederlands1e en 2e semester
015Van Den Weyngaert,Danielle
3010GENRADPraktische oefeningen in communicatie, deel 2 radiotherapie-oncologieNederlands1e en 2e semester
03Van Den Weyngaert,Danielle
3007GENASOZiekenhuismanagementNederlands2e semester
03Tassignon,Marie-Jose
Masterproef
30 studiepunten
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
3008GENASOMasterproefNederlands1e en 2e semester
030NNB,-
 

 

Niveau 1

Specialiteitsoverschrijdende opleiding - 18 studiepunten

Evidence Based Medicine voor gevorderden
Studiegidsnr:3001GENASO
Vakgebied:Geneeskunde
Semester:2e semester
Contacturen:0
Studiepunten:3
Studiebelasting:84
Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
Instructietaal:Nederlands
Examen:2e semester
Lesgever(s)Gert Verpooten
Paul Van Royen

 

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


1. Aanvangscompetenties

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

De student kan de verschillende basisbegrippen van EBM omschrijven (effectmaten, eindpunten) en kan deze begrippen ook toepassen op gegevens van een onderzoeksartikel. Daarnaast kan de student de bronnen en zoekstrategieën voor EBM informatie onderscheiden en deze bronnen gebruiken bij het beantwoorden van klinische vragen.


2. Eindcompetenties


Algemene competenties
Leerdoel 1: Probleemoplossend vermogen ontwikkelen en toepassen in de praktijk
Leerdoel 2: De aangeboden wetenschappelijke kennis interpreteren, analyseren en rapporteren (kritische beoordeling literatuur: Evidence Based Medicine, klinische epidemiologie)
Leerdoel 3: Een wetenschappelijke houding bestendigen (wetenschapper niveau 1/2/3).
 
Domeinspecifieke competenties
Leerdoel 1: De ASO baseert zich op wetenschappelijke kennis verkregen met behulp van klinisch
wetenschappelijk onderzoek
Leerdoel 2: De ASO zal na de masteropleiding voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, therapeutisch beleid, prognose, opvolging en preventie van de ziektebeelden/aandoeningen
 
Doelstellingen - Leerresultaten per niveau
Leerdoel 1: Toepassen van algemene wetenschappelijke kennis en methodiek binnen het domein van het specialisme (wetenschappelijke attitude van de patiëntenzorg).
Leerdoel 2: Als beginnend ASO kunnen werken onder supervisie.
Leerdoel 3: Kunnen werken en communiceren binnen een multidisciplinair team.
Leerdoel 4: De basisprincipes van het opzetten en implementeren van wetenschappelijk onderzoek kennen.
Leerdoel 5: Wetenschappelijke gegevens kunnen analyseren en interpreteren.
Leerdoel 6: Een probleemstelling kunnen formuleren, data verzamelen, analyseren, interpreteren en rapporteren.




3. Inhoud


De ASO leert de EBM principes hanteren door het oplossen van klinische vragen en casussen, en het bestuderen van beleid en richtlijnen binnen de eigen discipline. Hij/zij leert hierbij een wetenschappelijke en kosten effectieve attitude hanteren.
Dit wordt aangebracht d.m.v. (een) seminarie(s) rond het beoordelen van verschillende soorten studies, samenvatten van EBM informatie formuleren van evidentieniveaus, formuleren van richtlijnen, economische evaluatie, waarna de student de kennis toepast aan de hand van zelfstudie en oefeningen in de praktijk.

Seminarie(s) ca. 3.5u 
Oefeningen in de eigen praktijk: 
1) vanuit een klinische topic de literatuur bestuderen, verslag hiervan uitbrengen, en EBM principes presenteren tijdens een staf binnen de eigen specialisatie 
2) het opstellen of herzien van richtlijnen en procedures/strategieën binnen de eigen discipline 
3) ZSO bij seminarie(s)



4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Oefeningen



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

     
    Offringa M (red). Inleiding in evidence based medicine. Klinische handelen gebaseerd op bewijsmateriaal. Tweede herziene druk. Bohn Stafleu Van Loghum. Houten/Diegem. ISBN 9031340065

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    J.A. Muir Gray, Evidence-based Healthcare, Churchill Livingstone, London , 2001, ISBN 978-0-443-06288-9

    Enkele URL's:

    National Guideline Clearinghouse™ (NGC),
    http://www.guideline.gov/

    National Institute for Health and Clinical Excellence (NICE)
    http://www.nice.org.uk/

    RIZIV - Statistische en wetenschappelijke informatie
    http://www.riziv.fgov.be/drug/nl/statistics-scientific-information/

    Scottish Intercollegiate Guidelines Network (SIGN)
    http://www.sign.ac.uk/

    Belgisch Centrum voor Evidence-Based Medicine (CEBAM)
    http://www.cebam.be/

    The Cochrane Collaboration
    http://www.cochrane.org/

    Dutch Cochrane Centre
    http://www.cochrane.nl

     




    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 27/10/2011 08:26 ellen.jeursen  

    Verdere inzichten in klinisch wetenschappelijk onderzoek
    Studiegidsnr:3002GENASO
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:2e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Sven Francque
    Jeroen Hendriks
    Stijn Verhulst

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Actieve beheersing van :
    • Nederlands
    • Engels
    • Een algemene kennis van het gebruik van een PC en het internet
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    De student kent de basisprincipes van biostatistiek en klinisch wetenschappelijk onderzoek


    2. Eindcompetenties


    Algemene competenties
    Leerdoel 1: Kunnen participeren in klinisch wetenschappelijk onderzoek in hun discipline
    Leerdoel 2: Weten welk type onderzoek antwoord kan bieden op specifieke problemen
    Leerdoel 3: Een gegevensbank kunnen opzetten
     
    Domeinspecifieke competenties
    Leerdoel 1: De ASO baseert zich op wetenschappelijke kennis verkregen met behulp van klinisch wetenschappelijk onderzoek
    Leerdoel 2: De ASO communiceert medische en wetenschappelijke informatie effectief
    Leerdoel 3: De ASO zal na de masteropleiding voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, therapeutisch beleid, prognose, opvolging en preventie van de ziektebeelden/aandoeningen
    Leerdoel 4: De ASO kent de ethische principes, welk klinisch wetenschappelijk onderzoek ‘informed consent’ vereist en wat de privacy regels zijn
     
    Doelstellingen - Leerresultaten per niveau
    Leerdoel 1: Toepassen van algemene wetenschappelijke kennis en methodiek binnen het domein van het specialisme (wetenschappelijke attitude van de patiëntenzorg).
    Leerdoel 2: Als beginnend ASO kunnen werken onder supervisie.
    Leerdoel 3: Kunnen werken en communiceren binnen een multidisciplinair team.
    Leerdoel 4: De basisprincipes van het opzetten en implementeren van wetenschappelijk onderzoek kennen.
    Leerdoel 5: Wetenschappelijke gegevens kunnen analyseren en interpreteren.
    Leerdoel 6: Een probleemstelling kunnen formuleren, data verzamelen, analyseren, interpreteren en rapporteren.
    Leerdoel 7: Een onderzoeksvraag kunnen formuleren en het opzetten van kwantitatief onderzoek met controlegroepen en randomisatie en kwalitatief onderzoek
     


    3. Inhoud


    De ASO leert tijdens dit opleidingsonderdeel meer over het opzetten van verschillende types van onderzoek en participeert in de dagdagelijkse praktijk in lopende klinische studies onder supervisie. Tijdens een introducerend seminarie wordt enerzijds bekeken hoe een probleemstelling wordt omgezet in onderzoeksmethoden, zowel kwantitatief als kwalitatief. Anderzijds worden de grote stappen van het opzetten van een studie overlopen, waarbij aandacht wordt besteed aan ethische principes, elementen in een studieprotocol, ...


    Werkvormen
    • Inleidend seminarie: 
    • Participeren in lopende klinische studies op de afdeling met een duidelijk omschreven opdracht 
    • zelfstudie



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Oefeningen



  • 5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Oefeningen
  • Medewerking tijdens de contactmomenten


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


    Babu A.N. (ed.) Clinical research methodology and Evidence-Based Medicine: The Basics. Anshan Publishers 2008 ISBN 978-1905740901
     
    Artikelenreeks uit Lancet en BMJ

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 21/06/2011 14:18 gert.verpooten  

    Capita selecta voor de ziekenhuisarts, inclusief praktische oefeningen
    Studiegidsnr:3003GENASO
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:2e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Wilfried De Backer
    Dirk Ysebaert

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    De ASO vertrekt van de kennis welke in het graduaat is bijgebracht in de domeinen waarop de capita selecta betrekking hebben met name de farmacologie en de klinische farmacologie zoals deze in de respectievelijk klinische modules wordt gegeven, de gerechtelijke geneeskunde, de begrippen van pijnbestrijding binnen de module neurologie en begrippen van antibioticagebruik en resistentie zoals gegeven binnen de module microbiologie, en de anatomie zoals gegeven binnen de overeenkomstige module, de genetica zoals toegelicht in de verschillende klinische modules. Voor de topic medische informatietechnologie volstaat de kennis welke de ASO in de stagediensten in dit domein tot nu toe heeft verworven.


