Universiteit van Antwerpen
19/06/2013 - 10:25
(c)
http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=.OOD2012&n=105148&ct=105148&e=290696&all=true
Postgraduaat in het milieu en gezondheidswetenschappen
 
De opleiding bestaat uit een cluster van vier opleidingsonderdelen en een stage
 
CodeTitelInstructietaalSemesterContacturenStudiepuntenLesgever(s)
2023FBDBMWMilieudruk en gezondheidseffectNederlands1e semester
456Van Sprundel,Marc
2024FBDBMWToxicologische merkers en werkingsmechanismenNederlands1e semester
456Verschaeve,Luc
2026FBDBMWVoedingsmiddelen, xenobiotica en gezondheidseffectNederlands1e semester
456Bosscher,Douwina
2025FBDBMWHumane en ecotoxicologische milieurisicobeoordelingNederlands2e semester
556Schoeters,Greta
9003FBDPOGStage 'milieu en gezondheidswetenschappen'Nederlands2e semester
012Schoeters,Greta
 

 

De opleiding bestaat uit een cluster van vier opleidingsonderdelen en een stage

 

Milieudruk en gezondheidseffect
Studiegidsnr:2023FBDBMW
Vakgebied:Milieuwetenschap
Semester:1e semester
Contacturen:45
Studiepunten:6
Studiebelasting:168
Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e semester
Lesgever(s)Marc Van Sprundel
Greta Schoeters
Luc Verschaeve
Patrick Meire

 

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


1. Aanvangscompetenties

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

-     zelfstandig literatuur kunnen opzoeken, databanken kunnen raadplegen, relevante websites kunnen opzoeken

-         artikels in wetenschappelijk Engels kunnen lezen

-         algemene kennis hebben over scheikunde, fysica en microbiologie

-         algemene kennis hebben over biologie

-         algemene kennis hebben over menselijke fysiologie, fysiopathologie en toxicologie

-         algemene kennis hebben over epidemiologie




2. Eindcompetenties

De student kan de organisatie en werking van ecosystemen uitleggen. Hij kan het belang ervan voor de mens illustreren. Hij kan de verstoringsketen tussen milieuverontreiniging en gezondheidsschade reproduceren, de toestand van de milieucompartimenten (lucht, water, bodem) analyseren en uitleggen hoe chemische, fysische en microbiologische milieurisicofactoren inwerken op het menselijk lichaam. Hij kan hun impact op de menselijke gezondheid aanduiden. Hij kan uitleggen hoe het milieu een belangrijke invloed heeft op de volksgezondheid.




3. Inhoud

-    het functioneren van ecosystemen

-    de impact van milieuverontreinigingen op ecosystemen

-    impact van verstoring van het ecosysteem op de mens

-    basisprincipes van duurzame ontwikkeling

-    determinanten van de menselijke gezondheid

-    indicatoren voor de DPSIR verstoringsketen: van milieudruk tot gezondheidseffect

-    kenmerken van het stedelijke milieu (o.a. verkeer, verwarming, industrie) en de ermee gerelateerde milieudruk (luchtvervuiling, afval, lawaai, licht, bodemvervuiling…)

-    verontreiniging van de buitenlucht (o.a. ozon, zwevende stof, fotochemische luchtverontreiniging, PAKs, dioxines) en impact op de mens

-    verontreiniging van de binnenlucht (relatie binnenlucht-buitenlucht, solventen, huisstof, radon, CO) en de impact op de mens

-    effecten van ioniserende en niet-ioniserende stralen op de mens

-    verontreiniging van de bodem en water en de impact op de mens




4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Oefeningen

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


    5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting
  • Gesloten boek


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    -         cursusnota’s

    -         hand-outs

    -         wetenschappelijke artikels

    -         MIRA-rapporten ( http://www.milieurapport.be/ )



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    -         Environmental Science: Creating a sustainable future. Chiras D.D., Jones & Bartlett, 6th edition, 2001, 725 p.

