Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2012-2013  
    
Te behalen diploma
Om het diploma van master of Science in de biologie te behalen moet de student
  • ingeschreven zijn voor deze opleiding onder een diplomacontract of examencontract met het oog op het behalen van een diploma
  • alle examens hebben afgelegd die horen bij zijn/haar opleidingsprogramma
  • zich voor dat opleidingsprogramma geregistreerd hebben bij de examencommissie
  • tenminste 120 studiepunten hebben verworven. 
De opleiding heeft een studieomvang 120 studiepunten.
Per academiejaar worden in een modeltraject tussen 54 en 66 studiepunten opgenomen.
Toelatingsvoorwaarden
Rechtstreeks: academische bachelor in de biologie 

Met voorbereidingsprogramma na toelating: bachelor in de bio-ingenieurswetenschappen, de biomedische wetenschappen, de bachelor in de biochemie en biotechnologie, de diergeneeskunde, de geneeskunde, de farmaceutische wetenschappen 

Doelstellingen - eindtermen
Algemeen
1. De master in de biologie is in staat zelfstandig een wetenschappelijk probleem te situeren, te evalueren en een vraagstelling te formuleren. Hij/zij heeft de kennis en de kunde om binnen de context van de huidige stand van de wetenschappelijke kennis terzake de vraag te beantwoorden.
 
2. Daarnaast laat zijn wetenschappelijke vorming de master in de biologie toe een probleemoplossende strategie van experimenten of waarnemingen op te stellen. Hij/zij bezit de vaardigheden om deze uit te voeren en hierbij zonodig samen te werken in een team.
 
3. Op basis van de resultaten kan de master in de biologie een relevant antwoord op de vraagstelling geven en oplossingen voorstellen, en dit zowel in een puur academisch kader als meer toepassingsgericht.
 
4. Door de aangeleerde vaardigheden kan de master in de biologie zijn/haar bevindingen samenvatten, communiceren en interpreteren op verschillende niveaus: naar gelijken, naar een breed publiek of naar beleidsmakers.
 
Biologie-specifiek
 
5. De master in de biologie is zich bewust van de relativiteit der dingen, van de grens tussen objectiviteit en subjectiviteit, van de mogelijkheden en grenzen gesteld door technologie en kennis. Hij/zij fungeert als een nadenkend en beschouwend wetenschapper in al zijn activiteiten.
 
6. De master in de biologie kan zelfstandig problemen in verband met leven en samenleven onderkennen en omschrijven. Hij/zij kan relevante gegevens opsporen met de daartoe geëigende methoden en ze interpreteren. Uitermate belangrijk is zijn/haar kunde op paradigmas en dogmas naar waarde te schatten en hun betrouwbaarheidsgrenzen te definiëren.
 
7. De master in de biologie heeft als geen ander een gegrond inzicht in de levende materie, en in de relatie tussen levende en niet-levende materie. Hij/zij heeft een attitude om voortdurend de stand van de kennis op te volgen in een deelgebied dat hij het zijne maakt, en leert met de gangbare methodologie en technologie denken, plannen, experimenteren en concluderen.
 
8. De master in de biologie heeft de vereiste sociale, leidinggevende- en communicatieve vaardigheden om in team samen te werken, zowel binnen de discipline als in een interdisciplinaire omgeving, om zowel experimenten te leiden tot ze zelf uit te voeren als om de gegevens te herwerken en presenteren.
 
9. De master in de biologie beschikt over een professioneel verantwoordelijkheidsgevoel. Hij/zij zal trachten de vrucht van zijn/haar creativiteit op een hoog niveau te communiceren om zo de algemene kennis uit te breiden.
 
10. De master in de biologie kan niet alleen in zijn/haar moedertaal acties ondernemen, maar ook minste in de Engelse taal, het internationaal communicatiemiddel bij uitstek.
 
11. De master in de biologie heeft een maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel. Hij heeft een gedegen ethische en kritische vorming. Door de aangeleerde vaardigheden kan hij/zij relaties leggen tussen zijn/haar vakgebied en de maatschappij, en verantwoording afleggen naar beide richtingen in deze relatie. Om zijn/haar rol in de maatschappij optimaal te vervullen, specialiseert de master zich in één van drie mogelijke profielen: Onderzoek, Onderwijs of Ondernemen. De master specialiseert zich binnen het vakgebied in één van de vier afstudeerrichtingen: Cel- en Systeembiologie, Ecologie en Milieu, Evolutie en Gedragsbiologie of Biodiversiteit: behoud en herstel.
Toegang tot verdere studies
Een masterdiploma geeft toegang tot master-na-masteropleidingen, afhankelijk van de specifieke toelatingsvoorwaarden voor een bepaalde master-na-masteropleiding.
Eindexamen
Het eindtotaal van een student is een gewogen gemiddelde van de examenresultaten die de student behaalde op alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma. 

Voor het berekenen van het eindtotaal worden de studiepunten van de corresponderende opleidingsonderdelen gebruikt als gewichten van de examenresultaten.
 
Het eindtotaal wordt uitgedrukt in gehele punten op 100.

Een student die een eindtotaal van minder dan 50 op 100 heeft behaald, kan nooit geslaagd worden verklaard.

Een student is geslaagd voor het geheel van zijn/haar opleiding als hij/zij voor alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma een creditbewijs heeft behaald.

Voor meer informatie zie het Onderwijs- en Examenreglement.
ECTS-coördinator

Prof. dr. I. Nijs, ivan.nijs@ua.ac.be