    2. Eindcompetenties


    Algemene competenties
    - Continuering van het verwerven van medische kennis (en kennis van inbreng van basale wetenschappen in de klinische praktijk) en inzicht
    - Probleemoplossend vermogen ontwikkelen en toepassen in de praktijk

    Domeinspecifieke competenties:
    - De ASO houdt rekening met de economische aspecten van de geneeskunde, in het bijzonder het doelmatig omgaan met middelen waarbij onder- en overgebruik van middelen vermeden wordt
    - De ASO beschikt over de nodige communicatieve eigenschappen, waarbij humane, ethische en maatschappelijke aspecten een belangrijke rol spelen en dit binnen de relevante wettelijke regelgeving.
    - De ASO kent de principes van de medische informatica voor het leveren van optimale patiëntenzorg en voor het onderhouden van de eigen deskundigheid
    - De ASO heeft vakspecifieke kennis en probleemoplossend vermogen en weet deze in de praktijk toe te passen
    - De ASO heeft praktische vakspecifieke vaardigheden en kan deze toepassen.  Hij werkt aan de verdere ontwikkeling en verbetering van deze vaardigheden in functie van een levenslang leren attitude (life-long learning)
    - De ASO zet "standards of care" en formuleert kwaliteitseisen met betrekking tot de verschillende aspecten van zijn vak - De ASO zal na de masteropleiding voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, therapeutisch beleid, prognose, opvolging en preventie van de ziektebeelden/aandoeningen

    Leerresultaten:
    - Een dieper gaand inzicht verwerven in de algemene pathologie, diagnose en therapie van de specifieke ziektebeelden/aandoeningen
    - Toepassen van algemene wetenschappelijke kennis en methodiek binnen het domein van het specialisme (wetenschappelijke attitude en patiëntenzorg)
    - Als beginnend ASO kunnen werken onder supervisie
    - Kunnen werken en communiceren binnen een multidisciplinair team.




    3. Inhoud

    Zie Bb


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen


    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Het studiemateriaal zal bestaan uit hand-outs  van de 2 hoorcolleges en enkele gepubliceerde reviews in de respectievelijke domeinen.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    De ASO zal gevraagd worden, ten einde de zelfstudieopdrachten te kunnen uitvoeren om een diepgaande literatuursearch te doen via PubMed of aanverwante databanken. Ook dient gebruik gemaakt te worden van de database Up-to-date welke ook via de UA bibliotheek beschikbaar is.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 13/11/2012 12:04 ellen.jeursen  

    Organisatie van de praktijkvoering
    Studiegidsnr:3004GENASO
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Marie-Jose Tassignon

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:

    2. Eindcompetenties


    De beginnende arts-specialist komt binnen het ziekenhuis in een complexe omgeving terecht. Het opleidingsonderdeel is er op gericht om de arts hierop voor te bereiden, te leren kennen zodat hij hierin zijn plaats kan opnemen. Onderwerpen zoals het correct gebruiken van de middelen, inzicht in processen en procesorganisatie, de relatie tussen processen en resultaten zijn belangrijk.


    3. Inhoud


    -                 Patiëntendossier en e-health: wat is e-health, wettelijke bepalingen, privacy en beveiliging, informatisering medisch proces,  transmurale communicatie,…
    -                 Registratiesystemen: wat is MKG-registratie? Wat zou doelstellingen en gebruik. Wat is relatie met financiering en een goed gebruik van middelen (bv. impact op verblijfsduur, geneesmiddelenforfair, referentiebedragen). Hoe goed registreren? 
    -                 Facturatie, attesten en centrale inning
    -                 Aansprakelijkheid en verzekeringsaspecten, patiëntenrechten: betekenis voor de medische praktijk
    -                 Responsabilisering en reflectie op het eigen handelen: legt de relatie tussen het eigen medisch handelen en de processen die hierdoor worden op gang gebracht en de resultaten van zorg, relatie met patiëntveiligheid, het systeemdenken
    -                 Zelfmanagement, wie ben ik in een team, motivatie  (inzichten van Belbin, …)
    -                 Structuur van het ziekenhuis, werking van multisciplinaire teams: rollen en verantwoordelijkheid


    Werkvormen

    Het opleidingsonderdeel wordt georganiseerd via een beperkt aantal inleidende colleges, een zelfstudiepakket en een aantal opdrachten.      


    - Inleidende colleges worden op één dag gebundeld. De voorkeur gaat hierbij uit naar een zaterdag. 
    Deze dag wordt tweemaal georganiseerd, waarbij de studenten zich vrij voor één van beide dagen kunnen inschrijven. 
    De bedoeling is de student wegwijs te maken in het onderwerp en het studiemateriaal. De opdrachten worden toegelicht
    -   Zelfstudiemateriaal wordt door elk van de docenten uitgeschreven en via Blackboard ter beschikking gesteld.
    -   Voor elk college wordt een concrete opdracht geformuleerd. 
    Voorbeelden van dergelijke opdracht zijn: op de website van het RIZIV de facturatiecodes (en bedragen) opzoeken in functie van de prestaties van de eigen dienst,
    de MKG-registratie opvragen van 20 patiëntendossiers en registratie en patiëntendossier/ontslagbrieven vergelijken, de teamwerking van alle medewerkers van de afdeling in kaart brengen,…
    -    De student kiest in overleg met de hoofdgeneesheer van het ziekenhuis en de stagemeester een aantal opdrachten.


    Evaluatievormen
    De student schrijft een paper (max. 10 pagina’s) voor elk van de gekozen opdrachten. Deze opdrachten worden door de respectieve docent van het onderdeel beoordeeld. 
    De hoofdgeneesheer beoordeelt het geheel van de opdrachten vanuit het perspectief van het ziekenhuis. 
    De stagemeester beoordeelt de integratie van leerstof in de dagelijkse werking van de dienst. De 5 beoordelingen worden dan door de coördinator van het OPO gebundeld in een pass/fail beoordeling.





    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Oefeningen



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


    Er wordt hoofdzakelijk gebruik gemaakt van het bestaande studiemateriaal van de Master in het management en beleid van de gezondheidszorg. Delen van dit studiemateriaal wordt herwerkt tot een zelfstudiepakket voor de ASO-student.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 27/10/2011 08:39 ellen.jeursen  

    Communicatievaardigheden voor gevorderden
    Studiegidsnr:3005GENASO
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e semester
    Contacturen:44
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Paul Van Royen

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    - kennis van  de verschillende terreinen/sectoren van de gezondheidszorg
    - kennis van  de context en bevoegdheid van de eigen discipline en de specifieke bijdrage tot de behandeling van de zorgvrager
    - heeft al regelmatige contacten gehad met de verschillende disciplines werkzaam in de gezondheidszorg en heeft een beeld van ieders bijdrage tot de behandeling van de zorgvrager
    - kennis van communicatieve en relationele vaardigheden
    - kennis van gezondheids- /patiëntenvoorlichting en -opvoeding
    - kan een professionele relatie met de zorgvrager opbouwen en kan gepaste informatie geven aan het cliëntsysteem
    - basiskennis van groepsdynamica en groepsoverleg
    - is bereid tot communicatie




    2. Eindcompetenties


    Om interprofessioneel te kunnen samenwerken binnen de specialistische zorg is naast de specifieke communicatieve vaardigheden ook een houding van openheid voor de inbreng en het referentiekader van andere gezondheidsberoepen nodig.  Daarom worden de communicatiecompetenties op niveau 1 voor de ASO aangebracht tijdens de interprofessionele module. Hierdoor kan de ASO extra competenties verwerven. Deze module wordt eveneens aangeboden aan andere masterstudenten (verpleegkundigen,...) en onderstaande eindtermen zijn geldig voor alle deelnemers:
     
    Algemene competenties
    Leerdoel 1: Correct en op een humane-empathische wijze communiceren met patiënt en zijn of haar omgeving
    Leerdoel 2: Doeltreffend communiceren met en rapporteren aan andere specialisten en niet medische gezondheidsmedewerkers
    Leerdoel 3: Op adequate wijze feedback kunnen geven en kunnen omgaan met het krijgen van feedback
    Leerdoel 4: De ASO is in staat een vlotte samenwerking te realiseren en adequaat te functioneren in een team van gezondheidswerkers.
    Domeinspecifieke competenties
    Leerdoel 1: De ASO is in staat tot overleg met collegae en andere professionals en is bekend met de mogelijkheden van andere zorgdisciplines en deskundigheden van anderen in de patiëntenzorg
    Leerdoel 2: De ASO bevordert de deskundigheid van studenten, ASO's, patiënten en andere betrokkenen bij de gezondheidszorg
    Leerdoel 3: De ASO communiceert medische en wetenschappelijke informatie effectief
    Leerdoel 4: De ASO is in staat de eigen beroepsspecifieke bevoegdheden en beperktheden, de grenzen van de specialistische hulpverlening  m.a.w. wat  in de eigen discipline zelf kan uitgevoerd worden en wat (multidisciplinaire) ondersteuning vergt te benoemen.
    Leerdoel 5: De ASO is in staat de visie, rol, inhoudelijke mogelijkheden en verantwoordelijkheid van andere gezondheidswerkers te benoemen
    Leerdoel 6: De ASO is in staat de meerwaarde van de samenwerking op het niveau van de patiënt en de hulpverlening te benoemen
    Leerdoel 7: De ASO is in staat de sociale kaart van hulpverlening te benoemen
    Leerdoel 8: De ASO is in staat de verschillende samenwerking- en verwijsprocedures te benoemen
    Leerdoel 9: De ASO is in staat de verschillende samenwerkingstypen (consultatief, delegerend, verwijzend) te benoemen
    Leerdoel 10: De ASO is in staat de principes van situationeel leidinggeven te benoemen
    Leerdoel 11: De ASO is in staat de factoren die samenwerking kunnen bevorderen of belemmeren te benoemen
    Leerdoel 12: De ASO is in staat het model voor het planmatig verbeteren van een samenwerking ( kwaliteitscirkel) te benoemen
    Leerdoel 13: De ASO is in staat de criteria waaraan een verwijsbrief moet voldoen te benoemen
     
