Personen | Personen nieuwe site | Google | Route | Contact Login 
Opleidingsonderdelen 2012-2013  
    
Te behalen diploma
Om het diploma van master of Arts in de geschiedenis te behalen moet de student
  • ingeschreven zijn voor deze opleiding onder een diplomacontract of examencontract met het oog op het behalen van een diploma
  • alle examens hebben afgelegd die horen bij zijn/haar opleidingsprogramma
  • zich voor dat opleidingsprogramma geregistreerd hebben bij de examencommissie
  • tenminste 60 studiepunten hebben verworven. 
De opleiding heeft een studieomvang 60 studiepunten.
Per academiejaar worden in een modeltraject tussen 54 en 66 studiepunten opgenomen.
Toelatingsvoorwaarden

Rechtstreeks: academische bachelor in de geschiedenis

Mits schakelprogramma: professionele bachelor in het Onderwijs: secundair onderwijs - optie geschiedenis


Doelstellingen - eindtermen
Kerncompetenties 
Masters in de geschiedenis
  • [kerncompetentie 1: historisch referentiekader] hebben een uitgediepte kennis van een specifiek domein binnen de Europese of wereldgeschiedenis sinds de middeleeuwen en kunnen deze kennis ook op andere domeinen zelfstandig uitbreiden
  • [kerncompetentie 2: historisch-kritisch denken] hebben zich een probleemstellende, wetenschappelijke en historisch-kritische houding eigen gemaakt. Daardoor zijn ze in staat om op creatieve en innovatieve wijze deel te nemen aan het wetenschappelijk debat op basis van hun onderzoekservaring, kennis van het historisch debat en inzicht in de wetenschapstheoretische achtergrond van hun discipline
  • [kerncompetentie 3: onderzoeksvaardigheden] kunnen bij het analyseren van complexe historische en actuele problemen de historische onderzoeksmethodes en hulpwetenschappen op efficiënte en vernieuwende wijze toepassen, vertrekkend vanuit de spatio-temporele eigenheid van het bronnenmateriaal
  • [kerncompetentie 4: multi-disciplinariteit] kunnen complexe historische ontwikkelingen verklaren door hun diepgaand historisch inzicht te combineren met een gevorderde beheersing van relevante theorieën en inzichten uit andere disciplines, in het bijzonder uit de gedrags- en cultuurwetenschappen
  • [kerncompetentie 5: plaats in de maatschappij] kunnen vanuit hun wetenschapstheoretische achtergrond en historische onderzoekservaring diepgaand reflecteren over de rol van het verleden en het historisch onderzoek in actuele maatschappelijke debatten op verschillende niveaus (van lokaal tot globaal) en op basis daarvan deze debatten verrijken met originele inzichten verkregen door zelfstandig historisch onderzoek 
De bovenstaande kerncompetenties werden verder uitgewerkt in een lijst van 13 competenties die samen een geheel van vakkennis, vaardigheden en attitudes vertegenwoordigen.

Masters in de geschiedenis
[Kerncompetentie 1: historisch referentiekader]
1A. hebben naast een algemene kennis van en inzicht in de wereldgeschiedenis een gespecialiseerde en uitgediepte kennis opgebouwd van een periode en een domein. Ze kunnen die kennis en inzichten efficiënt uitbreiden in functie van originele wetenschappelijke vraagstellingen.

[Kerncompetentie 2: historisch-kritisch denken]
2A. beschikken over het vermogen om autonoom een originele wetenschappelijke vraagstelling te formuleren en een bijpassende onderzoeksstrategie te ontwerpen;
2B. bezitten een grondige kennis van en inzicht in de wetenschapstheoretische componenten van het historisch onderzoek;
2C. hebben de attitude ontwikkeld om vanuit hun wetenschapstheoretische achtergrond en hun concrete historische onderzoekservaringen actief deel te nemen aan het wetenschappelijke debat, en beschikken daarvoor over de nodige kennis, inzicht en vaardigheden;
2D. hebben een gevorderde kennis van en inzicht in de belangrijkste wetenschappelijke debatten die verband houden met hun in de MA gekozen specialisaties;
2E. hebben de kennis, vaardigheden en de attitude om hun kennis en inzichten efficiënt uit te breiden in een proces van levenslang leren.

[Kerncompetentie 3: onderzoeksvaardigheden]
3A. beschikken, voor de specialisaties die ze in de MA kiezen, over een uitgediepte kennis en dito inzichten uit de historische kritiek, de heuristiek, en de relevante historische hulpwetenschappen en hebben de vaardigheid en attitude om deze kennis efficiënt uit te breiden in functie van een specifieke wetenschappelijke vraagstelling;
3B. beschikken over de vaardigheid om, op basis van informatie verzameld uit oorspronkelijk bronnenmateriaal, literatuur en/of een veelheid aan informatiekanalen en -bronnen op creatieve en innovatieve wijze een historisch onderzoek uit te werken waarbij een historische vraagstelling getoetst wordt;
3C. bezitten een gevorderde vaardigheid om specifieke hulpwetenschappen en kennis van historische talen toe te passen die onontbeerlijk zijn voor hun in de MA gekozen specialisaties.

[kerncompetentie 4: multi-disciplinariteit]
4A. hebben een diepgaand inzicht in de relevante theorieën en inzichten uit de gedrags- en cultuurwetenschappen in functie van hun voor de MA gekozen specialisaties.

[Kerncompetentie 5: plaats in de maatschappij]
5A. hebben een gevorderd inzicht in de verschillende fundamentele ontwikkelingen in de samenleving die verband houden met hun in de MA gekozen specialisaties;
5B. hebben de attitude ontwikkeld om vanuit hun wetenschapstheoretische achtergrond en hun concrete historische onderzoekservaringen actief deel te nemen aan het maatschappelijke debat, en beschikken daarvoor over de nodige kennis, inzicht en vaardigheden;5C. zijn in staat te reflecteren over de rol van de historicus (en geschiedenis) in de cultuur- en gedragswetenschappen en in de huidige maatschappij in bredere zin.
Toegang tot verdere studies
Een masterdiploma geeft toegang tot master-na-masteropleidingen, afhankelijk van de specifieke toelatingsvoorwaarden voor een bepaalde master-na-masteropleiding.

Eindexamen
Het eindtotaal van een student is een gewogen gemiddelde van de examenresultaten die de student behaalde op alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma. 

Voor het berekenen van het eindtotaal worden de studiepunten van de corresponderende opleidingsonderdelen gebruikt als gewichten van de examenresultaten.
 
Het eindtotaal wordt uitgedrukt in gehele punten op 100.

Een student die een eindtotaal van minder dan 50 op 100 heeft behaald, kan nooit geslaagd worden verklaard.

Een student is geslaagd voor het geheel van zijn/haar opleiding als hij/zij voor alle opleidingsonderdelen van zijn/haar opleidingsprogramma een creditbewijs heeft behaald.

Voor meer informatie zie het Onderwijs- en Examenreglement.
ECTS-coördinator
Prof. dr. H. De Smaele, henk.desmaele@ua.ac.be