Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2012-2013  
    
Probleemoplossend vermogen en vaardigheden in urologie, deel 2
Studiegidsnr:3009GENURO
Vakgebied:Geneeskunde
Semester:1e en 2e semester
Inschrijvingsvereisten:De student moet geslaagd zijn voor Probleemoplossend vermogen en vaardigheden in Urologie deel 1 om zich te kunnen inschrijven voor Probleemoplossend vermogen en vaardigheden in Urologie deel 2
Contacturen:0
Studiepunten:15
Studiebelasting:420
Contractrestrictie(s):Faculteit beslist op basis van het studentdossier
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e en/of 2e semester
Lesgever(s)Jean Jacques Wyndaele

 

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


1. Aanvangscompetenties

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
De ASO verwierf tijdens niveau 2 een aantal competenties m.b.t. de theorie en praktijk van de gekozen discipline. De ASO is vertrouwd met de denk- en werkwijze van een specifieke afdeling in een ziekenhuis. 





2. Eindcompetenties

2.1. Algemene competenties

1.       Vaardigheden verwerven, eigen aan het specialisme.

2.       Probleemoplossend vermogen ontwikkelen en toepassen in de praktijk.

 

2.2. Domeinspecifieke competenties

1.      De ASO in de urologie houdt rekening met de economische aspecten van de geneeskunde, in het bijzonder het doelmatig omgaan met middelen, waarbij onder- en overgebruik van middelen vermeden wordt.

2.      De ASO in de urologie beschikt over de nodige communicatieve eigenschappen, waarbij humane, ethische en maatschappelijke aspecten een belangrijke rol spelen en dit binnen de relevante wettelijke regelgeving.

3.      De ASO in de urologie kent de principes van de medische informatica voor het leveren van optimale patiëntenzorg en voor het onderhouden van de eigen deskundigheid.

4.      De ASO in de urologie heeft vakspecifieke kennis en probleemoplossend vermogen en weet deze in de praktijk toe te passen.

5.      De ASO in de urologie heeft praktische vakspecifieke vaardigheden en kan deze toepassen. Hij werkt aan de verdere ontwikkeling en verbetering van deze vaardigheden in functie van een levenslang leren attitude (life-long learning).

6.      De ASO in de urologie zet “standards of care” en formuleert kwaliteitseisen met betrekking tot de verschillende aspecten van zijn vak.

7.      De ASO in de urologie zal na de masteropleiding voldoen aan de algemene en specifieke eindtermen eigen aan het specialisme betreffende diagnostiek, therapeutisch beleid, prognose en preventie van de ziektebeelden/aandoeningen.

 

2.3. Leerresultaten

1.      Het zelfstandig aanpakken, stellen van de diagnose en behandelen van de meer complexe ziektebeelden/aandoeningen.

2.      De ASO heeft een dermate expertise opgebouwd dat hij/zij fungeert als mede-aanspreekpunt voor externen.

3.      Zorgen voor en aandacht besteden aan de continuïteit van zorg voor de patiënt.

4.      Het meedragen van de eindverantwoordelijkheid voor de opvolging van het ziektebeeld/aandoening bij de patiënt.

5.      Werken aan de kwaliteitsverbetering van het specialisme (het vak).

6.      Het ondersteunen van zowel de ontwikkeling van een visie als het uitzetten van beleidsmaatregelen ten behoeve van de verbetering van de performantie en efficiëntie van een dienst.




3. Inhoud

 

3.1.           Inhoud “Gevalsbespreking” (3 SP):

Tijdens deze sessies worden de praktijkgevallen voorgesteld en in teamverband, eventueel interdisciplinair, besproken. Er zal aandacht worden besteed aan urgenties en diagnostische problemen. De onderwerpen die aan bod zullen komen zijn vooral deze vanuit de stages en hebben betrekking op de eindtermen zoals gedefinieerd onder ‘medicus’ niveau 3. Tevens dient de ASO te functioneren met toenemende zelfstandigheid en complexiteit gestoeld op wetenschappelijke basis.

 

3.2.           Inhoud “Patiëntenzorg en medisch-technische vaardigheden” (12 SP):

De ASO krijgt de kans om tijdens zijn opleiding een breed aantal domeinen binnen het specialisme te beoefenen. De ASO verwerft tijdens deze opleiding specifieke kennis en vaardigheden met toenemende complexiteit en past deze toe in de praktijk met toenemende zelfstandigheid.