    Leerresultaten
    Leerdoel 1: Als beginnende ASO kunnen werken onder supervisie
    Leerdoel 2: Kunnen werken en communiceren binnen een multidisciplinair team
    Leerdoel 3: Als beginnende ASO op doelmatige wijze kunnen communiceren met patiënt, familie en andere gezondheidszorgverleners.
    Leerdoel 4: De ASO is in staat en efficiënte samenwerking uit te werken met de patiënt en de partners in de gezondheidszorg(gebaseerd op een goede verstandhouding, vertrouwen en een ethisch therapeutische relatie)
    Leerdoel 5: De ASO is in staat om relevantie informatie aan te brengen, te analyseren, accuraat mee te delen en uit te leggen aan de patiënt, de collega’s en andere professionelen
    Leerdoel 6: De ASO is in staat optimaal gebruik te maken van de expertise in het netwerk van specialistische zorgverleners en effectief gebruik te maken van intercollegiale consultatie
    Leerdoel 7: De ASO is in staat door een open communicatiestijl mee te werken aan het ontwikkelen van een opbouwend samenwerkingsverband.
    Leerdoel 8: De ASO is in staat te organiseren en uit te voeren hoe feedback te geven en te ontvangen
    Leerdoel 9: De ASO is in staat zijn medisch werk door anderen te laten beoordelen en een oordeel te geven over het medisch werk van anderen.
    Leerdoel 10: De ASO is in staat zijn eigen rol in een team te verduidelijken
    Leerdoel 11: De ASO is in staat werkrelaties te creëren en te ontwikkelen gebaseerd op wederzijds respect naar patiënten, personeel, collega’s
    Leerdoel 12: De ASO is in staat gezamenlijke zorgpaden met andere disciplines uit te voeren
    Leerdoel 13: De ASO is in staat de principes van groepsdynamica toe te passen
    Leerdoel 14: De ASO is in staat belemmerende (valkuilen en knelpunten) en bevorderende factoren van een samenwerking te herkennen
    Leerdoel 15: De ASO is in staat het verloop van een samenwerking te beoordelen door procesevaluatie en –bewaking
    Leerdoel 16: De ASO is in staat een sollicitatie- en functioneringsgesprek te voeren en onder supervisie te kunnen werken
    Leerdoel 17: De ASO is in staat concrete voornemens te formuleren en duidelijke afspraken binnen de samenwerking te maken
    Leerdoel 18: De ASO is in staat vergadertechnieken en presentatietechnieken toe te passen (gepast leiderschap, voorzitten van een vergadering)
    Leerdoel 19: De ASO is in staat te rapporteren (mondeling)  en verslaggeving te doen
    Leerdoel 20: De ASO is in staat binnen een aanvaardbaar tijdsbestek een goed opgestelde verslag/verwijsbrief aan te maken
    Leerdoel 21: De ASO is in staat gericht advies telefonisch in te winnen
    Leerdoel 22: De ASO is in staat een patiënt te verwijzen naar andere hulpverleners en in te lichten over wat verwacht mag worden van hen
     
    Attitudes
    Leerdoel 1: openheid en bereidheid om de expertise van andere gezondheidsberoepen te kennen en te respecteren
    Leerdoel 2: bereidheid tot rekening houden met de individuele belangen van de patiënt en tot het centraal stellen van de patiënt
    Leerdoel 3: flexibiliteit in zijn/haar manier van werken
    Leerdoel 4: openheid en bereidheid voor en adequate omgang met intervisie en kritiek. 
    Leerdoel 5: verantwoordelijkheid bij o.a. delegeren en taakafspraken.
    Leerdoel 6: impliciet en inspirerend leiderschap Leerdoel 7: een positieve attitude ten opzichte van collectieve initiatieven


    3. Inhoud

    De problematiek van patiënten wordt steeds complexer, waardoor meer verschillende zorgbeoefenaars bij dezelfde patiënt betrokken zijn.  Verschillende beroepsgroepen hebben vaak uiteenlopende inzichten en belangen, onder meer bij ethische vragen, waardoor gezamenlijk overleg met de te nemen beslissingen noodzakelijk wordt.  Teamwork is niet alleen een noodzaak geworden, maar het vormt ook een veelal aantrekkelijke uitdaging : hoe realiseren we met elkaar en voor elkaar, en vooral voor de patiënten die aan onze zorgen toevertrouwd worden, de inhoudelijke en menselijke meerwaarde die een groep kan creëren ? In deze module leert de ASO beter en efficiënter interprofessioneel samen te werken, de patiënt centraal te stellen in de hulpverlening, en zo de continuïteit en kwaliteit van de zorg te optimaliseren.

    Werkvormen
    Naast hoorcolleges zijn er ook feedbackmomenten ahv opdrachten en portfolio, afhankelijk van nood 







    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Opdrachten:In groep
  • Casussen: Individueel
  • Casussen: In groep

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
    Portfolio


    5. Evaluatievormen

    Portfolio:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Syllabus met zelfstudieteksten en de elementen van de portfolio

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
    Handboek ' Tsakitzidis G, Van Royen P. Leren Interprofessioneel samenwerken in de gezondheidszorg' Standaard Uitgeverij, Antwerpen 2008. ISBN 978 90 341 9244 8


    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 27/10/2011 08:42 ellen.jeursen  

    Niveau 2

    Basisopleiding - 36 studiepunten

    Praktische oefeningen in Evidence Based Medicine, deel 1 radiotherapie-oncologie
    Studiegidsnr:3001GENRAD
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Danielle Van Den Weyngaert

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Eindtermen 'Master in de Geneeskunde'




    2. Eindcompetenties

    2.1. Algemene competenties

    1.             Diepgaande kennis verwerven in het specialisme.

    2.             Probleemoplossend vermogen ontwikkelen en toepassen in de praktijk.

    3.             De aangeboden wetenschappelijke kennis interpreteren, analyseren en rapporteren (kritische beoordeling literatuur: Evidence Based Medicine, klinische epidemiologie).

     

    2.2. Domeinspecifieke competenties

    1.             De ASO in de radiotherapie - oncologie baseert zich op wetenschappelijke kennis verkregen met behulp van klinisch wetenschappelijk onderzoek.

    2.             De ASO in de radiotherapie - oncologie communiceert medische en wetenschappelijke informatie effectief.

     

    2.3. Leerresultaten

    1.             Begeleiden van studenten op niveau 1 opleiding artsspecialist.

    2.             Doelgericht participeren aan wetenschappelijk onderzoek als onderdeel van de masterproef.




    3. Inhoud

    Studie van klinisch georiënteerde en op wetenschappelijke evidentie gebaseerde zorg van ziektebeelden die aan bod komen in de stages en betrekking hebben op de eindtermen zoals gedefinieerd onder ‘medicus’ niveau 2 (module 2.4)


    Werkvormen

    - wekelijkse seminaries

    - journal clubs

    deelname wetenschappelijk onderzoek (vnl. deelname EORTC-trials)


    Evaluatievormen

    Portfolio:

    • een overzicht van de gevalsbesprekingen en journalclubs waarop de ASO aanwezig was.
    • de gebrachte presentaties (met inbegrip van feedback).



    4. Werkvormen
    Portfolio


    5. Evaluatievormen

    Portfolio:
  • met mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    - Lesmateriaal module 1.1

    - Guidelines

     



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    prof. dr. D. Van den Weyngaert

    UZ Antwerpen - Dienst Universitaire Radiotherapie (ma-voormiddag en do-voormiddag)

    tel: 03/821.41.88 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be

     

    ZNA Middelheim - Dienst Radiotherapie (ma- , di- , wo- , en vr-namiddag)

    tel: 03/281.07.19 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be


    (+)laatste aanpassing: 02/12/2010 10:02 margo.clerckx  

    Wetenschappelijke verdieping in radiotherapie, deel 1
    Studiegidsnr:3002GENRAD
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Danielle Van Den Weyngaert

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Eindtermen 'Master in de Geneeskunde'


    2. Eindcompetenties

    2.1. Algemene competenties

    1.             Diepgaande kennis verwerven in het specialisme.

    2.             Kunnen participeren in klinisch wetenschappelijk onderzoek.

    3.             De aangeboden wetenschappelijke kennis interpreteren, analyseren en rapporteren (kritische beoordeling literatuur: Evidence Based Medicine, klinische epidemiologie).

    4.             Een wetenschappelijke houding bestendigen.

     

    2.2. Domeinspecifieke competenties

    1.             De ASO in de radiotherapie - oncologie zal na de masteropleiding voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, therapeutisch beleid, prognose, opvolging en preventie van de ziektebeelden/aandoeningen.

     

    2.3. Leerresultaten

    1.             Begeleiden van studenten op niveau 1 opleiding artsspecialist.

    2.             Doelgericht participeren aan wetenschappelijk onderzoek als onderdeel van de masterproef.




    3. Inhoud

    Studie en interpretatie van klinisch wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot ziektebeelden die aan bod komen in de stages en betrekking hebben op de eindtermen zoals gedefinieerd onder ‘medicus’ niveau2 (module 2.4)


    Werkvormen

    - Seminarie Physica

    - Seminarie Radiobiologie

    - Seminarie Radioprotectie

    - Cursus ESTRO

    - Cursus BVRO

    - Congres ESTRO

    - Seminarie Oncologie

    - ...


    Evaluatievormen

    Portfolioeen overzicht van de congressen/ symposia/vergaderingen/...waarop de ASO aanwezig was.




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Portfolio


    5. Evaluatievormen

    Portfolio:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Proceedings voor zover beschikbaar



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    prof. dr. D. Van den Weyngaert

    UZ Antwerpen - Dienst Universitaire Radiotherapie (ma-voormiddag en do-voormiddag)

    tel: 03/821.41.88 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be

     

    ZNA Middelheim - Dienst Radiotherapie (ma- , di- , wo- , en vr-namiddag)

    tel: 03/281.07.19 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be


    (+)laatste aanpassing: 02/12/2010 10:02 margo.clerckx  

    Aanvullingen in radiotherapie, deel 1
    Studiegidsnr:3003GENRAD
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Danielle Van Den Weyngaert

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Eindtermen 'Master in de Geneeskunde'


    2. Eindcompetenties

    2.1. Algemene competenties

    1.             Continuering van het verwerven van medische kennis (en kennis van inbreng van basale wetenschappen in de klinische praktijk) en inzicht.

