|
De opleiding bestaat uit een cluster van vier opleidingsonderdelen en een stage
|
Milieudruk en gezondheidseffect
|
|
|
|
| |
Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof 1. Aanvangscompetenties
Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken: Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
- zelfstandig literatuur kunnen opzoeken, databanken kunnen raadplegen, relevante websites kunnen opzoeken
-
artikels in wetenschappelijk Engels kunnen lezen
-
algemene kennis hebben over scheikunde, fysica en microbiologie
-
algemene kennis hebben over biologie
-
algemene kennis hebben over menselijke fysiologie, fysiopathologie en toxicologie
-
algemene kennis hebben over epidemiologie
2. Eindcompetenties
De student kan de organisatie en werking van ecosystemen uitleggen. Hij kan het belang ervan voor de mens illustreren. Hij kan de verstoringsketen tussen milieuverontreiniging en gezondheidsschade reproduceren, de toestand van de milieucompartimenten (lucht, water, bodem) analyseren en uitleggen hoe chemische, fysische en microbiologische milieurisicofactoren inwerken op het menselijk lichaam. Hij kan hun impact op de menselijke gezondheid aanduiden. Hij kan uitleggen hoe het milieu een belangrijke invloed heeft op de volksgezondheid.
3. Inhoud
-
het functioneren van ecosystemen
-
de impact van milieuverontreinigingen op ecosystemen
-
impact van verstoring van het ecosysteem op de mens
-
basisprincipes van duurzame ontwikkeling
-
determinanten van de menselijke gezondheid
-
indicatoren voor de DPSIR verstoringsketen: van milieudruk tot gezondheidseffect
-
kenmerken van het stedelijke milieu (o.a. verkeer, verwarming, industrie) en de ermee gerelateerde milieudruk (luchtvervuiling, afval, lawaai, licht, bodemvervuiling…)
-
verontreiniging van de buitenlucht (o.a. ozon, zwevende stof, fotochemische luchtverontreiniging, PAKs, dioxines) en impact op de mens
-
verontreiniging van de binnenlucht (relatie binnenlucht-buitenlucht, solventen, huisstof, radon, CO) en de impact op de mens
-
effecten van ioniserende en niet-ioniserende stralen op de mens
-
verontreiniging van de bodem en water en de impact op de mens
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges Eigen werk: Oefeningen Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
5. Evaluatievormen
Examen: Schriftelijk zonder mondelinge toelichtingGesloten boek
6. Studiemateriaal
6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
-
cursusnota’s
-
hand-outs
-
wetenschappelijke artikels
-
MIRA-rapporten ( http://www.milieurapport.be/ )
6.2 Facultatief studiemateriaal
Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
-
Environmental Science: Creating a sustainable future. Chiras D.D., Jones & Bartlett, 6th edition, 2001, 725 p.
-
Milieu- en natuurrapporten Vlaanderen, VMM website
-
Themanummer ‘Impact of environmental pollution on health: Balancing risk’. British Medical Bulletin, 2003, volume 68, number 1, 282 p.
-
Yassi A., Kjellström T, de Kok T, Guidotti TL.
Basic Environmental Health. World Health Organization. OxfordUniversity Press, 2001, 441 p.
7. Contactgegevens en begeleiding
(+)laatste aanpassing: 05/01/2010 12:15 marc.vansprundel
|
|
|
|
|
Toxicologische merkers en werkingsmechanismen
|
|
|
|
| | Studiegidsnr: | 2024FBDBMW | | Vakgebied: | Farmaceutische wetenschappen | | Semester: | 1e semester
| | Contacturen: | 45 | | Studiepunten: | 6 | | Studiebelasting: | 168 | | Contractrestrictie(s): | Niet te volgen onder examencontracten
| | Instructietaal: | Nederlands
| | Examen: | 1e semester
| | Lesgever(s) | Luc Verschaeve Adrian Covaci Caroline Vanparys Hugo Neels
|
Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof 1. Aanvangscompetenties
Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken: Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
-Kennis van de basisprincipes van de biologie, celbiologie, moleculaire biologie, microbiologie en genetica.
-Wetenschappelijk Engels voldoende beheersen om wetenschappelijke artikels te kunnen lezen en deze kritisch kunnen beoordelen.
2. Eindcompetenties
De studenten worden vertrouwd gemaakt met de basisprincipes van de interactie van stoffen met cellen en weefsels en met de technieken die gebruikt worden in het hedendaags milieu- en humaan toxicologisch onderzoek om eventueel gezondheidsbedreigende stoffen op te sporen.
3. Inhoud
Effecten van milieufactoren of chemische en fysische agentia op cellen, organen en weefsels; i.h.b. genetische toxicologie, hormoonverstoring, reproductietoxicologie e.a.:
-Toxiciteit: algemene begrippen (Luc Verschaeve; 2u.)
