Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2012-2013  
    
Te behalen diploma
Om het diploma van master in de jeugdgezondheidszorg te behalen moet de student
  • ingeschreven zijn voor deze opleiding onder een diplomacontract of examencontract met het oog op het behalen van een diploma
  • alle examens hebben afgelegd die horen bij zijn/haar opleidingsprogramma
  • zich voor dat opleidingsprogramma geregistreerd hebben bij de examencommissie
  • tenminste 120 studiepunten hebben verworven. 
De opleiding heeft een studieomvang 120 studiepunten.
Per academiejaar worden in een modeltraject tussen 54 en 66 studiepunten opgenomen.
Toelatingsvoorwaarden
Rechtstreeks: diploma van arts.
Doelstellingen - eindtermen
Het algemeen doel van de opleiding Jeugdgezondheidszorg is, via efficiënt gebruik van verschillende onderwijsvormen, de student in staat stellen als preventiearts in de jeugdgezondheidszorg de gezondheid, de groei en de ontwikkeling van jeugdigen te helpen bevorderen, bewaken en behouden.

Algemene uitgangspunten hierbij zijn: 
  • omstandigheden waarin de jeugdigen leven 
  • de collectieve dimensie van gezondheid in de ruime zin van het woord 
  • de samenwerking met andere disciplines 
  • een wetenschappelijke basis voor het functioneren (evidence-based)
Dit veronderstelt in het algemeen van de jeugdarts: 
  • een sociale en ethische attitude 
  • een preventieve attitude in de ruime zin van het woord 
  • een wetenschappelijke attitude en de wil om levenslang te leren 

Eindtermen:

  1. de jeugdarts heeft inzicht in de organisatie en structuur van de gezondheidszorg, de welzijnszorg en het onderwijs in het algemeen, en van de preventieve zorg voor jeugdigen in het bijzonder en kan de respectieve gangbare denkmodellen hanteren; zij is in staat deze te kaderen binnen een historische en internationale context.
  2. de jeugdarts heeft inzicht in de ontwikkelingen op medisch-ethisch, juridisch en deontologisch gebied, en meer specifiek deze die verband houden met het collectief-preventief functioneren; zij is in staat in overeenstemming hiermee te werken.
  3. de jeugdarts heeft inzicht, zowel op het niveau van groepen als individuen, van de groei, de ontwikkeling, het gezondheidsgedrag en de gezondheidstoestand (fysiek, psychisch en sociaal) van jongeren, en van de factoren die daarop van invloed zijn (determinanten); zij is in staat deze te evalueren.
  4. de jeugdarts heeft inzicht in de begrippen normaliteit en normale variatiebreedte, en is in staat te werken met kansen en met programmatische opsporingstechnieken (systematisch, volgens protocollen, planmatig, methodisch denken en werken).
  5. de jeugdarts heeft inzicht in methodieken van probleemdefiniëring en van beschikbare remediëringsmogelijkheden; zij is in staat door eigen (lichamelijk, psychisch en sociaal) onderzoek, en rekening houdend met de bevindingen van andere disciplines, een probleem en de verdere aanpak ervan te omschrijven.
  6. de jeugdarts beschikt over de nodige kennis, vaardigheden en attitudes om samen te werken met anderen en is in staat tot efficiënte netwerkvorming met de gezondheid- en welzijnssector; zij beschikt over de vereiste vaardigheden om te functioneren als jeugdarts, met name klinische, sociale en communicatieve vaardigheden.
  7. de jeugdarts heeft inzicht in methodieken van management en is in staat deze toe te passen in preventieve diensten; zij heeft inzicht in implementatiestrategieën, en kan deze toepassen onder meer op het vlak van vaccinatiebeleid.
  8. de jeugdarts heeft inzicht in beleidsprocessen en besluitvormingslijnen; zij beschikt over de vereiste kennis, vaardigheden en attitudes om te overleggen met beleidsinstanties op alle niveaus, en hen te overtuigen op basis van wetenschappelijke argumenten en elementen uit de praktijk.
  9. de jeugdarts heeft inzicht in de verschillende systemen van gezondheidsbewaking in het algemeen, en in gezondheidsinformatiesystemen in het bijzonder; zij kan deze kritisch evalueren, en de resultaten ervan toepassen op de eigen populatie en voor eigen doeleinden.
  10. de jeugdarts beschikt over de vereiste kennis, attitudes en vaardigheden om wetenschappelijke informatie te verzamelen, kritisch te evalueren en te rapporteren aangepast aan het doelpubliek en het beleid; zij is in staat tot zelfstandig leren.

Eindexamen
Het eindtotaal van een student is een gewogen gemiddelde van de examenresultaten die de student behaalde op alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma. 

Voor het berekenen van het eindtotaal worden de studiepunten van de corresponderende opleidingsonderdelen gebruikt als gewichten van de examenresultaten.
 
Het eindtotaal wordt uitgedrukt in gehele punten op 100.

Een student die een eindtotaal van minder dan 50 op 100 heeft behaald, kan nooit geslaagd worden verklaard.

Een student is geslaagd voor het geheel van zijn/haar opleiding als hij/zij voor alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma een creditbewijs heeft behaald.

Voor meer informatie zie het Onderwijs- en Examenreglement.
ECTS-coördinator

K. Van Liempt, karel.vanliempt@ua.ac.be

T. De Roeck, tina.deroeck@ua.ac.be  (admin)