    2.             Diepgaande kennis verwerven in het specialisme.

     

    2.2. Domeinspecifieke competenties

    1.             De ASO in de radiotherapie - oncologie houdt rekening met de economische aspecten van de geneeskunde, in het bijzonder het doelmatig omgaan met middelen, waarbij onder- en overgebruik van middelen vermeden wordt.

    2.             De ASO in de radiotherapie - oncologie heeft vakspecifieke kennis en probleemoplossend vermogen en weet deze in de praktijk toe te passen.

    3.             De ASO in de radiotherapie - oncologie zal na de masteropleiding voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, therapeutisch beleid, prognose, opvolging en preventie van de ziektebeelden/aandoeningen.

     

    2.3. Leerresultaten

    1.             Het zelfstandig aanpakken, stellen van de diagnose en behandelen van de meest frequente ziektebeelden/aandoeningen en/of situaties in de klinische praktijk.

    2.             Het zelfstandig en verantwoordelijk kunnen functioneren op de urgentie-eenheid.

    3.             Correct kunnen inschatten wanneer overleg noodzakelijk is met een arts uit een andere discipline.

    4.             Begeleiden van studenten op niveau 1 opleiding artsspecialist.




    3. Inhoud

    De ASO verdiept zich verder in een breed aantal domeinen binnen het specialisme nodig voor de toepassingen in de praktijk die vermeld worden in de stages en betrekking hebben op de eindtermen zoals gedefinieerd onder ‘medicus’ niveau 2 (module 2.4)


    Werkvormen

    - Lessen radiotherapie en oncologie

    - Lessen BVRO

    - Lessen Radiobiologie

    - Lessen Toegepaste Radiobiologie

    - Lessen Physicaradioprotectie


    Evaluatievormen

    Klinisch Examen: 1 x per jaar: EORTC : http://www.eortc.be/seminar/pmoc/pmoc_2008-2009.aspx




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Meerkeuzevragen


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    -          syllabi van de colleges

    -          opgegeven artikels



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    prof. dr. D. Van den Weyngaert

    UZ Antwerpen - Dienst Universitaire Radiotherapie (ma-voormiddag en do-voormiddag)

    tel: 03/821.41.88 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be

     

    ZNA Middelheim - Dienst Radiotherapie (ma- , di- , wo- , en vr-namiddag)

    tel: 03/281.07.19 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be


    (+)laatste aanpassing: 02/12/2010 10:03 margo.clerckx  

    Probleemoplossend vermogen en vaardigheden in radiotherapie, deel 1
    Studiegidsnr:3004GENRAD
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:15
    Studiebelasting:420
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Danielle Van Den Weyngaert

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    Eindtermen 'Master in de Geneeskunde'

     




    2. Eindcompetenties

    2.1. Algemene competenties

    1.             Diepgaande kennis verwerven in het specialisme.

    2.             Vaardigheden verwerven, eigen aan het specialisme.

    3.             Probleemoplossend vermogen ontwikkelen en toepassen in de praktijk.

     

    2.2. Domeinspecifieke competenties

    1.             De ASO in de radiotherapie - oncologie beschikt over de nodige communicatieve eigenschappen, waarbij humane, ethische en maatschappelijke aspecten een belangrijke rol spelen en dit binnen de relevante wettelijke regelgeving.

    2.             De ASO in de radiotherapie - oncologie kent de principes van de medische informatica voor het leveren van optimale patiëntenzorg en voor het onderhouden van de eigen deskundigheid.

    3.             De ASO in de radiotherapie - oncologie heeft vakspecifieke kennis en probleemoplossend vermogen en weet deze in de praktijk toe te passen.

    4.             De ASO in de radiotherapie - oncologie heeft praktische vakspecifieke vaardigheden en kan deze toepassen. Hij werkt aan de verdere ontwikkeling en verbetering van deze vaardigheden in functie van een levenslang leren attitude (life-long learning).

    5.             De ASO in de radiotherapie - oncologie zet “standards of care” en formuleert kwaliteitseisen met betrekking tot de verschillende aspecten van zijn vak.

    6.             De ASO in de radiotherapie - oncologie zal na de masteropleiding voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, therapeutisch beleid, prognose, opvolging en preventie van de ziektebeelden/aandoeningen.

     

    2.3. Leerresultaten

    1.             Het zelfstandig aanpakken, stellen van de diagnose en behandelen van de meest frequente ziektebeelden/aandoeningen en/of situaties in de klinische praktijk.

    2.             Het zelfstandig en verantwoordelijk kunnen functioneren op de urgentie-eenheid.

    3.             Correct kunnen inschatten wanneer overleg noodzakelijk is met een arts uit een andere discipline.

    4.             Begeleiden van studenten op niveau 1 opleiding artsspecialist.




    3. Inhoud


    3.1.      Inhoud “Gevalsbespreking”:
    Tijdens deze sessies worden de praktijkgevallen voorgesteld en in teamverband, eventueel interdisciplinair, besproken. Er zal aandacht worden besteed aan internistische urgenties en diagnostische problemen. De onderwerpen die aan bod zullen komen zijn deze vanuit de stages en hebben betrekking op de eindtermen zoals gedefinieerd onder ‘medicus’ niveau 2 (module 2.4)
     
    3.2.      Inhoud “Patiëntenzorg en medisch-technische vaardigheden” :
    De ASO krijgt de kans om tijdens zijn opleiding een breed aantal domeinen binnen het specialisme te beoefenen. De ASO verwerft tijdens deze stages specifieke kennis en vaardigheden en past deze toe in de praktijk.
     
    Overzicht van de specifieke kennis:
    -          een algemeen fysisch diagnostisch onderzoek uitvoeren;
    -          aan de hand van waarnemingen de juiste conclusie trekken;
    -          algemene verschijnselen van kanker herkennen en interpreteren;
    -          in staat tot interpreteren welke verschijnselen bij de verschillende tumorlokalisaties toe te schrijven zijn aan lokale uitbreiding dan wel aan metastasering;
    -          in staat zijn pijnsyndromen te analyseren en na te gaan of de beeldvormende informatie in overeenstemming is met de klachten van de patiënt;
    -          in staat zijn op basis van de verschijnselen gericht beeldvormend onderzoek aan te vragen;
    -          kennis hebben betreffende de indicaties en de uitvoering van specifieke diagnostische chirurgische verrichtingen en endoscopisch onderzoek;
    -          kennis bezitten omtrent de indicaties van de verschillende beeldvormende technieken;
    -          resultaten van de beeldvorming kritisch interpreteren;
    -          resultaten van de verschillende beeldvormende modaliteiten integreren;
    -          resultaten van de beeldvorming interpreteren om de lokale tumoruitbreiding te evalueren;
    -          resultaten van verschillende beeldvorming in de tijd vergelijken met betrekking tot tumoruitbreiding en effect van therapie;
    -          doelgericht een laboratoriumonderzoek aanvragen;
    -          in staat zijn de verschillende laboratoriumuitslagen in relatie tot de verschillende tumoren en metastasen van tumoren te interpreteren en toe te passen op de klinische situatie;
    -          inzicht hebben in het natuurlijk ziekteverloop en op de hoogte zijn van de factoren die de algemene en specifieke prognose bepalen;
    -          de algemene regels voor zowel de cTNM als de pTNM classificatie toepassen;
    -          weten welke onderzoeken bij de verschillende tumorlokalisatie minimaal noodzakelijk zijn om een TNM stadium te kunnen bepalen;
    -          de stagering van de verschillende tumorlokalisatie in relevante klinische informatie vertalen;
    -          de klinische informatie in de stagering van de verschillende tumorlokalisaties vertalen;
    -          de nevenwerkingen van de radiotherapie herkennen en behandelen;
    -          kunnen inschatten wat de gevolgen van locoregionale recidieven en/of metastasen hebben op het verdere ziektebeloop;
    -          inzicht hebben in de behandelingsprincipes, behandelingsmogelijkheden en de belasting van de behandeling van locoregionale recidieven en/of metastasen op afstand voor de patiënt;
    -          kunnen interpreteren en diagnosticeren welke symptomen in het eindstadium van de ziekte in verband staan met de directe gevolgen van de ziekte (obstructies, ingroei, etc.), de metabole gevolgen, gevolgen van verminderde bloedaanmaak;
    -          in staat zijn effectief, doelgericht en symptomatisch de verschillende symptomen die ernstige klachten veroorzaken te behandelen (vb. misselijkheid, braken, hik, dyspnoe, hoest, moeheid, etc.);
    -          kennis en inzicht hebben in de fysische en technische grondslagen van de radiotherapie;
    -          het volume bepalen waarop de bestraling zal worden gericht en de dosis die zal worden toegediend;
    -          kennis hebben van de praktische toedieningswijze, indicaties en neveneffecten van chemotherapie, hormonale therapie, biologische therapie en andere systeemtherapieën voor de verschillende tumorlokalisaties.
    -          De verschijnselen die een negatieve dan wel een positeive invloed hebben op de levensverwachting van de patiente kunnen onderscheiden en afwegen
    -          De radiotherapeut heeft kennis van de risico’s van ioniserende straling en methoden om die straling veilig toe te passen. De radiotheraeut is houder van een certificaat radioprotectie of equivalent


    Werkvormen
    -          Gevalsbesprekingen
    -          Stafvergaderingen radiotherapie
    -          Multidisciplinaire stafvergaderingen
    -          Sessies voor technische vaardigheden
    -          Zaalronde met supervisie
    -          Bedside teaching
    -          Consultatie met supervisie 

    Evaluatievormen   
    Portfolio: deze bevat de korte klinische beoordelingen (KKB) voor psychiatrie, die elke 2 maanden worden afgenomen gedurende de eerste twee jaren van de opleiding.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Practica
  • Vaardigheidstrainingen

  • Stage


    5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Casussen

  • Portfolio:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Perez and Brady's Principles and Practice of Radiation Oncology

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Vaktijdschriften




    7. Contactgegevens en begeleiding

    prof. dr. D. Van den Weyngaert

    UZ Antwerpen - Dienst Universitaire Radiotherapie (ma-voormiddag en do-voormiddag)

    tel: 03/821.41.88 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be

     

    ZNA Middelheim - Dienst Radiotherapie (ma- , di- , wo- , en vr-namiddag)

    tel: 03/281.07.19 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be


    (+)laatste aanpassing: 02/12/2010 10:04 margo.clerckx  

    Praktische oefeningen in communicatie, deel 1 radiotherapie-oncologie
    Studiegidsnr:3005GENRAD
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Danielle Van Den Weyngaert

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Eindtermen 'Master in de Geneeskunde'


    2. Eindcompetenties

    2.1. Algemene competenties

    1.             Correct en op een humane-empathische wijze communiceren met patiënt en zijn of haar omgeving.

    2.             Doeltreffend communiceren met en rapporteren aan andere specialisten en niet medische gezondheidsmedewerkers.

