Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2012-2013  
    
Te behalen diploma
Om het diploma van master in de arbeidsgeneeskunde te behalen moet de student
  • ingeschreven zijn voor deze opleiding onder een diplomacontract of examencontract met het oog op het behalen van een diploma
  • alle examens hebben afgelegd die horen bij zijn/haar opleidingsprogramma
  • zich voor dat opleidingsprogramma geregistreerd hebben bij de examencommissie
  • tenminste 120 studiepunten hebben verworven. 
De opleiding heeft een studieomvang 120 studiepunten.
Per academiejaar worden in een modeltraject tussen 54 en 66 studiepunten opgenomen.
Toelatingsvoorwaarden
Rechtstreeks: diploma van arts.
Doelstellingen - eindtermen
Het algemene doel van de Master-opleiding in de arbeidsgeneeskunde is, via efficiënt gebruik van verschillende onderwijsvormen, de student in staat te stellen als preventie-adviseur-arbeidsgeneeskunde, de gezondheid en het welzijn van de werknemers in en door hun werk te bevorderen, te beschermen en te behouden. 

Achtergrond hierbij is dat arbeidsgeneeskunde: 
  • veeleer preventieve geneeskunde, en zelden curatieve is 
  • zich richt zowel naar het individu als naar het collectief 
  • een multidisciplinaire benadering en samenwerking inhoudt 
  • zich beweegt in een spanningsveld tussen meerdere actoren oa. werknemer, werkgever, wetgever, vakbond…. 
  • een wetenschappelijke basis nastreeft voor haar functioneren (evidence-based occupational medicine) 
Steunend op de (wettelijke) taken van de bedrijfsgezondheidszorg in België, 
  • risico-evaluatie en -beheersing 
  • medische contacten 
  • gezondheidsvoorlichting en -opvoeding 
  • organisatie en verlenen van EHBO 
  • activiteiten t.a.v. het leefmilieu 
  • verzameling en analyse van gegevens 

zijn de concrete doelstellingen van de Master in de arbeidsgeneeskunde :

  1. kan de wisselwerking tussen mens en arbeid uitleggen.
  2. kan risico’s in het arbeidsmilieu inventariseren, meten en evalueren. Het betreft risico’s voor gezondheidsschade en voor arbeidsongeschiktheid. In deze heeft hij/zij bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen.
  3. kan samenwerken met actoren van verwante wetenschappen en disciplines zoals ergonomie, arbeidsveiligheid, arbeidshygiëne en psychologie.
  4. kan het diagnostisch, preventief en therapeutisch arsenaal hanteren.
  5. kan de gezondheid en de arbeidsgeschiktheid van de werknemers onderzoeken en evalueren, zowel op individueel als op collectief niveau.
  6. kan vroegtijdig beroepsziekten en arbeidsgerelateerde ziekten diagnosticeren en risicofactoren hiertoe opsporen. Hij/zij kan adviseren over preventieve maatregelen en passende oplossingen voorstellen op individueel en op groepsniveau. Hij/zij betrekt daarbij de mogelijkheden van andere disciplines.
  7. verwijst naar andere zorgverstrekkers en zoekt samen actief naar mogelijkheden tot werkhervatting en aangepast werk bij arbeidsongeschiktheid .
  8. kan gezondheidsrelevante informatie, opleiding en adviezen geven aan werknemers, werkgevers en belanghebbende derden.
  9. is in staat de eerste hulp en dringende verzorging te organiseren en te verlenen aan werknemers.
  10. (her)kent de mogelijke effecten van blootstelling aan risico’s door industriële activiteiten op het leefmilieu en hij kan de noodzakelijke en gewenste informatie en adviezen geven.
  11. kan een probleem uit het werkveld op een wetenschappelijke verantwoorde manier omschrijven, kritisch analyseren en oplossen.
  12. kan hierover op een adequate manier schriftelijk en mondeling  rapporteren aan vakgenoten en aan het bedrijf.
  13. kan uitleg geven over de structuur en de organisatie van de gezondheidszorg, in het bijzonder de preventieve en de verzekeringsgeneeskundige sector
  14. kan uitleg geven over de organisatie van arbeid en onderneming en kent methodieken van management.
  15. beschikt over de vereiste kennis, vaardigheden en attitudes om te overleggen en samen te werken met andere personen, organisaties en instanties binnen en buiten het bedrijf en dit op alle niveaus.
  16. kent de professionele, ethische en wettelijke codes en brengt deze in de praktijk.
  17. bevordert en onderhoudt zijn/haar vakbekwaamheid.

Eindexamen
Het eindtotaal van een student is een gewogen gemiddelde van de examenresultaten die de student behaalde op alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma. 

Voor het berekenen van het eindtotaal worden de studiepunten van de corresponderende opleidingsonderdelen gebruikt als gewichten van de examenresultaten.
 
Het eindtotaal wordt uitgedrukt in gehele punten op 100.

Een student die een eindtotaal van minder dan 50 op 100 heeft behaald, kan nooit geslaagd worden verklaard.

Een student is geslaagd voor het geheel van zijn/haar opleiding als hij/zij voor alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma een creditbewijs heeft behaald.

Voor meer informatie zie het Onderwijs- en Examenreglement.
ECTS-coördinator
Contactpersoon:

Barbara Boeynaems
Campus Drie Eiken
Gebouw R (2e verdieping)
Universiteitsplein 1 BE
2610 Antwerpen (Wilrijk)
Barbara.boeynaems@ua.ac.be 
Tel:  03/265 25 24
Fax: 03/265 28 75