 

Voor een overzicht van de vaardigheden niveau 3 specifieke ingrepen wordt verwezen naar de lijst in de bijlage (V) van de afstudeerrichting urologie

 

1. Algemene heelkundige kennis en vaardigheden

1.b. Kennis:

-          omgang met differentiaal diagnostische problematiek, indicatiestelling, interpretatie in verschillendedeelgebieden van de heelkunde

-          beoordeling van de operabiliteit en het operatieve risico

-          gemotiveerde zelfstandige chirurgische besluitvorming (indicatiestelling) inclusief het bepalen van de dringendheid van een ingreep)

-          doorgedreven principes van postoperatieve verzorging, zoals:

o         observatie, klinisch onderzoek van de postoperatieve patiënt

o         monitoringmogelijkheden

o         postoperatieve vocht en electrolyten therapie

o         postoperatieve voeding

o         postoperatieve wondzorg

o         postoperatieve pijntherapie

-          herkennen en zelfstandig behandelen van postoperatieve complicaties en problemen en hun verzorging, zoals:

o         postoperatieve bloeding

o         indicatiestelling voor reïnterventie bij postoperatieve complicaties

-          interdisciplinaire communicatie voor en na de ingreep:

o         interdisciplinair overleg en beslissing

o         gestructureerd operatieverslag

o         gestructureerde ontslagbrief

o         basiskennis over de sociale begeleidingsmogelijkheden

 

1.c. Vaardigheden:

-          het preoperatieve informatiegesprek

-          het postoperatieve informatiegesprek

-          gestructureerd voorstellen van het probleem van de patiënt met inbegrip van concreet voorstel tot therapie en nabehandeling

-          verzorging van complexe wonden

-          basistechnieken locale en regionale anesthesie

 

2. Heelkundige spoedgevallen

2.b. Kennis:

-          Stellen van prioriteiten bij de polytraumapatiënt

-          Interdisciplinaire therapie en prioriteitenstelling

-          Initieel behandelen van specifieke chirurgische urologische spoedgevallen

2.c. Vaardigheden:

-          spoedlaparatomie

-          exploratie scrotum

-          endoscopische behandelingen van obstructie ter hoogte van pyelum, uretres, blaas of subvesicaal

 

3. Urologische heelkunde .

4.b. Kennis:

-          kliniek en diagnose van ook meer complexe urologische aandoeningen

-          principes van de laparoscopische chirurgie, indicaties en complicaties bij frequent voorkomende aandoeningen

-          indicatie, techniek en postoperatieve verzorging van aandoeningen van het urologisch stelsel,

4.c.Vaardigheden:

-          uitvoeren van routine urologische ingrepen via endoscopie, laparoscopie of via laparotomie

 

Chirurgische ingrepen lijst A


De lijst van chirurgische bekwaamheden is ingedeeld in verschillende categorieën die de frequentie weergeeft waarmee deze procedures worden toegepast in de urologische praktijk en gedurende de trainingsperiode. Alle assistenten moeten in staat zijn om onafhankelijk de procedures uit te voeren van lijst A en de patiënt te volgen voor, tijdens en na de volgende procedures. De assistenten moeten in staat zijn de behandeling te beschrijven van de gangbare complicaties volgens de op deze lijst voorkomende ingrepen.

3.1.1.      Endoscopische procedures:

·          Cystoscopie en urethroscopie, ureterale catheterisatie met eventuele plaatsing en verwijdering van ureterale stent, retrograde pyelografie

·          Dilatatie van de urethra en endoscopische urethrotomie

·          Transurethrale biopsies van blaas en urethra

·          Transurethrale resectie van de prostaat

·          Transurethrale resectie van blaastumoren

·          Transurethrale resectie/incisie van ureterocoele

·          Transurethrale incisie van de externe sfincter

·          Litholapaxie van blaasstenen

·          Ureteroscopie, lithotripsie en extractie van ureterstenen

·          Extracorporele schokgolflithotripsie

·          Percutane nefrostomie

·          Transrectale echografisch geleide biopsie van de prostaat

 

3.1.2.      Open chirurgische ingrepen:

·          Circumcisie

·          Suprapubische cystostomie

·          Urethrale meatotomie, meatoplastie

·          Meatale correctie voor glandulaire hypospadias

·          Fulguratie van condylomata accuminata, biopsie van peniele letsels

·          Behandeling van priapismus

·          Testisbiopsie

·          Vasectomie

·          Scrotale chirurgie: hydrocoele, zaadstrengcyste, epididymectomie, orchidectomie