    3.             Op adequate wijze feedback kunnen geven en kunnen omgaan met het krijgen van feedback.

     

    2.2. Domeinspecifieke competenties

    1.             De ASO in de radiotherapie - oncologie is in staat tot overleg met collegae en andere professionals en is bekend met de mogelijkheden van andere zorgdisciplines en deskundigheden van anderen in de patiëntenzorg.

    2.             De ASO in de radiotherapie - oncologie bevordert de deskundigheid van studenten, ASO’s, patiënten en andere betrokkenen bij de gezondheidszorg.

    3.             De ASO in de radiotherapie - oncologie communiceert medische en wetenschappelijke informatie effectief.

     

    2.3. Leerresultaten

    1.             Het zelfstandig en verantwoordelijk kunnen functioneren op de urgentie-eenheid.

    2.             Correct kunnen inschatten wanneer overleg noodzakelijk is met een arts uit een andere discipline.

    3.             Begeleiden van studenten op niveau 1 opleiding artsspecialist.

    4.             Het verbeteren van de performantie en efficiëntie van het eigen handelen (als ASO) binnen de dienst.




    3. Inhoud


    Leren communiceren in een multidisciplinaire omgeving over:
    -          communicatie in de praktijk (gesprekken, brief, vergaderingen, casusbespreking, ASO als opleider,…) 
    -          acute interventies 

    Voorbeelden in de praktijk: 
    -          de patiënten beknopt en met kennis van zaken aan de staf kunnen presenteren bij de preoperatieve bespreking en de relevante risico’s kunnen aangeven, een adequaat voorstel voor de aanpak van de anesthesie kunnen geven en in detail kunnen beschrijven en beargumenteren. 
    -          Leren omgaan met de patiënt: preoperatieve gegevens verzamelen, informed consent; informatie verschaffen aan familieleden 
    -          Kunnen informatie verschaffen aan en verwerven van andere gezondheidswerkers 


    Werkvormen

    1)      Portfolio 
    2)      Praktische oefeningen 
    a.      Dagelijkse zorgverlening: bij operatieprocedures en preoperatieve consultatie
    b.      Presentatie op briefings en dienstvergaderingen
    c.       Opstellen ontslagbrieven PAZA
    d.      Bespreking met patiënten, familie en collega’s


    Evaluatievormen

    1)      Portfolio : bevat bv voorbeeldbrief naar collega arts, verpleging…. , verslag van verwikkeling, …
    2)      Evaluatie- en functioneringsgesprekken
    3)      Permanente evaluatie: de ASO verzamelt minimum 3 KCB (Korte Communicatie Beoordeling)'s per stageperiode van 6 maanden.




    4. Werkvormen
    Stage


    5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Casussen

  • Portfolio:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Cursusmateriaal module 1.5

    - Guidelines C2M werking



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    prof. dr. D. Van den Weyngaert

    UZ Antwerpen - Dienst Universitaire Radiotherapie (ma-voormiddag en do-voormiddag)

    tel: 03/821.41.88 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be

     

    ZNA Middelheim - Dienst Radiotherapie (ma- , di- , wo- , en vr-namiddag)

    tel: 03/281.07.19 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be


    (+)laatste aanpassing: 02/12/2010 10:05 margo.clerckx  

    Sturing van zorgprocessen
    Studiegidsnr:3006GENASO
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Marie-Jose Tassignon

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Eindtermen 'Master in de Geneeskunde'.


    2. Eindcompetenties




    3. Inhoud

    De gevorderde arts-specialist vervult een centrale plaats in het multi-disciplinaire team. Het opleidingsonderdeel is er op gericht om de arts hierin een actief participerende rol te laten vervullen ter verbetering van de kwaliteit van de zorg.
    Volgende inhouden komen aan bod:
    - Methodiek van kwaliteitsbeleid- en veranderingsmanagement (Demingcyclus, kwaliteitsverbeteringsmethoden) om effectieve verandering te realiseren
    - Methodiek van zorgprogrammering, zorgpaden, zorg coördinatie, hoe dat richtlijnen in praktijk kunnen vertaald worden
    - Modellen en methodieken van interdisciplinaire en transmurale samenwerking
    - Methodiek van kwaliteitsevaluatie en patiëntveiligheid, werken met indicatoren, benchmarking, peer-reviews, audits
    - Methode van infection control, omgaan met fouten,...
    - Leiderschap en managementstechnieken, werken in groep, leidinggeven, teammanagement, timemanagement,...
    - Methoden van capaciteitsbeheer, toewijzing van middelen, logistiek.

    Werkvormen
    - Startseminarie
    - Zelfstudiepakket inclusief oefeningen van de eigen discipline
    - Responsiecollege

    Evaluatievormen
    - Portfolio
    - Elektronische evaluatie



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


    5. Evaluatievormen

    Portfolio:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 27/10/2011 08:46 ellen.jeursen  

    Niveau 3

    Disciplinespecifieke opleiding - 36 studiepunten

    Praktische oefeningen in Evidence Based Medicine, deel 2 radiotherapie-oncologie
    Studiegidsnr:3006GENRAD
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e en 2e semester
    Inschrijvingsvereisten:De student moet geslaagd zijn voor Praktische oefeningen in EBM Radiotherapie deel 1 om zich te kunnen inschrijven voor Praktische oefeningen in EBM Radiotherapie deel 2
    Contacturen:0
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Danielle Van Den Weyngaert

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    In deel 1 verwierven de ASO een aantal competenties m.b.t. de theorie en praktijk van de gekozen discipline. Zij zijn vertrouwd met de denk- en werkwijze van een specifieke afdeling in een ziekenhuis.




    2. Eindcompetenties

    2.1. Algemene competenties

    1.             Diepgaande kennis verwerven in het specialisme.

    2.             Probleemoplossend vermogen ontwikkelen en toepassen in de praktijk.

    3.             De aangeboden wetenschappelijke kennis interpreteren, analyseren en rapporteren (kritische beoordeling literatuur: Evidence Based Medicine, klinische epidemiologie).

     

    2.2. Domeinspecifieke competenties

    1.             De ASO in de radiotherapie - oncologie baseert zich op wetenschappelijke kennis verkregen met behulp van klinisch wetenschappelijk onderzoek.

    2.             De ASO in de radiotherapie - oncologie communiceert medische en wetenschappelijke informatie effectief.

     

    2.3. Leerresultaten

    1.             Werken aan de kwaliteitsverbetering van het specialisme (het vak).

    2.             Meewerken aan het opzetten, uitvoeren en implementeren van wetenschappelijk onderzoek.

    3.             Het ondersteunen van zowel de ontwikkeling van een visie als het uitzetten van beleidsmaatregelen ten behoeve van de verbetering van de performantie en efficiëntie van een dienst.




    3. Inhoud

    Studie van klinisch georiënteerde en op wetenschappelijke evidentie gebaseerde zorg van ziektebeelden die aan bod komen in de stages en betrekking hebben op de eindtermen zoals gedefinieerd onder ‘medicus’ niveau 3 (module 3.4). Tevens dient de ASO te functioneren met toenemende zelfstandigheid en complexiteit gestoeld op wetenschappelijke basis.


    Werkvormen

    - wekelijkse seminaries

    - journal clubs

     deelname wetenschappelijk onderzoek (vnl. deelname EORTC-trials)


    Evaluatievormen

    Portfolio:

    • een overzicht van de gevalsbesprekingen en journalclubs waarop de ASO aanwezig was.
    • de gebrachte presentaties (met inbegrip van feedback).




    4. Werkvormen
    Portfolio


    5. Evaluatievormen

    Portfolio:
  • met mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    - Lesmateriaal module 1.1

    - Guidelines

    - Protocollen beschikbaar op de dienst



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    prof. dr. D. Van den Weyngaert

    UZ Antwerpen - Dienst Universitaire Radiotherapie (ma-voormiddag en do-voormiddag)

    tel: 03/821.41.88 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be

     

    ZNA Middelheim - Dienst Radiotherapie (ma- , di- , wo- , en vr-namiddag)

    tel: 03/281.07.19 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be


    (+)laatste aanpassing: 02/12/2010 10:06 margo.clerckx  

    Wetenschappelijke verdieping in radiotherapie, deel 2
    Studiegidsnr:3007GENRAD
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e en 2e semester
    Inschrijvingsvereisten:De student moet geslaagd zijn voor Wetenschappelijke verdieping in Radiotherapie deel 1 om zich te kunnen inschrijven voor Wetenschappelijke verdieping in Radiotherapie deel 2
    Contacturen:0
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Danielle Van Den Weyngaert

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    In deel 1 verwierven de ASO een aantal competenties m.b.t. de theorie en praktijk van de gekozen discipline. Zij zijn vertrouwd met de denk- en werkwijze van een specifieke afdeling in een ziekenhuis.