-Absorptie, distributie, excretie, toxiciteit, ontgiftiging, vrije radikaal vorming,
carcinogenese via genetische en epigenetische effecten, inleiding biomerkers, …
-Chemische stofklassen, bepalingsmethoden en analysen (Adrian Covaci; 6u.)
- Beschrijving van de belangrijke groepen toxische stoffen: structuur, eigenschappen,
humane blootstelling (organische polluenten, solventen, metalen, industriële
polluenten: PCBs, vlamvertragers, plasticizers) - Bepalingsmethoden en analyses - beschrijving van meest belangrijke analytische
technieken voor detectie van deze toxische stoffen
-Genetische toxicologie (Luc Verschaeve; 8u.)
-Verschillende soorten genetische effecten, noodzaak van een testbatterij
-Beschrijving van de belangrijkste testen (bacteriële, op zoogdier of humane cellen) en
hun toepassingen voor producttesting, humane en milieu-monitoring
-Voorbeelden van stoffen met verschillende werkingsmechanismen (baseanalogen,
alkylerende stoffen, aneugenen, …)
-Mutagenese en antimutagenese
-Moleculaire technieken (Wim De Coen; 10u.)
-genomics
-proteomics
-Levertoxiciteit en metabole enzymen (Ingrid De Meester; 4u.)
-Toxiciteit van de belangrijkste 'drugs of abuse' + alcohol (Hugo neels; 3u)
Bovenstaande bevat ook:
-Relatie tussen de structuur van stoffen en hun resulterende toxiciteit
-Synergieën, additieve of antagonistische effecten van stoffen (wisselwerkingen tussen verschillende stoffen en hun gecombineerd effect op cellen, weefsels en organismen)
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges
5. Evaluatievormen
Examen: Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
6. Studiemateriaal
6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
cursus, hand-outs, wetenschappelijke artikels, …
cf. blackboard.
6.2 Facultatief studiemateriaal
Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
(algemeen)
-C.D. Klaassen (ed.). Casarett & Doull’s Toxicology. Mc Graw Hill Medical, New York,
ISBN 978-0-07-147051-3 (2008)
-W.W.Hughes. Essentials of Environmental Toxicology. Taylor and Francis, Washington,
ISBN 1-56032-470-8 (1996)
-Van Deun K. & Vanparys Ph. Toxicologiestudies in evolutie. Campinia Media, B-2440 Geel.
ISBN 978.90356.1237.2
http://www.greenfacts.org/
7. Contactgegevens en begeleiding
Luc.verschaeve@wiv-isp.be
tel. 02 642.54.36
(+)laatste aanpassing: 09/07/2010 08:15 luc.verschaeve
|
|
|
|
|
Voedingsmiddelen, xenobiotica en gezondheidseffect
|
|
|
|
| | Studiegidsnr: | 2026FBDBMW | | Vakgebied: | Milieuwetenschap | | Semester: | 1e semester
| | Contacturen: | 45 | | Studiepunten: | 6 | | Studiebelasting: | 168 | | Contractrestrictie(s): | Niet te volgen onder examencontracten
| | Instructietaal: | Nederlands
| | Examen: | 1e semester
| | Lesgever(s) | Douwina Bosscher Nina Hermans Harry Robberecht
|
Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof 1. Aanvangscompetenties
Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken: Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel: Bacheloropleiding Biomedische Wetenschappen, kennis van de Engelse taal.
2. Eindcompetenties
De student heeft kennis van de energie en voedingswaarde van voeding (eiwitten, koolhydraten, vetten, vezels, vitaminen en mineralen) en de samenstelling van een evenwichtige voeding. Hiervoor is hij tevens op de hoogte van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden voor energie en macro- en micronutriënten, de toepassing ervan en de totstandkoming van deze waarden.
Daarnaast heeft de student inzicht in de gezondheidsaspecten van ‘functionele voeding’. De fysiologische en metabolische effecten van functionele voedselcomponenten (bioactive componenten zoals ω3/ω6 poly-onverzadigde vetzuren, pro- en prebiotica, polyfenolen, plantensterolen- en stanolen, enz.) zijn de student bekend en hij/zij is in staat de rol van functionele voeding voor de gezondheid te plaatsten in een algemene context van een gezonde voeding. De student is hierbij op de hoogte van de wettelijke bepalingen betreffende gezondheidsclaims. Nieuwe begrippen als 'nutrigenetics' en nutrigenomics' komen hier tevens aan bod.
De student heeft kennis van het belang van een veilige voeding en de maatregelen in de gehele voedingsketen ter behoud van de voedselveiligheid en de hiervoor bevoegde controle instanties. Hij/zij is op de hoogte van de vreemde stoffen (‘xenobiotica’) die intentioneel (additieven) en accidenteel (contaminatie van fysische, chemische of biologische oorsprong) in de voeding kunnen voorkomen, de toepassingen, risico’s en de voor- en nadelen hiervan op de gezondheid.