    -         Milieu- en natuurrapporten Vlaanderen, VMM website

    -         Themanummer ‘Impact of environmental pollution on health: Balancing risk’. British Medical Bulletin, 2003, volume 68, number 1, 282 p.

    -         Yassi A., Kjellström T, de Kok T, Guidotti TL. Basic Environmental Health. World Health Organization. OxfordUniversity Press, 2001, 441 p.




    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 05/01/2010 12:15 marc.vansprundel  

    Toxicologische merkers en werkingsmechanismen
    Studiegidsnr:2024FBDBMW
    Vakgebied:Farmaceutische wetenschappen
    Semester:1e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Luc Verschaeve
    Adrian Covaci
    Caroline Vanparys
    Hugo Neels

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

    -Kennis van de basisprincipes van de biologie,  celbiologie, moleculaire biologie, microbiologie en genetica.

    -Wetenschappelijk Engels voldoende beheersen om wetenschappelijke artikels te kunnen lezen en deze kritisch kunnen beoordelen.



     




    2. Eindcompetenties

    De studenten worden vertrouwd gemaakt met de basisprincipes van de interactie van stoffen met cellen en weefsels en met de technieken die gebruikt worden in het hedendaags milieu- en humaan toxicologisch onderzoek om eventueel gezondheidsbedreigende stoffen op te sporen.




    3. Inhoud

    Effecten van milieufactoren of chemische en fysische agentia op cellen, organen en weefsels; i.h.b. genetische toxicologie, hormoonverstoring, reproductietoxicologie e.a.:

     

    -Toxiciteit: algemene begrippen (Luc Verschaeve; 2u.)

                -Absorptie, distributie, excretie, toxiciteit, ontgiftiging, vrije radikaal vorming,

                 carcinogenese via genetische en epigenetische effecten, inleiding biomerkers, …

     

    -Chemische stofklassen, bepalingsmethoden en analysen (Adrian Covaci; 6u.)

    - Beschrijving van de belangrijke groepen toxische stoffen: structuur, eigenschappen,

       humane blootstelling (organische polluenten, solventen, metalen, industriële   

       polluenten: PCBs, vlamvertragers, plasticizers)
    - Bepalingsmethoden en analyses - beschrijving van meest belangrijke analytische

       technieken voor detectie van deze toxische stoffen

     

     

    -Genetische toxicologie (Luc Verschaeve; 8u.)

                -Verschillende soorten genetische effecten, noodzaak van een testbatterij

                -Beschrijving van de belangrijkste testen (bacteriële, op zoogdier of humane cellen) en

                  hun toepassingen voor producttesting, humane en milieu-monitoring

                -Voorbeelden van stoffen met verschillende werkingsmechanismen (baseanalogen,

                  alkylerende stoffen, aneugenen, …)

                -Mutagenese en antimutagenese

     

    -Moleculaire technieken (Wim De Coen; 10u.)     

    -genomics

    -proteomics

     

    -Levertoxiciteit en metabole enzymen (Ingrid De Meester; 4u.)

     

    -Toxiciteit van de belangrijkste 'drugs of abuse' + alcohol (Hugo neels; 3u) 

     

    Bovenstaande bevat ook:

     

    -Relatie tussen de structuur van stoffen en hun resulterende toxiciteit

     

    -Synergieën, additieve of antagonistische effecten van stoffen (wisselwerkingen tussen verschillende stoffen en hun gecombineerd effect op cellen, weefsels en organismen)

     




    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Schriftelijk zonder mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

     

     cursus, hand-outs, wetenschappelijke artikels, …

    cf. blackboard.



    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    (algemeen)

    -C.D. Klaassen (ed.). Casarett & Doull’s Toxicology. Mc Graw Hill Medical, New York,

      ISBN 978-0-07-147051-3 (2008)

     

    -W.W.Hughes. Essentials of Environmental Toxicology. Taylor and Francis, Washington,

      ISBN 1-56032-470-8 (1996)

     

    -Van Deun K. & Vanparys Ph. Toxicologiestudies in evolutie. Campinia Media, B-2440 Geel.

