|
|
|
Theaterwetenschap: grondslagen
|
|
|
|
| | Studiegidsnr: | 1009FLWTLT | | Vakgebied: | Film en theater | | Semester: | 1e semester
| | Contacturen: | 30 | | Studiepunten: | 4 | | Studiebelasting: | 112 | | Contractrestrictie(s): | Geen contractrestrictie
| | Instructietaal: | Nederlands
| | Examen: | 1e semester
| | Lesgever(s) | Kurt Vanhoutte
|
Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof 1. Aanvangscompetenties
Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken: Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel: nihil
2. Eindcompetenties
Inzicht in de paradigmatische dynamiek inherent aan de theaterwetenschap en het vermogen deze dynamiek te begrijpen als reflectie op een veranderende theaterpraktijk.
3. Inhoud
"What lies between the arts is theater", stelde Michael Fried eind jaren zestig in Art and Objecthood. Voor de invloedrijke criticus volstond deze vaststelling destijds om het theater af te doen als "the negation of art". Achteraf beschouwd articuleerde Fried's stelling de overgang van een modernistische naar een postmoderne theateropvatting. Feit is dat de theatertheorie een enigszins diffuse verhouding met haar kennisobject onderhoudt, die op geen enkel moment in haar geschiedenis neutraal te noemen is. Niet toevallig is de theaterwetenschap de meest recente van de kunstwetenschappen die zich als zelfstandige discipline vestigt. Pas wanneer de theorie zich emancipeert van de literatuurwetenschappelijke analyse kunnen we spreken van de grondslagen van een eigentijdse theaterwetenschap. Deze paradigmatische ontvoogding bracht de afgelopen decennia tegelijk een opvallende verruiming van het object teweeg : van tekst over enscenering tot performance, van podiumkunst over theatraal gebeuren tot de theatraliteit van het alledaagse. We bestuderen hoe de theaterwetenschap in dat licht beroep doet op semiotiek, ideologiekritiek, fenomenologie, mediatheorie, feminisme, psychoanalyse, sociologie en anthropologie. Deze wisselende allianties worden telkens bestudeerd in relatie tot verschuivingen in de artistieke praktijk van de podiumkunsten.
4. Werkvormen Contactmomenten: Hoorcolleges
5. Evaluatievormen
Examen: Mondeling zonder schriftelijke voorbereiding
6. Studiemateriaal
6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
Een reader met teksten wordt ter beschikking gesteld.
6.2 Facultatief studiemateriaal
Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden. - J. Reinelt, R. Roach, Critical Theory & Performance, University of Michigan Press, Ann Arbor, 1992. - H. Schoenmakers, Filosofie van de theaterwetenschappen, M. Nijhoff, Leiden, 1989.
7. Contactgegevens en begeleiding
Spreekuur op woensdag tussen tien en twaalf.
(+)laatste aanpassing: 29/09/2011 12:34 kurt.vanhoutte
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|