Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2012-2013  
    
Te behalen diploma
Om het diploma van bachelor of Science in de informatica te behalen moet de student
  • ingeschreven zijn voor deze opleiding onder een diplomacontract of examencontract met het oog op het behalen van een diploma
  • alle examens hebben afgelegd die horen bij zijn/haar opleidingsprogramma
  • zich voor dat opleidingsprogramma geregistreerd hebben bij de examencommissie
  • tenminste 180 studiepunten hebben verworven. 
De opleiding heeft een studieomvang 180 studiepunten.
Per academiejaar worden in een modeltraject tussen 54 en 66 studiepunten opgenomen.
Toelatingsvoorwaarden
een diploma van het secundair onderwijs, van het hoger onderwijs, van het hoger onderwijs voor sociale promotie, met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid,  of van een diploma of getuigschrift dat krachtens een wettelijke norm, een Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met één van de voorgaande diploma’s wordt erkend.
Doelstellingen - eindtermen
Het doel van de opleiding Informatica aan de Universiteit Antwerpen is bekwame en wetenschappelijk gevormde informatici af te leveren. Na hun opleiding (a) zijn zij in staat zich de nieuwste technologische ontwikkelingen in de diverse deelgebieden eigen te maken, (b) kunnen zij deze waar nodig ook exploiteren binnen hun beroepscontext, en (c) kunnen zij zelf een originele bijdrage leveren tot de verdere evolutie van de informatica.

Kerncompetenties Bachelor Informatica. Wanneer is een bachelor een bekwame informaticus ?
  • Analyse en ontwerp voor kleinschalige software projecten.  (Kleinschalig betekent dat het project valt te overzien door één persoon.)  Begrijpen van een geïdentificeerd probleem en modelleren van een potentiële oplossing. 
  • Implementatie van nieuwe softwaresystemen. Al dan niet als deel van een team, een gegevenbasisontwerp omzetten in een werkend programma. Verfijnen van het basisontwerp (vb., geschikte interface ontwerpen), selecteren van te gebruiken software, integratie van bestaande componenten. 
  • Onderhoud van bestaande softwaresystemen. Aanpassing van bestaande programma’s aan veranderingen in mogelijkheden van zowel hardware als software (upgrades). In beperkte mate aanpassing van bestaande programma’s aan veranderde behoeften. 
  • Implementatie en onderhoud van een databank. Gegevensmodel voor een databank kunnen opstellen en implementeren. In beperkte mate bestaande databanken aanpassen in functie van veranderende behoeften. 
  • Beheer van een lokaal netwerk. Selectie van geschikte netwerkinfrastructuur en protocollen. Uitvoeren van de nodige verbeteringen om schaal- en performantieproblemen aan te pakken. 
  • Support en advies. Oplossen van problemen, helpdesk functie; m.a.w. voldoende parate kennis bezitten om concrete software problemen (o.a. compatibiliteit, bestandsformaten, versiebeheer, installatie, . . . ) op korte termijn op te lossen. In kleinere organisaties (KMO) advies over nieuwe automatiseringsprojecten (haalbaarheid, nut, benodigde apparatuur, . . . ). 
  • Communicatievaardigheden. Contacten met collega’s en opdrachtgevers —zowel schriftelijk als mondeling— kunnen onderhouden. 
 
Kerncompetenties Academische Bachelor.Wat onderscheidt een “academische” bachelor van een “professionele” bachelor ?
  • Wiskundige basis. Een stevige wiskundige vorming is nodig voor het begrijpen van de in de informatica gangbare wetenschappelijke technieken en methodes. 
  • Formeel denken en abstraherend vermogen. Vlot omgaan met abstracte modellen om formele redeneringen en argumentaties mogelijk te maken. 
  • Wetenschappelijk verwerken van data. Op een systematische manier data verzamelen, ze op een correcte manier interpreteren en er de nodige conclusies aan verbinden. 
  • Opvolgen technologische ontwikkelingen. De vakliteratuur kunnen volgen (in hoofdzaak Engels) om op de hoogte te blijven van recente ontwikkelingen. Dit vereist een denkkader waarin de samenhang tussen de verschillende deelgebieden in de informatica wordt gevat. 
  • Wetenschappelijke basis. Naast een gedegen kennis van de fundamentele begrippen, methodes en deelgebieden van de Informatica, ook een zicht op andere wetenschappelijke disciplines (o.a., wiskunde, natuurkunde, economie) met hun gangbare wetenschappelijke technieken, methodes en beperkingen. 
  • Autonoom en creatief functioneren. Door zijn brede basisvorming is een bachelor in staat een complexe opdracht in deeltaken op te delen, elk van die deeltaken afzonderlijk uit te voeren en toch het groter geheel niet uit het oog te verliezen. Bovendien is een bachelor in staat tot zelfreflectie, zodat gelijkaardige opdrachten in het vervolg beter zullen worden uitgevoerd.

Toegang tot verdere studies
Een bachelor diploma geeft rechtstreeks toegang tot ten minste één masteropleiding.
Eindexamen
Het eindtotaal van een student is een gewogen gemiddelde van de examenresultaten die de student behaalde op alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma. 

Voor het berekenen van het eindtotaal worden de studiepunten van de corresponderende opleidingsonderdelen gebruikt als gewichten van de examenresultaten.
 
Het eindtotaal wordt uitgedrukt in gehele punten op 100.

Een student die een eindtotaal van minder dan 50 op 100 heeft behaald, kan nooit geslaagd worden verklaard.

Een student is geslaagd voor het geheel van zijn/haar opleiding als hij/zij voor alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma een creditbewijs heeft behaald.
 
De examencommissie kan een student die niet voor alle opleidingsonderdelen een creditbewijs heeft behaald geslaagd verklaren op grond van het feit dat ze gemotiveerd van oordeel is dat de doelstellingen van de opleiding globaal verwezenlijkt zijn.

Voor meer informatie zie het Onderwijs- en Examenreglement.
ECTS-coördinator

Prof. dr. B. Goethals, bart.goethals@ua.ac.be