    2. Eindcompetenties

    2.1. Algemene competenties

    1.             Diepgaande kennis verwerven in het specialisme.

    2.             Probleemoplossend vermogen ontwikkelen en toepassen in de praktijk.

    3.             Kunnen participeren in klinisch wetenschappelijk onderzoek.

    4.             De aangeboden wetenschappelijke kennis interpreteren, analyseren en rapporteren (kritische beoordeling literatuur: Evidence Based Medicine, klinische epidemiologie).

    5.             Een wetenschappelijke houding bestendigen.

     

    2.2. Domeinspecifieke competenties

    1.             De ASO in de radiotherapie - oncologie zal na de masteropleiding voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, therapeutisch beleid, prognose, opvolging en preventie van de ziektebeelden/aandoeningen.

     

    2.3. Leerresultaten

    1.             Werken aan de kwaliteitsverbetering van het specialisme (het vak).

    2.             Meewerken aan het opzetten, uitvoeren en implementeren van wetenschappelijk onderzoek.

    3.             Het ondersteunen van zowel de ontwikkeling van een visie als het uitzetten van beleidsmaatregelen ten behoeve van de verbetering van de performantie en efficiëntie van een dienst.




    3. Inhoud

    Studie en interpretatie van klinisch wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot ziektebeelden die aan bod komen in de stages en betrekking hebben op de eindtermen zoals gedefinieerd onder ‘medicus’ niveau 3 (module 3.4.). Tevens dient de ASO te functioneren met toenemende zelfstandigheid en complexiteit gestoeld op wetenschappelijke basis.


    Werkvormen

    - Seminarie Physica

    - Seminarie Radiobiologie

    - Seminarie Radioprotectie

    - Cursus ESTRO

    - Cursus BVRO

    - Congres ESTRO

    - Seminarie Oncologie

    - ...


    Evaluatievormen

    Portfolioeen overzicht van de congressen/ symposia/vergaderingen/...waarop de ASO aanwezig was.




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Portfolio


    5. Evaluatievormen

    Portfolio:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Proceedings voor zover beschikbaar

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    prof. dr. D. Van den Weyngaert

    UZ Antwerpen - Dienst Universitaire Radiotherapie (ma-voormiddag en do-voormiddag)

    tel: 03/821.41.88 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be

     

    ZNA Middelheim - Dienst Radiotherapie (ma- , di- , wo- , en vr-namiddag)

    tel: 03/281.07.19 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be


    (+)laatste aanpassing: 02/12/2010 10:06 margo.clerckx  

    Aanvullingen in radiotherapie, deel 2
    Studiegidsnr:3008GENRAD
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e en 2e semester
    Inschrijvingsvereisten:De student moet geslaagd zijn voor Aanvullingen in Radiotherapie deel 1 om zich te kunnen inschrijven voor Aanvullingen in Radiotherapie deel 2
    Contacturen:0
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Danielle Van Den Weyngaert

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    In deel 1 verwierven de ASO een aantal competenties m.b.t. de theorie en praktijk van de gekozen discipline. Zij zijn vertrouwd met de denk- en werkwijze van een specifieke afdeling in een ziekenhuis.




    2. Eindcompetenties

    2.1. Algemene competenties

    1.             Diepgaande kennis verwerven in het specialisme.

     

    2.2. Domeinspecifieke competenties

    1.             De ASO in de radiotherapie - oncologie zal na de masteropleiding voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, therapeutisch beleid, prognose, opvolging en preventie van de ziektebeelden/aandoeningen.

     

    2.3. Leerresultaten

    1.             Het zelfstandig aanpakken, stellen van de diagnose en behandelen van de meer complexe ziektebeelden/aandoeningen.

    2.             De ASO heeft een dermate expertise opgebouwd dat hij/zij fungeert als mede-aanspreekpunt voor externen.

    3.             Zorgen voor en aandacht besteden aan de continuïteit van zorg voor de patiënt.

    4.             Het meedragen van de eindverantwoordelijkheid voor de opvolging van het ziektebeeld/aandoening bij de patiënt.

    5.             Werken aan de kwaliteitsverbetering van het specialisme (het vak).

    6.             Het ondersteunen van zowel de ontwikkeling van een visie als het uitzetten van beleidsmaatregelen ten behoeve van de verbetering van de performantie en efficiëntie van een dienst.




    3. Inhoud

    De ASO verdiept zich verder in een breed aantal domeinen binnen het specialisme nodig voor de toepassingen in de praktijk die vermeld worden in de stages en betrekking hebben op de eindtermen zoals gedefinieerd onder ‘medicus’ niveau 3 (module 3.4). Tevens dient de ASO te functioneren met toenemende zelfstandigheid en complexiteit gestoeld op wetenschappelijke basis.


    Werkvormen

    - Lessen radiotherapie en oncologie

    - Lessen BVRO

    - Lessen Radiobiologie

    - Lessen Toegepaste Radiobiologie

    - Lessen Physicaradioprotectie


    Evaluatievormen

    Examen: 1 x per jaar: EORTC : http://www.eortc.be/seminar/pmoc/pmoc_2008-2009.aspx




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges
  • Seminaries

  • Portfolio


    5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek
  • Meerkeuzevragen

  • Portfolio:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    -          syllabi van de colleges

    -          opgegeven artikels



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    prof. dr. D. Van den Weyngaert

    UZ Antwerpen - Dienst Universitaire Radiotherapie (ma-voormiddag en do-voormiddag)

    tel: 03/821.41.88 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be

     

    ZNA Middelheim - Dienst Radiotherapie (ma- , di- , wo- , en vr-namiddag)

    tel: 03/281.07.19 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be


    (+)laatste aanpassing: 23/11/2010 12:32 margo.clerckx  

    Probleemoplossend vermogen en vaardigheden in radiotherapie, deel 2
    Studiegidsnr:3009GENRAD
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e en 2e semester
    Inschrijvingsvereisten:De student moet geslaagd zijn voor Probleemoplossend vermogen en vaardigheden in Radiotherapie deel 1 om zich te kunnen inschrijven voor Probleemoplossend vermogen en vaardigheden in Radiotherapie deel 2
    Contacturen:0
    Studiepunten:15
    Studiebelasting:420
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Danielle Van Den Weyngaert

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    In deel 1 verwierven de ASO een aantal competenties m.b.t. de theorie en praktijk van de gekozen discipline. Zij zijn vertrouwd met de denk- en werkwijze van een specifieke afdeling in een ziekenhuis.




    2. Eindcompetenties

    2.1. Algemene competenties

    1.             Vaardigheden verwerven, eigen aan het specialisme.

    2.             Probleemoplossend vermogen ontwikkelen en toepassen in de praktijk.

     

    2.2. Domeinspecifieke competenties

    1.             De ASO in de radiotherapie - oncologie houdt rekening met de economische aspecten van de geneeskunde, in het bijzonder het doelmatig omgaan met middelen, waarbij onder- en overgebruik van middelen vermeden wordt.

    2.             De ASO in de radiotherapie - oncologie beschikt over de nodige communicatieve eigenschappen, waarbij humane, ethische en maatschappelijke aspecten een belangrijke rol spelen en dit binnen de relevante wettelijke regelgeving.

    3.             De ASO in de radiotherapie - oncologie kent de principes van de medische informatica voor het leveren van optimale patiëntenzorg en voor het onderhouden van de eigen deskundigheid.

    4.             De ASO in de radiotherapie - oncologie heeft vakspecifieke kennis en probleemoplossend vermogen en weet deze in de praktijk toe te passen.

    5.             De ASO in de radiotherapie - oncologie heeft praktische vakspecifieke vaardigheden en kan deze toepassen. Hij werkt aan de verdere ontwikkeling en verbetering van deze vaardigheden in functie van een levenslang leren attitude (life-long learning).

    6.             De ASO in de radiotherapie - oncologie zet “standards of care” en formuleert kwaliteitseisen met betrekking tot de verschillende aspecten van zijn vak.

    7.             De ASO in de radiotherapie - oncologie zal na de masteropleiding voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, therapeutisch beleid, prognose, opvolging en preventie van de ziektebeelden/aandoeningen.

     

     

     

    2.3. Leerresultaten

    1.             Het zelfstandig aanpakken, stellen van de diagnose en behandelen van de meer complexe ziektebeelden/aandoeningen.

    2.             De ASO heeft een dermate expertise opgebouwd dat hij/zij fungeert als mede-aanspreekpunt voor externen.

    3.             Zorgen voor en aandacht besteden aan de continuïteit van zorg voor de patiënt.

    4.             Het meedragen van de eindverantwoordelijkheid voor de opvolging van het ziektebeeld/aandoening bij de patiënt.

    5.             Werken aan de kwaliteitsverbetering van het specialisme (het vak).

    6.             Het ondersteunen van zowel de ontwikkeling van een visie als het uitzetten van beleidsmaatregelen ten behoeve van de verbetering van de performantie en efficiëntie van een dienst.




    3. Inhoud

    3.1.      Inhoud “Gevalsbespreking” :

    Tijdens deze sessies worden de praktijkgevallen voorgesteld en in teamverband, eventueel interdisciplinair, besproken. Er zal aandacht worden besteed aan internistische urgenties en diagnostische problemen. De onderwerpen die aan bod zullen komen zijn deze vanuit de stages en hebben betrekking op de eindtermen zoals gedefinieerd onder ‘medicus’ niveau 3 (module 3.4). Tevens dient de ASO te functioneren met toenemende zelfstandigheid en complexiteit gestoeld op wetenschappelijke basis.