    ISBN 978.90356.1237.2

     

    http://www.greenfacts.org/

     




    7. Contactgegevens en begeleiding

    Luc.verschaeve@wiv-isp.be

    tel. 02 642.54.36


    (+)laatste aanpassing: 09/07/2010 08:15 luc.verschaeve  

    Voedingsmiddelen, xenobiotica en gezondheidseffect
    Studiegidsnr:2026FBDBMW
    Vakgebied:Milieuwetenschap
    Semester:1e semester
    Contacturen:45
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:1e semester
    Lesgever(s)Douwina Bosscher
    Nina Hermans
    Harry Robberecht

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    Bacheloropleiding Biomedische Wetenschappen, kennis van de Engelse taal.


    2. Eindcompetenties

    De student heeft kennis van de energie en voedingswaarde van voeding (eiwitten, koolhydraten, vetten, vezels, vitaminen en mineralen) en de samenstelling van een evenwichtige voeding. Hiervoor is hij tevens op de hoogte van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden voor energie en macro- en micronutriënten, de toepassing ervan en de totstandkoming van deze waarden.

    Daarnaast heeft de student inzicht in de gezondheidsaspecten van ‘functionele voeding’. De fysiologische en metabolische effecten van functionele voedselcomponenten (bioactive componenten zoals ω3/ω6 poly-onverzadigde vetzuren, pro- en prebiotica, polyfenolen, plantensterolen- en stanolen, enz.) zijn de student bekend en hij/zij is in staat de rol van functionele voeding voor de gezondheid te plaatsten in een algemene context van een gezonde voeding. De student is hierbij op de hoogte van de wettelijke bepalingen betreffende gezondheidsclaims. Nieuwe begrippen als 'nutrigenetics' en nutrigenomics' komen hier tevens aan bod. 

    De student heeft kennis van het belang van een veilige voeding en de maatregelen in de gehele voedingsketen ter behoud van de voedselveiligheid en de hiervoor bevoegde controle instanties. Hij/zij is op de hoogte van de vreemde stoffen (‘xenobiotica’) die intentioneel (additieven) en accidenteel (contaminatie van fysische, chemische of biologische oorsprong) in de voeding kunnen voorkomen, de toepassingen, risico’s en de voor- en nadelen hiervan op de gezondheid.

    De student krijgt de eerste begrippen rond inbreng van vreemde genen in voedsel. Hij moet weet hebben van de verschillende transvectiesystemen (fysisch, biologisch) en de bedoeling van deze manipulaties. Hij dient een onderscheid te kunnen maken tussen transgene planten van de eerste en tweede generatie. Zo ook moet hij een aantal courante voorbeelden van deze ‘xeno-organismen’ kunnen bespreken. Ook de technieken om transgeen voedsel op te sporen behoren tot de parate kennis.




    3. Inhoud

    Algemene voedingsleer:

    • Aanbevolen Dagelijkse Voedingshoeveelheden van energie, macronutriënten, voedingsvezels, water en micronutriënten (mineralen, spoorelementen en vitaminen).
    • Energetische aspecten van het voedsel.
    • Bestanddelen van het voedsel: Macronutriënten (eiwitten, koolhydraten, vetten), micronutriënten (vitaminen en mineralen) en voedingsvezels; interacties die voorkomen in de voeding (o.a. biologische beschikbaarheid, ranzig worden van vetten) en effecten op de gezondheid (o.a. voorkomen van deficiënties, vegetarische voeding). 