·          Liesbreukcorrectie, varicocoele, herniotomie, orchidopexie

·          Radicale orchidectomie

·          Behandeling van een torsiotestis

 

·          Orchidopexie voor niet-ingedaalde testikel

·          Insertie van een testisprothese

·          Penectomie

·          Urethrectomie

·          Procedures ter behandeling van stressincontinentie

·          Uretero-neocystostomie

·          Urinaire derivatie: darmblaas

·          Radicale cystectomie en anterieure pelvische exenteratie

·          Procedure voor renale, ureterale en blaastrauma behandeling

·          Pelvische lymfadenectomie

·          Vesicale diverticulectomie

·          Retropubische prostatectomie

·          Radicale prostatectomie voor tumor

·          Pyeloplastie

·          Nefrectomie

·          Partiële nefrectomie

·          Radicale nefrectomie voor tumor

·          Nefro-ureterectomie

 

Chirurgische ingrepen lijst B

Van de ingrepen uit lijst B wordt de assistent verondersteld te weten hoe ze moeten uitgevoerd worden, incl. indicatie en de postoperatieve behandeling. Het is mogelijk dat de resident geen van deze procedures onafhankelijk heeft gedaan gedurende zijn trainingprogramma.

·          Nierbiopsie

·          Open nefrolithotomie en ureterolithotomie

·          Ureterolyse, ureteroplastie, uretero-pyelostomie

·          Cutane ureterostomie/pyelostomie

·          Vesicostomie

·          Uretero-ureterostomie

·          Procedures voor correctie van peniskromstand

·          Inguinale lymfadenectomie voor peniscarcinoom

·          Resectie van urethrale kleppen

·          Perineale urethrostomie

·          Augmentatie cystoplasty

·          Percutane nefrolithotomie

·          Endoscopische pyeloplastie

 

·          Drainage van perinefrisch, perivesicaal of retroperitoneaal abces

·          Marsupialisatie van renale cyste

·          Laparoscopische nefrectomie en pelvische lymfeklierdissectie

·          Laparoscopische prostatectomie, pyeloplastie, orchidopexie/orchidectomie

·          Insertie van een peniele prothese

·          Insertie van een artificiële urinaire sfincter

·          Retroperitoneale lymfeklierdissectie

·          Radicale nefrectomie met vena cava thrombus onder het diafragma

·          Correctie van een midden of distale peniele hypospadias

 

Chirurgische ingrepen lijst C

 

De procedures van lijst C zijn deze waarvan de assistent de principes kent, de indicaties voor de verwijzing en de peri-operatieve problemen die er bij kunnen voorkomen.

 

·          Correctie van proximale hypospadias en epispadias

·          Reconstructie van extrophia vesicae

·          Vena cava resectie en verwijderen van een thrombus van een niercarcinoom boven het diafragma

·          Open urethroplastie voor urethrastrictuur

·          Epididymo-vasostomie onder microscoop

·          Vaso vaso stomie

·          Perineale prostatectomie

·          Post-chemotherapie retroperitoneale lymfeklierdissectie


Werkvormen

1-3)   Multidisciplinaire stafvergaderingen, stafvergaderingen van de discipline en gevalsbesprekingen

   5 u/week, 500 u/jaar

4,6)   zelfstandige zaalronde inclusief bedside teaching ter opvolging van patiënten (postoperatieve problemen) met overleg stafleden ½ dag/week, 200 u/jaar

5)      Sessies voor technische vaardigheden 1 dag/week, 400 u/jaar

7)      Consultatie met supervisie 1-2 dag/week, 500 u/jaar

Naast vermelde werkvormen tevens wachtdiensten met zelfstandige activiteit en overleg met staflid.

Mogelijkheid voor invulling:

Urostarterspack in laparascopic urology


Evaluatievormen

Portfolio  

- De ASO verzamelt minimum 3 KKB's per stageperiode van 6 maanden. Het gaat hier over de KKB patiënt.
- Evaluatieverslagen




4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Practica
  • Vaardigheidstrainingen

  • Eigen werk:
  • Casussen: Individueel

  • Stage


    5. Evaluatievormen

    Permanente evaluatie:
  • Casussen

  • Portfolio:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Gespecialiseerde handboeken urologie beschikbaar op de dienst

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.



    7. Contactgegevens en begeleiding

    J.J. Wyndaele, UZ Antwerpen, dienst Urologie

    Tel. 03/821.30.47, e-mail : jean-jacques.wyndale@uza.be


    (+)laatste aanpassing: 02/12/2010 10:53 margo.clerckx