     

    3.2.      Inhoud “Patiëntenzorg en medisch-technische vaardigheden”:

    De ASO krijgt de kans om tijdens zijn opleiding een breed aantal domeinen binnen het specialisme te beoefenen. De ASO verwerft tijdens deze stages specifieke kennis en vaardigheden met toenemende complexiteit en past deze toe in de praktijk met toenemende zelfstandigheid.

     

    Overzicht van de specifieke kennis:

    -          kennis van de pathofysiologie van kanker

    -          de verschijnselen die een negatieve dan wel een positieve invloed hebben op de levensverwachtingen van de patiënt onderscheiden en afwegen;

    -          De verschillende paraneoplastische syndromen herkennen

    -          de informatie (betreffende het fysisch diagnostisch onderzoek) in het stagerings- dan wel therapeutisch traject gebruiken;

    -          de resultaten van verschillende beeldvorming in de tijd vergelijken met betrekking tot tumoruitbreiding en effect van therapie;

    -          in staat zijn het belang te onderkennen van een eenduidig stageringssysteem ten behoeve van:                                                                    

            - het eenduidig , kort en bondig aangeven van de    tumoruitbreiding,

            - de toepassing bij het bepalen van een richtlijn bij het behandelplan,

            - het vaststellen van een prognose (levensverwachting),

            - het evalueren van behandelresultaten,

            - het uitwisselen van uniforme klinische informatie tussen verschillende centra,

            - een bijdrage aan de evaluatie van behandelresultaten

    -          Heeft kennis van de TNM classificatie en ook van andere algemeen toegepaste classificatiesystemen (FIGO/ Ann Arbor/ Dukes/ etc

    -          kennis hebben van de criteria voor de begrippen premaligne, carcinoma in situ en maligne;

    -          kennis hebben van de nomenclatuur der tumoren gebaseerd op de histogenese;

    -          waarde begrijpen van de verschillende kleuringstechnieken (incl. immuunhistochemie) in relatie tot de oorsprong van de verschillende tumoren of de relatie tussen een primaire tumor en een voor metastase verdachte afwijking;

    -          begrijpen welke pathologisch anatomische parameters prognostische waarde hebben en van belang zijn bij de therapiekeuze;

    -          in staat zijn discrepantie tussen klinische waarneming en PA rapportage te signaleren; de patholoog-anatoom kunnen aansturen om een definitieve diagnose te stellen;

    -          de stagering van de verschillende tumorlokalisaties in relevante klinische informatie vertalen;

    -          de klinische informatie in de stagering van de verschillende tumorlokalisaties vertalen;

    -          kennis hebben van de praktische toepassing van de verschillende behandelmodaliteiten in relatie tot de verschillende tumorlokalisaties. Hij kan deze kennis integreren en toepassen in het multidisciplinair oncologisch overleg teneinde het therapeutisch beleid te bepalen;

    -          kennis hebben omtrent:

            - toxiciteit en morbiditeit van de verschillende behandelingen

            - mortaliteit van de verschillende behandelingen

            - (neo)adjuvante behandelingen

            - ‘salvage surgery’

            - orgaansparende behandelingen

            - eerstelijns/tweedelijns/derdelijns-behandelingen

    -          kennis hebben omtrent de volgorde waarop de behandelingsmethoden bij de verschillende tumorlokalisaties toegepast (kunnen) worden;

    -          kennis hebben omtrent de toepassingsmogelijkheden van de verschillende behandelmethoden bij recidieven en/of metastasen zowel in curatieve als in palliatieve zin;

    -          nevenwerkingen van de radiotherapie herkennen en behandelen;

    -          Kennis van de pathofysiologie van de late effecten van bestraling op gezonde weefsels

    -          Kennis van de interactie van systeembehandelingen onderling en radiotherapie inzake de verschillende orgaanstelsels

    -          inzicht hebben welke behandelmethoden elkaars effect versterken voor wat betreft het therapeutisch effect dan wel de mate van bijwerkingen en lage complicaties

    -          inschatten we de gevolgen hebben van locoregionale recidieven en/of metastasen op afstand op het verdere ziektebeloop;

    -          inzicht hebben in de behandelingsprincipes, behandelingsmogelijkheden en de belasting van de behandelingen van locoregionale recidieven en/of metastasen op afstand voor de patiënt;

    -          inzicht hebben in hoeverre de belasting van deze behandelingen opweegt tegen het palliatieve effect en de duur van het effect in relatie tot de omstandigheden van de patiënt en de levensverwachting;

    -          inzicht hebben in de waarde en mogelijkheden van 1ste lijns, 2de lijns en 3de lijns behandelingen;

    -          het begrip “uitbehandeld” inschatten;

    -          een voor de patiënt zinvol palliatief behandelplan kunnen opstellen;

    -          het onderscheid kunnen maken tussen de begrippen ‘niets meer kunnen doen’ en ‘niet meer zinvol kunnen behandelen’ (palliatieve zorg);

    -          inzicht hebben in de mogelijkheden van herbestraling;

    -          inzicht hebben in het behandelen van complicaties van kanker;

    -          in staat zijn pijn te interpreteren in relatie tot de somatische en psycho-sociale problematiek van de patiënt;

    -          optimale diagnostiek naar de oorsprong van pijn verrichten;

    -          een geïntegreerde pijnbehandeling die gericht is op alle componenten die van invloed zijn op pijn, zoals angst, verdriet, onzekerheid, opstandigheid opstellen;

    -          bekend zijn met medicamenteuze, invasieve en andere vormen van pijnbestrijding;

    -          de kennis (inzicht in de fysische en technische grondslagen van de radiotherapie) in samenwerking met de fysicus en andere zorgverleners toepassen om tot een aangepast behandelingsplan te komen;

    -          in samenwerking met de fysicus kennis hebben van en inzicht hebben in de methoden en apparatuur voor diagnostiek, behandeling, dosismeting, dosisberekening, treatment planning en behandelingsverificatie;

    -          kennis hebben van de noodzakelijke maatregelen (kwaliteitscontrole) die erop toezien dat het plan op adequate en veilige wijze wordt uitgevoerd;

    -          kennis hebben van de praktische toedieningswijze, indicaties en neveneffecten van chemotherapie, hormonale therapie, biologische therapie en andere systeemtherapieën voor de verschillende tumorlokalisaties.

    -          Kennis van het stellen van indicatie, het voorschrijven en het toepassen van locale of systemisch toegediende geneesmiddelen die de effecten van bestraling op het lichaam en/of op de tumor moduleren, met de bedoeling de tumor gevoeliger te maken en/of gezonde weefsels te beschermen en/of het herstel of genezing van gezonde weefsels te bevorderen tijdens of na afloop van de bestraling.

    -          Studie van de epidemiologische gegevens over de verspreiding van kanker

    -          Statistische gegevens kunnen gebruiken voor de evaluatie en structurering van klinische studies over behandeling van kanker

    -          Kennis van het opstellen van behandeling- en studieprotocols en ervaring met statistisch gegevens voor de analyse van de resultaten

    -          Kennis van registratie en classificatie van maligne aandoeningen


    Werkvormen
    -          Gevalsbesprekingen
    -          Stafvergaderingen radiotherapie
    -          Multidisciplinaire stafvergaderingen
    -          Sessies voor technische vaardigheden
    -          Zaalronde met supervisie
    -          Bedside teaching
    -          Consultatie met supervisie 


    Evaluatievormen   
    Portfolio: deze bevat de korte klinische beoordelingen (KKB) voor psychiatrie, die elke 2 maanden worden afgenomen gedurende de eerste twee jaren van de opleiding.

     




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Practica
  • Vaardigheidstrainingen

  • Stage


    5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Casussen

  • Portfolio:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Perez and Brady's Principles and Practice of Radiation Oncology

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Vaktijdschriften




    7. Contactgegevens en begeleiding

    prof. dr. D. Van den Weyngaert

    UZ Antwerpen - Dienst Universitaire Radiotherapie (ma-voormiddag en do-voormiddag)

    tel: 03/821.41.88 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be

     

    ZNA Middelheim - Dienst Radiotherapie (ma- , di- , wo- , en vr-namiddag)

    tel: 03/281.07.19 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be


    (+)laatste aanpassing: 02/12/2010 10:07 margo.clerckx  

    Praktische oefeningen in communicatie, deel 2 radiotherapie-oncologie
    Studiegidsnr:3010GENRAD
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e en 2e semester
    Inschrijvingsvereisten:De student moet geslaagd zijn voor Praktische oefeningen in communicatie deel 1 om zich te kunnen inschrijven voor Praktische oefeningen in communicatie deel 2
    Contacturen:0
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)Danielle Van Den Weyngaert

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    In deel 1 verwierven de ASO een aantal competenties m.b.t. de theorie en praktijk van de gekozen discipline. Zij zijn vertrouwd met de denk- en werkwijze van een specifieke afdeling in een ziekenhuis.




    2. Eindcompetenties

    2.1. Algemene competenties

    1.             Correct en op een humane-empathische wijze communiceren met patiënt en zijn of haar omgeving.

    2.             Doeltreffend communiceren met en rapporteren aan andere specialisten en niet medische gezondheidsmedewerkers.

    3.             Op adequate wijze feedback kunnen geven en kunnen omgaan met het krijgen van feedback.

     

    2.2. Domeinspecifieke competenties

    1.             De ASO in de radiotherapie - oncologie is in staat tot overleg met collegae en andere professionals en is bekend met de mogelijkheden van andere zorgdisciplines en deskundigheden van anderen in de patiëntenzorg.