    Functionele voeding:

    • Definities, criteria voor het aanmaken en soorten van functionele voedingen.
    • Overzicht rond de wetgeving over gezondheidsclaims (in Europa) met nadruk op studieopzet en potentiële biomerkers voor het aantonen van gezondheidseffecten van bepaalde voedingscomponenten.
    • Bespreking van de functionele (‘bio-active’) componenten in de voeding: ω-3/ω-6 vetzuren, geïsoleerde voedingsvezelfracties, probiotica, prebiotica, bioactieve peptiden uit melk, glycemische index van koolhydraten, polyfenolen, plantensterolen (en stanolen), en andere. Gezondheidsaspecten van functionele componenten worden besproken.

    Voedselveiligheid:

    • Wetgeving rond voedselveiligheid en bevoegde controle-instanties (nationaal en internationaal).
    • Controlesystemen in de voedselketen (HACCP systeem).
    • Technieken ter monitoring van de voedselinname aan xenobiotica.
    • Normstelling voor toxiciteit.
    • Bespreking van de additieven in het voedsel: smaak-, geur- en kleurstoffen, bewaarmiddelen en technologische stoffen (E- nummering).
    • Bespreking van de contaminanten in het voedsel (bronnen, factoren, frequentie en oorzaken) van fysische, chemische en biologische oorsprong (o.a. bacteriën, mycotoxines, prionen). Het voorkomen van produktie -, milieu -, bewaar - en bereidingscontaminanten en hun opsporing in het voedsel ('speciatie’, ‘multi-element’ diagnostiek en biologisch effect ‘monitoring’). 

    Genetisch gemodificeerde voeding:

    • Aanmaak, intentie, eerste en tweede generatie gemodificeerde voedingen.
    • Detectie in de voeding en risico’s van het gebruik van deze voedingen.



    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel



  • 5. Evaluatievormen

    Examen:
  • Mondeling met schriftelijke voorbereiding
  • Gesloten boek

  • Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal

    Cursus voedingsmiddelen, xenobiotica en gezondheidseffecten, hand-outs (ppt.) tijdens hoorcollege, wetenschappelijke artikels.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Vreemde stoffen in het voedsel. Deelstra H, Massart DL, Daenens P, Van Peteghem C, eds. Pelckmans: Kapellen, 1996.

    Bijzondere voeding. Daenens P, Deelstra H, Massart DL, Van Peteghem C, eds. Garant: Leuven, 1999.

    Voedingsaanbevelingen voor België. De Hoge Gezondheidsraad. Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Brussel, 2009.

     




    7. Contactgegevens en begeleiding

    douwina.bosscher@ua.ac.be
    harry.robberecht@ua.ac.be
     


    (+)laatste aanpassing: 17/10/2012 10:49 nina.hermans  

    Humane en ecotoxicologische milieurisicobeoordeling
    Studiegidsnr:2025FBDBMW
    Vakgebied:Milieuwetenschap
    Semester:2e semester
    Contacturen:55
    Studiepunten:6
    Studiebelasting:168
    Contractrestrictie(s):Niet te volgen onder examencontracten
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Greta Schoeters
    Marc Van Sprundel
    Ronny Blust

     

    Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


    1. Aanvangscompetenties

    Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
    Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
    - Zelfstandig literatuur kunnen opzoeken, databanken raadplegen en informatie verzamelen en bestuderen, o.a. met behulp van zoekmachines via het internet. Van wetenschappelijke teksten en artikels een bondige en gestructureerde samenvatting kunnen maken.
    -  Wetenschappelijk Engels beheersen.
    -  Vlot kunnen gebruiken van courante office-software (Word, Excel, Powerpoint) en kunnen maken van duidelijke Powerpoint presentaties.


    2. Eindcompetenties

     
    De studenten verwerven inzicht in de risicobeoordelingsmethodes die worden gebruikt in milieugezondheidkundig onderzoek. Ze moeten een kritische beoordeling kunnen maken over de impact van chemische stoffen en milieuverontreiniging op milieu en gezondheid. Ze moeten inzicht verwerven in de systematische stappen die hierbij gezet moeten worden en deze systematiek kunnen gebruiken om risicofactoren te identificeren. Ze moeten leren relevante wetenschappelijke informatie te verzamelen, kritisch te beoordelen, te synthetiseren en mondeling te rapporteren . Ze moeten de elementen kunnen aanbrengen die belangrijk zijn voor risicobeheersing.