De student krijgt de eerste begrippen rond inbreng van vreemde genen in voedsel. Hij moet weet hebben van de verschillende transvectiesystemen (fysisch, biologisch) en de bedoeling van deze manipulaties. Hij dient een onderscheid te kunnen maken tussen transgene planten van de eerste en tweede generatie. Zo ook moet hij een aantal courante voorbeelden van deze ‘xeno-organismen’ kunnen bespreken. Ook de technieken om transgeen voedsel op te sporen behoren tot de parate kennis.
3. Inhoud
Algemene voedingsleer:
-
Aanbevolen Dagelijkse Voedingshoeveelheden van energie, macronutriënten, voedingsvezels, water en micronutriënten (mineralen, spoorelementen en vitaminen).
-
Energetische aspecten van het voedsel.
-
Bestanddelen van het voedsel: Macronutriënten (eiwitten, koolhydraten, vetten), micronutriënten (vitaminen en mineralen) en voedingsvezels; interacties die voorkomen in de voeding (o.a. biologische beschikbaarheid, ranzig worden van vetten) en effecten op de gezondheid (o.a. voorkomen van deficiënties, vegetarische voeding).
Functionele voeding:
-
Definities, criteria voor het aanmaken en soorten van functionele voedingen.
-
Overzicht rond de wetgeving over gezondheidsclaims (in Europa) met nadruk op studieopzet en potentiële biomerkers voor het aantonen van gezondheidseffecten van bepaalde voedingscomponenten.
-
Bespreking van de functionele (‘bio-active’) componenten in de voeding: ω-3/ω-6 vetzuren, geïsoleerde voedingsvezelfracties, probiotica, prebiotica, bioactieve peptiden uit melk, glycemische index van koolhydraten, polyfenolen, plantensterolen (en stanolen), en andere. Gezondheidsaspecten van functionele componenten worden besproken.
Voedselveiligheid:
- Wetgeving rond voedselveiligheid en bevoegde controle-instanties (nationaal en internationaal).
- Controlesystemen in de voedselketen (HACCP systeem).
- Technieken ter monitoring van de voedselinname aan xenobiotica.
- Normstelling voor toxiciteit.
- Bespreking van de additieven in het voedsel: smaak-, geur- en kleurstoffen, bewaarmiddelen en technologische stoffen (E- nummering).
- Bespreking van de contaminanten in het voedsel (bronnen, factoren, frequentie en oorzaken) van fysische, chemische en biologische oorsprong (o.a. bacteriën, mycotoxines, prionen). Het voorkomen van produktie -, milieu -, bewaar - en bereidingscontaminanten en hun opsporing in het voedsel ('speciatie’, ‘multi-element’ diagnostiek en biologisch effect ‘monitoring’).
Genetisch gemodificeerde voeding:
-
Aanmaak, intentie, eerste en tweede generatie gemodificeerde voedingen.
-
Detectie in de voeding en risico’s van het gebruik van deze voedingen.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges Eigen werk: OefeningenOpdrachten:Individueel
5. Evaluatievormen
Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingGesloten boek Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting
6. Studiemateriaal
6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
Cursus voedingsmiddelen, xenobiotica en gezondheidseffecten, hand-outs (ppt.) tijdens hoorcollege, wetenschappelijke artikels.
6.2 Facultatief studiemateriaal
Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
Vreemde stoffen in het voedsel. Deelstra H, Massart DL, Daenens P, Van Peteghem C, eds. Pelckmans: Kapellen, 1996.
Bijzondere voeding. Daenens P, Deelstra H, Massart DL, Van Peteghem C, eds. Garant: Leuven, 1999.
Voedingsaanbevelingen voor België. De Hoge Gezondheidsraad. Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Brussel, 2009.
7. Contactgegevens en begeleiding
douwina.bosscher@ua.ac.be
harry.robberecht@ua.ac.be
(+)laatste aanpassing: 17/10/2012 10:49 nina.hermans
|
|
|
|
|
Humane en ecotoxicologische milieurisicobeoordeling
|
|
|
|
| | Studiegidsnr: | 2025FBDBMW | | Vakgebied: | Milieuwetenschap | | Semester: | 2e semester
| | Contacturen: | 55 | | Studiepunten: | 6 | | Studiebelasting: | 168 | | Contractrestrictie(s): | Niet te volgen onder examencontracten
| | Instructietaal: | Nederlands
| | Examen: | 2e semester
| | Lesgever(s) | Greta Schoeters Marc Van Sprundel Ronny Blust
|
Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof 1. Aanvangscompetenties
Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken: Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel: - Zelfstandig literatuur kunnen opzoeken, databanken raadplegen en informatie verzamelen en bestuderen, o.a. met behulp van zoekmachines via het internet. Van wetenschappelijke teksten en artikels een bondige en gestructureerde samenvatting kunnen maken. - Wetenschappelijk Engels beheersen. - Vlot kunnen gebruiken van courante office-software (Word, Excel, Powerpoint) en kunnen maken van duidelijke Powerpoint presentaties.