    2.             De ASO in de radiotherapie - oncologie bevordert de deskundigheid van studenten, ASO’s, patiënten en andere betrokkenen bij de gezondheidszorg.

    3.             De ASO in de radiotherapie - oncologie communiceert medische en wetenschappelijke informatie effectief.

     

    2.3. Leerresultaten

    1.             De ASO heeft een dermate expertise opgebouwd dat hij/zij fungeert als mede-aanspreekpunt voor externen.

    2.             Zorgen voor en aandacht besteden aan de continuïteit van zorg voor de patiënt.

    3.             Het meedragen van de eindverantwoordelijkheid voor de opvolging van het ziektebeeld/aandoening bij de patiënt.

    4.             Het ondersteunen van zowel de ontwikkeling van een visie als het uitzetten van beleidsmaatregelen ten behoeve van de verbetering van de performantie en efficiëntie van een dienst.

    5.             Het kunnen participeren binnen de ziekenhuiscommissie(s) waar de ASO de eigen visie presenteert en verdedigt.

    6.             Het kunnen functioneren op bestuurlijk niveau.




    3. Inhoud


    Leren communiceren in een multidisciplinaire omgeving over:
    -          communicatie in de praktijk (gesprekken, brief, vergaderingen, casusbespreking, ASO als opleider,…) 
    -          acute interventies 

    Voorbeelden in de praktijk: 
    -          de patiënten beknopt en met kennis van zaken aan de staf kunnen presenteren bij de preoperatieve bespreking en de relevante risico’s kunnen aangeven, een adequaat voorstel voor de aanpak van de anesthesie kunnen geven en in detail kunnen beschrijven en beargumenteren. 
    -          Leren omgaan met de patiënt: preoperatieve gegevens verzamelen, informed consent; informatie verschaffen aan familieleden 
    -          Kunnen informatie verschaffen aan en verwerven van andere gezondheidswerkers 


    Werkvormen

    1)      Portfolio 
    2)      Praktische oefeningen 
    a.      Dagelijkse zorgverlening: bij operatieprocedures en preoperatieve consultatie
    b.      Presentatie op briefings en dienstvergaderingen
    c.       Opstellen ontslagbrieven PAZA
    d.      Bespreking met patiënten, familie en collega’s


    Evaluatievormen

    1)      Portfolio : bevat bv voorbeeldbrief naar collega arts, verpleging…. , verslag van verwikkeling, …
    2)      Evaluatie- en functioneringsgesprekken
    3)      Permanente evaluatie: de ASO verzamelt minimum 3 KCB (Korte Communicatie Beoordeling)'s per stageperiode van 6 maanden.




    4. Werkvormen
    Stage


    5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Casussen

  • Portfolio:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    - Cursusmateriaal module 1.5

    - Guidelines C2M werking



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    prof. dr. D. Van den Weyngaert

    UZ Antwerpen - Dienst Universitaire Radiotherapie (ma-voormiddag en do-voormiddag)

    tel: 03/821.41.88 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be

     

    ZNA Middelheim - Dienst Radiotherapie (ma- , di- , wo- , en vr-namiddag)

    tel: 03/281.07.19 - e-mail: danielle.vandenweyngaert@zna.be


    (+)laatste aanpassing: 02/12/2010 10:07 margo.clerckx  

    Ziekenhuismanagement
    Studiegidsnr:3007GENASO
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:2e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:3
    Studiebelasting:84
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Marie-Jose Tassignon

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Eindtermen 'Master in de Geneeskunde'


    2. Eindcompetenties




    3. Inhoud

    De afstuderende arts-specialist  bereidt zich voor op een zelfstandige praktijk. Het opleidingsonderdeel is er op gericht om de arts voor te bereiden om een zelfstandige praktijk te kunnen uitbouwen en een leidinggevende functie in het ziekenhuis te kunnen opnemen.
    volgende inhouden komen aan bod:
    - Sociaaljuridische statuut van de ziekenhuisarts, werken in een associatie, beginselen van fiscaliteit,...
    - Rol van medische raad, algemene regeling, kostenregeling...
    - Rol van de hoofdgeneesheer.
    - Ziekenhuiswetgeving, ZIV-reglementering, overheidscontrole
    - Ziekenhuisfinanciering (BFM, nomenclatuur, conventies, forfaits,...)
    - Lezen van balans, jaarrekening, rapport revisor,...
    - Investeringsbeleid, kostprijsberekening, budgetopvolging,...

    Werkvormen
    - Startseminarie
    - Zelfstudiepakket inclusief oefeningen van de eigen discipline
    - Responsiecollege

    Evaluatievormen
    - Portfolio
    - Elektronische evaluatie



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


    5. Evaluatievormen

    Portfolio:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 27/10/2011 08:47 ellen.jeursen  

    Masterproef

    30 studiepunten

    Masterproef
    Studiegidsnr:3008GENASO
    Vakgebied:Geneeskunde
    Semester:1e en 2e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:30
    Studiebelasting:840
    Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e en/of 2e semester
    Lesgever(s)- NNB

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Eindtermen 'Master in de Geneeskunde'


    2. Eindcompetenties

    2.1. Algemene competenties

    1.       Doeltreffend communiceren met en rapporteren aan andere specialisten en niet medische gezondheidsmedewerkers (communicator niveau 1/2/3).

    2.       Kunnen participeren in klinisch wetenschappelijk onderzoek (wetenschapper niveau 1/2/3).

    3.       Een wetenschappelijke houding bestendigen (wetenschapper niveau 1/2/3).

     

    2.2. Domeinspecifieke competenties

    1.      De ASO communiceert medische en wetenschappelijke informatie effectief (communicator, wetenschapper).

     

    2.3. Leerresultaten

    1.      Doelgericht participeren aan wetenschappelijk onderzoek als onderdeel van de masterproef.

    2.      Meewerken aan het opzetten, uitvoeren en implementeren van wetenschappelijk onderzoek.




    3. Inhoud

    Tijdens de masterproef wordt de ASO geacht klinisch te kunnen reflecteren over de beroepssituatie en/of de wetenschappelijke aspecten, die de specialiteit onderbouwen. De masterproef reflecteert de algemeen kritisch-reflecterende ingesteldheid van de specialist m.b.t. een specifieke probleemstelling en zijn capaciteit om antwoorden te leveren op de bevraging, meestal afkomstig van een reële klinische observatie en/of studie. De masterproef laat toe het zelfstandig klinische werk en de onderzoeksvaardigheden te evalueren en de wetenschappelijke attitude levenslang te bestendigen.

     

    A. Verplicht onderdeel: 20 studiepunten

     

    De ASO dient in eerste instantie een keuze te maken tussen twee mogelijkheden (verplicht):

    1)      Een wetenschappelijk eindwerk binnen het afstudeergebied met schriftelijke neerslag. Het betreft een origineel wetenschappelijk werk in de vorm van een wetenschappelijk artikel (eigen onderzoeksprotocol) of een systematisch literatuuronderzoek (meta-analyse).

    Dit eindwerk wordt mondeling verdedigd voor een (inter)universitaire jury.

    (20 studiepunten)

    OF

    2)      Een reflectietekst waarin het eigen doctoraatsonderzoek wordt getoetst aan de actuele stand van zaken in het onderzoeksdomein en waarin translationele aspecten van het onderzoek worden belicht. Dit kan uitmonden in een vervolgartikel. Het schriftelijke werkstuk dient verdedigd te worden voor een (inter)universitaire jury.

    (20 studiepunten)

     

    B. Keuzemogelijkheden: 10 studiepunten

     

    De ASO vult verder aan tot 30 studiepunten door een keuze te maken uit onderstaande mogelijkheden:

    1)      Een bijkomend wetenschappelijk artikel als eerste of tweede auteur (zoals gevraagd door het merendeel van de Erkenningscommissies) aanvaard voor publicatie in een peer reviewed tijdschrift.

    (10 studiepunten)

    Het wetenschappelijke artikel is uiterlijk op 1 mei van het promotiejaar aanvaard in een peer reviewed tijdschrift.

     

    2)      Een case report met bijhorende wetenschappelijke toelichting, als eerste of tweede auteur, aanvaard voor publicatie in een peer reviewed tijdschrift.

    (10 studiepunten)

    Het case report is uiterlijk op 1 mei van het promotiejaar aanvaard in een peer reviewed tijdschrift.

     

    3)      Een mededeling op een nationaal congres, m.i.v. bewijs en schriftelijke neerslag

    (5 studiepunten) of op een internationaal congres m.i.v. bewijs en schriftelijke neerslag (10 studiepunten).

    De voordracht of posterpresentatie wordt gegeven tijdens de opleiding tot ASO.

     

    4)      Een reflectie op een portfolio van casuïstiek met bijhorende wetenschappelijke toelichting. Dit werkstuk wordt mondeling verdedigd voor een (inter)universitaire jury

    (10 studiepunten)

    ·          Het onderwerp van de casuïstiek wordt door de ASO ingediend bij de universitaire stagemeester, uiterlijk bij aanvang van niveau 3.

    De ASO stelt (met akkoord) een begeleider voor die behoort tot de vaste medische staf van de discipline in UZ Antwerpen of een geaffilieerde stagemeester.

    De universitaire stagemeester keurt het project en de begeleider goed.

    ·          De ASO rapporteert om de 3 – 4 maanden de voortgang van de casuïstiek.

    ·          Het verslag wordt uiterlijk ingediend op 1 januari van het promotiejaar.

    ·          De mondelinge toelichting vindt plaats in maart of april van het promotiejaar.

     

     


    4. Werkvormen
    Eigen werk:
  • Scriptie: Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    Prof. dr. W. De Backer, voorzitter UCCOS, UZ Antwerpen – dienst Pneumologie,

    tel. 03/821.34.47 (Anja D’Eer)


    (+)laatste aanpassing: 27/10/2011 08:51 ellen.jeursen