    3. Inhoud


    De student leert op welke manier risico’s  voor ecosystemen worden beoordeeld. Hierbij komen aan bod: het belang van biodiversiteit, doorvergiftiging via de voedselketen, de triade aanpak waarbij op verschillende  organisatieniveaus  van het ecosysteem nadelige  effecten worden beoordeeld. De kwantitatieve aanpak van risico inschatting voor  het ecosysteem die  leidt tot het opstellen van normen voor polluenten in het milieu, het opstellen van regelgeving en beschermende beheersmaatregelen wordt besproken. 
    In een vervolgtraject maakt de  student kennis met de humane risico-evaluatie en de verschillende componenten ervan. Hoe wordt  het gevaar van stoffen voor de mens beoordeeld,  welke testen en kwaliteitseisen worden daarbij gebruikt, hoe evalueer je  blootstellings- effect relaties, hoe  extrapoleer je gegevens van het proefdier naar de mens? Hoe ga je om met onzekerheden? Hoe  kan je  bevolkingsgegevens gebruiken en interpreteren? Naast  het beoordelen van schadelijke effecten  is ook de  beoordeling  van de blootstelling  aan polluenten via  het milieu, voeding  of werkplek een belangrijk aandachtspunt. Op welke  manieren wordt de mens blootgesteld, hoe  kan dit  gemeten en geëvalueerd worden? Hoe kunnen bevolkingsonderzoeken georganiseerd worden?  
    Het systematisch verzamelen van deze kennis is nodig voor  een risico evaluatie.  Hoe bereikt men wereldwijde afstemming hierover?   Wat betekent participatie en  risicoperceptie? Risico evaluaties  moeten leiden tot  een betere risico beheersing. Dit gebeurt via  het opstellen van normen, het toetsen van blootstelling aan normen, het sensibiliseren en communiceren over risico’s, het afwegen van gezondheidsrisico’s  en milieurisico’s  tegenover technologische en economische opties. De wijze waarop  regelgevend overheden en internationale organisaties  dit aanpakken wordt belicht.
     


    4. Werkvormen
    Contactmomenten:
  • Hoorcolleges

  • Eigen werk:
  • Opdrachten:Individueel
  • Casussen: In groep



  • 5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting


  • 6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


    Hand-outs van power Point presentaties,  wetenschappelijke overzichtsartikels
    Principles of Ecotoxicology. Walker C.H., Hopkin S.P., Sibly R. M., Peakall, D.B., Taylor and Francis, 2001, 309 p.
    Principles for the Assessment of Risks to Human health From Exposure to
    Chemicals 1999 , Environmental Health Criteria, No 210 http://www.inchem.org/documents/ehc/ehc/ehc210.htm

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    Basic environmental health by A. Yassi, T. Kjellstrom, T. de Kok, T. Guidotti (2001), Oxford University Press, UNEP &WHO pub. ,  ISBN 0-19-513558 .


    7. Contactgegevens en begeleiding

    De studenten kunnen steeds terecht bij de titularissen van de verschillende onderdelen met vragen over de cursusinhoud. Dit echter na afspraak.


    (+)laatste aanpassing: 21/09/2011 17:49 ronny.blust  

    Stage 'milieu en gezondheidswetenschappen'
    Studiegidsnr:9003FBDPOG
    Vakgebied:Biomedische wetenschappen
    Semester:2e semester
    Contacturen:0
    Studiepunten:12
    Studiebelasting:336
    Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
    Instructietaal:Nederlands
    Examen:2e semester
    Lesgever(s)Greta Schoeters

     

    Geen beschrijving gevonden

     

     
    Inhoudsverantwoordelijke(n) : Facultaire administratie