|
|
|
|
Deze cursus heeft als doel de student te leren hoe op een zorgvuldige en verantwoorde wijze gebruik gemaakt wordt van proefdieren in biomedisch onderzoek en hoe dit gebeurt conform de vigerende wetgeving. De noodzakelijke praktische vaardigheden worden eveneens aangeleerd. Bovendien beoogt deze cursus, de student een overzicht en inzicht te verschaffen in de verschillende types proefdiermodellen en ook hun relevantie en specifieke aanwendbaarheid kritisch te analyseren. De cursus biedt onderwerpen aan die in het KB 13/09/2004 opgelijst staan en waarvan een grondige kennis vereist is voor de erkenning als proefleider. In verschillende sessies wordt dieper ingegaan op zowel meer algemene (ethiek, gedrag, wetgeving) als heel praktische onderwerpen (voeding, huisvesting, anatomie, anesthesie, ...) met betrekking tot proefdieren. De definitie, validatie, aanwendbaarheid en beperkingen van diermodellen worden in het laatste deel van het opleidingsonderdeel belicht. Representatieve diermodellen (voor toxicologisch, cardiovasculair, gastroenterologisch, nefrologisch, oncologisch, neurologisch ea. onderzoek) voor humane ziektebeelden worden vanuit een praktische benadering op een interactieve manier behandeld. Tijdens praktische sessies leren studenten met proefdieren om te gaan en een aantal eenvoudige experimentele technieken toe te passen. In de mate van het mogelijke worden alternatieve methoden in geschakeld.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|