2. Eindcompetenties
De studenten verwerven inzicht in de risicobeoordelingsmethodes die worden gebruikt in milieugezondheidkundig onderzoek. Ze moeten een kritische beoordeling kunnen maken over de impact van chemische stoffen en milieuverontreiniging op milieu en gezondheid. Ze moeten inzicht verwerven in de systematische stappen die hierbij gezet moeten worden en deze systematiek kunnen gebruiken om risicofactoren te identificeren. Ze moeten leren relevante wetenschappelijke informatie te verzamelen, kritisch te beoordelen, te synthetiseren en mondeling te rapporteren . Ze moeten de elementen kunnen aanbrengen die belangrijk zijn voor risicobeheersing.
3. Inhoud
De student leert op welke manier risico’s voor ecosystemen worden beoordeeld. Hierbij komen aan bod: het belang van biodiversiteit, doorvergiftiging via de voedselketen, de triade aanpak waarbij op verschillende organisatieniveaus van het ecosysteem nadelige effecten worden beoordeeld. De kwantitatieve aanpak van risico inschatting voor het ecosysteem die leidt tot het opstellen van normen voor polluenten in het milieu, het opstellen van regelgeving en beschermende beheersmaatregelen wordt besproken. In een vervolgtraject maakt de student kennis met de humane risico-evaluatie en de verschillende componenten ervan. Hoe wordt het gevaar van stoffen voor de mens beoordeeld, welke testen en kwaliteitseisen worden daarbij gebruikt, hoe evalueer je blootstellings- effect relaties, hoe extrapoleer je gegevens van het proefdier naar de mens? Hoe ga je om met onzekerheden? Hoe kan je bevolkingsgegevens gebruiken en interpreteren? Naast het beoordelen van schadelijke effecten is ook de beoordeling van de blootstelling aan polluenten via het milieu, voeding of werkplek een belangrijk aandachtspunt. Op welke manieren wordt de mens blootgesteld, hoe kan dit gemeten en geëvalueerd worden? Hoe kunnen bevolkingsonderzoeken georganiseerd worden? Het systematisch verzamelen van deze kennis is nodig voor een risico evaluatie. Hoe bereikt men wereldwijde afstemming hierover? Wat betekent participatie en risicoperceptie? Risico evaluaties moeten leiden tot een betere risico beheersing. Dit gebeurt via het opstellen van normen, het toetsen van blootstelling aan normen, het sensibiliseren en communiceren over risico’s, het afwegen van gezondheidsrisico’s en milieurisico’s tegenover technologische en economische opties. De wijze waarop regelgevend overheden en internationale organisaties dit aanpakken wordt belicht.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges Eigen werk: Opdrachten:IndividueelCasussen: In groep
5. Evaluatievormen
Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting
6. Studiemateriaal
6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
Hand-outs van power Point presentaties, wetenschappelijke overzichtsartikels Principles of Ecotoxicology. Walker C.H., Hopkin S.P., Sibly R. M., Peakall, D.B., Taylor and Francis, 2001, 309 p. Principles for the Assessment of Risks to Human health From Exposure to Chemicals 1999 , Environmental Health Criteria, No 210 http://www.inchem.org/documents/ehc/ehc/ehc210.htm
6.2 Facultatief studiemateriaal
Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
Basic environmental health by A. Yassi, T. Kjellstrom, T. de Kok, T. Guidotti (2001), Oxford University Press, UNEP &WHO pub. , ISBN 0-19-513558 .
7. Contactgegevens en begeleiding
De studenten kunnen steeds terecht bij de titularissen van de verschillende onderdelen met vragen over de cursusinhoud. Dit echter na afspraak.
(+)laatste aanpassing: 21/09/2011 17:49 ronny.blust
|
|
|
|
|
Stage 'milieu en gezondheidswetenschappen'
|
|
|
|
| | Studiegidsnr: | 9003FBDPOG | | Vakgebied: | Biomedische wetenschappen | | Semester: | 2e semester
| | Contacturen: | 0 | | Studiepunten: | 12 | | Studiebelasting: | 336 | | Contractrestrictie(s): | Geen contractrestrictie
| | Instructietaal: | Nederlands
| | Examen: | 2e semester
| | Lesgever(s) | Greta Schoeters
|
Geen beschrijving gevonden
|
|
|
|
|